Tagarchief: angst

Liever een gebroken been: wat je in corona tijden kunt doen voor mensen met een depressie of burn-out

Eerder schreef ik in mijn (vaak gedeelde!) blog over wat je kunt doen voor mensen met een depressie, burnout of andere klachten.

Echter, nu in deze bijzondere, vreemde en vaak moeilijke tijd is het nog moeilijker om er voor mensen met een depressie of andere mentale klachten te zijn, vanwege de afstand die bewaard moet worden.

Wat kun je in quarantaine tijd dan wél doen voor geliefden die worstelen met een depressie, angst klachten, burn-out? Hieronder een aantal tips waar ik ook zelf veel aan gehad heb (en nog):

Laat weten dat je er bent. Bel (regelmatig!), app, video bel, stuur een kaartje, een bosje bloemen, of een brief. Ga op raamvisite of nodig uit voor een leuk online spelletje, als diegene daar zin in heeft tenminste. Laat weten dat je aan die persoon blijft denken, ook al is het op afstand.

Lees verder onder de afbeelding

Stimuleer het zoeken naar hulp.

Stimuleer het inschakelen van hulp. Heeft je geliefde nog geen hulp gekregen met zijn of haar problemen? Adviseer dan een telefonisch consult met de huisarts. Deze kan doorverwijzen, ook in deze tijd, naar professionele hulp. Veel hulpverleningsinstanties werken met telefonische en video gesprekken. Natuurlijk is een live gesprek meestal beter, maar iets is zeker beter dan niets!

Ga wandelen op afstand. Als er een geschikte omgeving voor is, ga dan wandelen op afstand. In rustige dorpen of omgevingen is het prima mogelijk om – op veilige afstand – met elkaar te wandelen. Zo haal je iemand even zijn huis (isolement) uit en kun je rustig praten zonder elkaar constant aan te hoeven kijken. Dit praat vaak gemakkelijker. Wandelen is voor iedereen goed: je komt even op andere gedachten en beweging is sowieso goed tegen depressieve gedachten.

Wees begripvol. Bied een luisterend oor. Geef geen goedbedoelde adviezen en kom niet met standaard cliché antwoorden zoals “het komt wel goed” of “kop op, niet bij de pakken neer gaan zitten”. Luister geduldig, toon inlevingsvermogen en vraag of je iets kunt doen. Vaak is luisteren al genoeg. Ook even praten over je eigen leven is vaak fijn voor de ander: het leidt even af.

Heb jij nog andere tips? Laat ze achter in een reactie!

Als angst je wereld is

Wat me op een of andere manier een beetje “troost” in deze periode, is dat niets voor niemand hetzelfde is gebleven. Iedereen raakt het. Direct of indirect. Zelfs de mensen die in ontkenning zijn en nog hutje mutje op elkaar geplakt in een bus gaan zitten. Zelfs de leiders van landen, zelfs de miljonairs en celebrities. Iedereen is uit zijn comfort zone gedwongen. Iedereen moet een nieuwe dagindeling vinden, een nieuwe manier zoeken om om te gaan met deze andere manier van leven. Collectief aanpassen om elkaar te redden.

Wat voor mij persoonlijk extra moeilijk is, is de angst. De angst in de nieuwsberichten, op social media, in de gesprekken met mensen (op afstand). Ik heb een angststoornis en daarmee leef ik eigenlijk al jaren zoals de meeste mensen nu leven: bang voor sociale contacten, bang om ziek te worden, bang voor van alles en nog wat. Eigenlijk ervaart iedereen nu een klein deel van hoe het is om met een angststoornis te leven: overal waar je komt is het bij je. Je staat er mee op en gaat er mee naar bed. En als je net even niet er aan denkt, komt er wel een fragment op de radio, een bericht op je telefoon, dat je weer er aan herinnert: ik ben er nog.

Wat moeilijk is aan een angststoornis hebben in een periode waarin angst regeert is dat hulp nu moeilijk op gang komt of zelfs stagneert. Waar ik eigenlijk zou moeten oefenen met sociale situaties, mag dat nu niet. Veilig thuis blijven is het advies en dat volg ik uiteraard op. Maar de wereld wordt zo klein dat ik nu al (hoe verrassend) bang ben voor hoe veel stappen terug ik hiermee maak, door niet te kunnen oefenen met kleine stapjes.

Maar dan denk ik aan de mensen die ziek worden en overlijden in de ziekenhuizen, dan denk ik aan de nabestaanden van die mensen, en dan relativeer ik mijn eigen problemen. Stel je niet aan, zegt mijn strenge brein tegen mezelf, wees dankbaar dat je nog leeft. En dat ben ik.

Maar wanneer straks alles weer mag, zullen de mensen met psychische klachten een extra inhaalslag moeten maken. Want de wereld die zo eng was – en recentelijk nog enger werd – moet dan weer betreden worden. Wat normaal al eng was, maar nu driedubbel zo akelig.

Stay safe, lieve mensen ❤️

Liefs,

Chrisje

Narcistisch gereedschap: Jouw schuldgevoel

Er werd gevraagd naar een vervolg op mijn blog over narcisme in vriendschappen en relaties. In deze blog zal ik verder toelichten hoe narcisten in relaties en vriendschappen te werk gaan.

Een van de gereedschappen van de narcist, waarmee hij / zij je in een wurggreep kan houden, is schuldgevoel. Jouw schuldgevoel welteverstaan, want de narcist heeft dit zelf niet. Zoals ik al eerder uitlegde, gebruiken veel narcisten “gaslighting” als een manipulatieve methode om jou aan jezelf te laten twijfelen. Daarbij maken ze dankbaar gebruik van jouw verantwoordelijkheidsbesef. Immers, als ze jou een schuldgevoel kunnen bezorgen, of dit nu terecht is of niet, dan hebben ze iets om tegen je te gebruiken en je mee te manipuleren.

Lees verder onder de afbeelding

Misschien vraag je je regelmatig af: maar ik deed toch niets verkeerd? Waarschijnlijk is dat ook zo. Je deed niks verkeerd. De narcist weet zaken feilloos te verdraaien dat het er op neer komt dat jij iets verkeerd hebt gedaan, waarvoor je moet boeten in de vorm van iets wat de narcist van je wil.

Al snel nadat je het schuldgevoel in je schoenen hebt laten schuiven zal de aap uit de mouw komen: de narcist wil dat je iets doet, wil meer macht, wil jou meer in zijn of haar grip houden. Zolang jij je schuldig voelt en probeert iets goed te maken, heeft de narcist de touwtjes in handen. Precies wat hij of zij wil.

Een andere manier waarop de narcist de touwtjes in handen probeert te houden is negeren.

Als je iets doet wat de narcist niet bevalt, bijvoorbeeld kritiek uiten of iets voor jezelf doen, of iets doen waar de narcist jaloers van wordt, wordt negeren vaak ingezet als straf. Plotseling hoor je uren, dagen of zelfs weken niets meer. Je hebt de narcist gekrenkt, ookal was dit door bijvoorbeeld gewoon gelukkig te zijn. Dit kan niet, want jouw geluk draait niet om de narcist. De narcist wil al jouw onverdeelde aandacht. Dus neemt hij of zij precies dat weg: aandacht. Je wordt genegeerd totdat men vindt dat je het weer een beetje waard bent om tegen te praten. Dan volgt overigens vaak ook weer de verwijtende fase, waarin je schuldgevoelens aangesproken worden.

Zo gaat deze giftige cirkel door, totdat je door hebt wat er gebeurt en in wat voor relatie je terecht bent gekomen.

Hoe voorkom je dat de narcist je manipuleert?

Mensen stellen mij vaak vragen naar aanleiding van mijn quotes en blogs over manipulatie en narcisme. Een van die vragen is: Hoe voorkom ik dat ik gemanipuleerd word? Of: Hoe stap ik uit een relatie of vriendschap met een manipulatief persoon?

Ik wil je zo goed mogelijk antwoord geven op deze vragen. Ik wil daarbij wel benadrukken dat ik geen psycholoog of arts ben. Ik ben ervaringsdeskundige en deel mijn ervaringen graag met mensen die in ongezonde (werk- of privé) relaties of vriendschappen zitten en daar maar moeilijk mee om kunnen gaan.

Om uit een narcistische relatie te stappen, moet je eerst een bewustwordingsproces doorlopen. Dit begint bij:

Herkennen en erkennen

De eerste stap is: herkennen en erkennen. Om gedrag te erkennen moet je het eerst herkennen. Heb je het door als je gemanipuleerd wordt? Zie je het patroon in gedrag? Narcistische mensen en manipulators zijn vaak zeer bedreven in het geleidelijk aanpakken van misbruik. Ze gaan stap voor stap te werk en verdiepen zich uitgebreid in jou: wat zijn je zwakke kanten? Wat zijn je grenzen? Waar ben je gevoelig voor? Pas als ze weten hoe je in elkaar steekt (en narcisten zijn hier zeer bedreven in!) gaan ze voorzichtig jouw grenzen opzoeken. Om narcistisch misbruik en manipulaties te stoppen moet je dus eerst weten en erkennen dat het gebeurt. Voelen wanneer het gebeurt. Meestal herken je het aan een onderbuikgevoel: dit klopt niet, fluistert een stemmetje. Dit onderbuikgevoel is je intuïtie: een heel waardevol iets wat je hard nodig gaat hebben terwijl je je losmaakt.

Charme, snelheid en schuld

Als narcisten iets hebben, is het charme. Krijg je het gevoel dat je gepaaid wordt, dat er geslijmd wordt waarna je wel bijna ja moet zeggen? Heb je vaak het idee dat een situatie zich zo snel ontwikkelde dat je pas later in de gaten had waar je precies mee had ingestemd? Narcisten en manipulators zijn charmant en snel. Ze weten dat de meeste mensen niet bedacht zijn op hun spelletjes en manipulaties. Daar maken ze dankbaar gebruik van.

Een narcist kan een idee nog zo spontaan lijken te opperen; negen van de tien keer is dit vooraf uitgebreid voorbereid. Voor jou lijkt het snel te gaan, omdat de narcist je meestal tien stappen voor is. Charme + snelheid = ja zeggen op iets wat je niet wil. Precies wat de narcist van je verlangt. Heb je naderhand pas door dat je iets hebt toegezegd wat je niet wil doen? Oefen met het er op terugkomen. Een voorbeeld: “Je vroeg me of ik mee ging naar …, ik heb er over nagedacht en me bedacht. Ik wil daar niet heen, maar ik wens je veel plezier!”

Een echte narcist of manipulator zal – als charme en snelheid niet meer werken – op je schuldgevoel in gaan spelen.

Mensen die het slachtoffer worden van een manipulatieve relatie zijn vaak meevoelend, verantwoordelijk en zorgzaam. Zorgzame mensen willen een ander geen pijn doen. Dat weet de narcist: hij of zij maakt hier dan ook dankbaar gebruik van.

Besef dat de narcist een studie heeft gemaakt van jou en je gedrag.

Hij weet je zwakke punten precies te raken.

Een narcist kan je een schuldgevoel aanpraten en/of manipuleren door:

• …Plotseling heel verdrietig, maar wel begripvol te reageren. Hij of zij hoopt hiermee te bereiken dat je je bedenkt omdat je voelt dat hij of zij verdriet heeft.

• …Zaken te noemen die hij of zij voor jou gedaan heeft. “Jammer, toen ik je hielp met… hoopte ik dat jij mij ook zou helpen.” Trap er niet in: in een gezonde relatie bezorgt iemand je geen schuldgevoel alleen omdat je iets niet wil.

• …een extra charme offensief er tegen aan de gooien. “Ah, toe, liefje, alsjeblieft? Ik beloof je dat ik….”

• …als een kleuter te gaan stampvoeten en dreinen. Narcisten schuwen geen enkele leugen of dreiging als het er op aankomt dat ze hun zin willen krijgen. Plotseling op sterven liggende familieleden, zieke huisdieren, geen leugen wordt geschuwd. Achteraf valt het dan opeens toch wel mee, maar dan heb jij al gedaan wat de narcist wilde en verzint hij of zij wel een reden waarom die urgente situatie opeens toch wel mee bleek te vallen. Trap er niet in. Hoe moeilijk ook.

• …je te negeren. Narcisten weten precies hoe gevoelig je er voor bent. Ze negeren je plots uren of dagen lang om je te laten voelen hoe vervelend het is als ze niet in de buurt zijn. Op berichtjes wordt niet of amper gereageerd. Zinnen worden korter. Er wordt niet meer gelachen of gekust, er wordt alleen ijzige stilte op je af gestuurd, waardoor je onbewust of bewust zult voelen: dit krijg je als je niet doet wat ik wil.

Herken je veel in bovenstaande tekst? In een volgende blog ga ik verder in op de stappen die je kunt zetten om te ontsnappen uit een relatie met een narcist.

Luisteren naar je onderbuikgevoel en herkennen wanneer je gemanipuleerd wordt is een proces van oefenen, maar als je het eenmaal doorhebt, wordt het steeds gemakkelijker te herkennen.

liefs,

Chrisje

Ben jij een people pleaser en medeafhankelijk?

Ben jij een notoire people pleaser? Spring jij altijd als eerste op om anderen te helpen? Komen mensen als eerste naar jou toe met hun problemen? Vind je het moeilijk om je grenzen te bewaken en kom je vaak in (liefdes)relaties terecht die niet gezond voor jou zijn, met mensen die jou manipuleren of gebruiken? Grote kans dat jij last hebt van codependency, oftewel medeafhankelijkheid.

Mensen die codependent zijn, hebben vaak een laag zelfbeeld en passen zichzelf helemaal aan aan de ander. Eigen behoeften worden volledig weg gecijferd om de ander tevreden te stellen. Vaak schuilt daarachter een diepe angst om verlaten te worden en alleen te zijn.

Dit gedrag ontstaat meestal bij mensen waarvan in hun jeugd niet aan hun emotionele behoeften werd voldaan: Codependency ontstaat immers meestal door een onveilige hechting in je (moeilijke) jeugd, waardoor je niet geleerd hebt hoe een gezonde relatie er uit ziet. Je hebt wellicht geleerd dat houden van hetzelfde is als zorgen voor en geeft daarmee al je energie aan de ander. Je stelt je veel te afhankelijk op van de ander, waarmee je die persoon alle macht en controle over jou geeft.

Een relatieverslaving kan hier een gevolg van zijn: je hecht je aan emotioneel beschadigde mensen waar je voor denkt te kunnen of moeten zorgen. Dat jij hierdoor vaak gekwetst wordt neem je voor lief: dit ben je immers gewend. Het ongezonde patroon is onveilig, maar doordat je dit herkent uit je jeugd voelt het onterecht veilig. Rationeel weet je wel dat dit niet goed is, maar emotioneel lukt het je niet om hier afstand van te nemen.

Hoe doorbreek je nu de spiraal van codependency? Hoe zorg je er voor dat ook jouw behoeften worden bevredigd en niet al je energie gaat naar het helpen van anderen? Hoe zorg je er voor dat je van jezelf mag kiezen voor gezonde relaties waarin geen misbruik van jou wordt gemaakt?

Erkennen in welke patronen je vast zit is een eerste stap; begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hyponose therapie kan ook een stap zijn: onder begeleiding van een professional kun je “terug gaan” naar je jeugd en de behoeften die je had uitspreken. Leren van jezelf te houden is de belangrijkste stap: als je van jezelf leert te houden, pik je het niet wanneer een ander over jouw grenzen heen gaat of misbruik van jou maakt. Bovendien ben je niet langer bang om alleen te zijn, omdat je genoeg van jezelf houdt.

Wanneer je genoeg om jezelf geeft, maak je gezondere keuzes voor jezelf. Met het beëindigen van destructieve en ongezonde relaties maak je ruimte voor gezonde relaties waarin geven en nemen in balans zijn en jij jezelf niet meer kwijt raakt.

 

Leestips:

Als hij maar gelukkig is

door Robin Norwood

 

Leef je eigen leven

door Melodie Beattie

Ik voel ik voel wat jij niet ziet: onzichtbaar ziek

Fibromyalgie, andere vormen van reuma, migraine, burn-out, depressie, et cetera: Er zijn veel ziektes die niet zichtbaar zijn aan de buitenkant.

Waar iemand met een gebroken been vanzelf begrip en medewerking krijgt van mensen vanwege bijvoorbeeld het dragen van gips of lopen met krukken, moeten mensen met een onzichtbare ziekte of aandoening vaak twee gevechten leveren: één gevecht tegen hun aandoening en het andere gevecht tegen onbegrip en vooroordelen van de omgeving.

lees verder onder de afbeelding

Veel mensen denken dat alles goed met je gaat omdat er niets aan jou te zien is. Hoe lang je er over gedaan hebt om uit bed te komen (psychisch of fysiek) ziet men niet. Hoe vermoeid je bent (mentaal of lichamelijk) na een activiteit ziet men evenmin.

Het hebben van een onzichtbare aandoening blijft een dubbele strijd. Goede vrienden, professionele begeleiding en “insiders” die echt weten en begrijpen wat je doormaakt zijn daarbij onmisbaar.

Soms is het ziektebeeld ook grillig: de ene dag kun je bijvoorbeeld meer aan dan de andere dag, grenzen verschuiven, zowel op het psychische vlak als lichamelijk. Het is dan soms verwarrend voor de omgeving, want: waarom kun je vandaag niet mee doen als je gisteren wel nog op de been was?

Dit telkens maar uitleggen en er begrip voor vragen is moeilijk: vaak is het nodig dat je zelf erg stevig in je schoenen staat en er voor waakt dat je niet over je grenzen heen gaat. Onder voorbehoud afspraken plannen kan een optie zijn: je houdt een slag om de arm en geeft dat vooraf duidelijk aan: “Als ik me goed voel die dag ga ik heel graag mee.”. Zo voorkom je teleurstellingen voor je omgeving en bewaak je je eigen grenzen, door op de dag zelf te beoordelen of iets al dan niet mogelijk is.

Het is en blijft een strijd om te luisteren naar je lijf en naar je grenzen. Je zult jezelf zeker blijven tegenkomen, totdat je leert jezelf te beschermen en je grenzen te bewaken.

Soms zul je hiermee ook vrienden verliezen, als ze niet kunnen omgaan met de veranderde jij, die niet meer alles kan.

De vraag is dan uiteraard wel of dat in de eerste plaats echte vrienden waren…

Voor wie twijfels zijn leven laat bepalen

Twijfelen: iedereen doet het wel eens. Zeker bij grote beslissingen. Twijfelen is een gezond mechanisme om voor- en nadelen goed af te wegen voordat je een beslissing neemt. Toch kan te veel twijfelen je ook tegenhouden in het leven leiden dat jij graag wil.

Hoe gezond twijfel ook kan zijn, één van de grootste “killers” van vooruitgang is zonder meer overmatige twijfel. Twijfel slaat vaak toe bij het nemen van levensbeslissingen; hoe groter de beslissing, hoe harder de twijfel toe kan slaan.

Waarom twijfelen we vaak te lang? Wat is het nut van twijfel? En vooral: hoe kom je er van af als het je afremt in het bereiken van je doelen?

Twijfelaar
Een geboren twijfelaar, zo heb ik mezelf wel eens genoemd vroeger. Bij het nemen van een grote beslissing (Ga ik voor die baan? Blijf ik bij mijn partner? Moet ik nu wel of niet verhuizen?) slaat bij veel mensen de twijfel toe: logisch, want het is ook niet zomaar een beslissing die je moet nemen.

Een verhuizing, een andere baan, een relatie verbreken: het zijn allemaal beslissingen die vergrijpende gevolgen kunnen hebben in je verdere leven. Dat is niet per se negatief, maar het kán het wel zijn; Want wat nou als die nieuwe baan toch niet zo leuk is als het lijkt? Wat als je spijt krijgt van je verhuizing? Wat als je je partner toch gaat missen en niet meer terug kunt?

Twijfel slaat de meeste dromen en plannen dood, omdat het gepaard gaat met angst. Angst om de verkeerde beslissing te nemen (“Wat als ik hier verkeerd aan doe?”) kan je verlammen, waardoor je onnodig lang in de twijfel modus blijft. Onzekerheid kan ook een grote rol spelen: het vergt nogal wat zelfvertrouwen om te zeggen: en vanaf nu gaat het anders.

Waar twijfel het hardst toeslaat
Twijfel slaat vaak het hardst toe in situaties waarin weinig urgentie bestaat. Wat ik daarmee bedoel, kan ik het best toelichten aan de hand van een voorbeeld. Stel, je hebt een baan waar je wel tevreden mee bent, maar waar je niet veel uitdaging uit haalt. Het werk is niet verschrikkelijk, maar ook niet heel leuk. Je haalt er weinig vreugde uit, maar je doet het wel goed en krijgt goede beoordelingen. Daarnaast heb je een vast contract en geen hele vervelende collega’s. Met andere woorden: er is weinig uitdaging, maar ook geen echte urgentie om weg te gaan. Dat je wellicht hele andere doelen voor je loopbaan had – en door tien of twintig jaar in deze baan te blijven hangen die doelen niet bereikt – is achteraf bezien natuurlijk zonde. Toch blijven veel mensen vaak lang hangen op een plek waar ze niet tot hun recht komen.

Waarom?
Niet altijd leuk om te horen, maar wel waar: Mensen zijn gewoontedieren. We voelen ons graag veilig en geborgen. Onze comfort zone is ons vaak meer waard dan ons geluk, hoe gek het ook klinkt. We houden van nature nu eenmaal doorgaans niet erg van verandering. Verandering vinden we maar eng.

Zeker als we een vast contract hebben weten te bemachtigen in deze onzekere tijden, geven we dat niet zomaar op. Een vaste relatie ook niet. De gemoedsrust die komt kijken bij het kunnen betalen van de hypotheek of huur wint het dan van het knagende gevoel dat er meer moet bestaan dan deze sleur van werk dat eigenlijk beneden je niveau ligt.

Als er dan een nieuwe baan langskomt, waarbij je met een tijdelijk contract in een geheel nieuw bedrijf moet beginnen waar je nog niemand kent, slaat de twijfel toe. Zo erg heb ik het nu toch niet? Ik heb nu wel vastigheid en ik weet waar ik aan toe ben. Dit soort gedachten zorgen er vaak voor dat je dan toch maar bedankt voor die uitdagender job.

Hetzelfde geldt voor relaties. Als een relatie je al lang niet meer gelukkig maakt, zou je eigenlijk er mee moeten stoppen. Toch blijven veel mensen langer in een uitgebluste relatie zitten dan nodig, uit angst. Angst voor het onbekende, angst om alleen verder te moeten gaan, angst om al het vertrouwde op te moeten geven. Dus worden de dagen weken, de weken maanden, en worden ze op hun zestigste wakker met het besef dat ze jaren lang in een ongelukkige relatie hebben gezeten. De comfort zone kan wat dat betreft een vals soort gevoel van veiligheid geven: achteraf is er dan vaak alleen maar ruimte voor spijt.

Urgentie maakt twijfelen moeilijker

Wat nu als je opeens zonder werk komt te zitten? Dan valt je vangnet weg en je comfort zone verdwijnt zonder dat je daar zelf iets aan kon doen: zou je dan wel solliciteren op die baan die uitdaging biedt? Waarschijnlijk wel. Zou je het droomhuis wel kopen als je plotseling te horen kreeg dat je eigen woning gesloopt gaat worden? Vast wel. Het wegvallen van die comfort zone dwingt je er toe beslissingen te nemen: wat dat betreft is het soms gemakkelijker om beslissingen te nemen vanuit het principe “Ik heb nu toch niets te verliezen.” Urgentie dwingt: en soms is dat niet eens verkeerd.

Eeuwige twijfel

Voor de eeuwige twijfelaar is het goed om je af te vragen wat je bereikt met het ellenlange twijfelen. Geef je jezelf zo een excuus om comfortabel te mogen blijven leven zonder risico’s te nemen? Geef je jezelf hier mee een mooie reden om je angsten niet onder ogen te hoeven komen? Houd je je eigen onzekerheid hiermee in stand?

Iets nieuws proberen, een nieuw avontuur aangaan, betekent vaak dat je een risico moet nemen. Het is een sprong in het diepe waar niet iedereen zich aan waagt. En ja, het kan misgaan, maar het kan ook ontzettend goed gaan. Vraag jezelf eens af: waar heb je straks meer spijt van; als je het nooit hebt gedurfd of als je dat wel hebt gedaan en het niet is gelukt? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? En kun je daarmee leven?

Het leven gaat snel voorbij. De sleur van alledag zorgt er voor dat dagen overgaan in weken, maanden, jaren. Wil je terugkijken op een leven vol twijfels, waarin je jezelf mooie kansen hebt ontnomen? Of wil je terugkijken en denken: ach, ik heb risico’s genomen, but I did it my way!

Ik weet waarvoor ik kies. Jij ook?

Leven met angst en paniek: zo ga je de strijd aan

Paniek en angst: de twee grote vijanden voor 1,1 miljoen Nederlanders. Een paniekaanval ervaren is doodeng en kost ontzettend veel energie. En als je niet op let, gaat angst zelfs je leven beheersen. 

pexels-photo-736843
“Een mens lijdt ’t meest
Door ’t lijden dat hij vreest
dat nooit op komt dagen.”

Als puber had ik er voor het eerst bewust last van: paniekaanvallen. Ik hyperventileerde vaak. Ik viel flauw op de gekste plekken: in de snackbar, in de rij voor de discotheek, boven aan de trap in mijn ouderlijk huis. Ik kreeg toen fysiotherapie om te leren hoe ik mijn ademhaling weer onder controle kreeg bij een hyperventilatie-aanval. Dat was fijn, maar voorkwam niet dat ik ze kreeg.

Sommige mensen reageren op stress met hoofdpijn, woedeaanvallen, maagklachten, et cetera. Mensen die gevoelig zijn voor paniekaanvallen en angst reageren op stress met, je raadt het al, paniek en angst.
Als ik (te lang) aan te veel stress word blootgesteld, krijg ik duizelingen, hartkloppingen en hyperventilatie: allemaal bij elkaar heet dat dan een paniekaanval. Een paniek- of angststoornis is niet gemakkelijk om mee te leven. Paniekaanvallen kunnen je dag verpesten, je verlammen: Verlamd zijn van angst is niet voor niets een uitdrukking. Paniekaanvallen zijn heel eng om mee te maken: je krijgt klamme handen, kunt duizelig worden, voelt je ´opgesloten´ en radeloos. Als je angstig genoeg bent geworden voor je paniekaanvallen en er aan toe gaat geven (wat heel begrijpelijk is!), ga je die plaatsen vermijden waar je angst de kop op stak. Als je een paniekaanval kreeg in een supermarkt, probeer je daar weg te blijven. Als je een paniekaanval kreeg in een kroeg, kun je kroegen gaan vermijden. Kreeg je een paniekaanval op je werk, dan durf je daar wellicht niet meer naartoe.

Helaas werkt juist dat – toegeven aan de angst en paniek – averechts. Hoe meer je toegeeft aan je angsten, des te groter worden ze. Vermijding vergroot namelijk angst. Blootstelling aan je angsten is dan ook een van de beste manieren om over je angsten heen te komen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Accepteren dat je iets eng vindt, en het desondanks toch doen.

stop-shield-traffic-sign-road-sign-39080Snel weg van de snelweg
Toen ik net mijn rijbewijs had gehaald, had ik een behoorlijke angst voor de snelweg. Ik had tijdens mijn rijles-periode een ongeluk gehad (als bijrijder) en ik vond het rijden op de snelweg doodeng: het ging te snel, ik was heel erg bang om door anderen aangereden te worden of om de controle over het stuur kwijt te raken. Dus vermeed ik de eerste tijd alle snelwegen.

Toch knaagde iets aan me: nu had ik eindelijk mijn rijbewijs, en reed ik alleen maar rondjes om de kerk. Aangezien ik alle routes binnendoor reed was ik veel meer benzine en tijd kwijt. Dit was toch absurd?

Klaar met die angst
Op een dag besloot ik dat ik klaar was met die angst voor de snelweg. Dan maar een paniekaanval overleven: ik wilde die angst nu echt achter me laten. Dus daar ging ik: met hartkloppingen, angstzweet op mijn voorhoofd en vol doodsangst reed ik met knikkende knieën de snelweg op. (dat laatste is op zich al een prestatie: probeer maar eens te rijden met knikkende knieën!) De eerstvolgende afrit reed ik er direct weer van af, maar wat was ik trots: ik had een stukje snelweg durven rijden! Ik had mijn angst onder ogen gezien en ik leefde nog. Het leek zo klein, maar voor mij was het een enorme overwinning. De week er na reed ik de oprit weer op, en ging ik er na twee afslagen weer af. Weer een stapje gezet. Ik bleef oefenen, steeds een stukje verder. Ik nam er de tijd voor, was blij met iedere overwinning. Elke keer als ik weer een stukje over de snelweg reed, knikten mijn knieën iets minder. Elke keer als ik het weer probeerde, zweette ik wat minder. Het abnormale werd normaal. Ik leerde letterlijk dat ik het kon, door het te doen, ondanks mijn angst.

Een paar jaar later reed ik voor het eerst de Frans-Spaanse grens over, juichend. Het was me gelukt: mijn angst voor de snelweg was weg! Ik had mijn angst onder ogen gezien en daarmee letterlijk weggejaagd, stapje voor stapje, maar het was me gelukt. 
Rijden op de snelweg roept voor mij inmiddels een heel ander gevoel op: het geeft me een gevoel van vrijheid, blijdschap en onafhankelijkheid. Ik ben in de auto ontspannen, ik luister naar muziek, concentreer me op de weg en rijd al jaren met plezier overal naar toe.

pexels-photo-271418
Praat over je angst met mensen die je vertrouwt of met je huisarts. Je zult ervaren dat je niet de enige bent!

En daar waren ze weer
Sinds mijn burn-out heb ik weer last gekregen van paniekaanvallen. Ze zijn er zodra ik drukte opzoek. Zodra het drukker om me heen wordt, met name als ik ergens binnen ben, overvalt me die duizeligheid en lichte staat van paniek weer. Mijn spieren spannen aan, mijn nek verkrampt en ik voel me benauwd. Ik word licht in mijn hoofd en ik weet: daar zijn ze weer, mijn twee vijanden.

Ik geef niet op!
Maar net als jaren geleden met de snelweg zal ik ook dit keer niet weg rennen of plaatsmaken voor angst en paniek, hoe akelig ze ook zijn om te ervaren. Ik zal weer blijven doorgaan, met kleine stapjes, op mijn eigen tempo. Weer zal ik mijn vrijheid terugwinnen. Ik heb het eerder gedaan – en ik zal het weer doen. Beter bang zijn en toch doorgaan dan me verschuilen en het leven aan me voorbij laten gaan, omdat ik op de vlucht ben voor de paniek. Ik weet: Als ik er voor weg ren, rennen de angst en paniek alleen maar harder achter me aan: ze zullen me altijd inhalen. Hoe meer ruimte ik ze geef, hoe groter ze kunnen worden.

Dus kies ik er voor om wederom niet ervoor weg te rennen, maar mijn angst recht in de ogen te kijken, stil te staan en er tegen te zeggen: “Prima, ben er maar. Je mag er zijn. Ik vecht niet tegen je, dat heeft toch geen nut. Maar of je er bent of niet, ik ga door met leven, want ik ben sterker dan jij. Dus maak me maar bang: ik ga het toch doen.”

medical-appointment-doctor-healthcare-40568
Ga naar je huisarts: hij of zij zal je helpen

Ten slotte nog een paar tips en trucs:

  • Heb je last van paniekaanvallen? Ga praten met je huisarts. Hij of zij kan je doorverwijzen naar een praktijkondersteuner of andere hulpverlener. Gedragstherapie kan je helpen met het uitdagen en overwinnen van angstgedachten.
  • Het is best eng om voor het eerst iets te gaan doen waar je al zo lang bang voor bent. Vraag als jou dit helpt, iemand in je omgeving om met je mee te gaan. Kies iemand die jou goed kent, die je vertrouwt en die weet wat hij moet doen als je een paniekaanval krijgt. Dit kan je gerust stellen en de kans op succes vergroten.
  • Praat er over. Je bent niet de enige: ontzettend veel Nederlanders hebben last van angst- en paniekstoornissen. Je leest hier hoeveel. Je bent dus absoluut niet de enige, en je kunt er iets aan doen.
  • Een paniekaanval voelt heel akelig aan, maar is niet gevaarlijk. Dit is belangrijk om te beseffen.

 

Hoe weet je of je een goede moeder bent?

Elke moeder vraagt het zich wel eens af; ben ik een goede moeder? Zeker op de dagen waarop je wallen je knieën bereiken, je geduld nog maar minimaal aanwezig is en je het gevoel hebt op je tandvlees te lopen.

Een goede moeder zijn heeft niets te maken met alles kunnen kopen voor je kind. Ook niet met een perfect gepoetst huis. Merkkleding (leuk hoor) zijn ook geen garantie. Een goede moeder zijn heeft ook niks te maken met het perfecte plaatje. Dat perfecte plaatje bestaat namelijk helemaal niet. Want nergens is het perfect. Zelfs niet bij die ene moeder, die alles altijd zo onder controle lijkt te hebben.

Een goede moeder ben je, als je je af en toe afvraagt waar je in godsnaam mee bezig bent. Als je af en toe denkt: ben ik wel een goede moeder?
Want juist dat bewijst dat je het als moeder graag zo goed mogelijk wil doen voor je kind.

Een goede moeder heeft ook wel eens een slechte dag, een slechte week of een rot humeur. Een goede moeder verliest ook wel eens haar engelengeduld. En een goede moeder zegt ook sorry als ze iets verkeerd heeft gedaan.

Want guess what: juist daarvan leren kinderen. Kijk, mama is ook niet perfect, mama heeft ook wel eens angst of een rotdag of verdriet. Dus als mama dat kan, mag ik dat ook. Mama zegt sorry als ze een fout maakt, en dat maakt haar juist menselijk.

Laatst was ik in een speeltuin met dochter. Er doemde een super hoge glijbaan met matjes voor ons op. “Toe, ga je mee mama?”
Maar deze mama heeft een ietsepietsie klein beetje heul veul last van hoogtevrees.
“Uhhh…”
“Kom op mama, je kunt het wel hoor!” moedigde haar stemmetje me aan. “Het lijkt nu misschien eng, maar het is echt heel leuk!”
Zeg daar maar eens nee tegen.

Dus daar ging ik, van de hoge glijbaan met mijn matje. Zij ging voorop. “Ik kom er aan!”  zei ik met bevende stem.
En daar ging ik.
Wat ik niet wist, was dat zo’n pokke-hoge glijbaan echt pokkesnel gaat. Dus ik gilde. En ik gilde hárd.
Als een gillende keukenmeid kwam ik met een rotvaart ter aarde.

“Mama, je moest er van gillen hè!” zei dochter verrukt.
“Ja, ik vond het best spannend.” probeerde ik nog cool.
“Ik ben trots op je hoor, mama. Maar jij zegt ook altijd; van proberen kun je leren en dat heb je nu ook gedaan!”

Samen liepen we verder. Ik was zelf ook best trots. Imperfecties maken de moeder.

Waarom je nooit “We moeten praten.” tegen een man moet zeggen!

Als je ooit in een langdurige, gelukkige relatie met een man terecht wil komen of blijven, knoop deze les dan goed in je oren. Zeg nooit, ik herhaal NOOIT, tegen een man dat “we moeten praten”! De man, die nietsvermoedend en vrolijk naar Studio Sport zit te kijken, verkrampt compleet tot een grote bal stress bij het horen van deze zo gevreesde woorden. 

We moeten praten is een trigger voor mannen, dames, en geen positieve. Nu is praten sowieso al geen grote hobby van (een heel aantal) mannen. Maar de ervaring leert de man in de loop der jaren, dat we moeten praten vaak de inleiding is tot de grootste ruzies, de ergste discussies, of op zijn minst (maar ook dat is erg!) een periode van langdurig moeten luisteren naar zijn vrouw. En we weten allemaal, dat langdurig luisteren niet in de top 10 van mannenhobby’s voorkomt. Tenzij ze sport uitslagen voorleest of zo.

Dus verkrampen zijn spieren, knijpt hij bijna zijn telefoon kapot, werpt hij een blik op de kalender om te zien of het (PLEASE GOD NO!) die tijd van de maand al is, en zet hij zich schrap op de bank, met samengeknepen billen. Daar komt ze, met haar we moeten praten! Snel verzamelt hij in zijn – inmiddels tamelijk bezwete – hoofd tegenargumenten tegen de meest bevochten onderwerpen van relationele discussies. Ik doe ook wel eens de afwas, ik heb minder lichaamsgassen laten ontsnappen, ik heb pas nog mijn onderbroek verschoond, ik heb de bril weer omlaag gedaan. Nagelbijtend en tandenknarsend zit hij klaar tijdens de angstaanjagende stilte voor de storm die we moeten praten heet. Dat heet; als hij het niet al op een lopen heeft gezet.

We moeten praten zeggen tegen een man zet alle lichten op rood, het hoofd op tilt, de hartslag op standje hartaanval en komt geen enkel gesprek ten goede. Als je wel een ontspannen, open en gezellig gesprek met een man wilt voeren, doe dat dan vooral niet aangekondigd. Bijvoorbeeld in de auto, als de muziek op staat, hij relaxed is en jij ook.

Of; als je zeker wil weten dat je zijn onverdeelde aandacht hebt, begin dan eens een gesprek als je samen een potje aan het kaarten bent, of in bed, of in bad. Maar wat je ook doet, kondig het nooit aan met de verboden woorden. Breng het terloops, met humor, of in ieder geval zonder al te veel poespas. Wedden dat hij een betere gesprekspartner is dan je had gedacht, nu hij niet verlamd is van angst?

Tenzij je natuurlijk echt heel erg boos op hem bent en hij echt iets goed heeft te maken. In dat geval: go nuts!  

 

KIPPENVEL: “Thank You Mom” – Inspirerend én ontroerend voor alle moeders!

Een ontzettend mooi, inspirerend en ontroerend filmpje: hoe moeders hun kinderen, mét vallen en opstaan, leren om te gaan met het leven:

Wanhopig, angstig en alleen, in je bed….

Stel je voor, je ligt alleen in een bed. Je voelt je niet goed, hebt behoorlijke buikpijn, of je voelt je erg alleen en angstig. Of je hebt jezelf onder gespuugd, of onder gepoept in je slaap!
Probleem is alleen: je kunt niet uit bed komen. Het is donker, de spijlen om je bed heen zijn te hoog om er uit te klimmen. Bovendien lig je stevig ingepakt in bed en heb je niet de kracht om jezelf los te wurmen. Je begint te huilen; eerst zacht, maar daarna steeds harder.
Je voelt je opgesloten in je eigen bed, helemaal alleen met je pijn of angst. Iemand moet je toch horen? Er zijn toch nog andere mensen in huis? Ondertussen wordt de pijn alleen maar erger, door de stress die je voelt. Je wordt wanhopig; een gevoel van eenzaamheid maakt zich meester van jou. Je kunt niet praten, niet opstaan uit bed, niets.

Zo – stel ik me voor – voelt een baby zich, die men door laat huilen. En bovenop al die gevoelens van angst, stress en pijn, is die baby dan ook nog eens niet in staat te praten, niet in staat om om hulp te roepen. Het enige wat hij kan, is huilen.
Dankzij allerlei “opvoedingsadviezen” zit beneden, een verdieping lager, een moeder die het huilen van haar baby door merg en been voelt gaan, maar er niet op af durft te gaan, omdat ze bang is dat ze haar baby daarmee zou verwennen. Terwijl verwennen bij kleine baby’s helemaal niet mogelijk is. En het wetenschappelijk is aangetoond dat baby’s door het (lang) huilen te veel stresshormonen aanmaken.

Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/
Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/

Uiteraard is het niet aan te raden om je baby bij ieder geluidje uit bed te pakken. Je mag je baby best eens een paar minuten laten huilen. Maar voor de gevoelens van geborgenheid, troost en veiligheid is het voor je baby nu eenmaal beter als je wel iedere vijf minuten even naar hem of haar toe gaat, al is het maar om te zien of ze geen volle luier hebben of bijvoorbeeld klem zitten, gespuugd hebben, of niet fijn liggen.

Er zijn overigens talloze tussenoplossingen die uitgeprobeerd kunnen worden, zoals de “Lekker slapen zonder huilen” methode, waarbij je je baby in elk geval geen uur aan een stuk door hoeft te laten huilen in zijn uppie. Je baby huilt immers niet om jou te pesten. En laten we eerlijk zijn, hoe zou jij je voelen, als je geen kant op kon?

Waarom zaterdag de veertiende veel gevaarlijker is

Hè hè, denkt Nederland morgen opgelucht. Het is weer voorbij, die vervloekte vrijdag de dertiende. Ladders zijn zorgvuldig vermeden, zwarte katten mogen weer naar buiten, sollicitatie brieven kunnen weer verstuurd worden.
Op vrijdag de dertiende verwacht je natuurlijk dat dingen mis gaan. Let je extra op als je de weg over steekt. Kijk je wel drie keer of je vlees gaar is, en houd je de kaarsen voor de zekerheid nog een minuut onder de kraan, na het uitblazen.

Wat veel mensen echter niet weten: het venijn zit in de staart. En de staart, dat is de dag na  vrijdag de dertiende. Zaterdag de veertiende is véél gevaarlijker. Na een dag vol bijgelovige angst die nergens op slaat, haalt iedereen die het overleefd heeft opgelucht adem. En dan slaat het noodlot juist toe. Want we worden overmoedig. We laten de kaars zichzelf wel doven en gaan vol vertrouwen slapen, kip mag opeens best een beetje roze, want hee, we hebben wel mooi vrijdag de dertiende overleefd. En daar gaat het mis.

Nee, ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik haal pas opgelucht adem op zondag de vijftiende.

De sleutel tot een rijker leven: Een Nieuw Motto

Ik heb een aantal jaren geleden een nieuw motto ingebracht in mijn leven. En eerlijk is eerlijk: Het heeft me meer gebracht dan ik ooit had durven denken. Het is best moeilijk soms, maar toch ook weer verrassend simpel.

Ben je er klaar voor? Oké. Hier komt ie:

Wat je eng vindt, moet je doen.

Ik weet niet meer precies wanneer ik besloot dat dit mijn nieuwe levensmotto was, maar het zal een jaar of vijf geleden zijn geweest dat ik het implementeerde. Ik ben nogal beschermd opgegroeid. Ik ben er van nature zo een van de veiligste weg. Niet te veel risico’s nemen, niet te avontuurlijk doen, doe maar normaal, dan doe je gek genoeg. Dit nieuwe motto heb ik geïmplementeerd om mezelf wakker te schudden en wakker te houden. Om mezelf uit te dagen. Om minder angstig door het leven te gaan, want ook ik heb er maar één. Nu zou je denken dat zo’n simpel zinnetje niet zo veel teweeg kan brengen. Maar dan denk je verkeerd.

Iedere keer als ik in een situatie belandde waarin ik voelde dat ik iets stiekem wel wilde doen, maar het normaal gesproken zou overslaan wegens te angstig, hoorde ik mezelf zeggen: “Wat je eng vindt, moet je doen.”
En dus reed ik zelf van Nederland, door België, door Frankrijk, naar Spanje. Solliciteerde ik op die baan, waarvan ik dacht dat die te hoog gegrepen was voor mij. Startte ik mijn eigen pagina op Facebook, met mijn eigen quotes en blogs. En groeide die uit tot een aantal volgers van 10.000+. Volgde ik die training, voor mezelf, of ging ik toch die uitdaging aan.
En dus ging ik die confrontatie aan die ik al zo lang vermeed, met knikkende knieën en bevende vingers. Stapte ik naar voren tijdens een presentatie, om als vrijwilliger voor de groep te staan. Zei ik ja, op het last minute verzoek om als verslaggever naar een groot festival te gaan en een bekende band te interviewen, waar ik niet op voorbereid was. En zo verder, en zo verder.

Je staat er van versteld, wat je kunt bereiken, als je je angsten en onzekerheden besluit te negeren, om er toch voor te gaan. Je zult zien dat je veel meer kunt bereiken, dan je zelf ooit had gedacht. En weet je wat het meest frappante is? Achteraf werden juist die momenten de mooiste gebeurtenissen. De beste herinneringen. De momenten waar ik het meest trots op mezelf werd, juist omdat het zich ver buiten mijn comfort zone begaf. En ja, het was soms eng. En nee, ik doe niet alles waar ik bang voor ben. Ook ik heb grenzen. Maar mijn motto, dat houd ik vast.

En via deze blog geef ik mijn motto weer door aan jou. Wat vind jij eng, en wil je toch stiekem wel doen? Wat durf je niet, maar zou je eigenlijk toch moeten proberen? 

Moraal van het verhaal: Als je het eng vindt om dit motto over te nemen, moet je het juist doen.