Er wordt zoveel gezegd en geschreven over het begrip burn-out: het zou een hype zijn, mensen zouden veel te snel roepen dat ze een burn-out hebben.

Ja, het lijkt nu inderdaad veel vaker voor te komen. Maar dit kan ook te maken hebben met de hoeveelheid aan keuzes die onze generatie heeft, de crisis en het feit dat mensen sinds de crisis met minder uren meer werk moeten verrichten. Of simpelweg met het feit dat er minder taboe heerst en mensen er dus vaker openlijk voor uit komen dan vroeger. Wie zal het zeggen.

Ik zelf heb een burn-out gekregen in december vorig jaar. Opeens kon ik geen antwoord meer geven op vragen van mensen: ik, die daarvoor overal ja op zei.

Opeens kon ik geen drukte meer aan: ik, die altijd de drukte juist op zocht en het niet druk genoeg kon hebben. Mijn hoofd leek te ontploffen; zelfs een bezoekje aan de supermarkt zorgde al voor hevige paniek.

Dat is overigens een minder besproken onderwerp; de symptomen van een burn-out. Voordat ik zelf een burn-out kreeg, dacht ik dat een burn-out hebben inhield dat je alleen nog maar kon huilen en slapen. Nu zijn dat zeker wel symptomen, maar lang niet de enige.

Een korter lontje, geheugenproblemen, paniekaanvallen, hoofdpijn, buikklachten, duizeligheid, hyperventilatie en slaapproblemen hoor je veel minder over, maar zijn net zo heftig.

Ook een depressie ligt op de loer; daar zit je dan met je verantwoordelijkheidsbesef en je perfectionisme: thuis, op de bank, als een bang, ziek vogeltje. Je hebt zoveel verantwoordelijkheden en opeens kun je amper nog iets aan. Als iemand aan je vraagt of je volgende week wil afspreken, moet je van triestheid bijna lachen: je weet immers niet eens wat je vanmiddag kunt!

Er bestaan heel veel “oplossingen” voor een burn-out: gedragstherapie, meditatie, wandelen, rustgevende middelen om te slapen, etc. Ook online beloven veel bedrijven dé oplossing voor je te hebben, als je je inschrijft voor een tien weken durend peperduur programma bijvoorbeeld.

Want uiteraard wil iemand met een burn-out er zo snel mogelijk weer van af: er wordt handig ingespeeld op het karakter van de persoon met de burn-out: zelfs in het herstel willen we zo goed mogelijk zijn.

Het antwoord is niet zo simpel. Dé instant oplossing bestaat ook niet. Het herstel heeft tijd nodig. Als je een burn-out hebt ben je vaak maanden of zelfs jaren over je eigen grenzen heen gedenderd: dat herstel je niet in een paar weken.

Je zet soms twee stappen vooruit en weer drie terug. Je wil soms de haren uit je hoofd trekken omdat je je gewoon weer “normaal” wilt voelen, zoals voor je burn-out. Maar dat gaat niet. Dat accepteren is misschien wel het moeilijkste van een burn-out.

Ik ben nog herstellende, en daar ben ik me volledig bewust van. De ene dag kan ik me al best aardig concentreren en de andere dag lukt dat voor geen meter. De ene dag kan ik de drukte best aardig aan, de andere dag wil ik al huilend weg rennen als er drie mensen om me heen staan, of als ik een gesprek moet volgen.

Dan welt de paniek op en wil ik het liefst mijn bed in kruipen. En het meest frustrerende hieraan is dat ik het zelf ook niet wil; ik wil me gewoon alleen maar weer de oude voelen. Maar de oude zal ik denk ik nooit meer worden. Dan hopelijk in elk geval een assertievere versie van mijn oude zelf, die goed voor zichzelf zorgt en opkomt. Ook al kost me dat nu nog heel veel energie.

Advertenties

Paniek en angst: de twee grote vijanden voor 1,1 miljoen Nederlanders. Een paniekaanval ervaren is doodeng en kost ontzettend veel energie. En als je niet op let, gaat angst zelfs je leven beheersen. 

pexels-photo-736843
“Een mens lijdt ’t meest
Door ’t lijden dat hij vreest
dat nooit op komt dagen.”

Als puber had ik er voor het eerst bewust last van: paniekaanvallen. Ik hyperventileerde vaak. Ik viel flauw op de gekste plekken: in de snackbar, in de rij voor de discotheek, boven aan de trap in mijn ouderlijk huis. Ik kreeg toen fysiotherapie om te leren hoe ik mijn ademhaling weer onder controle kreeg bij een hyperventilatie-aanval. Dat was fijn, maar voorkwam niet dat ik ze kreeg.

Sommige mensen reageren op stress met hoofdpijn, woedeaanvallen, maagklachten, et cetera. Mensen die gevoelig zijn voor paniekaanvallen en angst reageren op stress met, je raadt het al, paniek en angst.
Als ik (te lang) aan te veel stress word blootgesteld, krijg ik duizelingen, hartkloppingen en hyperventilatie: allemaal bij elkaar heet dat dan een paniekaanval. Een paniek- of angststoornis is niet gemakkelijk om mee te leven. Paniekaanvallen kunnen je dag verpesten, je verlammen: Verlamd zijn van angst is niet voor niets een uitdrukking. Paniekaanvallen zijn heel eng om mee te maken: je krijgt klamme handen, kunt duizelig worden, voelt je ´opgesloten´ en radeloos. Als je angstig genoeg bent geworden voor je paniekaanvallen en er aan toe gaat geven (wat heel begrijpelijk is!), ga je die plaatsen vermijden waar je angst de kop op stak. Als je een paniekaanval kreeg in een supermarkt, probeer je daar weg te blijven. Als je een paniekaanval kreeg in een kroeg, kun je kroegen gaan vermijden. Kreeg je een paniekaanval op je werk, dan durf je daar wellicht niet meer naartoe.

Helaas werkt juist dat – toegeven aan de angst en paniek – averechts. Hoe meer je toegeeft aan je angsten, des te groter worden ze. Vermijding vergroot namelijk angst. Blootstelling aan je angsten is dan ook een van de beste manieren om over je angsten heen te komen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Accepteren dat je iets eng vindt, en het desondanks toch doen.

stop-shield-traffic-sign-road-sign-39080Snel weg van de snelweg
Toen ik net mijn rijbewijs had gehaald, had ik een behoorlijke angst voor de snelweg. Ik had tijdens mijn rijles-periode een ongeluk gehad (als bijrijder) en ik vond het rijden op de snelweg doodeng: het ging te snel, ik was heel erg bang om door anderen aangereden te worden of om de controle over het stuur kwijt te raken. Dus vermeed ik de eerste tijd alle snelwegen.

Toch knaagde iets aan me: nu had ik eindelijk mijn rijbewijs, en reed ik alleen maar rondjes om de kerk. Aangezien ik alle routes binnendoor reed was ik veel meer benzine en tijd kwijt. Dit was toch absurd?

Klaar met die angst
Op een dag besloot ik dat ik klaar was met die angst voor de snelweg. Dan maar een paniekaanval overleven: ik wilde die angst nu echt achter me laten. Dus daar ging ik: met hartkloppingen, angstzweet op mijn voorhoofd en vol doodsangst reed ik met knikkende knieën de snelweg op. (dat laatste is op zich al een prestatie: probeer maar eens te rijden met knikkende knieën!) De eerstvolgende afrit reed ik er direct weer van af, maar wat was ik trots: ik had een stukje snelweg durven rijden! Ik had mijn angst onder ogen gezien en ik leefde nog. Het leek zo klein, maar voor mij was het een enorme overwinning. De week er na reed ik de oprit weer op, en ging ik er na twee afslagen weer af. Weer een stapje gezet. Ik bleef oefenen, steeds een stukje verder. Ik nam er de tijd voor, was blij met iedere overwinning. Elke keer als ik weer een stukje over de snelweg reed, knikten mijn knieën iets minder. Elke keer als ik het weer probeerde, zweette ik wat minder. Het abnormale werd normaal. Ik leerde letterlijk dat ik het kon, door het te doen, ondanks mijn angst.

Een paar jaar later reed ik voor het eerst de Frans-Spaanse grens over, juichend. Het was me gelukt: mijn angst voor de snelweg was weg! Ik had mijn angst onder ogen gezien en daarmee letterlijk weggejaagd, stapje voor stapje, maar het was me gelukt. 
Rijden op de snelweg roept voor mij inmiddels een heel ander gevoel op: het geeft me een gevoel van vrijheid, blijdschap en onafhankelijkheid. Ik ben in de auto ontspannen, ik luister naar muziek, concentreer me op de weg en rijd al jaren met plezier overal naar toe.

pexels-photo-271418
Praat over je angst met mensen die je vertrouwt of met je huisarts. Je zult ervaren dat je niet de enige bent!

En daar waren ze weer
Sinds mijn burn-out heb ik weer last gekregen van paniekaanvallen. Ze zijn er zodra ik drukte opzoek. Zodra het drukker om me heen wordt, met name als ik ergens binnen ben, overvalt me die duizeligheid en lichte staat van paniek weer. Mijn spieren spannen aan, mijn nek verkrampt en ik voel me benauwd. Ik word licht in mijn hoofd en ik weet: daar zijn ze weer, mijn twee vijanden.

Ik geef niet op!
Maar net als jaren geleden met de snelweg zal ik ook dit keer niet weg rennen of plaatsmaken voor angst en paniek, hoe akelig ze ook zijn om te ervaren. Ik zal weer blijven doorgaan, met kleine stapjes, op mijn eigen tempo. Weer zal ik mijn vrijheid terugwinnen. Ik heb het eerder gedaan – en ik zal het weer doen. Beter bang zijn en toch doorgaan dan me verschuilen en het leven aan me voorbij laten gaan, omdat ik op de vlucht ben voor de paniek. Ik weet: Als ik er voor weg ren, rennen de angst en paniek alleen maar harder achter me aan: ze zullen me altijd inhalen. Hoe meer ruimte ik ze geef, hoe groter ze kunnen worden.

Dus kies ik er voor om wederom niet ervoor weg te rennen, maar mijn angst recht in de ogen te kijken, stil te staan en er tegen te zeggen: “Prima, ben er maar. Je mag er zijn. Ik vecht niet tegen je, dat heeft toch geen nut. Maar of je er bent of niet, ik ga door met leven, want ik ben sterker dan jij. Dus maak me maar bang: ik ga het toch doen.”

medical-appointment-doctor-healthcare-40568
Ga naar je huisarts: hij of zij zal je helpen

Ten slotte nog een paar tips en trucs:

  • Heb je last van paniekaanvallen? Ga praten met je huisarts. Hij of zij kan je doorverwijzen naar een praktijkondersteuner of andere hulpverlener. Gedragstherapie kan je helpen met het uitdagen en overwinnen van angstgedachten.
  • Het is best eng om voor het eerst iets te gaan doen waar je al zo lang bang voor bent. Vraag als jou dit helpt, iemand in je omgeving om met je mee te gaan. Kies iemand die jou goed kent, die je vertrouwt en die weet wat hij moet doen als je een paniekaanval krijgt. Dit kan je gerust stellen en de kans op succes vergroten.
  • Praat er over. Je bent niet de enige: ontzettend veel Nederlanders hebben last van angst- en paniekstoornissen. Je leest hier hoeveel. Je bent dus absoluut niet de enige, en je kunt er iets aan doen.
  • Een paniekaanval voelt heel akelig aan, maar is niet gevaarlijk. Dit is belangrijk om te beseffen.

 

Elke moeder vraagt het zich wel eens af; ben ik een goede moeder? Zeker op de dagen waarop je wallen je knieën bereiken, je geduld nog maar minimaal aanwezig is en je het gevoel hebt op je tandvlees te lopen.

Een goede moeder zijn heeft niets te maken met alles kunnen kopen voor je kind. Ook niet met een perfect gepoetst huis. Merkkleding (leuk hoor) zijn ook geen garantie. Een goede moeder zijn heeft ook niks te maken met het perfecte plaatje. Dat perfecte plaatje bestaat namelijk helemaal niet. Want nergens is het perfect. Zelfs niet bij die ene moeder, die alles altijd zo onder controle lijkt te hebben.

Een goede moeder ben je, als je je af en toe afvraagt waar je in godsnaam mee bezig bent. Als je af en toe denkt: ben ik wel een goede moeder?
Want juist dat bewijst dat je het als moeder graag zo goed mogelijk wil doen voor je kind.

Een goede moeder heeft ook wel eens een slechte dag, een slechte week of een rot humeur. Een goede moeder verliest ook wel eens haar engelengeduld. En een goede moeder zegt ook sorry als ze iets verkeerd heeft gedaan.

Want guess what: juist daarvan leren kinderen. Kijk, mama is ook niet perfect, mama heeft ook wel eens angst of een rotdag of verdriet. Dus als mama dat kan, mag ik dat ook. Mama zegt sorry als ze een fout maakt, en dat maakt haar juist menselijk.

Laatst was ik in een speeltuin met dochter. Er doemde een super hoge glijbaan met matjes voor ons op. “Toe, ga je mee mama?”
Maar deze mama heeft een ietsepietsie klein beetje heul veul last van hoogtevrees.
“Uhhh…”
“Kom op mama, je kunt het wel hoor!” moedigde haar stemmetje me aan. “Het lijkt nu misschien eng, maar het is echt heel leuk!”
Zeg daar maar eens nee tegen.

Dus daar ging ik, van de hoge glijbaan met mijn matje. Zij ging voorop. “Ik kom er aan!”  zei ik met bevende stem.
En daar ging ik.
Wat ik niet wist, was dat zo’n pokke-hoge glijbaan echt pokkesnel gaat. Dus ik gilde. En ik gilde hárd.
Als een gillende keukenmeid kwam ik met een rotvaart ter aarde.

“Mama, je moest er van gillen hè!” zei dochter verrukt.
“Ja, ik vond het best spannend.” probeerde ik nog cool.
“Ik ben trots op je hoor, mama. Maar jij zegt ook altijd; van proberen kun je leren en dat heb je nu ook gedaan!”

Samen liepen we verder. Ik was zelf ook best trots. Imperfecties maken de moeder.

Als je ooit in een langdurige, gelukkige relatie met een man terecht wil komen of blijven, knoop deze les dan goed in je oren. Zeg nooit, ik herhaal NOOIT, tegen een man dat “we moeten praten”! De man, die nietsvermoedend en vrolijk naar Studio Sport zit te kijken, verkrampt compleet tot een grote bal stress bij het horen van deze zo gevreesde woorden. 

We moeten praten is een trigger voor mannen, dames, en geen positieve. Nu is praten sowieso al geen grote hobby van (een heel aantal) mannen. Maar de ervaring leert de man in de loop der jaren, dat we moeten praten vaak de inleiding is tot de grootste ruzies, de ergste discussies, of op zijn minst (maar ook dat is erg!) een periode van langdurig moeten luisteren naar zijn vrouw. En we weten allemaal, dat langdurig luisteren niet in de top 10 van mannenhobby’s voorkomt. Tenzij ze sport uitslagen voorleest of zo.

Dus verkrampen zijn spieren, knijpt hij bijna zijn telefoon kapot, werpt hij een blik op de kalender om te zien of het (PLEASE GOD NO!) die tijd van de maand al is, en zet hij zich schrap op de bank, met samengeknepen billen. Daar komt ze, met haar we moeten praten! Snel verzamelt hij in zijn – inmiddels tamelijk bezwete – hoofd tegenargumenten tegen de meest bevochten onderwerpen van relationele discussies. Ik doe ook wel eens de afwas, ik heb minder lichaamsgassen laten ontsnappen, ik heb pas nog mijn onderbroek verschoond, ik heb de bril weer omlaag gedaan. Nagelbijtend en tandenknarsend zit hij klaar tijdens de angstaanjagende stilte voor de storm die we moeten praten heet. Dat heet; als hij het niet al op een lopen heeft gezet.

We moeten praten zeggen tegen een man zet alle lichten op rood, het hoofd op tilt, de hartslag op standje hartaanval en komt geen enkel gesprek ten goede. Als je wel een ontspannen, open en gezellig gesprek met een man wilt voeren, doe dat dan vooral niet aangekondigd. Bijvoorbeeld in de auto, als de muziek op staat, hij relaxed is en jij ook.

Of; als je zeker wil weten dat je zijn onverdeelde aandacht hebt, begin dan eens een gesprek als je samen een potje aan het kaarten bent, of in bed, of in bad. Maar wat je ook doet, kondig het nooit aan met de verboden woorden. Breng het terloops, met humor, of in ieder geval zonder al te veel poespas. Wedden dat hij een betere gesprekspartner is dan je had gedacht, nu hij niet verlamd is van angst?

Tenzij je natuurlijk echt heel erg boos op hem bent en hij echt iets goed heeft te maken. In dat geval: go nuts!  

 

Stel je voor, je ligt alleen in een bed. Je voelt je niet goed, hebt behoorlijke buikpijn, of je voelt je erg alleen en angstig. Of je hebt jezelf onder gespuugd, of onder gepoept in je slaap!
Probleem is alleen: je kunt niet uit bed komen. Het is donker, de spijlen om je bed heen zijn te hoog om er uit te klimmen. Bovendien lig je stevig ingepakt in bed en heb je niet de kracht om jezelf los te wurmen. Je begint te huilen; eerst zacht, maar daarna steeds harder.
Je voelt je opgesloten in je eigen bed, helemaal alleen met je pijn of angst. Iemand moet je toch horen? Er zijn toch nog andere mensen in huis? Ondertussen wordt de pijn alleen maar erger, door de stress die je voelt. Je wordt wanhopig; een gevoel van eenzaamheid maakt zich meester van jou. Je kunt niet praten, niet opstaan uit bed, niets.

Zo – stel ik me voor – voelt een baby zich, die men door laat huilen. En bovenop al die gevoelens van angst, stress en pijn, is die baby dan ook nog eens niet in staat te praten, niet in staat om om hulp te roepen. Het enige wat hij kan, is huilen.
Dankzij allerlei “opvoedingsadviezen” zit beneden, een verdieping lager, een moeder die het huilen van haar baby door merg en been voelt gaan, maar er niet op af durft te gaan, omdat ze bang is dat ze haar baby daarmee zou verwennen. Terwijl verwennen bij kleine baby’s helemaal niet mogelijk is. En het wetenschappelijk is aangetoond dat baby’s door het (lang) huilen te veel stresshormonen aanmaken.

Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/
Bron foto: lekker slapen zonder huilen: http://www.bol.com/nl/p/lekker-slapen-zonder-huilen/1001004002604885/

Uiteraard is het niet aan te raden om je baby bij ieder geluidje uit bed te pakken. Je mag je baby best eens een paar minuten laten huilen. Maar voor de gevoelens van geborgenheid, troost en veiligheid is het voor je baby nu eenmaal beter als je wel iedere vijf minuten even naar hem of haar toe gaat, al is het maar om te zien of ze geen volle luier hebben of bijvoorbeeld klem zitten, gespuugd hebben, of niet fijn liggen.

Er zijn overigens talloze tussenoplossingen die uitgeprobeerd kunnen worden, zoals de “Lekker slapen zonder huilen” methode, waarbij je je baby in elk geval geen uur aan een stuk door hoeft te laten huilen in zijn uppie. Je baby huilt immers niet om jou te pesten. En laten we eerlijk zijn, hoe zou jij je voelen, als je geen kant op kon?

Hè hè, denkt Nederland morgen opgelucht. Het is weer voorbij, die vervloekte vrijdag de dertiende. Ladders zijn zorgvuldig vermeden, zwarte katten mogen weer naar buiten, sollicitatie brieven kunnen weer verstuurd worden.
Op vrijdag de dertiende verwacht je natuurlijk dat dingen mis gaan. Let je extra op als je de weg over steekt. Kijk je wel drie keer of je vlees gaar is, en houd je de kaarsen voor de zekerheid nog een minuut onder de kraan, na het uitblazen.

Wat veel mensen echter niet weten: het venijn zit in de staart. En de staart, dat is de dag na  vrijdag de dertiende. Zaterdag de veertiende is véél gevaarlijker. Na een dag vol bijgelovige angst die nergens op slaat, haalt iedereen die het overleefd heeft opgelucht adem. En dan slaat het noodlot juist toe. Want we worden overmoedig. We laten de kaars zichzelf wel doven en gaan vol vertrouwen slapen, kip mag opeens best een beetje roze, want hee, we hebben wel mooi vrijdag de dertiende overleefd. En daar gaat het mis.

Nee, ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik haal pas opgelucht adem op zondag de vijftiende.

Ik heb een aantal jaren geleden een nieuw motto ingebracht in mijn leven. En eerlijk is eerlijk: Het heeft me meer gebracht dan ik ooit had durven denken. Het is best moeilijk soms, maar toch ook weer verrassend simpel.

Ben je er klaar voor? Oké. Hier komt ie:

Wat je eng vindt, moet je doen.

Ik weet niet meer precies wanneer ik besloot dat dit mijn nieuwe levensmotto was, maar het zal een jaar of vijf geleden zijn geweest dat ik het implementeerde. Ik ben nogal beschermd opgegroeid. Ik ben er van nature zo een van de veiligste weg. Niet te veel risico’s nemen, niet te avontuurlijk doen, doe maar normaal, dan doe je gek genoeg. Dit nieuwe motto heb ik geïmplementeerd om mezelf wakker te schudden en wakker te houden. Om mezelf uit te dagen. Om minder angstig door het leven te gaan, want ook ik heb er maar één. Nu zou je denken dat zo’n simpel zinnetje niet zo veel teweeg kan brengen. Maar dan denk je verkeerd.

Iedere keer als ik in een situatie belandde waarin ik voelde dat ik iets stiekem wel wilde doen, maar het normaal gesproken zou overslaan wegens te angstig, hoorde ik mezelf zeggen: “Wat je eng vindt, moet je doen.”
En dus reed ik zelf van Nederland, door België, door Frankrijk, naar Spanje. Solliciteerde ik op die baan, waarvan ik dacht dat die te hoog gegrepen was voor mij. Startte ik mijn eigen pagina op Facebook, met mijn eigen quotes en blogs. En groeide die uit tot een aantal volgers van 10.000+. Volgde ik die training, voor mezelf, of ging ik toch die uitdaging aan.
En dus ging ik die confrontatie aan die ik al zo lang vermeed, met knikkende knieën en bevende vingers. Stapte ik naar voren tijdens een presentatie, om als vrijwilliger voor de groep te staan. Zei ik ja, op het last minute verzoek om als verslaggever naar een groot festival te gaan en een bekende band te interviewen, waar ik niet op voorbereid was. En zo verder, en zo verder.

Je staat er van versteld, wat je kunt bereiken, als je je angsten en onzekerheden besluit te negeren, om er toch voor te gaan. Je zult zien dat je veel meer kunt bereiken, dan je zelf ooit had gedacht. En weet je wat het meest frappante is? Achteraf werden juist die momenten de mooiste gebeurtenissen. De beste herinneringen. De momenten waar ik het meest trots op mezelf werd, juist omdat het zich ver buiten mijn comfort zone begaf. En ja, het was soms eng. En nee, ik doe niet alles waar ik bang voor ben. Ook ik heb grenzen. Maar mijn motto, dat houd ik vast.

En via deze blog geef ik mijn motto weer door aan jou. Wat vind jij eng, en wil je toch stiekem wel doen? Wat durf je niet, maar zou je eigenlijk toch moeten proberen? 

Moraal van het verhaal: Als je het eng vindt om dit motto over te nemen, moet je het juist doen.