Workshop Creatief Schrijven

Heb jij altijd al een boek willen schrijven? Of wil je graag een blog starten, maar weet je niet goed waar te beginnen? Heb jij jouw schrijftalent nodig in je werk, maar ontbreekt het je aan inspiratie?

Dan is de workshop Creatief Schrijven iets voor jou!logo blauw_zonderrand copy
Op zaterdag 7 maart geef ik workshops Creatief Schrijven op het congres ADHD-vrouw in de Jaarbeurs te Utrecht. Tickets kopen kan via deze website.

Kun je op 7 maart niet, maar lijkt het je toch leuk?
Daarnaast verzorg ik ook Workshops Creatief Schrijven op maat. Dit kan bijvoorbeeld met een groep vriendinnen / vrienden of collega’s samen. Neem gerust contact op voor meer informatie of vraag vrijblijvend een offerte aan!

Advertenties

What Mothers Want

Als ik in de bladen kijk, dan lijkt het alsof moeders alleen maar een nog grotere buggy willen. Of een betere verzorgingstas. Of een betere buikcrème. De bladen hebben het mis.
Als je de reclames moet geloven, willen moeders alleen wasmiddelen die alle vlekken van hun kroost doen verdwijnen als sneeuw voor de zon, althans, zo krampachtig geforceerd lachen ze er wel bij.
De reclames hebben het mis.

Ook willen we geen braadzak, geen stoommaaltijden en geen afwasmiddel dat drie eeuwen langer mee gaat dan andere afwasmiddelen. We worden ook al niet gelukkiger van een betere tandenborstel met Sponge Bob er op. Zelfs de stofzuiger die zichzelf door ons huis rijdt om stofjes te vangen, laat ons niet jubelen van geluk.

Nee. Het echte, onvervalste geluk van een moeder (naast gezonde, gelukkige kinderen hebben die elkaar – of anderen – niet afmaken),  ligt in iets wat zeer delicaat is, uiterst zeldzaam en behoorlijk ongrijpbaar. Wie een moeder gelukkig wil maken, zorgt voor het ondenkbare: stilte.

En nee, niet de onheilspellende soort stilte, die klinkt wanneer kinderen iets gevaarlijks uithalen. Niet de stilte voor de storm, vlak voordat het gegil begint. Niet de boze stilte aan tafel, voordat de verwijten samen met het peper en zout vaatje over tafel vliegen.

Nee: pure, ongerepte stilte. Tijd om in stilte een half uur in bad te liggen. Tijd om in stilte naar het toilet te gaan, zonder open vliegende deuren en onmogelijk vanaf het toilet beantwoordbare vragen.

Stilte dus. Om even na te denken. Om te ademen. Om die lieve stemmetjes te kunnen missen. Om te voelen hoe het ook alweer was, om heel even alleen te zijn met je gedachten.
Wie dat regelmatig voor een moeder geregeld krijgt, mag zich klaar maken voor een zee van liefde.

SNEL AFVALLEN!

Wil jij snel een paar kilo afvallen?
Heb je alles al geprobeerd, maar lukt het telkens niet?
Probeer dan het ASMD: het Anti Social Media Dieet. Dit dieet is baanbrekend, vernieuwend, nog nooit eerder prijs gegeven. Het staat garant voor kilo’s weg smeltend vet.

image
Bron: gezond-afslanken.info

Als je je aan onderstaande 8 gouden tips houdt, zeg je in no time byebye tegen die overtollige kilo’s!

De belangrijkste regel
1. Dit is de belangrijkste regel. Gebruik om de dag geen social media. Dus geen Twitter, geen Facebook, geen pinterest, geen Instagram. De tijd die je overhoudt, ga je gebruiken om te wandelen, rennen, sporten, poetsen of touwtje springen. Last van afkick verschijnselen? Ren nog een extra rondje, sleur je lover met toestemming richting slaapkamer, of neem een uitgebreid bad, met boek. Je slaapt gegarandeerd ook beter!

Nobody cares!
2. De tijd die je normaal gesproken kwijt bent aan het delen van je ren tracks op facebook gebruik je om nog wat langer te rennen. Want laten we eerlijk zijn: nobody cares!

Je eigen filter
3. Die mooie gloed die je op Instagram op je gezicht tovert met een filter? Ga een rondje wandelen en creëer je eigen natuurlijke filter.

Scoor verse groenten
4. De tijd die je normaal gesproken op YouTube, internet en Twitter spendeerde aan het zoeken naar afslank methodes, gebruik je nu door verse groenten te gaan scoren bij de groenteboer. En nee, een selfie met de groenteboer is niet nodig. Inchecken “fresh vedgetables halen bij mijn homie de groenteboer!” is verboden.

Gewichtselfie
5. Als je toch de grote neiging voelt om een selfie te maken, is het verplicht om een gewicht van 10 kilo aan je telefoon te hangen en met beide armen 25 selfies te maken. Je mag links en rechts afwisselen.

Een, twee, drie… eh…
6. Een sterke geest is een sterk lichaam. Laat je online stappenteller liggen en tel je stappen zelf. De tel kwijt? Ga terug naar start en begin opnieuw. Elke dag minstens 5000 stappen is een mooi doel om mee te beginnen.

“Naakt” op stap!
7. Als je op stap gaat, laat je telefoon dan thuis. De tijd die je normaal spendeert met het maken van selfies en het delen daar van, ga je gewoon door met dansen. Winst: minstens een paar honderd calorieën.

#Boomboomboom
8. Als je per se muziek wilt tijdens het rennen, neem dan een draagbare radio mee. Kun je ondertussen meteen gewicht heffen.

Ben je je eerste ASMD kilo’s kwijt? Meld het dan hieronder in een reactie en vind lotgenoten! (Uiteraard alleen op de dagen waarop het mag.)

Zo, en nu ga ik even offline. Tot overmorgen! 😉

Carnavanalles

Carnaval. Je houdt er van, of je haat het.
Ik hou er van. Dat is me met de paplepel ingegoten, want ik kom uit het zuiden. Carnaval was iets magisch. Als kind kon je alles worden wat je maar wou; tenzij het niet te krijgen was bij de carnavalswinkel. Dan had je pech en moest je toch maar weer roodkapje worden. Ik ben ook eens smurf geweest. En toen ik wat ouder was, een geëlektrocuteerd lijk. Daar heb ik best veel mensen de stuipen mee op het lijf gejaagd.

Carnaval is druk, zweterig, een beetje vies, en dronken. Carnaval is plakkerige vloeren, mooie optochten, mooie pakken, met een biertje langs de weg toe kijken.

Een paar jaar leed ik aan carnavalsmoeheid. Ik zag er de lol niet meer van in. Ik werd het zat dat mensen zo zat waren. En dat mensen zo spontaan deden met carnaval, maar in de supermarkt niet. Ik dacht dat de carnavals magie was uitgewerkt. Totdat ik een kind kreeg. En dat kind, dat zag er wel erg schattig uit in die pakjes. Toch maar weer eens gaan dan, maar dan nu in de middag. En weer opnieuw kreeg het carnavalsvirus me in zijn greep. Vroeger ging ik met mijn ouders, broer en beste vriendin altijd carnaval vieren in een dorpscentrum. Zo’n centrum, waar alleen kinderen in de zaal mochten. De ouders moesten zich maar amuseren in het café dat er aan grensde. Onder duidelijk ouderlijk toezicht voelden we ons totaal niet bekeken en ontzettend vrij. Op de laatste dag ging ik met mijn beste vriendin huilen in de garderobe rekken, gewoon, omdat het voorbij was.
Gisteren stond ik in exact hetzelfde centrum, maar nu in het café. Terwijl ons kind zich totaal vrij voelde in de zaal.

Het blijft toch een mooie traditie.
Ik denk dat ik dit jaar weer ga huilen tussen de jassen als het voorbij is.

Waarom zaterdag de veertiende veel gevaarlijker is

Hè hè, denkt Nederland morgen opgelucht. Het is weer voorbij, die vervloekte vrijdag de dertiende. Ladders zijn zorgvuldig vermeden, zwarte katten mogen weer naar buiten, sollicitatie brieven kunnen weer verstuurd worden.
Op vrijdag de dertiende verwacht je natuurlijk dat dingen mis gaan. Let je extra op als je de weg over steekt. Kijk je wel drie keer of je vlees gaar is, en houd je de kaarsen voor de zekerheid nog een minuut onder de kraan, na het uitblazen.

Wat veel mensen echter niet weten: het venijn zit in de staart. En de staart, dat is de dag na  vrijdag de dertiende. Zaterdag de veertiende is véél gevaarlijker. Na een dag vol bijgelovige angst die nergens op slaat, haalt iedereen die het overleefd heeft opgelucht adem. En dan slaat het noodlot juist toe. Want we worden overmoedig. We laten de kaars zichzelf wel doven en gaan vol vertrouwen slapen, kip mag opeens best een beetje roze, want hee, we hebben wel mooi vrijdag de dertiende overleefd. En daar gaat het mis.

Nee, ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik haal pas opgelucht adem op zondag de vijftiende.

Brief aan alle vaders van Nederland

Beste vaders van Nederland,

Er wordt zo ontzettend veel gezegd over het moederschap, zo veel geschreven, zo veel geroepen, dat jullie misschien bijna zouden vergeten hoe belangrijk jullie zijn. Maar vergis jullie niet: vaders zijn net zo belangrijk voor hun kinderen als moeders. Natuurlijk, lichamelijk heeft de vrouw een paar dingen die jullie nu eenmaal van de natuur niet hebben gekregen, zoals de mogelijkheid om te baren of borstvoeding te geven. Maar laat jullie daar niet door ontmoedigen: jullie zijn essentieel voor jullie kinderen.

Vaders zijn vaak net zo hard in shock als dat kleine wonder zich aan doet; leven mee met de echo’s en de bevalling, kijken net zo hard mee uit naar de komst van de kleine als moeder. Ze veren mee met hormonale schommelingen die hen totaal onbekend zijn. De goede exemplaren staan net zo vaak mee op in het holst van de nacht om te troosten, te sussen of te voeden. Vaders troosten moeders als zij het niet meer zien zitten, maken zich net zo veel zorgen. Al lijkt dat misschien niet altijd zo, omdat ze er niet altijd even veel over praten als moeders. Vaders nemen ook ouderschapsverlof en papadagen, ze ondernemen veel met hun kinderen.

Maar los van alle praktische zaken kan ik jullie vertellen, hoe belangrijk een vader is in emotioneel opzicht. Een vader is iemand tegen wie je opkijkt, die je trots wil maken, waar je naar toe gaat als je het niet meer weet. Mijn vader is geen man van heel veel woorden, maar ik weet dat hij trots op mij is en van me houdt. De wetenschap, dat je vader er altijd voor je is, is onbetaalbaar. En ook al zijn vaders niet altijd de grootste praters, toch zie je steeds meer dat zij een grotere rol vervullen in het leven van hun kind. En dat is iets om toe te juichen. Jullie worden steeds meer “de man die elke dag het vlees snijdt”, in plaats van alleen op zondag.

Helaas staan jullie er ook wel eens alleen voor. Zo krijgen jullie weinig verlof als een kind geboren is, is een papadag in sommige bedrijven nog taboe en staan jullie soms machteloos toe te kijken wanneer er een echtscheiding plaats vindt en de omgangsregeling beperkt wordt tot de weekenden. Alsof de vader minder belangrijk is dan de moeder. Zonde, want de invloed van vaders is zo groot en belangrijk.

Deze brief is dan ook speciaal voor jullie: jullie zijn nodig. Jullie kleine prinsen en prinsessen kunnen niet zonder jullie. Ook niet als ze al ouder zijn. Ook niet als ze jullie te streng vinden. Jullie zoons en dochters leren van jullie, hoe een man met een vrouw hoort om te gaan: ze zullen precies dat ook verwachten in hun relatie. Jullie tellen mee en maken een verschil. Jullie worden geliefd en aanbeden.

En ook al wordt van jullie misschien niet verwacht dat jullie dingen over gevoelens en emoties delen: misschien is het juist een goed idee om deze blog toch met andere vaders te delen. Helpen jullie weer een vooroordeel de wereld uit.

De wensen van een moeder

Ik hoef geen liposuctie, ik ga wel meer bewegen voor mijn gezondheid.

Ik hoef geen grotere borsten, ik ben al dankbaar als ze gezond blijven.

Ik wil geen MILF zijn, ik wil een goede moeder zijn voor mijn kind.

Ik hoef geen fillers of botox, ik wil veel lachrimpels; de naam zegt waarom.

Ik hoef geen nep haar, ik wil het haar dat ik heb houden en koesteren: er zijn al zo veel vrouwen die daar een moord voor zouden doen.

Ik hoef geen torenhoge hakken: ik ben gewoon klein en dat is ook best fijn.

Ik hoef niet per se vijftig kilo te wegen: ik wil reserves hebben voor als ik eens ziek word.

Ik wil geen honger hoeven lijden voor een schoonheidsideaal of size zero. Marilyn Monroe was prachtig en had maat 42/44.

Ik wil niet super populair zijn: ik ben dankbaar voor en blij met de lieve vriendinnen die ik heb. Zij zijn mijn heldinnen, met wie ik lach en huil, en die ik zo bewonder. Liever vier goede vrienden dan duizend kennissen.

Ik hoef geen super spannend, avontuurlijk leven: ik wil dat mijn gezin, familie en vrienden gezond zijn en dat we samen gezellige dingen kunnen doen.

Ik hoef geen loterij te winnen (maar het zou wel leuk zijn 🙂 ), ik ben al blij als ik werk heb, houd en een boterham kan verdienen.

Ik hoef geen perfect kind, ik wil een gelukkig kind opvoeden, dat zich geaccepteerd voelt, inclusief de fouten die het zal maken.

Ik hoef geen dikke auto, ik ben blij met mijn veilige auto, die me heelhuids van A naar B brengt.

Natuurlijk zijn alle dingen hierboven (misschien) wel eens leuk, maar als je gaat kijken naar wat je nodig hebt, wordt je inventarisatie van geluk veel positiever.
Wie het kleine niet eert…

ONGEMAKKELIJK: ALS MENSEN ZICH IN HET ECHT ZOUDEN GEDRAGEN ZOALS OP SOCIAL MEDIA

Mensen doen gekke dingen op social media. Stel je toch eens voor, dat we die dingen in het echte leven ook gingen doen.

Ik ben er helemaal klaar mee!
Dat je op straat zou gaan staan, en zou roepen: “Ik ben er helemaal klaar mee!”, en dat mensen om je heen dan vragen wat er is. Maar jij geeft verder geen antwoord. Nee, je houdt je lippen stijf op elkaar gedrukt, want waarmee je helemaal klaar bent, dat wil je geheim houden. Stel je toch eens voor, hoe ongemakkelijk dat zou zijn, en hoe snel je vrienden je dramatische gedrag zat zouden worden.

Retweet
Stel je voor dat je een goede mop vertelt in het café. En dat je vrienden om je heen acuut beginnen te herhalen wat jij net zei. Awkward!

Ont-vrienden
Hoe bizar zou het zijn, als je op een feestje een discussie krijgt met iemand, die toevallig over een bepaald onderwerp lijnrecht tegenover je staat qua mening. En dat je dan meteen zou zeggen “De vriendschap is voorbij.”, om die persoon vervolgens voor iedere verdere reactie te blokkeren door hem of haar letterlijk te barricaderen.  Ongelofelijk, zeg je? Op Facebook gebeurt het dagelijks.

Of dat je in de kroeg zou staan, gezellig met je vrienden, en je plotseling zou zeggen: “Wie hier morgenavond nog staat, heeft geluk! Want ik ga morgen mijn vriendenlijst bijwerken, dus!”

Porretje
Over porren hoef je ook niet lang te denken. Stel je voor hoe irritant het zou zijn als je buurman elke dag opnieuw op je af zou komen om je in je zij te porren, terwijl je net de boodschappen in laadt of net even rustig in je tuin zit. Naast vervelend is dit ook zeer ongemakkelijk. Nou ja, afhankelijk van hoe aantrekkelijk je je buurman vindt dan.

Vriendschapsverzoek
Stel, je bent heimelijk verliefd op een leuke man of vrouw. En dat je dan, terwijl je ze nog nooit gesproken hebt, verlegen op ze af loopt in de supermarkt met de vraag: “Mag ik je uitnodigen om vrienden te worden?” Het is óf creepy, óf de beste nieuwe openingszin ooit.

Spelletjes
Iedereen doet wel eens graag een spelletje. Maar vervelend wordt het wel, als je elke dag bij je nicht langs gaat om te vragen of ze je een nieuw leven wil schenken. Je nicht is natuurlijk geen draagmoeder, en het zou vast niet in goede aarde vallen.

Sneeuw
Stel je voor, je staat buiten met je vrienden. Het heeft gesneeuwd en er ligt een dik pak. Jij maakt enthousiast een foto en laat die aan al je vrienden zien. “Kijk, er ligt sneeuw!!!!!”

Muziek
Laten we als voorbeeld nemen, dat je op een buurt barbecue zit, en dat je terloops je MP3 speler dopjes in je oren duwt, om vervolgens om de drie minuten te roepen “IK LUISTER NUMMER HUPPELDEPUP VAN DE ARTIEST ZUS EN ZO!”. Zullen we wedden of je volgend jaar weer uitgenodigd wordt? Nobody cares!

Spuit-luier
Zelfs online kan ik amper geloven dat mensen zoiets met anderen delen, maar laten we voor de gein eens even doen alsof je dat in het echte leven zou doen: Met je baby in zijn romper de straat over rennen om de buurvrouw de spuitluier te laten zien.

Verrukkelijk
Op Facebook snap ik het al niet, maar hoe raar zou het in het echte leven zijn als je met je bord over straat rent om bij iedereen aan te bellen; “Kijk eens wat ik zo ga opwarmen?” Ziet het er niet verrukkelijk uit? Wil je het recept? Nee? Oké, ik heb drie aardappels gekookt, vier winterpenen geraspt…”

Rare wereld
Het is maar een rare wereld, die online wereld. We delen meer dan anderen willen weten, we delen minder dan anderen willen weten, en als je niet op let, ben je morgen een vriend kwijt. Gelukkig is het allemaal zo vluchtig, dat je het snel weer vergeet.

BREAKING NEWS: Mindfulness leren hoeft geen geld te kosten: Leer het van mannen!

Schokkend nieuws! Vrouwen hoeven niet langer grof geld te betalen voor mindfulness trainingen en workshops. Als je goed op de mannen om je heen let, leer je het gratis en voor niks.

Vrouwen zijn meestal vaak in de weer. We piekeren terwijl we stof afnemen, we bedenken recepten tijdens het rijden naar het werk, we maken een weekplanning in ons hoofd terwijl we onze tanden poetsen. En omdat we constant bezig zijn, denken we wel eens, dat mannen dat ook maar moeten doen. Maar mannen willen dat meestal niet. Mannen zijn namelijk extreem goed in het doen van één ding tegelijk. En dat ene ding is bij voorkeur niks. Maar het mag ook best iets anders zijn.

Dan maar niet aardig gevonden worden
Als je een hele smak geld wilde gaan uitgeven aan een mindfulness cursus is mijn advies: doe eens een week je man na. Of je vriend, of je broer, of welke man in je leven dan ook.
Een groot deel van de oorzaak dat vrouwen continu in de weer zijn, is volgens mij te vinden in het verlangen om aardig gevonden te worden. Mannen geven daar niet zo veel om. Vind je hen aardig, dan geven ze je groot gelijk. Vind je hen niet aardig, nou, dan niet. Dan niet: dat lijkt me zo’n verrukkelijke gedachte!
Dus terwijl wij vrouwen ons een potje druk lopen te maken, over of de lerares van zoonlief ons wel aardig vindt, en zo niet of dat dan invloed heeft op zijn school scores, lopen mannen te denken aan he-le-maal niets. Hoe zalig is dat?

Nergens aan denken
“Waar denk je aan?” vraag ik mijn man wel eens.
“Oh, nergens aan eigenlijk.”
Jaloersmakend is het! Mannen kunnen mindful zijn, zonder daar een training voor gevolgd te hebben. Als ze televisie kijken, kijken ze dat zonder te denken dat de was nog ligt te wachten op de strijkplank, zonder te denken aan het briefje voor school.

De kunst van het mindful leven is, dat je helemaal met je aandacht bij het hier en nu kunt zijn. Dat je kunt leven in het moment. Duizenden vrouwen bestuderen dit fenomeen de laatste jaren, terwijl mister Mindfulness Himself zalig over helemaal niets nadenkend op de bank zit. Misschien moeten we hem dat maar eens wat minder vaak kwalijk nemen, en wat vaker er naast gaan zitten.

Waarom mannen niet van winkelen houden

Ik begrijp echt heel goed, waarom het gros van de mannen niet van winkelen houdt. Ik houd er zelf ook niet van, althans, niet van de manier waarop de meeste vrouwen die ik ken winkelen. (sorry, meeste vrouwen die ik ken)
Als ik ga winkelen, doe ik dat zoals de meeste mannen dat doen: ik loop een winkel binnen, kijk door de rekken (twee minuten in plaats van twee uur) en als ik iets zie dat me bevalt, pas ik het. Staat het niet, dan loop ik niet nog drie rondjes door de winkel, maar ga ik naar de volgende. Of beter nog: naar een bruin café. Of een terras. Ik twijfel ook geen uur of ik iets wel of niet moet kopen: als het goed zit, zit het goed. Zo niet, dan niet. Bij twijfel doe ik het niet. Want laten we eerlijk zijn: als je in de winkel al zo twijfelt, wordt dat thuis echt niet minder.

Slimme winkels hebben in de loop der jaren handig ingespeeld op de verveling die optreedt bij mannen tijdens het wachten: ze plaatsen bankjes en koffie corners in hun winkels om het wacht leed te verzachten. Dat scheelt een hoop ongeduld en bovendien gemiddeld twintig voor de deur wachtende mannen per dag. Toch zie je ze nog wel eens staan, buiten de winkel deur, meestal met een paar tassen in hun handen, want “als je toch buiten wacht dan houd dit maar even vast”. Arme kerels.

Ik ben wel eens vaker naast ze gaan staan, als ik met een vrouw aan het winkelen was die er langer over deed dan ik mentaal aan kon. Verbaasd werd ik dan terloops bekeken, vanuit hun ooghoeken. Ik kan er niets aan doen: ik heb na een tijdje gewoon niets meer te zoeken in zo’n winkel. Met de seconde groeit dan mijn verlangen stilte en frisse lucht. Veel vrouwen praten namelijk ook oeverloos over of dit wel past bij dat, of dit nog ingenomen of verkort kan worden, en het aller ergste: of dit misschien even achter de toonbank bewaard kan worden bij wijze van reservering, totdat ze zeker weet dat die broek die er bij leek te passen in die winkel aan de andere kant van de stad, er nog is.

Nee, dan sta ik liever buiten, op straat, tussen mijn lotgenoten, de zwijgende mannen. Ze begrijpen misschien niet waarom ik daar naast ze sta, maar dat is het fijne aan mannen: het interesseert ze ook niet echt. Zo lang ik maar mijn mond houd, word ik stilzwijgend geaccepteerd.

Corrigerend getikt

De Paus heeft het weer eens bont gemaakt. Zo heeft hij gezegd dat vaders hun kind corrigerende tikken mogen geven, maar niet in het gezicht, want dát zou vernederend zijn.

Mijn overtuiging is dat fysiek ingrijpen begint, precies daar waar de verbale ouderschapskwaliteiten ophouden. Een zwaktebod in mijn ogen: je leert je kind, dat het oké is om een tik uit te delen als je het met je stem niet meer opgelost krijgt.

Ik ben geen perfecte ouder, en evenmin is mijn kind perfect, maar ik heb het in die jaren nooit nodig gehad om mijn handen te gebruiken.
En ik ben ook niet van plan om ze nodig te gaan hebben. Bovendien is het zo dat kinderen er nou niet bepaald beter van groot worden, met de corrigerende tik.

Geengodzijdank ben ik overtuigd atheïst, en hoef ik dus sowieso niets te doen met zijn “adviezen”. Behalve mensen ontraden om het op te volgen dan. Waarvan akte!

Als het mis gaat, zie je me bij de overlijdensberichten

Ze staat voor me bij de drogist. Ze heeft hakken aan, een rok, krullen in haar korte grijze haren. Ze heeft zelfs nog best hippe oorbellen. Aan het beven van haar handen en de rimpels in haar fijne gezicht, zie ik dat ze behoorlijk op leeftijd is. Maar aan hoe ze zich door de drukke winkel beweegt, is dat niet te merken.

“U moet van deze dan twee iedere ochtend nemen, en twee iedere avond.” roept de eigenaresse van de drogist op standje hardhorenden.
“Ik hoor je prima hoor. En ik neem er ’s ochtends maar één. Als het mis gaat, lees je het volgende week in de krant bij de overlijdensberichten.” grinnikt ze.
“Toedeloe!” roept ze, terwijl ze vlotjes de winkel uit loopt.
De mensen achter me in de rij lachen om haar bijdehand gedrag.
“Ze is vijfennegentig, geloof je dat?” zegt de eigenaresse tegen me, terwijl ik mijn spullen neer leg op de toonbank.
“Wow!”
“Ja, en ze rijdt nog auto, woont zelfstandig, doet alles nog zelf, is op de hoogte van actualiteiten, ongelofelijk.”
“Nou, zo wil ik ook wel oud worden.” antwoord ik.
“En dan die humor hè. Vorige week waren we wat zaken aan het omgooien in de winkel, stond ze er opeens bij, helpen met dozen verplaatsen. Ze bukt zich soepeler dan ik!”

Terwijl ik de winkel uit loop, denk ik aan al die mensen, die die leeftijd niet (hebben) mogen halen. Als ik ooit vijfennegentig word, ga ik ook helpen dozen sjouwen. En neem ik ook precies zo veel tabletten, maak ik ook zulke grappen en draag ik net zo’n hakken en oorbellen. Want geef haar eens ongelijk: als je zo oud mag worden op zo’n manier, moet je dat elke dag vieren.

Instant Happiness: Katten in Dozen, met honden, en zo verder.

Katten zijn een apart diersoort. Ze hebben het formaat niet van een leeuw of een tijger, maar wel het karakter. Ze zien dan ook niet in waarom hen niet alles zou moeten komen aanwaaien, ze kunnen behoorlijk arrogant zijn en bovendien zijn ze zeer selectief in het aangaan van vriendschappen.

Dozen hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de meeste katten. Ik weet niet precies waarom. Misschien is het de geborgenheid om tussen de kartonnen planken te zitten, misschien zijn het die kleine hoekjes onder in de doos, waar het donker is en waar katten áltijd iets in lijken te zien zitten.

Misschien is het gewoon leuk, om te kijken of ze er in passen. En zo niet, waarom niet. En zo nog niet, waarom dan niet op een andere manier. Of nog een andere manier. Katten laten zich toch zeker niet door zo’n dóós tegenhouden om er in te passen? Niet alleen dozen, ook vissenkommen en andere kleine ruimtes nodigen katten uit om te kijken hoe lenig lenig nou precies kan zijn.

Honden: Noodzakelijk kwaad, de huisgenoot die nooit snapt wie de baas is.
Honden hebben een iets andere uitwerking op de meeste katten. In 99,999% van de huishoudens zijn de katten de baas over de hond. En dat vergt regelmatig op de plaats zetten van die vrolijke, kwispelende, nietsvermoedende viervoeter.

Mensen: Leuk om te irriteren.
Mensen zijn voor katten ideaal om te irriteren. De keuze is reuze: zo kun je als kat zijnde lampen om gooien, glazen van de tafel af wippen en op toetsenborden gaan liggen snurken terwijl je Onderdaan nog een belangrijke presentatie moet afmaken voor zijn werk. Het enige dat noodzakelijk is, is dat je het met een vanzelfsprekende nonchalance doet, waardoor het bijna niet opvalt.

Afpoeieren van vermeende vriendschap, of, god forbid, méér.
Om nog even terug te komen op honden: die willen natuurlijk altijd maar al te graag vriendjes zijn met katten. Want honden willen meestal wel met iedereen vriendjes zijn. Katten zien dat vaak niet zo zitten. Een beetje kat van kwaliteit laat zich natuurlijk niet overhalen door al dat achtervolgen, schattige kwispelstaarten en uitnodigende likjes.

Ware Wonder Crème: CC cream van Sans Soucis

image
CC Cream van Sans Soucis

Ik heb onlangs een crème ontdekt, waar ik dus nooit meer van af ga stappen. Ik noem het zelf de “heilige crème”: CC CREAM van Sans Soucis. Niet alleen doet de crème wat hij belooft (huid corrigerend), er zit ook nog eens beschermingsfactor 20 in, dus ideaal.
Wat de crème vooral doet, is het camoufleren van rode vlekjes en oneffenheden in de huid.

Als je de crème op de kwast doet (of op je hand), lijkt hij een beetje groen te kleuren. Dit hoort zo. Wanneer je hem op je gezicht aan brengt, neemt hij jouw natuurlijke huidskleur over. Het “groenige” tintje is om eventuele rode vlekjes op te heffen. Van het tintje zie je niets meer als je hem hebt aangebracht!

De CC cream is niet super goedkoop (hij kost rond de €25,- en is verkrijgbaar bij bijvoorbeeld de Etos), maar je doet erg lang met zo’n tube, simpelweg omdat je er niet zo veel van nodig hebt per applicatie, om je huid te egaliseren.
Kortom: een ideale, neutrale en huidvriendelijke crème, die wonderen doet voor je uitstraling.
Een must-have voor het make up tasje van iedere vrouw!

image
Op deze foto heb ik de CC cream gebruikt, met een klein beetje blush.

Baas in eigen Borst

kinderkamer-2Vandaag was het weer zo ver. De discussie over borstvoeding laaide weer op, naar aanleiding van een nieuws item over het st. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein, waar een rel was ontstaan na een voorlichtingsavond. In dat ziekenhuis zou tijdens die voorlichtingsavond onder andere gezegd zijn, dat je kind niet de nodige liefde krijgt als het geen borstvoeding krijgt, en dat het een plat hoofd kan ontwikkelen. Het ziekenhuis distantieert zich van de uitspraken en gaat onderzoek doen naar deze uitspraken. Maar als dit inderdaad waar blijkt te zijn, dan vraag ik me af waar het naar toe moet met de moeders van Nederland. Als dit de informatie is die we in ziekenhuizen krijgen voorgeschoteld, waar eindigt het dan? Het is natuurlijk klinkklare onzin, dat je je kind niet de nodige liefde kunt geven, als je het met de fles voedt. Dit soort uitspraken (als ze echt zo gezegd zijn) strijken in tegen de haren van alle moeders, die geen borstvoeding hebben gegeven, om welke reden dan ook.

Wordt er dan geen rekening gehouden met vrouwen waarbij borstvoeding geven medisch gezien niet mogelijk is? Of met vrouwen waarbij de borstvoeding niet op gang komt? Of met vrouwen, die wegens oververmoeidheid en uitputting de borstvoeding staken? Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: Mijn eigen ervaring met de zogeheten `borstvoedingsmaffia´ was ook niet al te positief. Dat begon al in mijn eigen ziekenhuis, waar ik te horen kreeg dat ik beter geen bijvoeding kon geven aan mijn hongerig brullende baby, vanwege tepel/speen verwarring. Daar sta je dan: postnataal, hormonaal, zwak, al drie dagen aan een stuk door wakker, uitgeput, doodmoe, met een baby die niets binnen krijgt omdat je simpelweg niets produceert, te luisteren naar een vrouw die je vertelt dat het niet goed is voor de baby.

Het moet wat mij betreft nu maar eens snel afgelopen zijn met die pro borstvoeding propaganda. Natuurlijk is het mooi, als je je kind op natuurlijke wijze kunt voeden. Prachtig! Als het lukt, is het een hele mooie manier om je kind te voorzien van voedingsstoffen, en zo verder. Maar laat het aan de individuele vrouw zelf over om te beslissen hier over, zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Sommige vrouwen vinden het heel verdrietig als borstvoeding geven niet lukt; die zitten echt niet er op te wachten dat iemand hen vertelt hoe veel liefde hun kindje tekort zou komen door het staken van poging vierhonderdzevenendertig. Sommige vrouwen kunnen geen borstvoeding geven: die vinden dat misschien ook al jammer genoeg. En dan zijn er ook talloze vrouwen die geen borstvoeding willen geven, en ook dat moet mogen.

Want gelukkig zijn we al heel lang baas over eigen lichaam. Toch? Als je dit soort uitspraken hoort, zou je denken van niet. Als er zo wordt ingehamerd op het schuldgevoel van de nieuwe moeder, is dat op zijn zachtst gezegd zeer kwalijk. Ik hoop dat het bericht niet waar blijkt te zijn. Maar als het wel waar blijkt te zijn: Hoe veel vrouwen zijn dan al op die manier voorgelicht? Hoe veel vrouwen zouden die voorlichtingsbijeenkomst uitgelopen zijn, met een gevoel tekort te zullen schieten, als borstvoeding niet lukt?

Gelukkig zijn er ook aan de pro-borstvoedingskant genoeg geluiden van verontwaardiging te horen, naar aanleiding van deze “rel”. Gelukkig ook van moeders die pro borstvoeding zijn, maar vooral ook pro eigen keuze. Zo zou het moeten zijn: iedere vrouw doet wat voor haar goed voelt, laat zich op neutrale wijze informeren over de voors en tegens van borst- én flesvoeding, en maakt dan op basis van haar eigen ervaringen en omstandigheden een keuze. Vrij van enig schuldgevoel dat haar aangepraat wordt, als ze nietsvermoedend naar een voorlichtingsavond gaat.

Baas in eigen borst!

Bron: http://www.gooieneemlander.nl/regionaal/gooivechtstreek/article27302547.ece/Borstvoedingsmaffia?lref=SL_1

De sleutel tot een rijker leven: Een Nieuw Motto

Ik heb een aantal jaren geleden een nieuw motto ingebracht in mijn leven. En eerlijk is eerlijk: Het heeft me meer gebracht dan ik ooit had durven denken. Het is best moeilijk soms, maar toch ook weer verrassend simpel.

Ben je er klaar voor? Oké. Hier komt ie:

Wat je eng vindt, moet je doen.

Ik weet niet meer precies wanneer ik besloot dat dit mijn nieuwe levensmotto was, maar het zal een jaar of vijf geleden zijn geweest dat ik het implementeerde. Ik ben nogal beschermd opgegroeid. Ik ben er van nature zo een van de veiligste weg. Niet te veel risico’s nemen, niet te avontuurlijk doen, doe maar normaal, dan doe je gek genoeg. Dit nieuwe motto heb ik geïmplementeerd om mezelf wakker te schudden en wakker te houden. Om mezelf uit te dagen. Om minder angstig door het leven te gaan, want ook ik heb er maar één. Nu zou je denken dat zo’n simpel zinnetje niet zo veel teweeg kan brengen. Maar dan denk je verkeerd.

Iedere keer als ik in een situatie belandde waarin ik voelde dat ik iets stiekem wel wilde doen, maar het normaal gesproken zou overslaan wegens te angstig, hoorde ik mezelf zeggen: “Wat je eng vindt, moet je doen.”
En dus reed ik zelf van Nederland, door België, door Frankrijk, naar Spanje. Solliciteerde ik op die baan, waarvan ik dacht dat die te hoog gegrepen was voor mij. Startte ik mijn eigen pagina op Facebook, met mijn eigen quotes en blogs. En groeide die uit tot een aantal volgers van 10.000+. Volgde ik die training, voor mezelf, of ging ik toch die uitdaging aan.
En dus ging ik die confrontatie aan die ik al zo lang vermeed, met knikkende knieën en bevende vingers. Stapte ik naar voren tijdens een presentatie, om als vrijwilliger voor de groep te staan. Zei ik ja, op het last minute verzoek om als verslaggever naar een groot festival te gaan en een bekende band te interviewen, waar ik niet op voorbereid was. En zo verder, en zo verder.

Je staat er van versteld, wat je kunt bereiken, als je je angsten en onzekerheden besluit te negeren, om er toch voor te gaan. Je zult zien dat je veel meer kunt bereiken, dan je zelf ooit had gedacht. En weet je wat het meest frappante is? Achteraf werden juist die momenten de mooiste gebeurtenissen. De beste herinneringen. De momenten waar ik het meest trots op mezelf werd, juist omdat het zich ver buiten mijn comfort zone begaf. En ja, het was soms eng. En nee, ik doe niet alles waar ik bang voor ben. Ook ik heb grenzen. Maar mijn motto, dat houd ik vast.

En via deze blog geef ik mijn motto weer door aan jou. Wat vind jij eng, en wil je toch stiekem wel doen? Wat durf je niet, maar zou je eigenlijk toch moeten proberen? 

Moraal van het verhaal: Als je het eng vindt om dit motto over te nemen, moet je het juist doen.

Echte mooie vrouwen!

Ik word soms zo moe, zo ontzettend moe, van al die reclames, tijdschriften, series en advertenties, waarin ons haarfijn wordt uitgelegd hoe we het perfecte haar krijgen, het perfecte lijf, de perfecte lippen, wimpers, benen, buik, wangen, nagels, tenen, noem maar op. Ik word doodmoe van de “super”modellen die me aanstaren vanaf het papier; graatmager, met een lege blik in hun ogen, botten links en rechts uitstekend. Moe van crash diëten in mijn spam email, moe van advertenties over hoe je zo snel mogelijk het perfecte lijf kunt bereiken. Moe van botox, fillers en liposucties op televisie, moe van het idee dat je aan dat ideaalbeeld moet voldoen om een mooie vrouw te zijn.

Ik krijg er echt steeds meer een hekel aan, hoe oppervlakkig het allemaal is. Ziet dan niemand meer, dat het leven gewoon wat meer een feest moet zijn? Is er geen oog meer voor echte schoonheid? Waarom moeten lachrimpels opgevuld worden? Ziet dan niemand, wat we onze dochters aandoen, met al die modellen, die foto’s in de bladen en op reclame borden, die crash diëten? Is dat wat we jonge meiden (en zeker ook jongens!) willen leren: het maakt niet uit hoe slim of grappig je bent, als je er maar “perfect” uitziet?

Ik heb niets tegen op afvallen, als je het doet voor je gezondheid of om je lekkerder in je vel te voelen. Ik heb niks tegen op een gezond gewicht willen bereiken of houden. Ik heb ook niks tegen op “blingbling”, want ik versier mezelf graag als ik me feestelijk voel. Maar kunnen we met zijn allen even normaal blijven doen?

Laten we eerlijk zijn: Die graatmagere modellen, die waarschijnlijk 40 kilo wegen, zijn meestal niet gezond. Die modellen die je in de bladen ziet zijn bovendien geretoucheerd, uitgehongerd en hebben waarschijnlijk al in geen jaar meer een volledige, gezonde maaltijd gegeten. En dat moet dan rolmodellen voorstellen? Onze dochters hongeren zichzelf uit. Veel meisjes (en een groeiend aantal jongens) gaan veel te vroeg al op dieet terwijl ze niet te zwaar zijn. Er wordt een onrealistisch beeld geschetst van hoe ze er uit zouden moeten zien. En kinderen trappen er in.

Mooie vrouwen, dat zijn echte vrouwen. Vrouwen met een kont, met heupen. Vrouwen met een decolleté. Vrouwen met vormen. Vrouwen met striae, of met schoonheidsfoutjes. Marilyn Monroe had maat 42. Ze was geen uitgemergeld skelet met een toefje haar er op. Haar ogen lagen niet diep in de kassen en ze had geen uitstekende botten. Ze had billen, en borsten, en een echt figuur. Ze was een van de mooiste vrouwen ooit.
Toch zie je nog te weinig realistische modellen, “plus size modellen” zoals ze die noemen, een modellen wedstrijd winnen. Te weinig realistische modellen in bladen, in reclames, op televisie. Te weinig echt, te veel nep. En daar word ik niet alleen moe van, maar onderhand ook een beetje boos. Vrouwen kunnen prachtig zijn, of ze nu maat 36 hebben, of maat 48.

Tot de tijd dat de media eindelijk eens echte vrouwen, in alle maten en vormen gaan laten zien, zit er niets anders op dan in ieder geval aan onze kinderen te laten zien, dat echte vrouwen, ongeacht de kledingmaat, wel rolmodellen zijn. Dat we genieten van het leven, zelfverzekerd zijn, ons niet meten aan verkeerde maatstaven, maar juist gezond met ons lichaam om springen zonder het uit te hongeren. Dat we juist mooie vrouwen zijn, mede door onze imperfecties. Dat we af en toe zeker onzeker zijn, maar ook vaak wel zeker van onszelf. Dat een vrouw voor zichzelf op mag komen, en zich mooi mag voelen, ongeacht de maat die ze draagt. Hopelijk biedt dat genoeg voorbeeld en tegenwicht, tegen wat de media blijft portretteren als de perfecte vrouw.

Knip zegt de Schaar

Naar de kapper gaan is best een enerverende bezigheid. Als je haar maar goed zit, toch? Laten we wel wezen: zo’n kapper of kapster (ik noem het vanaf hier even kapper) heeft toch de macht om je uiterlijk met één wel(of juist slecht)gemikte knip te veranderen.

Ik geef het eerlijk toe: ik ben een vreselijke klant voor kappers. Ik ben er zo een met een uitgebreide gebruiksaanwijzing. Ik geef heel veel uitleg omtrent wat ik graag wil, omdat ik zo bang ben dat ik verkeerd begrepen word. Ik ben er zo een, die een foto mee neemt, van het internet af geplukt natuurlijk, en die dan laat zien. “Kun je dit ongeveer doen, maar dan met iets meer laagjes, een langere pony en een klein beetje donkerder?” En dan moet de kapper maar begrijpen wat ik bedoel. Ik begrijp dat dat niet gemakkelijk is, maar ik heb nogal een controle issue met naar de kapper gaan. Dat komt uit mijn jeugd, vermoed ik. Maar daar kom ik later nog op terug. Een vriendin van mij ging vroeger eens naar een kapper in de stad, en vroeg om een halflang donkerbruin kapsel, eigenlijk een simpele bob dus, en kwam, uitziend als een overrijpe aubergine, naar buiten. Een kennis ging eens voor blonde plukjes, en kwam thuis met een appelsien oranje coupe. Er zijn zo veel voorbeelden van hoe het mis kan gaan.

Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik tegenwoordig niet één, maar twee vaste kappers heb waar ik naar toe ga. De ene is een man, de ander een vrouw. Allebei erg goed en kundig. Daarnaast ben ik met allebei bevriend, dus dat is al helemaal fijn, want A) dan is het gezelliger om voor je haar te gaan en B) zij pikken meer van mijn gezever dan de gemiddelde kapper. Ik wissel wat af tussen die twee, vanwege de gezelligheid, maar ook om het voor hen draaglijk te houden. Want, zoals ik al zei, ik ben niet de gemakkelijkste klant.

Zoals ik al zei: Als kind was ik niet zo’n fan van de kapper. Maar toen ging ik ook nog bij vreemde kappers, die ik niet persoonlijk kende, en betaalde mijn moeder. En mijn moeder vond kort haar leuk bij mij. Ik zelf niet, maar ik was nog niet in de financiële gelegenheid om zelf te betalen en dus te bepalen, dus moest ik het er maar mee doen.
“Doe maar een leuk fris kapsel.”  zei ze moeder dan, “Lekker fris.”
Vervolgens knikte de kapper, en knipte hij gevoelsmatig een halve meter van mijn zuur gegroeide haar af, schoor ook nog mijn nek op, wat net zo vreselijk aanvoelde als het er uit zag.

Voordat ik mijn twee vertrouwde kappers had, hopte ik een aantal jaren tussen diverse kappers, vanaf het moment dat ik op mezelf woonde. Het was de ene teleurstelling na de andere.
“Echt alleen de puntjes. Má-xi-maal één centimeter.” zei ik dan. Met de klemtoon op ongeveer iedere lettergreep.
“Is goed.” zei de kapper dan, heel betrouwbaar klinkend. Om er vervolgens minstens vier à vijf centimeter van af te knippen.
“Ik wil graag mijn haar terug.” zei ik eens tegen zo’n knipgeile knippert, na de zoveelste ontgoocheling.
“Hoe bedoelt u?” knipperde hij met zijn ogen.
“U heeft er te veel van af geknipt, en ik wil het terug.”
“Dat gaat helaas niet mevrouw. Maar zo veel is er niet van af, heus niet.”
“Dat is het wel. En die laagjes aan de voorkant, die wilde ik al helemaal niet. Ik lijk wel een badmuts. Of een helm.”
Weer een illusie armer stapte ik naar buiten. Er uitziend als een bloempot.

Mijn lieve, vertrouwde kapper en kapster, die begrijpen mij. Als ik puntjes zeg, dan weten ze echt wat ik daarmee bedoel. Als ik een impulsieve bui heb, en vraag of ze mijn haar eens zwart willen verven, zeggen ze gewoon nee, want ze kennen me goed genoeg om te weten dat ik daar dezelfde dag nog spijt van krijg. Ze weten wat ik bedoel als ik een plaatje laat zien met honderd opmerkingen er bij van hoe het toch net anders moet, en ze scheren nooit mijn nek op. En daarom houd ik van ze.

Door het vertrouwen in hen van mijn kant uit en het begrip voor mijn neurotische gedrag van hun kant uit, begint mijn controle issue langzaam te verdwijnen. Ik ben er zelfs al bijna aan toe, om geen internet kapsels meer mee te nemen. Bijna.

Waarom mannen vrouwen niet begrijpen

Chrisje.info

bron foto: hln.be bron foto: hln.be

Sorry dames, maar ik snap wel een beetje waarom mannen vrouwen niet begrijpen. We zijn zo tegenstrijdig, vaak.
We willen geëmancipeerd zijn, werken, ons eigen geld verdienen, ons mannetje staan.
Maar als een man ook een geëmancipeerde, vrouwelijke bijdrage aan de restaurantrekening verwacht, kijken we hem vanonder onze geëpileerde wenkbrauwen hoogst beledigd aan. Dan knipperen we een paar keer verbaasd met onze Maybelline wimpers en trekken met de portemonnee ook een zuur mondje.
We willen serieus genomen worden, gerespecteerd en voor vol aangezien worden. Alle dagen van het jaar, liefst. Maar twee dagen in de maand, meestal rond dezelfde tijd, zijn we labiel, huilerig, zitten we met snottebellen op de bank te blèren als een driejarige, roepen we dat het hele leven K is, en zoeken we ruzie om ruzie te kunnen maken. Compleet met verwijten als “Zie je wel, je hóudt niet eens van me, anders…

View original post 1.248 woorden meer

Tromgeroffel…… and the WINNERS are…..

10.000 likes! Wat een getal! Het duizelt me een beetje er van! Wat ben ik ongelofelijk blij dat deze pagina, die ooit startte met een grap, uitmondde in een experiment, en nu inmiddels in een gezellige community waarop ik mijn blogs en quotes kan delen.

Maar het aller aller gelukkigst ben ik met jullie: de mensen die mij volgen! Jullie spontane, eerlijke en vaak hartverwarmende reacties: die maken het voor mij de moeite waard. En om te vieren dat ik 10.000 volgers heb op Facebook, deel ik vandaag dan ook uit!

De winnaar van de DKNY Ring…wpid-img_29187122122364.jpeg

De winnaar van die prachtige DKNY ring is geworden… Christa van Zuuk! Gefeliciteerd, Christa! Stuur een e-mail naar redactiechrisje@gmail.com met je thuisadres, dan wordt de ring naar je toegestuurd! Veel plezier met je gewonnen prijs!

170111_143414085712365_2187192_oDe winnaar van de prachtige Juuuls armband t.w.v. €100,- is….. 

Lieve Karin Behrendt, van harte gefeliciteerd met je prijs!! Stuur s.v.p. een e-mail met daarin je thuis adres naar redactiechrisje@gmail.com, dan wordt de armband z.s.m. naar je toegestuurd! Proficiat en veel plezier gewenst met die mooie armband!

PS: Kijk voor meer mooie sierraden op deze link

Niet gewonnen…. niet getreurd!
Niet gewonnen? Niet getreurd! Er komen vast en zeker binnenkort weer leuke win acties aan, dus houd de pagina en deze website goed in de gaten! Ook geldt nog steeds de winactie van de dinercheque van Down Under!

Niets missen? 
Abonneer je dan op deze website op de e-mail service en ontvang direct alle leuke blogs, quotes én win acties in je inbox!

Groot Geheim!

Geheimen. Iedereen heeft ze. Diegenen die zeggen dat ze geen geheimen hebben, hebben vaak de ergste geheimen. Het is niet gemakkelijk om met geheimen om te gaan. Wil je het weten? Of toch liever niet? En: als je het eenmaal weet, kun je het dan voor je houden? Kun je een geheim met je mee dragen? Als je het eenmaal weet, kun je het namelijk niet meer ont-weten, tenzij je toevallig door een hoofdtrauma je geheugen verliest. Maar meestal zit je dus, eenmaal geïnformeerd, aan een geheim vast. Ik wil meestal geen geheimen weten. Als ik het niet mag door vertellen, dan vertel het me maar niet. Dat is niet omdat ik niet kan zwijgen, want dat kan ik best wel goed. Ik vind het alleen uiterst vervelend. Zeker als het iemand anders raakt.

Onze dochter heeft het fenomeen Geheim onlangs ook ontdekt. “Ik heb een gehéim…!” fluistert ze dan in mijn oor. “En het is heel erg geheim en heel spiekem!” Ik heb er overigens wel over nagedacht om haar te vertellen dat het stiekem is en niet spiekem, maar ik vind spiekem stiekem veel leuker klinken, dus daar wacht ik nog even mee. Dat blijft dus nog even mijn geheim. Haar geheimen omvatten meestal overigens ergens ver weg verstopte knuffels die papa niet mag vinden, een boterhamkorst die in de prullenbak is beland, of een geheim voor de kat of de hond. Ik vind het prachtig dat ze nog mag oefenen met dit soort onschuldige geheimen.

Geheimen kunnen ook erg verraderlijk zijn. Stel je voor, iemand die je redelijk goed kent, zegt tegen jou “Ik wil je iets vertellen, maar het is wel geheim.”. Aangezien je die persoon redelijk goed kent, stem je daarmee in, waarna diegene jou opbiecht dat hij zijn aardige vrouw al twintig jaar besodemieterd met haar enige zus, ik noem maar wat. Of hij biecht op dat die man die jaren geleden plotseling verdween uit het dorp en nooit meer terug kwam, door hem begraven is onder de appelboom. Dat soort geheimen, waarmee je helemaal niet belast wilt worden. Waardoor je je moreel niet meer lekker voelt, als je het niet doorvertelt.

Geheimen zijn in de ernstigere variant extra verraderlijk. Soms hebben ze ook wel een houdbaarheidsdatum. Bijvoorbeeld een leuk en onschuldig geheim: dat je weet dat een vriendin zwanger is, maar pas over een maand mag de rest van de wereld het weten. Tenzij ze zwanger is van haar minnaar, een getrouwde man met kinderen, dan is het weer minder leuk en onschuldig. Maar soms zijn geheimen ook voor het leven. Bedenk je dus altijd eerst goed, als iemand je vraagt of je een geheim kunt bewaren, niet alleen of je dat kunt, maar vooral ook of je dat wel wilt. Bij sommige mensen is het beter om die vraag volmondig met nee te beantwoorden.

Men vraagt mij ook wel eens, of ik een geheim kan bewaren. Dan zeg ik ja, maar dan voeg ik er wel aan toe, dat ik de afspraak met mijn man heb dat hij en ik alles met elkaar delen. Maar, zo stel ik ze dan gerust: maak je geen zorgen: mijn man kan vele malen beter geheimen bewaren dan ik.

En voor diegenen die zich afvragen wat nu het grote geheim is waar de titel naar verwijst: dat is uiteraard geheim.

Hoe het echt is om een moeder te zijn!

moedeMoeder zijn is in het begin vooral pijnlijk, maar dat fysieke deel houdt gelukkig meestal op, (een tijdje) na de bevalling. Daarna is het vooral mooi, prachtig, zwaar en grappig, onzeker makend, verwarrend, angstaanjagend en tegelijkertijd het mooiste ooit, uitdagend maar ook vervullend. Moeders zijn nooit zonder zorgen. Of het nu kleine zorgen zijn, of grote. Moeders dragen hun kind, letterlijk en figuurlijk. Moeders stoppen pas met zich zorgen maken om hun kind(eren), op het moment dat ze hun laatste adem uitblazen, en gaan waarschijnlijk zelfs daarna nog door, vanuit het hiernamaals.

Vragen
Moeders stellen vooral veel vragen: Hoe was je dag? wil je een kusje er op? Waar heb je dat kraaltje precies ingeduwd? Waarom heb je op de muur getekend? Wil je dat ik je help met je huiswerk? Waarom zou mama nou haar telefoon in de koelkast hebben gelegd? Zal ik de juf dan vragen of dat kan? Waarom heb je de rol toiletpapier helemaal uitgerold en om je bed heen gespannen? Sta je op? Sta je nu dan op? Kom je nu echt uit bed? Je weet dat ik van je hou, toch?
Maar meer nog, beantwoorden moeders dagelijks honderden vragen. Over de gekste dingen. Van waarom de aarde draait, of rond is, tot waarom een pleister nodig is, of niet, waarom iets niet mag (een keer of dertig per dag) waarom de verf nog niet droog is, waarom die jongen haar plaagt, waarom de juf hem niet begrijpt, waar kinderen vandaan komen, waarom in je neus peuteren in het openbaar niet netjes is, waarom je goed moet eten, en zo verder (en verder, en verder, en verder…)

Moeders. Het zijn net echte mensen.
Moeders slapen vaak licht. Worden wakker zodra het alarmerende MAMAAAA uit de naastgelegen kamer klinkt. Moeders offeren zich op, gaan mee in het ritme, zouden hun leven in een seconde geven voor hun kind. Moeders lachen, huilen, kunnen leugens ruiken en boze dromen verjagen. Moeders pakken aan, nemen uit handen, vangen op, rapen op, verlenen eerste hulp, leren schrijven, leren lezen, leren rekenen, en proberen te leren los te laten. Moeders proberen de andere kant op te kijken en hun kind zelf fouten te laten maken. Moeders vergoelijken, vergeten, vergeven en verwijten bij momenten ook. Het zijn net echte mensen.

Strenge moeder
En het strengst zijn moeders niet voor hun kinderen, maar voor zichzelf. Doe ik het goed? Help ik mijn kind goed genoeg? Help ik mijn kind niet te veel? Geef ik hem of haar genoeg aandacht, of te veel? Stimuleer ik hem of haar genoeg, of moet ik hem of haar wat meer loslaten? Praat ik genoeg met de juf en de moeders op het schoolplein? Moet ik nu wel of niet ondersteunen bij de voorbereiding voor de Cito toets? Moet ik nu wel of niet iets zeggen tegen dat kind dat mijn kind pest? Moet ik wel of niet zorgen voor extra begeleiding? Geef ik nu te veel of te weinig cadeau’s, zakgeld, kleding, eten? Moet ik mijn kind nu al inschrijven voor die school, of ben ik dan beschamend vroeg? Maar als ik wacht, ben ik dan niet asociaal laat? Hoe pakken andere moeders dit aan? Vragen andere moeders wel eens om hulp? Ben ik een slechte moeder, nu ik na zeven nachten met amper slaap mijn kind een nachtje naar oma breng? Gaat mijn kind te veel naar de opvang? Of houd ik het te veel thuis? Knuffel ik mijn kind te weinig, of knuffel ik het te veel? Geef ik mijn kind genoeg complimenten of te weinig?

Snikken boven de babykleertjes
Het is het zwaarste wat er is, en het mooist. Het verschuiven van je eigen belang voor het belang van je kind gaat vanzelf, vanaf de eerste dag. Vanaf het moment dat je een kind hebt ga je shoppen voor jezelf en kom je terug met een zak vol kleren voor je kind, ga je een dagje weg voor jezelf en denk je de hele dag aan je kind, ga je werken met plezier, maar ga je met nog meer plezier daarna je kind weer ophalen. Ruik je aan babyhaartjes, gewoon, omdat ze zo lekker ruiken. Mis je de babytijd als die voorbij is, hoe zwaar die ook was. Sta je te slikken en te snikken bij het weg doen van babykleertjes, huil je bijna mee als de lievelingsknuffel kwijt is geraakt, loop je met een brok in je keel weg als je je kind voor de eerste keer naar de opvang, peuterspeelzaal of school brengt. Waar je vroeger nog met droge ogen kon kijken naar geboortes op televisie, schiet je nu vol. Het moederschap verandert je leven compleet, en het houdt je constant een spiegel voor. Ook als wat je in die spiegel ziet, confronterend of niet fijn is. Het maakt je zwakke plekken zwakker en je sterke punten krachtiger. Wie aan je kind komt, maakt de leeuwin in je los, waarvan je vroeger het bestaan misschien niet eens kende.

Achtbaan
Het is nooit voorspelbaar, geen dag hetzelfde, en hoe zeer je ook probeert alles te plannen, het loopt altijd net iets anders dan je had gedacht. Je hebt de rest van je leven vierentwintiguursdienst, zelfs als ze de deur uit zijn. Alsof het moederschap een achtbaan is: beangstigend, en net als je denkt “Waar ben ik aan begonnen?” wordt het weer zo leuk dat je zelf weer zo blij wordt als een kind. Je wordt aanbeden, op handen gedragen, weggeduwd en terug geroepen. En hoe vermoeiend en verwarrend het ook allemaal lijkt te zijn; het gaat precies zoals het moet.

PS: De naam moeder kan overal vervangen worden door vader, behalve dan wat betreft de bevalling.

Lachen is het nieuwe Huilen – deel 1

Naar aanleiding van de veelvuldige reacties die binnen kwamen op mijn artikel over depressie en burnout, ging ik steeds meer nadenken over hoe veel depressieve mensen er rondlopen in Nederland. Het is bedroevend! Onderzoek wijst uit dat Nederland tot de meest depressieve landen behoort van Europa. Kinderen lachen nog zo’n driehonderd keer per dag; volwassenen soms nog maar 3 of 4 keer per dag.

Wat is er gebeurd met die andere tweehonderd zes- of zevenennegentig keren, dat we als kind lachten?

In de jaren vijftig lachten wij volwassenen schijnbaar nog veel meer met zijn allen, maar in de loop der jaren is het lachen Nederland schijnbaar ergens vergaan. Hoe komt dat? Waarom lachen we zo weinig? Als het zo gezond voor je is en een natuurlijk antidepressivum, waarom lachen we dan niet gewoon meer?

LachCoach
Als je wat onderzoek doet over lachen, kom je ook achter de gekste feiten, zoals bijvoorbeeld dat er zelfs mensen zijn geweest die zich letterlijk dood hebben gelachen. Dat is dan weer minder lachwekkend. Het schijnt dat (afgezien van voor die paar mensen die zich dood lachten) lachen zelfs zo goed voor je is, dat er zelfs cursussen in te volgen zijn: Lachworkshops en Lachcursussen. Ik zelf trek daar niet zo aan, persoonlijk: Volgens mij haal ik het aantal gezonde lachbuien met gemak, althans op de meeste dagen. Bovendien geloof ik zo’n LachCoach niet meer, als die betaald wordt om zijn mondhoeken continu op te krullen. Als zo iemand voor mijn neus zou staan, en geheel zonder aanleiding keihard (en ook nog best nep) zou beginnen te lachen, zou ik “Oké. Nou, doei.” zeggen, me omdraaien en naar huis gaan. Hoe goedlachs ik normaal gesproken ook ben. Want laten we eerlijk zijn; als je weet dat zo’n lachworkshop gemiddeld van €25,- tot €150,- per particulier kost, nou, dan weet je in elk geval zeker wie het laatst lacht.
Lachen vind ik bovendien iets, dat echt vanuit jezelf moet komen, vanuit je tenen, omdat je iets echt grappig vindt. Als we van lachen ook nog een verplichting gaan maken, dan vergaat ons pas echt het lachen.

Recept
Enfin, laat ik voor het gemak stellen dat we het er over eens zijn dat wij Nederlanders eens heel snel moeten beginnen met meer lachen. Het wordt wel steeds moeilijker gemaakt. Zeker de sociale media helpen niet bepaald mee; al die negatieve berichten overal! Natuurlijk is het goed om op de hoogte te blijven van wereldnieuws, maar tegelijkertijd bestaat er ook een steeds groter wordende behoefte aan positiviteit en humor.

Om tegemoet te komen aan die grote behoefte aan positiviteit en humor, ga ik dus vanaf nu regelmatig, onder de vaste rubriek “LACHEN IS HET NIEUWE HUILEN”, een aantal leuke zaken combineren in één blog, en deze online gooien om jullie aan het lachen te maken.

Zie mij maar als je gratis online LachCoach, maar dan met een echte lach en zonder dat het geld kost.

  • Bekijk dit filmpje, van de starwars kid, die zijn grote idool nadoet.
  • Of dit filmpje, van de Comedian die de evolutie van dans op hilarische wijze uitbeeldt in een paar minuten tijd:
  • Of deze baby panda, die zijn moeder enorm laat schrikken, terwijl ze net zo relaxt zat te kauwen:
  • Of deze lachende mensenbaby’s. Moet je vanzelf mee lachen.
  • Bekijk deze ingepakte kat:
  • Of deze:
  • Of deze kat:
  • Of dit plaatje, van deze geheimzinnige online gast. Zo zie je maar weer, je weet echt nooit wie achter het andere beeldscherm zit.
    10552399_10102046112870425_6319316095507258346_n
  • Of deze leuke muis.
  • 1959935_769979309756441_1633186310_n
  • Of deze Justin Bieber fan, die net iets te ver gaat.

    IMG_62990367779090

  • Of deze “vermiste” kat, die stiekem helemaal niet vermist is.

    1399318669737

  • En wat dacht je van deze:

    ba0a75053a7848dea24d07878a9ed445

  • Of dit hondje, dat er nogal beklemd bij zit:

f6020848ab1d7d54ab8dfb65d2ab40c9

  • En ten slotte, als je wel eens naar die overdreven Amerikaanse home makeover show kijkt:
    38f94536ed4ffbafdeb66b8b6627de9f

OP DATE: Hoe weet je of iemand bij je past, en wanneer moet je gillend wegrennen?

Zo veel mensen zijn op zoek naar die ene. Die ene man, die ene vrouw, die beter bij hen past dan een pepervaatje bij een zoutvaatje. Die zoektocht is echter niet altijd gemakkelijk. Want: Hoe groot is nu de kans dat je die ene tegenkomt, zomaar, op straat of in de kroeg? En dan, nog moeilijker, hoe weet je of die persoon dé persoon is? Hoe weet je zeker dat hij of zij zich niet heel anders voordoet? Of dat hij of zij stiekem een groot altaar op de slaapkamer heeft staan, met kaarsen en foto’s, waarop iedere dag, ik noem maar wat, Dries Roelvink wordt geëerd?

Hoe kom je er achter of iemand niet stiekem zwaar drugs verslaafd is, of drank verslaafd, of niet helemaal jofel? Hoe weet je of die mooie auto met wit geld betaald werd of van bloedgeld? Het simpele antwoord: dat weet je nooit zeker. Een vriendin van me ging eens op een eerste afspraak met een jongeman die haar bij hem thuis uitnodigde, zichzelf vervolgens lam zoop en ook nog moest overgeven. Dan weet je als het goed is wel zo’n beetje, dat je geen tweede keer moet afspreken. Maar niet in alle gevallen zijn de wegrensignalen (zoals ik ze noem) zo duidelijk.
Soms moet je het met veel subtielere signalen doen. Hieronder in elk geval al vijf dingen waar je op kunt letten tijdens die eerste dates, zodat je jezelf hopelijk toekomstig leed kunt voorkomen.

1. Als iemand vreselijk opschept, vraag je dan af of die persoon dat nu alleen doet om indruk te maken, of omdat die persoon gewoon narcistisch is. Geniet deze persoon er met volle teugen van hoe fantastisch hij of zij wel is, en wordt er tegenlijkertijd nu al erg weinig interesse in jou of jouw leven getoond: reken af en zeg vaarwel.

2. Als iemand je een onbehaaglijk gevoel bezorgt. Wanneer de rillingen al meerdere keren over je rug lopen tijdens de eerste afspraken, dan reken er maar niet op dat dat minder gaat worden.

3. Als iemand de serveerster finaal de grond in boort, beledigend is of neerbuigend doet tegen bedienend personeel, vraag je dan af hoe ze jou gaan behandelen in de toekomst. Het getuigt immers niet van veel stijl, maar wel van veel arrogantie, als jouw date zo doet tegen het personeel. Check, please!

4. Als iemand al ongezond veel over jou weet op de eerste date. Natuurlijk is het niet erg als je date al eens op je Facebook profiel heeft gekeken. Maar als hij of zij al weet wat je favoriete eten is, hoe laat je opstaat, wat je favoriete kleur is en de route kent die je naar je werk rijdt: alarm code 3!

5. Als je date onderweg naar het restaurant al drie keer op andere automobilisten heeft gescholden en zelfs al een keer is uitgestapt om iemand op agressieve toon terecht te wijzen, duidt dat op een zeer kort lontje. Als je je onbehaaglijk voelt daarbij is dat terecht. Meestal laten mensen zich nog van hun beste kant zien tijdens de eerste dates. Dus als dit al het beste is… vul zelf maar in.

Het blijft altijd belangrijk om te luisteren naar je eigen intuïtie en onderbuik gevoel. Meestal klopt het! Als je de signalen die je intuïtie jou geeft negeert, kan het wel eens zo zijn dat je in een heel ongezonde relatie terecht komt. Zie er dan maar weer eens uit los te raken!

Voorkomen is dus altijd beter dan genezen. Je kunt immers altijd nog beter lekker alleen zijn, dan samen met iemand waar je niet jezelf bij kunt zijn.

Het Mysterie van de Handtas

Veel vrouwen kunnen niet zonder: de handtas.
De tas, waarvan mannen meestal denken dat ze enkel bedoeld zijn voor het dragen van een portemonnee en sleutels, is voor vrouwen echter veel meer dan dat: de handtas is absoluut van levensbelang. Ik heb altijd een grote handtas. Zo lijkt het alsof er niet veel in zit.

Maar ik heb een vriendin, die heeft doorgaans kleine handtasjes. Vaak zijn ze gehaakt, in vrolijke kleuren, met allerlei leuke tierlantijntjes er aan hangen. Deze keer had ze ook zo’n leuk tasje. Ook dit keer zag het er op het eerste gezicht heel opgeruimd en netjes uit. Schattig ook.

Totdat ze hem open deed, om naar haar sleutels te zoeken. Met stijgende verbazing zag ik hoe uit dat ogenschijnlijk kleine, beschaafde tasje haar portemonnee, deodorant roller, Labello, make-up mapje, pakje zakdoekjes, een haarborstel, pluizenroller, reserve panty, verdwaalde sokken, een liga, een pakje kauwgum, drie elastieken, een pakje snoetenpoetsers, een flesje parfum, haarklem, nagelknipper en EHBO koffertje haalde, om vervolgens eindelijk van de bodem haar sleutelbos op te vissen.

“Heb je je boormachine niet ook bij je, toevallig?” vroeg ik, verbaasd over de verrassende inhoud uit dat compacte tasje. Verbaasd keek ze me aan. Ik wees op haar tasje en zei dat ik nooit had kunnen raden dat daar net zo veel in zou zitten als in een gemiddelde reiskoffer. Ze begon te lachen, terwijl ze alles weer terug stopte: gestructureerd, want anders paste het niet. Met een elleboog en een pijnlijk gezicht leunde ze op het tasje, om de rits nog dicht te krijgen.

Vrouwen zijn mysterieuze wezens. Net zo mysterieus als hun handtassen: Van buiten ziet het er misschien schattig en netjes uit, maar je weet nooit precies wat er allemaal in zit.

Het GEHEIM van Lichaamstaal: Hoe je een paar boze klanten temt met je tanden en schouders

Veel mensen denken, dat communicatie vooral gaat om wat je zegt. Dat is absoluut niet waar. Het gaat vooral om wat je niet zegt. Je weet nooit precies hoe veel macht je bezit, totdat je de macht van de lichaamstaal beheerst.

bron foto: wildsmilesbydrkapus.blogspot.com
bron foto: wildsmilesbydrkapus.blogspot.com

Een voorbeeld. Ik sta in de winkel. In de rij voor de kassa, welteverstaan. Het meisje achter de kassa heeft licht rood gekleurde blosjes op haar wangen. Ik zie haar blik nerveus van links naar rechts schieten. We staan al best een tijdje in de rij, want de klant die aan de beurt is, heeft twee gewone broden gekocht. Nu is daar niets mis mee, maar zij dacht dat die in de aanbieding waren. En dat waren ze niet; dat waren alleen de vloerbroden. “De aanbieding geldt alleen voor de vloerbroden.” mompelt het meisje voorzichtig. “Dat was niet echt duidelijk aangegeven.” zegt de klant, zichtbaar niet op haar gemak. Er wordt wat gemompeld in het microfoontje van het oortje van de caissiere, zo’n apparaatje dat vroeger alleen uitsmijters in discotheken hadden, en er wordt druk heen en weer gemompeld.

“Geeft niks, ik haal de goede wel even.” zegt de klant. Het meisje kijkt maar zegt niets. Ze is nog niet zo goed in problemen oplossen, vermoed ik. Maar daar heeft ze de leeftijd ook nog niet voor. De klant baant zich een weg door de kassa’s, terug de winkel in. Ondertussen worden de klanten die voor mij staan plotseling steeds onrustiger. Je ziet het gebeuren: wiebelen van het ene been op het andere, zuchten, verontwaardigd om zich heen kijken. Wat dan gebeurt, is belangrijk. Het kan het verschil maken tussen een rustige zondagmiddag in de supermarkt, en een uit de hand gelopen discussie die verhit eindigt met als slot act waarschijnlijk biggelende caissière tranen. De wachtende klanten in de rij beginnen elkaar aan te kijken. Ze zeggen (nog) niets, maar hun blikken doen het werk. “Godsamme.” zie je ze tegen elkaar kijken. Ik word als derde in de rij ook gretig aangekeken. Men wacht op antwoord. Op mijn rollende ogen, of mijn zucht, of mijn geïrriteerde blik. Ik besluit mijn tanden bloot te lachen en eens mijn schouders op te  halen. Heel subtiel, zo van “Ach, het is zondag.” De – zojuist nog zo geïrriteerde – klant die mij mijn schouders ziet ophalen knippert even met zijn ogen, maar lacht dan terug en haalt ook zijn schouders op. “Ach ja, het is toch lekker weekend hè.” zegt hij. Ik knik. De caissiere glimlacht opgelucht, ja, zelfs bijna van blijdschap. De klant komt terug met haar vloerbroden, rekent af, en iedereen is blij.

En dat alleen maar door mijn tanden en schouders.

Vijf vragen die mannen beter niet aan een vrouw kunnen stellen

1. Ben je zwanger?
Voorop gesteld: als een vrouw daadwerkelijk zwanger is, dan kiest zij zelf het moment om het nieuws te vertellen. Er kunnen talloze redenen zijn waarom ze het nog even voor zich houdt. En als het niet zo is, dan heb je haar zojuist indirect dik genoemd. En dat is pas echt gevaarlijk. Dus tenzij een vrouw letterlijk met een Clear Blue zwangerschapstest voor je neus staat te wachten: niet vragen.

2. Ben je bijgekomen?
Dit is een vraag waarmee beide partijen altijd verliezen. Als het antwoord ja is, dan voelt ze zich daar al slecht genoeg over waarschijnlijk en strooit jouw vraag zout in de wond. Als het niet waar is, heb je alsnog een beledigde vrouw omdat jij dacht ze bijgekomen was. En dat maakt jou dan sowieso de root of all evil. Gewoon niet doen.

3. Is het soms de tijd van de maand?
Als je gelijk hebt, en het inderdaad de tijd van de maand is, dan begin maar vast te rennen. Als het niet de tijd van de maand is, dan begin uit voorzorg toch ook maar vast te rennen.

4. Met hoeveel mannen ben je geweest?
Laten we eerlijk zijn: hierover eerlijk zijn, is dan wel eerlijk, maar niet altijd leuk. Je moet je als man zijnde ook af vragen of je voorbereid bent op een eerlijk antwoord, denk ik.

5. Waarom maak je je daar nu druk over?
Hele logische vraag misschien, heren. Maar feit is, dat ze zich er al druk om maakt. En als dat zo is, gaat dat niet voorbij door deze vraag. Hooguit gaat ze zich nog drukker maken, omdat ze nu ook nog voelt dat jij haar een aansteller vindt.

Hoe je gek kunt worden, simpelweg van het bellen naar de klantenservice van bedrijven.

Beste bedrijven van Nederland. Er moet me toch iets van het hart.

Irritatielevel 20%
Als ik jullie opbel om door te geven dat mijn internet het niet doet, dan kunt u er van uit gaan dat ik op voorhand al licht geïrriteerd ben. Laten we zeggen, 20% geïrriteerd. Want, zoals u weet, behoort internet tot één van de basisbehoeften van de mens. Enfin. Als ik jullie dan opbel, krijg ik eerst te horen dat mijn telefoontje opgenomen kan worden. Daar houd ik al niet van, want ik hoef niet opgenomen te worden. Geen behoefte aan. Vervolgens krijg ik te horen dat dit telefoontje – dat in feite veroorzaakt wordt door jullie schuld, door in gebreke te blijven met het aanbieden van stabiel internet – mij 0,70 eurocent per minuut gaat kosten, plus de kosten voor mijn mobiele telefoon. Op dat moment stijgt mijn irritatielevel al naar 40%: Waarom moet ik nu per minuut betalen voor iets waar ik al maandelijks een vast bedrag voor betaal? Waarom moet ik nu, naarmate jullie wachttijd, méér betalen als jullie de lijnen lang bezet houden? Hoe weet ik nu, of terwijl ik zit te wachten tot ik geholpen wordt à 70 cent per minuut, er aan de andere kant niet een luie medewerker op zijn dooie gemak een boterham met pindakaas zit op te eten, starend naar mij, het knipperende lampje op zijn scherm?

Klant is koning
Dus als jullie slecht jullie werk doen, heb ik 1) eerst geen werkend internet, dan 2) betaal ik per minuut vanwege jullie onkunde om direct een medewerker aan de lijn te geven en 3) zadelen jullie me ook nog eens op met het meest ongelofelijk ingewikkelde keuzemenu dat er ooit bestaan heeft. Wie denken jullie eigenlijk dat jullie zijn? Ik ben jullie klánt, en volgens jullie brochures, reclames en praatjes in de winkel, is die KONING bij jullie. Waarom moet ik dan nu met een computermevrouwenstem ruziën? Mijn irritatielevel is ondertussen gestegen van 20% naar 60%, en dat nog voordat ik iemand gesproken heb. Dan heb ik ook nog eens te horen gekregen dat voor opleidingsdoeleinden de gesprekken opgenomen worden. Daar houd ik al helemaal niet van. Als ik dan eindelijk iemand aan de lijn krijg, ben ik al in veel minder goede doen dan op het moment dat ik belde. Dat is weer heel vervelend voor uw callcenter personeel, want al dat gescheld en gemopper van klanten is niet goed voor hun stress level.

Aansmeren – 80%
Als dan mijn klacht aangehoord en hopelijk opgelost is, krijg ik ongevraagd de vraag of ik soms interesse heb in het uitbreiden van mijn pakket. Het wordt bovendien opgelezen alsof de medewerker onder dwang moet zeggen wat op zijn papiertje staat. Waarom zou ik mijn pakket willen uitbreiden, WAAROM? Ik bel jullie nét op om te zeggen dat dit oorspronkelijke pakket niet naar behoren werkt, waarom zou ik dan in vredesnaam nog willen uitbreiden? 80 procent.

Klanttevredenheidsonderzoek
En dan, als ik wil gaan ophangen, komt de genadeklap. Zonder mij er nog een speld tussen te laten krijgen, zegt de medewerker dat ik nog een klanttevredenheidsonderzoek te horen krijg nadat hij heeft opgehangen. Ik begrijp niet waarom bedrijven dit doen, want ik heb inmiddels een irritatielevel van 90% bereikt door al die poespas om een simpel gesprek heen, waardoor ik nu absoluut niet mee ga werken aan zo´n klanttevredenheidsonderzoek. En als ik dat wel doe, nou, dan reken maar op het genadeloos dalen van jullie scores.

Lieve bedrijven, hoe zeer jullie ook automatiseren, vergeet niet dat wij – jullie dagelijks brood – mensen blijven. Wij willen geen computerstem, wij willen echte mensen, met namen, die ons aanhoren en helpen. Wij willen geen opnames van Big Brother, wij willen geen klanttevredenheidsonderzoek en we willen al helemaal niet elke keer naar het belmenietregister. We willen gewoon geholpen worden, en niet door een computer, maar door een mens. Wij willen geen keuzemenu met 743 opties, wij willen een mens. Als jullie daar nu eens in zouden investeren, zouden die klanttevredenheidsonderzoeken helemaal niet meer nodig zijn.

Liever een gebroken been: Wat niemand zegt over depressies en burnout

Bijna vier op de tien Nederlanders heeft wel eens psychische problemen (gehad). Bijna vier op de tien, dat is bijna 40 procent. U leest het goed, bijna de helft van de Nederlanders. Laat u dat even doordringen? 

Zeventien procent van de Nederlanders heeft een depressie. Er wordt gesteld dat veel mensen niet naar de huisarts (durven te) gaan uit schaamte. Er rust dus anno 2015 nog steeds een taboe op depressie, angst en burn out. Terwijl het dus zo velen van ons overkomt. Als er zo veel mensen met psychische klachten zijn, waarom zijn zo veel mensen dan zo bang om toe te geven dat ze een psychisch probleem hebben? Waarom wacht men vaak tot de nood echt te hoog is, met de stap naar de huisarts? En: waarom wordt een depressie, angsten of een burn-out gezien als persoonlijk falen, terwijl het zo veel mensen overkomt?

foto door:  TwinFlame Photography
foto door: TwinFlame Photography

Liever een gebroken been
Allereerst denk ik dat je beter een gebroken been kunt hebben dan een depressie (of welke andere psychische aandoening dan ook). Als je been gebroken is, zit het in het gips, en dat kan iedereen duidelijk zien. Mensen houden vanzelf rekening met je, want ze kunnen niet om het gips en de krukken heen. Iedereen weet wat het is, het is niet ‘eng’ of ‘te persoonlijk’, dus zijn ze ook niet bang om je te vragen wat er is gebeurd en hoe je daar nu aan komt, dat gebroken been. Bij een depressie, wat net zo goed een officiële ziekte is, durven mensen dat opeens een stuk minder goed te vragen. Er wordt zelden gevraagd hoe je aan je depressie komt. Mensen lopen op hun tenen om je heen en gedragen zich soms uiterst ongemakkelijk. Ze zien het ook niet aan je, je ziet er immers “gewoon” uit als jezelf; misschien wat bleker of vermoeider, maar verder zien ze niets aan je.

Bij een gebroken been zullen er ook geen mensen zijn die tegen je zeggen: “Bekijk het leven positief, joh!” of “Ga toch eens met vakantie! Dat doet je goed!” Iedereen weet immers dat een gebroken been een bepaalde hersteltijd heeft, waar je verder niet echt veel invloed op hebt. Je botbreuk zal er niet sneller van helen. Maar je depressie ook niet.

Bekijk het leven van de positieve kant…. en meer desastreuze adviezen
Een depressie is een serieuze aandoening, geen blauwe maandag. Het is ook geen winterdipje en al zeker geen baaldag. Een depressie is een donkere sluier die over je leven heen gegooid lijkt te worden, waardoor je steeds minder in staat bent met de dag te leven of zaken positief te benaderen. Je weet nog wel dat je ooit een optimistisch mens was, maar je bent volledig kwijt hoe dat ook al weer moest. En al die goedbedoelde maar desastreuze adviezen als “Ga eens op yoga!” helpen daar zeker niet aan mee. Sterker nog: het werkt averechts. Het geeft iemand die ziek is het gevoel dat hij er niet genoeg aan doet om beter te worden, terwijl hij of zij op dat moment misschien amper de energie voor een wekelijkse therapie sessie kan opbrengen. En op vakantie gaan met een depressie is zeker mogelijk, (dat is het ook met een gebroken been), maar dan zit je daar: in de zon, op je lounge bedje, nog steeds depressief te wezen.

Veel onbegrip
Er heerst veel onbegrip rondom psychische aandoeningen. Mensen weten zich er geen raad mee, of zijn bang dat ze ‘aangestoken’ c.q. meegesleurd worden. Sommige mensen kunnen zich oprecht niet inleven in hoe het is om depressief te zijn. Als je dat zelf nog nooit hebt meegemaakt, ís het ook best lastig om te begrijpen.

Maar je kunt het allicht proberen. En als je het niet begrijpt, kun je er naar vragen. Je kunt uitleggen dat je het niet begrijpt. Vragen naar de gedachten en gevoelens van degene met een depressie (of burn-out, of angsten, etc.). Je kunt aangeven dat je niet goed weet wat je moet zeggen, als je merkt dat je zoekt naar troostende woorden en alleen maar cliché’s kunt bedenken.

Iemand met een depressie krijgt zijn dag heus wel om, ook zonder vooroordelen.
Vaak is iemand met een depressie of andere psychische klachten namelijk gewoon al heel dankbaar voor een luisterend oor, dankbaar als je niet veroordeelt, blij met jouw poging tot begrip. Er ligt al genoeg druk op mensen om beter te worden, in de eerste plaats vanuit hen zelf. Maar net als het gebroken been, kan een psychische aandoening veel tijd kosten om te herstellen. Als iemand te snel weer allerlei dingen van zichzelf gaat vergen, is de kans op terugval groot. Als je beseft dat mensen met een burn-out of depressie soms al de grootste problemen hebben om zich te douchen, aan te kleden en te beginnen met hun dag, dan oordeel je misschien niet meer zo snel.

“Maar wat doe je dan eigenlijk, de hele dag maar thuis?” is een veel gestelde, maar helaas ook zeer veroordelende vraag.

Iemand die in een depressie of burn-out zit, heeft vaak last van concentratieproblemen, geheugenproblemen, slaapproblemen, ernstige vermoeidheid, angst- of paniekaanvallen, ernstige neerslachtigheid, besluiteloosheid en black-outs. Geloof me, daar krijg je je dag wel mee om.

Het taboe ligt bij ons zelf
Als bijna de helft van de Nederlanders wel eens psychische problemen heeft (gehad), is er altijd wel iemand in je buurt, of treft het jou zelf misschien zelfs eens. Misschien ligt het taboe niet bij de huisartsen, de gezondheidszorg en ook niet bij de psycholoog, maar moeten we het meer zoeken bij de directe omgeving van de zieke persoon én in hem of haar zelf. Want zolang we ons er voor blijven schamen, er voor weg blijven lopen of elkaar indirect verwijtende adviezen blijven geven, zeggen we eigenlijk met zijn allen: Een depressie kan niet, je moet je er voor schamen en zorgen dat je er zo snel mogelijk van af komt, anders vinden we er niets meer aan.
Door een andere houding richting de mensen met psychische klachten in je omgeving, kun je voor hen misschien net dat verschil maken, net dat lichtpuntje zijn op hun dag. Wie weet, misschien ben jij er zelf ooit ook erg blij mee als een ander dat voor jou doet. Want dat is dan wél net als met een gebroken been: je weet nooit wanneer het jou een keer overkomt.

Wat ouders (meestal) niet vertellen, maar wel (vaak) doen

Natuurlijk zouden we graag zeggen, dat we als ouders altijd en overal super consequent zijn, ons kind al vanaf vijf maanden uitsluitend ‘raw food‘ laten knabbelen, het kind nooit voor de televisie laten zitten en dat er louter biologische maaltijden zonder E-nummers of conserveringsmiddelen op tafel worden gezet. In een perfecte wereld, met perfecte ouders, zou dat inderdaad zo zijn.


Suikervrij, E-nummervrij en Rotzooivrij

Maar daar heb je meteen het probleem: geen enkel mens is perfect, en ouders dus ook niet. Toch wordt er nogal krampachtig omgegaan met opvoeden, want: iedereen weet hoe het beter kan, zou kunnen of moet. De artikelen over opvoeding vliegen je als ouder om de oren. De adviezen die we krijgen zijn veelal tegenstrijdig: we moeten complimenten geven, maar liefst toch niet te veel, want dan creëer je een narcistisch monstertje. We moeten ons kind liefst suikervrij, glutenvrij, E-nummer vrij en rotzooivrij te eten geven, maar de schappen staan vol met juist die troep. We zouden ons kind het liefst niet te veel op de I-pad of telefoon laten spelen, maar toch barst het van de online kinderspelletjes.

Negeren is het nieuwe foeteren
We zouden het kind een paar uur per dag buiten moeten laten spelen, maar sommige mensen hebben nu eenmaal geen geld voor een huis met een tuin of in een rustige wijk, waar kinderen veilig buiten kunnen spelen. Zijn dat dan meteen slechte ouders? Lijkt me toch van niet. We willen graag opvoeden zonder te straffen, maar in de praktijk blijkt dat toch vaak lastig. Waar we eerder dachten dat de ‘naughty chair’ (stoute stoel) van de Nanny dé oplossing was, blijkt nu weer uit onderzoeken dat in de hoek of op de stoel gestuurd worden net zo veel pijn doet als schelden. Negeren schijnt volgens experts een even grote straf te zijn als foeteren. We kunnen het eigenlijk ook niet meer goed doen!
Oh, en het is niet goed om je kind bij ieder huiltje op te tillen, wisten jullie dat al? Nee, het is beter om het met een gezonde methode te laten wennen aan het zelf in slaap vallen en doorslapen. Dus.
Wat veel ouders niet toegeven, maar wel doen
Ik zal het dan maar toegeven namens de (meeste) ouders van nu: JA! Ja, we laten ons kind wel eens langer dan een kwartier televisie fotokijken. En ja, soms ook gewoon om eens heel even rustig de krant te kunnen lezen of gewoon, om even op adem te komen na de zevenhonderdste waarom vraag. En oh ja: JA, we geven ons kind wel eens de i-pad in de wachtkamer bij de dokter of tandarts, zodat ze de andere bezoekers niet helemaal wild maken. En ja, we koken ook wel eens een snelle hap mét conserveringsmiddelen, we zetten ons kind wel eens in de hoek om af te koelen of om na te denken, en we vergeten wel eens consequent te zijn. En last but not least: ondanks alle adviezen breken wij ouders ook wel eens, en lopen we toch midden in de nacht met ons kleine minimens door de woonkamer, slaapliedjes te neuriën. Gewoon, omdat onze ouderlijke ziel het gehuil niet meer aan kon horen en omdat dat verdrietige stemmetje gewoonweg door merg en been gaat.

Zo erg is af en toe in de hoek zetten niet, tenzij je structureel vergeet je kind er weer uit te halen
Vroeger was dat misschien allemaal anders, maar vroeger is niet nu. De tijden zijn veranderd. Dus veranderen de ouders en kinderen mee. Maar ik geloof niet dat kinderen er zo veel slechter van worden, zolang je ze niet als een zombie uren lang voor de televisie plant. Zo erg zal het in de hoek zetten niet zijn, tenzij je ze structureel vergeet er ook weer uit te halen. En als je je kind je telefoon geeft in de wachtkamer is dat ook niet zo´n ramp, zolang je het niet vergeet mee naar de dokter te nemen als jullie naam geroepen wordt.

Ouders: het zijn net echte mensenfoto2
Oh, en nog iets: zo erg is het niet om eens een keer boos te worden op je kind. (uiteraard zonder geweld! maar dat spreekt voor zich, hoop ik.) Niet iedere ouder heeft immers een ongelimiteerd geduld. Slaapgebrek en stress creëren nu eenmaal iets kortere lontjes. Zolang het niet al te vaak voorkomt, je het daarna ook weer uitpraat en ook niet te koppig bent om sorry te zeggen, is het echt niet zo´n ramp. Want weet je, ouders, dat zijn net echte mensen.
Zo vreselijk slecht is televisie kijken of spelen op de I-pad niet, zolang je zorgt dat ze ook regelmatig in beweging zijn, op wat voor manier dan ook.

Wie denkt dat het wel perfect kan…
Zolang we als ouders onze kinderen regelmatig laten merken dat we van ze houden, trouw blijven aan onze eigen principes en onze kinderen voldoende aanmoedigen om zich te ontwikkelen op zijn of haar eigen manier, is het allemaal zo slecht nog niet met ons gesteld. En wie denkt dat het wel perfect kan allemaal, nou, die heeft waarschijnlijk zelf geen kinderen. Ha!

Online Remedie voor Blue Monday

Vandaag is het Blue Monday, de meest deprimerende dag van het jaar.

Vandaar dus ter compensatie hieronder een compilatie van diverse video’s die jouw Blue Monday hopelijk een stukje minder blue zullen maken.

Zoals deze agent bijvoorbeeld, die even vergeet dat hij gefilmd wordt in zijn dienstauto, terwijl hij een bijzonder hilarische playbackshow weg geeft op Shake It Off van Taylor Swift.

Of deze Kat, die uitlegt geeft over de Humans aan zijn nieuwe huisgenoot, Baby Kat.

Of deze Pup, die heel stoer probeert zijn speeltje te vangen. Wat niet lukt.

En als dat je nog niet aan het lachen maakte, probeer dan deze: een HaaiKat die er allemaal niet van onder de indruk is.

Zo word je aantrekkelijk! En het kost niets.

Mooi, mooier, mooist
Als je de bladen doorleest, struikel je over de tips om aantrekkelijk(er) te worden. Honderden diëten om slank en fit te worden, pillen, poedertjes, crèmes, corrigerende kleding, camouflage gedoe, noem maar op. Overal wordt aandacht aan besteed: waar je je haren het beste mee kunt wassen, stylen en föhnen, welke kleding je het beste kunt dragen, welke schoenen, welke soort jas. Het ene na het andere modeblad komt met kapsel suggesties voor jouw gezichtssoort, diverse manieren waarop je je het beste kunt scheren, welke geurtjes het beste ruiken.

Om doodmoe van te worden, en ik vind persoonlijk dat een essentieel onderdeel van aantrekkelijkheid telkens onvoldoende belicht wordt.

Stoeptegel-Uitstraling
De reden waarom dit onderdeel onvoldoende belicht wordt, is omdat je er geen crème voor nodig hebt, geen kledingstuk, geen merk jas. Het onderdeel heet charisma, oftewel uitstraling. Want laten we eerlijk zijn: ook al heb je nog zo de perfecte outfit aan en de beste make-up op je gezicht, ook al paradeer je nog zo mooi op je pumps of danst je haar nog zo mooi, als je daarbij dan de uitstraling hebt van een stoeptegel, kom je niet ver.

Hier rust Zusenzo, ze had altijd dure kleding en prachtig haar
Als je je weer eens te druk maakt om je uiterlijk, vraag je dan eens af wat er echt toe doet. Denk je dat het mensen later op jouw begrafenis iets interesseert welke merken kleding je droeg? Of zouden ze het hebben over je lach, je innemendheid, je optimisme of je inlevingsvermogen? Natuurlijk hoef je niet elke dag over je eigen begrafenis na te denken, maar je begrijpt vast wat ik bedoel: het plaatst alles in perspectief en helpt te relativeren.

Wat als je ‘naakt’ de straat op moest?
Veel mensen doen te veel moeite voor de buitenkant. Ik begrijp dat wel. Het lijkt immers alsof je meer controle hebt over je uiterlijk, dan je innerlijk. Maar wat als je daar een dag helemaal niets aan zou mogen doen (dus geen make-up op, geen hippe kleren aan, geen haar producten en geen geurtje op)? Wat als je zo, zonder make-up, in je joggingpak bijvoorbeeld, de straat op zou moeten? Waar zou jij het dan van moeten hebben? Als alle hulpstukken wegvallen kun je je behoorlijk ‘naakt’ voelen. Kwetsbaar misschien zelfs. Maar stel het je eens voor, en vraag je af wat jouw kwaliteiten zijn. Is het je humor? Zijn het je gevatte opmerkingen? Of je empathisch vermogen? Ben je positief, geïnteresseerd en oprecht?

Plastic (not so) Fantastic
Je ziet het vaak bij mensen die plastische chirurgie ondergaan. Er zijn van die televisie programma’s over ook, tegenwoordig. Als ze gaan snijden zap ik weg, maar het verhaal er om heen vind ik meestal fascinerend om te beluisteren. Veel vrouwen geven aan dat ze bijvoorbeeld grotere borsten willen of een facelift, omdat ze zich dan zelfverzekerder zullen gaan voelen. Al hun onzekerheden richten zich op één onderdeel van hun lichaam. Dus betalen ze grof geld om er iets aan te laten doen.
Jammere is alleen, dat het zelfvertrouwen maar al te vaak ook na de operatie uitblijft. Omdat het léék te gaan om de buitenkant, en dan toch om een probleem aan de binnenkant blijkt te gaan. Zo kun je in je laten snijden totdat je uiterlijk haast onherkenbaar bent geworden; als je onzeker bent zul je dat blijven, tenzij je (ook) aan de binnenkant gaat werken.

Onbetaalbaar
Een goede uitstraling is vaak toch veel belangrijker dan looks. Daarom vinden vrouwen vaak een man die helemaal niet knap is, toch ongelofelijk sexy. Zelfvertrouwen is ook erg belangrijk. Zelfspot ook.
Natuurlijk is het prettig om er verzorgd bij te lopen. Je kunt absoluut zekerder in je vel zitten als je er mooi opgemaakt bij loopt of die nieuwe outfit aan hebt.
Maar toch is het goed om je de volgende keer af te vragen of je beter zou kunnen investeren in je looks, of in het vaakst vergeten onderdeel: je innerlijke ontwikkeling.

We weten immers allemaal wel, welke van de twee doorgaans het langst mee gaat.

 

WIN ACTIE: Prachtige Juuuls Armband

Alsof die mooie DKNY ring nog niet genoeg was….

….mogen we bij 10.000 likes op de Facebook pagina van Chrisje nog 170111_143414085712365_2187192_oeen prachtige prijs weg geven: Deze beeldige armband van het merk Juuuls!

Meer sieraden zijn overigens te bewonderen en te bestellen via deze link

Win deze mooie LeJu ring bij 10.000 likes op de facebook pagina Chrisje!
Win deze mooie LeJu ring bij 10.000 likes op de facebook pagina Chrisje!

Alleen kijken als je durft: De gevaarlijkste kitten van Nederland!

Wij hebben een kater, Jos heet hij. Jos is niet helemaal helemaal normaal, vermoeden we. Maar dat fluisteren we alleen; we zijn veel te bang dat hij het zou kunnen horen. 

Zo bekijkt Jos de wereld bijvoorbeeld graag op zijn kop.

image

Jos is ook fan van de playstation controller. Hij is bijna klaar met GTA 4.

image

Balanceren. Jos doet dat graag. Soms gaat dat goed. Zoals op deze foto. Hij schrok er zelf een beetje van.

image

Alle vreemde objecten in huis ondergaan een grondige inspectie. Met name om te kijken of het kapot kan. De huisraad wordt aardig uitgedund.

image

Jos slaapt graag ingenesteld. Liefst in menselijk haar.

image

Ook speelt hij graag (en GOED) verstoppertje. Hij is dan amper vindbaar.

image

Als je dacht dat mensen eng kunnen zijn als ze boos worden, nou, dan ken je Jos nog niet:

image

Tussendoor doet hij regelmatig dutjes, maar altijd met oog voor zijn omgeving.

image

Zijn moed en durf zijn ongekend. Zo is hij zelfs niet bang voor de nummer 1 aartsvijand van katten wereldwijd: Stofzuiger.

image

En of je nu een echte muis bent, of een stoffen muis: Jos will find you.

image

Zelfs met special effects.

image

Slechts één levend wezen ter wereld hoeft niet bang te zijn voor Jos: zijn beste vriend Hond. Hond blaft en waakt, maar uiteraard is dat alleen voor de show. Het echte gevaar schuilt in Jos.

image

WIN ACTIE | DINER voor TWEE

downunder6Chrisje komt weer met een hele leuke win actie, dit keer met een Australisch tintje!

Bij 12.500 likes op de Facebook pagina mogen we een diner cheque t.w.v. €50,- weg geven van Australisch restaurant Down Under in het Zuid-Limburgse Sittard!
Daar kun je in een gezellige ambiance genieten van de zalige hoofdgerechten, hemelse toetjes en nog veel meer!
Ook je kroost kun je met een gerust hart meenemen; er is zelfs een speelruimte waar de kinderen onder toezicht naar hartenlust kunnen spelen terwijl jullie genieten van het lekkere eten!

In slechts drie stappen maak je kans op deze mooie prijs:

1. Like de Chrisje pagina op Facebook

2. Like de pagina van Restaurant Down Under

3. Meld je aan voor het gratis e-mail abonnement op deze website. Hoe dat moet, zie je hieronder:

De volg knop staat op de homepage van chrisje.info rechts boven in. Meld je aan, vul je e-mail adres in, dan word je altijd via e-mail op de hoogte gehouden bij nieuwe blogs, quotes en leuke win acties!

volg

Kinderen mee? Geen probleem! Restaurant Down Under in Sittard heeft haar eigen speelruimte met toezicht. Zo kunt u heerlijk rustig dineren en hebben de kinderen ook plezier!

Kinderen mee? Geen probleem! Restaurant Down Under in Sittard heeft haar eigen speelruimte met toezicht. Zo kunt u heerlijk rustig dineren en hebben de kinderen ook plezier!

Restaurant Down Under in Sittard
Restaurant Down Under in Sittard

10 Zeer Irritante Dingen Die Mensen Doen

Irritante dingen. De keuze is reuze. Hieronder een lijstje van 10 irritante dingen die mensen doen. Voel je vrij om aan te vullen!

1. Voorkruipen
Je staat netjes op je beurt te wachten, en dan gebeurt het: die ene man of vrouw die voor kruipt. Meestal doen ze het heel subtiel, alsof ze het zelf totaal niet door hebben. Laat je niet misleiden: dat doen ze echt alleen maar zodat ze kunnen doen alsof ze het niet door hadden, als je er iets van zegt.

2. Krakende knokkels en knarsende kiezen
Er is weinig dat zo vreselijk is als het geluid van nagels op een schoolbord, maar krakende, knakkende knokkels en knarsende tanden komen daar dicht in de buurt. Als je jezelf weer even recht wil zetten zonder manueel therapeut, prima, maar moeten wij dat per se aanhoren? En wat betreft de knarsende tanden: als je je kiezen te scherp vindt, ga dan langs de tandarts alsjeblieft. 

3. Bumperkleven
Rijd je netjes, dus niet te hard en niet te langzaam, naar huis toe, word je opeens verblind door twee koplampen in je achteruitkijkspiegel. Ja hoor, een bumperklever. Erg vervelend, want naast het feit dat je de neusharen van je achterligger kunt tellen, brengt hij je ook nog eens in gevaar. Zeer irritant. En ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik ga er absoluut niet sneller door rijden, ik weiger me te laten opjagen.

4. Mensen die het gangpad in de supermarkt blokkeren.
Heel gezellig, zo’n rendez-vous in de supermarkt. Fantastisch dat ze hun oude vrienden weer tegen zijn gekomen na twintig jaar, en dat nog wel in de Aldi. Maar kan het gesprek ook iets minder de rest van het winkelend publiek ophouden? Zo’n gesprek is net zo leuk aan de kant, als midden in het gangpad. Voor het overige winkelende publiek wel zo prettig.

5. “Nou moet je eens goed luisteren..”
Zeg maar niets meer. Zodra iemand dit zegt, haak ik acuut af.

6. Krantverkoop op straat.
“Wilt u een gratis krant?”
“Oh, wat aardig, ja hoor.”
“Mag ik dan meteen uw naam, adres, email, telefoonnummer, sofinummer en pincode noteren, zodat wij u tot in de lengte van dagen kunnen blijven lastig vallen? Ja? Mooi, dan smeer ik u nu eerst een abonnement aan wat gemakkelijk te beëindigen lijkt, maar het zeker niet is, ha!”

7. Commerciële telefoontjes rond etenstijd
Prinnggg, pringgg…
“Hallo mevrouw -spreekt achternaam helemaal verkeerd uit- een hele goede avond u spreekt met -spreekt eigen naam zo snel uit dat je het niet kunt onthouden- van commercieel bedrijf X, ik bel u vanuit een callcenter terwijl ik er zelf ook geen zin in heb, om u iets aan te smeren wat u niet nodig heeft, en dat verkoop ik dan als zijnde een klanttevredenheidsonderzoek zodat u niet direct in de gaten heeft dat u iets aangesmeerd wordt.”
Lang leve het Belmenietregister.

8. Als het niet in het rek hangt, hebben we het niet.
Die verkoopster stond er vroeger om je te helpen met zoeken. Naar een passende outfit, naar de beste maat, noem maar op. Tegenwoordig is dat helaas vaak niet meer zo. Nog voordat je hebt kunnen vragen of die broek er ook in maat 40 is, snoeren ze je de mond met “alshetnietinhetrekhangthebbenwehetniet.” op de minst mogelijk geïnteresseerde toon.
“Wat doet u hier dan eigenlijk?” vroeg ik eens. Maar dat wist ze zelf ook niet, dat zag ik aan hoe ze haar kauwgum in haar mond liet knappen, terwijl ze met haar pluk extensions speelde.

9. Instappen, nog voor het uitstappen.
Als je met de trein ergens ooit aan bent gekomen, heb je het vast wel al eens meegemaakt. Iedereen staat klaar in de trein, om uit te stappen op het station. Mensen die een opvoeding gehad hebben, wachten buiten de trein totdat iedereen uitgestapt is. Helaas worden steeds minder mensen fatsoenlijk opgevoed en moet je je regelmatig tussen de lijven door wurmen om nog op tijd uit de trein te springen, voordat deze weer verder rijdt.

En, last but not least:
20. Mensen die online Lijstjes maken van irritante dingen.
Zó irritant.

Waar gaan jouw nekharen van overeind staan? Deel het met je medemensen en verbeter de wereld… of maak de wereld in ieder geval een beetje minder irritant.

WIN ACTIE: DKNY damesring

Wil je in de toekomst ook op de hoogte blijven van win acties van chrisje? Meld je dan aan op http://www.chrisje.info voor het gratis email abonnement!

Op de Facebook pagina hebben we momenteel deze leuke win actie lopen; bij 10.000 likes geven we deze prachtige ring weg!

image

Wil je in de toekomst ook op de hoogte blijven van win acties van chrisje? Meld je dan hier op de website aan voor het gratis email abonnement, dan word je niet alleen op de hoogte gehouden bij nieuwe blogs en quotes, maar ook bij de volgende win actie word je dan goed geïnformeerd!

Ik maak niet vaak ruzie…. maar….

Ik maak niet vaak ruzie. Echt niet. Sporádisch. Maar als ik ruzie maak, dan doe ik het ook goed. En goed betekent in mijn geval (wie zich erin herkent mag zich melden): met heel wat oude koeien, gesnotter, voldoende stemverheffing en een argumentenstroom die zo onontkoombaar en snel langs dendert dat iemand erg knap is als hij die nog feitelijk op waarheden kan controleren.

image

Waar ze vandaan komen, die argumenten, verwijten en oude koeien? Al sla je me dood. Fysiek voel ik ze ergens vanuit mijn tenen omhoog kruipen. En het probleem is: als ik eenmaal een keer echt boos word, raak je nog niet zo makkelijk van me af. Dan bijt ik me vast als een valse poedel en ga ik door totdat alles er uit is.

Oh, en totdat ik gelijk heb gekregen. Want uiteraard word ik alleen boos als me Groot Onrecht is aangedaan, of als ik zeker weet dat ik gelijk heb en verdien, maar het niet krijg. Wat dan weer gelijk staat aan Groot Onrecht natuurlijk.
Maar afgezien van die paar Valse Poedel incidenten per jaar ben ik heel gemakkelijk om mee samen te leven.

Vraag het maar aan mijn echtgenoot: hij zal me gegarandeerd gelijk geven.

Socialmediapathie: het gebrek aan oogcontact door social media

De moderne technieken hebben veel voordelen. Je weet altijd wat, waar, wanneer, wie, hoe. Inclusief foto´s en filmpjes. Heel leuk allemaal. (of nou ja, allemaal…) Maar er kleeft ook een irritant nadeel aan de huidige mobiele samenleving. Het schijnt voor sommige mensen zo belangrijk te zijn wat er zich afspeelt in de wereld van sociale media, dat men de echte wereld om zich heen prompt vergeet. Alsof je een doekje over een kanariekooi gooit. Poef, aandacht weg, in zombie modus. 

Zit je midden in een gesprek met iemand, hoor je plots een telefoon trillen. Direct verschuift de aandacht van het gesprek met jou, naar de telefoon. Voordat je het in de gaten hebt zit je tegen iemand aan te praten die alle oogcontact verbroken heeft, het hoofd gebogen, blik op het scherm en volledig afgeleid van het gesprek. Ik vind dat, naast ongelofelijk asociaal, ook een teken van gebrek aan respect voor de gesprekspartner. Als je op een zeer urgent telefoontje zit te wachten, bijvoorbeeld van het ziekenhuis of van een potentiële werkgever terwijl je op het randje van je WW uitkering balanceert, dan kan ik me voorstellen dat je zegt “Sorry, maar dit telefoontje is erg urgent.” voordat je opneemt. Daar zou ik dan zeker begrip voor hebben.

Maar als je iedere willekeurige e-mail, WhatsApp bericht of Facebook melding al belangrijker vindt dan het gesprek dat je voert, dan klopt er iets niet met je, qua fatsoen dan.

Een kennis van me deed dat erg vaak; het gesprek opeens onderbreken voor haar mobiel. Ik had al van alles geprobeerd; kuchen, hoesten, faken dat ik stikte. Niets werkte. Zodra ze afgeleid werd door haar mobiel, maakte het niet meer uit welk onaards geluid ik produceerde; haar aandacht lag dan geheel bij haar telefoon.
Op een dag ben ik gewoon opgestaan toen het weer gebeurde. Ik zat wederom al drie minuten te wachten op antwoord (en dat is lang als je wacht), en er kwam maar niets terug.
Ze ging helemaal op in een aantal reacties op een Facebook status, maakte ik op uit wat ik kon zien. Pas toen ik de ruimte bijna uit liep riep ze me na: “Waar ga je naar toe?” “Naar iemand die wél een gesprek kan voeren.” zei ik, en ik liep door.

Kon ze daar mooi een status over plaatsen op Facebook.

WhatsApp Man versus Vrouw

Ik WhatsApp graag. En veel. Ik ben tevens een fanatiek gebruiker van de bijbehorende smileys. Uit nader onderzoek (van mijn eigen telefoon) is gebleken dat ik bijna bij elke zin die ik typ wel een smiley er aan toe voeg om, tja, extra weer te geven wat ik voel, vermoed ik.
Ik typ ook geen korte zinnen. Nee, het zijn hele epistels. Ik ben niet voor niets schrijfster natuurlijk. Eerst tikte ik heel veel zinnen achter elkaar, en verstuurde ze allemaal apart, totdat ik van mijn echtgenoot te horen kreeg dat zijn telefoon van al die losse berichten letterlijk van zijn bureau af was getrild. Sindsdien combineer ik alles wat ik wil zeggen in één appje.

image

Probleem is dan alleen, als je meerdere vragen stuurt, en je krijgt een “Oké.” terug, je nog niet weet waarop hij oké zegt. Dus dan moet je wel weer een appje sturen, om te vragen wat hij bedoelde met oké.

Sommige vrouwen die ik ken worden er gek van. Stuur je een prachtig verhaal met veel gevoel en hartjes en zo, krijg je “dank, tot straks” terug. Niets zo teleurstellend als zo’n kort, efficiënt mannen antwoord. Zonder smileys.

Maar in plaats van je daar aan te gaan lopen ergeren, kun je het ook in je voordeel gebruiken, bijvoorbeeld door er stiekem en zeer terloops een vraag zoals “Jij kookt vanavond toch?” tussen alle andere vragen in te zetten. Kun je meteen testen of hij wel echt leest wat je geschreven hebt.

Ik heb dit overigens uiteraard van een kennis gehoord, en zal in het geval van een confrontatie met mijn echtgenoot altijd ontkennen dat ik dit zelf bedacht heb en regelmatig probeer.

Ouder worden we allemaal: Volwassen is een heel ander verhaal.

Gisteren werd mijn echtgenoot veertig. We vierden dat zoals we bijna alles vieren in het leven: met onze vrienden en familie.
Tijdens dat feest kwam het onderwerp leeftijd natuurlijk nog al eens voorbij. Een aantal uit de groep waren de veertig al gepasseerd, een aantal nog niet. “Weet je nog, vroeger?” verzuchtte ik tegen een vriendin. “Toen vonden we iemand van dertig al OUD.” Ze knikte.  “Stokoud.”

image

Ik ging er over na denken. Ik ben nu zelf vierendertig, maar ik voel me niet veel anders dan toen ik twintig was. Wat zelfverzekerder wel, meer levenservaring ook, maar volwassener? Mwah. Niet echt. Ik geef nog steeds graag feestjes, ga graag naar feestjes, plan graag feestjes, en zo verder. Ik kan nog net zo hard en onbedaarlijk de slappe lach krijgen als toen ik vijftien was, ik kan me ergens op verheugen als een klein kind, kan genieten van een goed gesprek maar ook heerlijk oppervlakkig doen, als het zo uitkomt.

Ik moet nog steeds lachen om Elmo, de muppets, en als ik met ons kind een animatie film kijk zoals Madagascar, lig ik soms nog harder in een deuk dan Kind. En als u denkt dat ik alleen paardje en vliegtuigje met Kind speel wegens goed ouderschap, dan moet ik u teleurstellen: daar zit ook een aanzienlijk deel eigenbelang bij.

Wanneer word je volwassen? Wanneer ben je officieel oud? Misschien ben ik in ontkenning, maar ik vind mensen er tegenwoordig ook veel jonger uitzien. Mijn moeder ziet er nu, jaren later, nog altijd jonger uit dan hoe ze er uit zag op mijn communie foto’s. Toen was de kledingstijl veel ouwelijker: degelijke rok, schoudervullingen tot naast de oren. Vroeger zag iemand van zeventig er al uit als een bejaarde (qua kledingstijl en permanentje dan), tegenwoordig kan ik vaak het verschil niet meer zien tussen iemand van vijftig of vijfenzestig. Iedereen wordt steeds moderner oud. Worden wij de instagrandma’s van de toekomst?

Ik peins er nog even over door. Is leeftijd dan echt niet meer dan een nummer? Blijf je je van binnen echt altijd zo jong voelen? De tijd gaat al zo snel… Ik kan me nu niet voorstellen dat ik me over tien jaar veel anders of ouder zal voelen dan nu.

Ik ga er over nadenken. Althans, nog even. Niet te lang, want voor je het weet ben ik ook veertig. Of zeventig.

Vrouwendingetje

Je kent het misschien wel: je bent op zoek naar een pincet. Die zoektocht leidt je naar de slaapkamer, waar je bij het zoeken in kasten twintig andere dingen tegenkomt. De was die nog gevouwen moest worden: oh, die kan ik ook snel nog even doen. Voor je het weet ben je je kledingkast aan het uit sorteren, heb je de badkamer tussendoor gepoetst, en kom je beneden met alles behalve die pincet.
“Wat ging ik nou eigenlijk boven doen?” vraag ik dan wel eens hardop aan mijn spiegelbeeld, maar zij weet het meestal ook niet.

image

En iedere keer weer denk ik: nu is het afgelopen! Vanaf nu ga ik het niet meer doen. Vanaf vandaag ben ik een zeer gestructureerd en goed georganiseerd mens die zich niet laat afleiden door ieder klein dingetje. Vanaf nu ga ik mindful zijn, en zen, en relaxt. Ik ga goed plannen, dingen bijhouden, de kasten op orde houden.

Meestal lukt dat ook wel.

Totdat ik een onafgemaakt fotoalbum tegen kom en de zoektocht naar de resterende foto’s begint, waardoor ik er via diverse omwegen achter kom wat voor fascinerende zaken er nog op zolder liggen. Of totdat ik het weer vergeten ben.

Controle freak

Niemand mag me optillen. Ik ben daar heel raar in. Zodra iemand me ook maar enigszins dreigt op te gaan tillen, om wat voor reden dan ook, schreeuw ik moord en brand. Tenzij ik buiten bewustzijn ben, dan mag het, maar alleen als het absoluut noodzakelijk is. Mijn ergste nachtmerrie als tiener was dat ik in het zwembad gegooid zou worden. Niet omdat ik bang was voor water; ik kon best zwemmen. Maar je zag het vaker bij andere meiden gebeuren: nietsvermoedend lagen ze op hun handdoek, en uit het niets kwamen een paar jongens er op af geslopen, om haar vervolgens luid gillend en op zeer onhandige wijze op te tillen en spartelend naar het zwembad te dragen. Daar zwiepten ze haar dan een paar keer heen en weer om zeker te zijn dat ze geen beton zou raken van de rand, en om zeker te weten dat iedereen het zou zien, om haar vervolgens met een grote plons in het water te doen belanden. Af-schu-we-lijk.

Ik was een jaar of veertien, schat ik. Ik stond in de gymles (waar ik toch al zo’n fan van was) mentaal dood te gaan. De leraar vroeg namelijk het onmogelijke van me. Hij stond klaar, samen met de sterkste klasgenoot van de klas, te wachten op mij. Ik moest een aanloop nemen, op zo’n springplank springen, mijn armen strekken en een salto maken. Zij zouden dan mijn armen vast houden zodat ik niet genadeloos neer zou komen. Ik vond het vreselijk. Het idee dat men mij moest opvangen, en dat dat ook mis kon gaan. Al een keer of dertig had ik een schijnbeweging gemaakt. De aanloop lukte nog wel, maar last minute blokkeerde mijn lijf dan. En liep ik weer terug.
“Je kunt het!” zei de gymleraar. “Vertrouw ons nu maar. We vangen je op!”
Nagelbijtend dacht ik er over na. Ik vond er niks aan. Maar de gymleraar leek niet op te gaan geven vandaag. Ik overwoog om een plotselinge ziekte te veinzen, maar daar zou hij vast niet intrappen.
Na een eindeloos durende paar minuten besloot ik de sprong te wagen. Ik pepte mezelf van binnen op en nam de aanloop. Ik strekte mijn armen, sloot mijn ogen en sprong. Daarna was er een genadeloze klap, en werd het verdacht donker om me heen.
De leraar had niet verwacht dat ik nog zou gaan springen, en was in gesprek met iemand verwikkeld geraakt tijdens het wachten. De sterke klasgenoot had hem ook niet meer zien aankomen, mijn sprong.

Springen, vliegen, je laten dragen.. het is niet aan mij besteed. Ik heb wel eens in een training gestaan waarbij je jezelf achterover moest laten vallen, om een of andere les te leren. Ik weiger het pertinent. Ik hoef die les niet te leren. “Dan is dit mijn persoonlijke les in assertiviteit.” zei ik tegen de trainer die aandrong. “Want ik zeg nu nee.” Ik ga me toch zeker niet achterover laten vallen. Er hoeft maar net iemand even een seconde afgeleid te zijn, en daar lig je dan, met al je vertrouwen.

Ik heb een vriendin, die heeft dat bij de tandarts. Ze vertrouwt er niets van, die tandarts. Zodra hij ook maar met een spiegeltje in de buurt van haar mond komt, veert ze op uit de stoel met de woorden “En wat denken wij te gaan doen?”. De tandarts moet alles wat hij gaat doen, ruim van te voren, liefst schriftelijk in drievoud aankondigen. Ik snap dat wel.

Het heeft alles te maken met de controle los durven laten, dat weet ik. Maar weet je, tenzij het absoluut noodzakelijk is om de controle af te geven, wegens medische reden of iets dergelijks, doe ik het niet. Gelukkig vertrouw ik mezelf wel: Ik vang me wel op als er iets gebeurt: ik let tenminste zeker op.

Waarom mannen de weg altijd willen weten en vrouwen de handleiding wel gebruiken

“We zijn verdwaald, denk ik.” zei ik tegen mijn echtgenoot, terwijl we ergens in de middle of nowhere rond tuften, mijlenver van onze bestemming verwijderd.
“We zijn helemaal niet verdwaald.” zei hij. “Ik denk dat we daar achter naar links moeten.”
“Maar kijk, daar loopt een boer, zullen we het hem anders even vragen, voor de zekerheid?”
“Ik heb geen zekerheid nodig, en ook geen boer. We gaan de goede kant uit.” zei mijn man.
Nerveus keek ik op mijn horloge. We moesten toch echt op tijd op d

ik verdwaal nooit…

e plek van bestemming zijn. Mijn echtgenoot tuurde zelfverzekerd in de verte.
“Duurt het nog lang?” vroeg een kinderstemmetje van achter uit de auto. “Dat weet ik n… nee. Papa zegt dat het niet meer lang duurt.” zei ik terug. Maar ik was er nog niet zo zeker van. Eer mijn man er mentaal aan toe zou zijn om zijn hoofd te buigen en de weg te vragen aan iemand, was het feest al lang en breed afgelopen. Naarstig tuurde ik in de verte, op zoek naar een herkenbaar punt, dat er niet was.

Ik leef bij de gratie van de TomTom, de Google Maps, de navigatie die standaard op je telefoon zit tegenwoordig. Ik raak overal de weg kwijt. Mijn oriëntatievermogen heeft zich eigenlijk nooit ontwikkeld. Ik kan me herinneren dat ik bij een vriendin op bezoek ging. Vriendin woonde in een minuscuul dorp met maar drie straten, waarvan één straat overduidelijk de hoofdweg was. En zij woonde op die hoofdweg. Hoe het kan, weet ik niet, maar iedere keer weer dacht ik dat ik te ver door gereden was, sloeg ik een zijstraat in, draaide ik, en wist ik het niet meer. “Je huis is verhuisd!” zei ik eens tegen haar, toen ik weer moest bellen om te vragen waar ik heen moest. “Wat zie je nu voor je?” vroeg Vriendin. ik verdwaal nooit...“Een paar huizen!” zei ik ontredderd.
“Wat nog meer?” zuchtte ze.
“Eh… een kerk?”
“Rijd tien meter vooruit, sla links af, en rem dan.”
Ik reed tien meter vooruit, sloeg links af, remde, en zag haar staan janken van het lachen met de telefoon nog in haar hand.
Ik vraag – als ik geen navigatie bij me heb – overal de weg, in tegenstelling tot mijn echtgenoot. Bij het vragen van de weg zoek ik liefst oudere mensen uit; die wonen dan vast daar in de buurt. Jongere mensen vind ik minder betrouwbaar, want die sturen je wel vaker verkeerd, heb ik helaas gemerkt.
Ik vind het altijd lastig als mensen mij ergens om de weg vragen. Deels wil ik interessant overkomen en hen de instructies geven, omdat dat er heel verstandig uit ziet, maar deels wil ik ook gewoon eerlijk zijn en opbiechten dat ik zelf nergens de weg ken. Dilemma’s, dilemma’s….

Mijn man vraagt nooit de weg. Dat doen mannen schijnbaar niet. Net zo min als ze de gebruiksaanwijzing lezen die bij welk-apparaat-dan-ook geleverd wordt. Dat is een doodzonde, schijnbaar. Mannen lezen die gebruiksaanwijzing pas, als echt absoluut niets, maar dan ook niets anders meer mogelijk is. “Maar als we nou die gebruiksaanwijzing eens er bij nemen, dan gaat het misschien sneller?” opperde ik eens. Als blikken konden doden, had ik dit artikel niet meer kunnen schrijven. Mannen MAKEN dingen, ze BOUWEN dingen, ze zijn KAMIEJAJAJIPPIEJIPPIEJEEEEEH volgens de Hornbach.

Echte mannen lezen geen gebruiksaanwijzing. Die wéten gewoon vanzelf hoe iets in elkaar moet. En als ze het niet weten, dan proberen ze net zo lang, tot midden in de nacht, met het zweet op hun voorhoofd, tot het wel lukt. Ook al is het veel efficiënter om het gewoon meteen goed te doen, met behulp van de gebruiksaanwijzing. Net zoals wanneer ze verdwaald zijn. Ze moeten en zullen zelf die weg vinden, anders beschadigt dat hun eergevoel, of wat dan ook. Maar goed. Het zal iets met de oertijd te maken hebben; het zelf bouwen van dingen en de weg naar huis door de rimboe willen weten. Ach, ze zijn al zo ver geëmancipeerd, onze mannen; laat ze dit maar houden. En als het echt te ver gaat, dan vragen wij wel de weg, of lezen we toch gewoon stiekem de gebruiksaanwijzing.

Excuses aan alle mannen: de Mannengriep bestaat!

Nu het griepseizoen op volle toeren draait, is het goed om weer eens aandacht aan het fenomeen Man en Griep te besteden.

De Mannengriep.

Ik heb het vaker gehoord, van vrouwen om me heen; de Man lijkt te denken dat hij doodgaat aan de griep. Het gekke is dan weer, dat hij zich bij het breken van – ik noem maar wat – een been, bikkelhard opstelt. “Ach, gaat wel over.” mompelt hij, terwijl het betreffende been een wel akelig onnatuurlijke houding heeft. Zodra echter het griepvirus zich meester maakt van deze stoere kerel, ligt hij sniffend in bed met de dekens over zijn hoofd, “kan hij echt niks meer” (behalve jammeren dat het Einde der Tijden gearriveerd is).

De heren voelen zich dus sneller beroerd en zielig dan de dames, zo lijkt het.

Maar als dat waar is, is het dan echt Aanstelleritis? Of is er een legitieme reden voor?

Zijn mannen echt zieker dan vrouwen door de griep?

Dat vraagt om wat onderzoek.

Er komen uit wetenschappelijke hoek geluiden die stellen, dat mannen een X-chromosoom minder hebben dan vrouwen, waardoor hun lichaam vatbaarder is voor virussen en zich dus minder kan verweren.

Daarbij schijnen mannen meer temperatuurreceptoren te hebben dan vrouwen (omdat dat deel van de hersenen bij mannen groter is), zo stellen neurowetenschappers van de universiteit van Durham. Hierdoor krijgen mannen sneller (hogere) koorts, wat het ellendige gevoel van een naderend einde bij de man kan veroorzaken.

Dit zou wel het één en ander kunnen verklaren. Het groeien van dat bewuste deel van de hersenen is de schuld van testosteron. En wij maar denken dat alleen vrouwen last hebben van hun hormonen…

Je kan het mannen dus feitelijk niet kwalijk nemen, dat ze heviger geveld raken door hetzelfde virus.

Namens alle vrouwen van Nederland wil ik dus even een welgemeende sorry zeggen: Sorry, mannen! We zaten er naast. We dachten dat jullie doodsangst bij griep overeen kwam met jullie fobie voor opruimen of iets mee naar boven nemen wat op de trap staat. We zaten er alleen dit keer faliekant naast.

We weten dat jullie het niet gewend zijn om dit van ons te horen, maar: mannen, in dit geval hadden jullie gelijk. Jullie zijn – bij griep – absoluut zieliger!

Waarom mannen wel romantisch zijn

bron foto: vrouwblog.nl

Romantiek. Veel vrouwen verlangen er naar, slechts weinigen ervaren het. Althans, de standaard definitie van romantiek. Daarmee bedoel ik onder andere: Diner bij kaarslicht, rozenblaadjes op het dekbed, boottochten waarop je samen Titanic achtig staat te balanceren op het randje van de boot, pagina’s lange liefdesbrieven, elkaar diep in de ogen staren en dansen aan zee, met champagne.
Dat is immers romantiek, toch?

Of is dit soort romantiek een levensgrote leugen, sponsored by de filmindustrie?

Als je aan dat soort dingen denkt bij het woord romantiek, zal je relatie op den duur onherroepelijk een aaneenschakeling van teleurstellingen zijn. Slechts een klein percentage mannen houdt het tien jaar vol om je regelmatig te blijven verrassen met zijn romantische gebaren. Laten we realistisch blijven: hoe langer de relatie duurt, hoe kleiner de kans op romantiek. Toch?

Als de relatie al wat langer bestaat, het nieuwe er af is en de verliefdheidsvlinders zijn neergestreken in je buik, dan kost het wat meer moeite om de boel romantisch te houden. We worden vaak geleefd door ons werk, onze kinderen, onze huishoudens en zo verder. Een gejaagd bestaan, tussen kantoor, kinderdagverblijf en thuis; niets is zo killing voor je romantiek als de sleur van het dagelijks leven.

Tenminste: als je romantiek blijft zien zoals de films het voorschrijven.

Want romantiek, zo heb ik geleerd, zit verstopt in veel kleinere, minder opvallende, dagelijkse dingen. Romantiek in een langdurige relatie zit hem niet per se in het dansen, het zwiepen op een boot, het in katzwijm vallen in elkaars armen. Romantiek in een volwassen, langdurige relatie gaat verder dan dat. Je moet het alleen herkennen en erkennen als zijnde een vorm van romantiek.

Dat hij midden in de nacht met je zieke kleuter liedjes staat te neuriën, zodat jij nog wat kunt proberen te slapen, bijvoorbeeld. Dat hij je angsten en onhebbelijkheden kent en toch bij je blijft. Dat hij je zonder er over na te denken beschermt, als er iets ergs dreigt te gebeuren. Dat hij het voor je opneemt als je aangevallen wordt. Dat hij volschiet op het moment dat jullie kindje geboren wordt. Dat hij je troost bij verlies, en van iedereen het meest blij voor je is als het goed gaat. Dat hij je een rolletje toiletpapier brengt, omdat hij weet dat het op is. (dat hij het soms ook zelf heeft opgemaakt, dat moet je dan maar even voor lief nemen). Dat hij precies weet hoe hij je aan het lachen kan maken, na een zware dag. Of dat je via via hoort dat hij zo trots op je is, en nog steeds over je opschept tegen zijn vrienden. Je kunt me voor gek verklaren, maar ik zie daar onvervalste romantiek in doorschemeren.

De meeste mannen (en ook genoeg vrouwen, weet ik uit ervaring) hebben op den duur een probleem met romantiek in de film-vorm, omdat het vaak zo gemaakt aanvoelt. Geforceerd zelfs. Als je het niet van nature in je hebt om hele romantische daden te verrichten, dan voelt het alsof je een rol speelt, wanneer je die rozenblaadjes over het bed strooit.

Maar als je romantiek ziet voor wat het is, namelijk het accepteren en aanvullen van elkaar, daar waar de ander het nodig heeft, dan zou het zomaar eens kunnen dat je relatie stiekem blijkt te barsten van de romantiek. Zelfs als je ook af en toe “Trek eens aan mijn vinger” te horen krijgt.

Trek je je veel van anderen aan? Leer dan van deze bijzondere kat.

Het is best belangrijk soms, om te leren hoe je je minder aan kunt trekken van wat anderen van je denken. Vind je het moeilijk om de mening van anderen naast je neer te leggen? Laat je je verjagen van je plek, laat je regelmatig een ander voorkruipen?

Het is al vaker bewezen: een van de beste manieren om te leren is door te observeren.

Kijk en leer van deze kat.

Voornemens… of eh…

image

Psst… Heb jij ze nog, je goede voornemens? Of liggen ze al weer achter je?

Het slechte nieuws: de meeste goede voornemens blijven bij hun naam: voornemens.

Het goede nieuws: je hebt nog een heel jaar voor je liggen om je doelen waar te maken. Dat hoeft niet per definitie op 1 januari te starten. 1 februari mag ook, of 1 maart.

Mamantwoorden

image

Moeder zijn is super leuk. Er is niets mooier dan je kind te begeleiden en te zien opgroeien.

Maar… als moeder krijg je vaak honderden vragen per dag. Zeker in de waarom fase vliegen de vragen je om de oren! In deze quote een samenvatting van de gemiddelde antwoorden die je zoal geeft aan je kind op een dag.

Welke vragen vind jij het moeilijkst te beantwoorden? Wat is de grappigste vraag die jij ooit van je kind gekregen hebt?

Vervelende Vragen: over het wel of niet krijgen van (meer) kinderen

Kinderen. Je wilt ze, of niet. Sommige mensen vinden kinderen leuk, maar alleen als er een eindtijd aan de speelmiddag verbonden is en ze weer netjes opgehaald worden door hun ouders. Sommige mensen willen een heel elftal aan kinderen. Prima. Sommige mensen willen geen kinderen. Ook prima. Sommige mensen vinden hun gezin compleet met één kind. Nogmaals: prima.

Althans, dat zou je denken. Toch valt het me op dat sommige mensen, waar het voortplanting betreft, een opdringerige mening er op na houden. Waar het al dan niet krijgen van kinderen, of van méér kinderen, een zeer persoonlijke en intieme aangelegenheid is, die soms zelfs ronduit gevoelig ligt, weerhoudt dat omstanders (en soms zelfs volstrekt vreemden!) er niet van om ongepaste vragen te stellen.
De rijst is nog net niet uit je trouwschoenen verdwenen, of er komt vaak al een lollige, aangeschoten oom of tante met dubbele tong vragen wanneer er nageslacht komt. Niet eens OF, nee, wannéér. Want sommige mensen gaan er vanzelfsprekend van uit dat je je überhaupt wilt én kunt voortplanten.
De vragen, opmerkingen en oordelen die je je schijnbaar moet laten welgevallen, zijn niet van de lucht. Sommige opmerkingen zijn zelfs ronduit beledigend te noemen. Alsof je niet mee telt, wanneer je er voor kiest om geen nageslacht te maken. Of, erger nog, je je zou moeten verantwoorden waarom het niet lukt, als dat zo is.

Na de geboorte van ons kind was de eerste maanden nog alles rustig. Maar zo rond de eerste verjaardag begonnen de vragen te komen. ‘En, wanneer komt nummertje twee?’ ‘Wanneer komt er een brusje?’ (Overigens vind ik persoonlijk het woord “brusje” een afschuwelijk woord, maar dat terzijde.). Ik heb er vroeger nooit over nagedacht hoe veel kinderen ik later wilde krijgen. Ook toen ik zwanger was, dacht ik: ‘We zien wel’. Allereerst moest het nog maar eens lukken allemaal. En dan zouden we wel weer verder zien. Nu heb ik goede redenen om niet weer zwanger te willen raken, waar ik hier geen uitleg over ga geven. Maar de vragen die je krijgt over het wegblijven van de schijnbaar automatisch verwachte nummer twee zijn niet van de lucht.
Sommige mensen vinden het zelfs zielig voor ons kind. Van sommige opmerkingen word ik woest, want als er één kind niet verwend is is het ons kind: hartstikke sociaal (met dank aan veel contact met neefjes, kinderen op het kinderdagverblijf, vriendjes en vriendinnetjes), lief en vrolijk, speelt graag met andere kinderen, maar kan ook echt genieten van de rust die er thuis is. Gewoon een gelukkig kind.
Raar, dat sommige mensen daar schijnbaar moeite mee hebben: wij hebben er geen enkel probleem mee. Alsof het hebben van broers of zussen een garantie is dat je niet eenzaam wordt als volwassene. Ik heb zelf een goede band met mijn broer, maar ik ken genoeg mensen die hun broer of zus niet eens meer (willen) zien of spreken. En natuurlijk heeft het voordelen om met broertjes of zusjes op te groeien, maar het heeft ook nadelen. Onderzoeken wijzen overigens ook uit dat het helemaal niet slecht is, of erg, of zielig, om enig kind te zijn. Overal is dus wel iets voor te zeggen.

Dan is er nog de uitspraak, ‘Eén is geen.’ Echt. Zonder met hun ogen te knipperen noemen ze mijn kind indirect geen kind. ‘Maar als je twee kinderen hebt, en er dan eentje dood gaat, dan heb je er tenminste nog één!’ zo werd mij uitgelegd. Pardon? Alsof je wereld niet vergaat wanneer je meer kinderen hebt, als een van je kinderen komt te overlijden. Lijkt me dat je wereld dan sowieso instort, of je nu een, twee of tien kinderen hebt.

Overigens krijgen mensen die geen kinderen willen, het ook vaak zwaar te verduren. “Maar straks heb je spijt hoor.”, “Hoezo, geen kinderen?” of “Als je de juiste tegen komt, krijg je vanzelf rammelende eierstokken!”. Pardon? Waarom MOET iedereen per se kinderen krijgen? Tel je niet mee als je kinderloos bent? Wat is dat nu weer voor onzin?
Mensen die een meer dan gemiddeld aantal kinderen hebben, krijgen te horen dat het ze allemaal veel te lastig lijkt, zo veel nageslacht. En hoe ga je dat betalen? En wat een gedoe zeg, zo veel kinderen in een auto.

En de aller, aller, aller ergste opmerkingen zijn de opmerkingen die gemaakt worden tegen mensen die geen kinderen kunnen krijgen, ook al willen ze ze nog zo graag. “Je moet gewoon niet te veel bezig zijn er mee. Dan word je wel zwanger.” Of: “Het is vast de stress waardoor je niet zwanger raakt. Doe maar eens wat rustiger aan!” Of: “Mijn nicht ging een week lang elke avond met haar benen in de lucht liggen met een brandende kaars op haar voeten, en hopsakee! Zwanger!”
Tenenkrommend. Alsof je er iets aan kunt doen. Alsof je het zelf schuld zou zijn, zelfs. Aan dat soort quasi goed bedoelde adviezen, met daarin kwetsende insinuaties verwerkt, hebben mensen niets. Medeleven en oprechte interesse tonen, daar voelt iedereen zich een stuk beter bij. Geen zinloos geneuzel over alternatieve methoden, en al helemaal geen aanpraten van een onterecht schuldgevoel.

Sommige m

ensen gaan er blindelings en onterecht van uit, dat je je überhaupt wilt én kunt voortplanten

.

Ik vind dat mensen helemaal zelf moeten weten of ze wel of niet (en indien wel, hoe veel) aan kinderen willen beginnen. Daar hebben buitenstaanders nu eenmaal niets mee te maken. Iedereen maakt zijn eigen keuzes, gebaseerd op voor hem / haar zwaarwegende redenen. En wat ‘de mensen’ daar van vinden? Dat moeten ze maar naar de politie brengen.

Instant feelgood filmpje: Lief Uiltje

Je hebt wel eens zo’n dag, waarop alles mis gaat. Je stapt met het verkeerde been uit bed, stoot meteen je dikke teen rampzalig hard tegen een verwarmingsbuis. Je besluit een sluiproute richting je werk te nemen, waarop je achter drie tractors komt te rijden die niet in te halen zijn, om vervolgens een ongebruikelijke file in te rijden.

Zo’n dag ook bijvoorbeeld, waarop de kassa nét kapot gaat, vlak voordat je eindelijk aan de beurt was met afrekenen, na een half uur wachten met uitzicht op een zeer ontstemde peuter, die in de winkelkar van zijn moeder zit, driftig met een vingertje zijn weg omhoog borend in Mount Neusje.

Of zo’n dag waarop je vlak voor het stoplicht van rechts ingehaald wordt door een antisociale persoonlijkheidsstoornis op wielen, waardoor jij nog maar net op tijd tot stilstand kunt komen voor het – inmiddels rode – stoplicht, achterblijvend in de uitlaatgassen van de gestoorde idioot die je onterecht inhaalde.

Zo’n dag waarop je de ketchup over je nieuwe jurk spuit, omdat je eindelijk eens zo’n ‘handige knijpfles’ durfde te proberen. Voor bij je tosti, om te voorkomen dat je met een rammelende maag op je date zou verschijnen, nu je eindelijk weer eens met iemand uit durfde te gaan na een eindeloze reeks teleurstellende liefdespogingen. Waarop je hoofd de kleur van de ketchup op je jurk overneemt, vlak voordat je date aanbelt, met 0 seconden tijd om je nog even snel om te kleden.

Enfin. Op zo´n dagen moet je eigenlijk gewoon even dit filmpje opzoeken. Niet dat je dag er minder desastreus van wordt. Maar gewoon, omdat dit Lieve Uiltje acuut je stress level zal verlagen. Hoe? Nou, gewoon, door een Lief Uiltje te zijn. Kijk maar.

 

De Liefde versus de Emotioneel Ontoegankelijke Man

Als je als vrouw verliefd wordt op een man, en dat gebeurt vaak toch wel eens, dan heb je een aantal opties.
Vroeger had je dat trouwens niet, veel opties. Toen had je naar het schijnt ongeveer één optie: afwachten. Langs de kant van de dansvloer gaan staan en af en toe sluiks een blik werpen. Je beste beentje voor zetten vanonder je rok, en afwachten of je gevraagd werd. Hoe anders is dat nu. Vrouwen zijn geëmancipeerd, betalen hun eigen rekeningen, verdienen hun eigen geld, hebben alle rechten die ze verdienen. En dat is maar goed ook. Maar het compliceert de boel wel een beetje, nu we een man niet meer per definitie nodig hebben om rond te komen. Tegenwoordig kan een beetje meid die op haar toekomst is voorbereid, haar eigen boontjes wel doppen. Ik ken haast geen vrouwen meer die niet werken, of hun eigen geld niet verdienen.
Met het veranderen van de tijden veranderde ook het paringsritueel tussen mannen en vrouwen. Waar vroeger een afwachtende rol was toebedeeld aan de vrouw, past dat tegenwoordig niet meer in het plaatje. Maar wat dan? Sommige mannen houden er wel van als je als vrouw direct bent; anderen schrikt het af. Maar dan rijst meteen de vraag; wil je een man die meteen terugdeinst van een beetje eigen vrouwelijk initiatief? Of is dit terugdeinzen van de man een natuurlijk filter, dat jou aantoont of je een modern exemplaar voor je hebt?
In ieder geval is het – zoals met zo veel dingen, gelukkig – veel meer tweerichtingsverkeer geworden.

Helaas is er ook een nieuw fenomeen ontstaan, namelijk dat van de emotioneel onbereikbare man. Ontoegankelijk is hij, maar zo lijkt hij in het begin van de opbloeiende romance niet. Verre van zelfs. In het begin, als hij nog aan het jagen is, dan is niets hem te veel. Dan maakt hij haar het hof, vertelt hij haar de meest prachtige verhalen, kijkt hij haar diep in de ogen en fluistert hij haar naam alsof het poëzie is. Dat is allemaal heel erg mooi en prachtig. De vrouw bloeit langzaam op en vraagt zich heimelijk af of ze nu dan toch het winnende lot uit de loterij heeft getrokken. Totdat ze iets (voor hem) afschuwelijks doet: ze toont hem de eerste, voorzichtige signalen van affectie en liefde. Ze nodigt hém een keer uit voor een etentje met haar vrienden, of met haar zussen. Of ze stuurt een SMS te veel, met daar in iets te veel xxxjes. Dan begint plots het luchtkasteel in elkaar te donderen. Eerst denkt de vrouw nog; hij heeft het gewoon druk. Zijn baan is ook zo veeleisend, hij heeft het ook zwaar. Maar dan worden de dagen weken, en de weken maanden. De man begint steeds meer vage uitspraken te doen. Waar hij eerst nog zo welbespraakt en uitgesproken leek, worden zijn uitspraken nu een verzameling van onbegrijpelijk vage begrippen. Waar zijn blik zich normaliter vast zette in de hare, ontwijkt hij nu oogcontact alsof ze van de Jehova is en aan zijn deur staat.

Vertwijfeld vraagt de vrouw zich af wat ze verkeerd gedaan heeft. Meestal heeft ze niets verkeerds gedaan, maar de emotioneel ontoegankelijke man zal dat niet toegeven. Nee, die zal het vooral zo vaag mogelijk houden. Totdat ze het niet meer aankan en hem een bericht stuurt, met de vraag wat hij nu eigenlijk wil. Dan komt de aap uit de man. Hij heeft bindingsangst. Durft zich niet te hechten. Iets met dat het leven te kort is, hij er niet klaar voor is, en meer van dat soort nonsens. Wat hij daarmee eigenlijk bedoelt te zeggen, is dat hij ergens een kink in de kabel heeft, want hij is alweer op zoek gegaan naar zijn volgende prooi, om exact te zijn vanaf het moment waarop zij zijn liefdesuitingen begon te geloven en beantwoorden. Het type ontoegankelijke man is van het desastreuze soort. Hij verwoest het vertrouwen van vrouwen. Hij jaagt totdat de buit binnen is; als die eenmaal binnen is, port hij er nog eens tegen als een kat tegen een dode muis. Niet meer interessant. Op naar de volgende.

Voor vrouwen is het bovenstaande fenomeen enorm verwarrend. Want: wanneer weet je nu of je een oprechte man hebt getroffen, en wanneer loop je met open ogen in de val van de emotioneel ontoegankelijke player? Hoe voorkom je dat je hart gebroken wordt door iemand die dat niet eens waard is?
Behalve vertrouwen op de eigen intuïtie, lijkt er niet veel aan te doen. Tref je ongelukkigerwijs zo’n man met bindingsangst, dan zit er maar één ding op: zo snel mogelijk alle contact verbreken (en dat ook zo houden als hij zich dan plots lijkt te bedenken: dat doet hij alleen omdat je dan weer opjaagbaar bent. Dan is zijn buit opeens weer buiten en kan hij hernieuwde interesse veinzen in combinatie met gemaakte spijt, die hij vaak zelf ook nog gelooft!).

Gelukkig zijn er ook nog veel échte mannen. Goede mannen. Mannen met oprechte gevoelens, die verliefd op je worden, zonder bindingsangst. Die nog verliefder op je worden als je zijn liefde beantwoordt. En ook al is je hart verpletterd door de emotioneel onbereikbare soort, vergeet dan niet dat er ook mannen bestaan die je vertrouwen wel degelijk waard zijn.

Mannen communicatie versus vrouwen communicatie

Mijn echtgenoot kaart sinds een aantal jaren met vrienden. Dat doen ze iedere week op een vaste avond. Mijn man zit er sinds een paar jaar bij, maar de groep bestaat al ruim vijftien jaar. Het enige dat vast staat aan het hele gebeuren, is de vaste dag in de week. Die verandert nooit. Verder zijn er geen afspraken. Op de vaste Kaart Dag wordt pas na etenstijd gecommuniceerd over details. Het wordt elke week bij iemand anders gehouden. Ze beslissen pas op de laatste minuut waar het plaats zal vinden. Als iemand van de groep niet kan (het is best een grote groep), dan zegt die dat gewoon via de groepsapp. “Ik kan niet.” zegt zo’n man dan. “Oké.” zeggen de andere mannen dan, en daarmee is de kous af.

Hoe anders is dat bij (de meeste) vrouwen. Allereerst zou ik er persoonlijk helemaal gek van worden dat ik nooit van te voren zou weten waar het plaats vindt. Is het bij die? Of bij die? Bij mij? Moet ik poetsen en nog snel even van alles op het oog opruimen? Moet ik het toilet nog even snel in de chloor zetten? Heb ik voldoende drinken in huis? Komen ze nou wel of niet hier vanavond? Helemaal opgefokt zou ik er van raken.
Maar de mannen, die hebben daar geen last van. De eerste keer dat de kaart avond bij ons thuis gehouden werd, rende ik nerveus door de woonkamer. “Het is hier een rommel!” zuchtte ik. “Hoezo, dat valt toch wel mee?” zei mijn man. “En bovendien, hou maar op met opruimen hoor. We zijn mannen. Wij letten daar niet op.”
Terwijl ik in de diepvries op zoek ging naar snacks om in de frituurpan te gooien, zei mijn man dat een zak chips in een kom ruim voldoende zou zijn. En die zak chips had hij al gevonden, in de keuken.

Vrouwen zijn over het algemeen toch anders, althans, niet allemaal, maar veel in mijn omgeving wel, ikzelf inclusief. Met mijn vriendinnen heb ik maandelijks een vriendinnen avond. En dat gaat, tja, toch echt heel anders. Allereerst plannen we ruim op tijd, want anders kan niemand. Kinderen, sport lessen, noem maar op. Het is al een heel karwei om één datum per maand te vinden. Als een van ons niet kan, dan leggen we uit waarom, zonder dat dat gevraagd wordt. Maar als we dan vertellen dat Kind ziek is, dan geven we uitingen van medeleven, vragen we door,  bieden we aan om de datum te verplaatsen, noem maar op. Wij zouden nooit zeggen “ik kan niet.” zonder uitleg, en de rest zou daar nooit genoegen mee nemen. Daarbij zorgen we dat ons huis er toonbaar uit ziet voor bezoek, en neemt meestal iedere vrouw uit zichzelf iets lekkers mee, een baksel of in mijn geval (wegens gebrek aan bak talent) iets wat ik gekocht heb dat door iemand anders gebakken is en in een winkel gelegd. De mannen zouden er om lachen. Wij vinden het de normaalste zaak van de wereld.

De meeste mannen die ik ken, vinden het ook wel prima als ze elkaar eens vijf maanden niet zien, toevallig. Bij ons, de vrouwen, is dat ondenkbaar. Dan moet er op zijn minst een wereldoorlog zijn uitgebroken, of er is iets anders aan de hand. Want anders zou je nooit zo lang niets van je laten horen. Dat is gewoon absoluut ondenkbaar en niet mogelijk! We hebben regelmatig contact nodig. En nee, dat hoeft heus niet elke week, maar toch wel minstens eens per maand! Anders klopt er iets niet.
Maar voor de meeste mannen die ik ken, klopt dat prima. Die komen elkaar dan weer op een verjaardag tegen, slaan elkaar eens op de schouder en zeggen “Lang geleden! Leuk.” en drinken samen een biertje.

Ach, zolang we het allemaal maar gezellig hebben. Met of zonder uitleg. En dat hebben we.

Wie heeft er op mijn kop gepoept?

Wie heeft er op mijn kop gepoept
Bron foto: http://www.bol.com

Misschien ken je het boekje wel. Wie heeft er op mijn kop gepoept? gaat over een bijziend molletje met een bril, die plots een keutel op zijn kop aantreft. Wraaklustig gaat hij op zoek naar de dader.
Soms moet je gewoon “schijt” aan dingen hebben, zeggen ze. Maar ik hoor eerder bij de groep mensen die niet zo gauw ergens schijt aan heeft. Ik hoor bij die groep mensen, die alles braaf volgens het boekje doet. Die groep mensen, die als hun garage afbrandt, ook echt alleen een oude fiets en een driewieler opgeven aan de verzekering. De mensen die het vaakst slachtoffers zijn van uitwerpselen van mensen die “schijt” aan de maatschappij hebben, zijn doorgaans brave burgers. Ze houden zich aan alle regeltjes. Ze houden rekening met anderen. Parkeren in één parkeervak, in plaats van schuin in twee. Snijden niemand bewust af met de auto. Drinken niet als ze nog moeten rijden. Stelen niets. Zetten niks in de fik. Zijn niet agressief. Die arme, brave mensen krijgen helaas wel het vaakst een keutel van een ander op hun hoofd.

De brave burgers denken dan: “Dát had ik moeten zeggen!”, drie uur nadat ze grof benaderd worden. Ze laten een oude dame brutaal voorkruipen in de rij, omdat ze op leeftijd is. Ze zeggen “U” in plaats van “Verrekte Idioot”, “Bedankt” in plaats van “Dat zou je netjes staan”, “Alstublieft” in plaats van niks en zeggen “Tot ziens” tegen de caissière, in plaats van iets in hun telefoon aan de kassa. Brave burgers gaan werken. En als ze geen werk hebben, solliciteren ze. Met echte brieven, een heus curriculum, met een echte motivatie in plaats van “Ja dit leek me wel vet om te proberen.” Ze melken hun uitkering niet onnodig uit, winnen meestal niets in de loterij en hebben niet de halve wereld.
Nu lijkt het misschien, alsof de groep brave burgers in dit land er bekaaid af komen. Ze trekken immers meestal aan het kortste eind, zou u zo denken. Misschien is dat ook wel zo. Maar wat deze mensen wel hebben, is in geld niet uit te drukken. Ze hebben normen, waarden en een schoon geweten. Een bescheten hoofd weliswaar, maar wel een schoon geweten. En dat blijft toch beter dan een vies geweten en een schoon hoofd. Zeker met bepaalde dingen, zoals jezelf aankijken in de spiegel, of ’s nachts in slaap komen.
Enfin.
Je kunt natuurlijk, als je er als brave burger echt genoeg van krijgt, altijd nog doen wat het molletje deed. De schuldige opspeuren en terug poepen.
Succes niet gegarandeerd.

Tien Gouden Tips Om Er Fantastisch Uit Te Blijven Zien

Smijt al je voorgaand opgedane kennis over schoonheid maar overboord. Dit zijn die tien gouden tips om er fantastisch uit te blijven zien, ook na je twintigste, dertigste, veertigste en ja, zelfs na je tachtigste:

1. Beweeg je gezicht minder
Lachen is misschien wel leuk, maar je gezicht lijdt er enorm onder. Zo krijg je op den duur kraaienpootjes. Lach dus bij voorkeur niet, of zo weinig mogelijk. Laat het contact met grappige vrienden zo snel mogelijk verwateren, als je rimpelloos oud wilt worden.

2. Baar geen kinderen
Heel schattig hoor, baby’s. Maar ze zijn een aanslag op je lichaam en huid. Je boezem wordt nooit meer zoals voorheen en het bijbehorende slaapgebrek zorgt er voor dat je er moe en bleek uit ziet. Voorkomen is beter dan genezen! Natuurlijk zijn kinderen fantastisch en een verrijking, maar de diehard fashionista die er eeuwig goed uit wil zien, schaft liever een hondje aan, formaat handtas natuurlijk.

3. Geniet zo weinig mogelijk
Genieten van het leven is een must, zegt men. Pas op: dit is een val. Trap er niet in! Genieten is dan misschien wel een genot, maar funest voor je huid en haren. Schrap permanent alle alcohol, sigaretten, gebak, hartig eten, alle soorten koolhydraten, e-nummers en stap avonden uit je dagelijks leven. Saai? Misschien wel. Maar wie wil er nu niet blakend van gezondheid uitzien?

4. Lees niet te veel
Boeken bevatten veel wijsheid, maar laten we eerlijk zijn; Books zijn niet goed voor je Looks. Vermijd vooral boeken waar je hard over na moet denken, zoals studie boeken en andere ingewikkelde materie. Zo voorkom je onnodige denkrimpels in je voorhoofd. Wie mooi is heeft amper kennis nodig, moet je maar denken.

5. Vermijd emoties!!!
Heel leuk om een gepassioneerde relatie te hebben, of om een diep gesprek te hebben. Maar om een eeuwige uiterlijke jeugd te hebben, vermijd je beter alle mogelijke diepgang. Diepe gesprekken of moeilijke confrontaties zorgen voor permanente groeven in het gezicht. Van huilen is nog nooit iemand mooier geworden! Oppervlakkige contacten zijn veel beter.

6. Beperk sociale contacten tot sociale media
Er gaat niets boven echt contact, zeggen ze. Hell no! Als je een ras echte fashionista bent, beperk je real life contacten tot een absoluut minimum. Want in de buitenwereld loop je voordat je het weet een virus op. En door dat virus ga je hoesten, of overgeven, en dat is natuurlijk een grote NoNo voor je lichaam en gezicht. En daar draait het leven nu eenmaal om natuurlijk. Bovendien: wie heeft echte contacten nodig, als je ze hebt op Facebook, WhatsApp, Twitter, Pinterest en Instagram?

7. Zeg nee tegen Zon
De zon lijkt een bron van vreugde: strand, zee, buiten wandelen, noem maar op. Vergis je echter niet in deze gele Bol des Verderfs. Je huid kan er niet tegen, je haren worden er droog van en je extensions vallen eerder uit. Weg blijven dus uit die zon!

8. Vermijd Vriendschappen
Vriendschappen zijn goed tegen eenzaamheid. Maar laten we wel wezen: wat heb je aan vrienden als je oud en gerimpeld uit gaat zien?
Ditchen die hap. Vriendinnen zorgen er voor dat je veel lacht (rimpels!), dat je met ze mee huilt als ze verdriet hebben (rimpels!). En alsof dat nog niet genoeg was, zorgen je vriendinnen er ook nog voor dat je regelmatig de deur uit moet. Kies voor jezelf!

9. Slaap minstens 20 uur per dag
Slaap is essentieel voor je huid. Aangezien je als echte fashionista het grootste deel van je sociale contacten, buiten activiteiten, vriendschappen en eten hebt geëlimineerd, heb je hier tijd genoeg voor.

10. Komkommer en kwel
Tijdens je slaap is het goed voor je jeugdige blik als je komkommerschijfjes op je ogen legt. Nog beter is het, als je ze ook op je ogen plakt tijdens de vier uur dat je wakker bent. Het beperkt wellicht je zicht enigszins, maar hee,  je bent een fashionista, of je bent het niet.

Als je je aan deze tien tips gaat houden, kan het zijn dat je op weerstand zult stuiten vanuit je omgeving. Ga niet twijfelen! Dit is echt de enige manier om je jeugdige looks te vereeuwigen. Val je in een gat na het gebruiken van de tips, dan kun je de resterende tijd gebruiken om zo veel mogelijk fabuleuze selfies van je sprankelende zelf te maken (in kunstlicht!!), om deze te delen met je jaloerse ex vriendinnen op alle verschillende social media. Ze zullen je benijden! Dat is immers de sleutel tot eeuwig geluk.

PS. Gebruik van deze tips is geheel op eigen risico.

Zo word je gelukkiger in 2015!

We lijken allemaal zo volwassen, hè. Zucht. Soms word ik er een beetje mismoedig van. We rijden volwassen auto’s, we zijn volwassen ouders, we wonen in volwassen huizen, met loungebanken, flatscreen televisies en gemiddeld 1,8 kind per gezin. We houden zit-verjaardagen, we zeggen heel verstandig ‘dat je nuchter moet zijn’, want oh wee als wij Nuchtere Nederlanders eens uit de band zouden springen! Foei, wat zou de buurvrouw daarvan denken? Iemand die uitbundig danst op een feest, wordt al gauw bestempeld als ‘een dronken lor’, er wordt met medelijden naar gekeken want ‘Gut, kan het ook wat normaler?’. We willen zo onopvallend mogelijk met de stroom mee gaan, rijden in een onopvallende auto, hebben een onopvallend beroep. We doen vooral graag alsof we meer geld hebben dan we eigenlijk hebben. De kredietverstrekkers varen wel bij ons imagobehoud.

Op zondag gaan we met z’n allen wandelen, op degelijke wandelschoenen, want we moeten wel verantwoord bewegen. We bakken brownies en cakes voor de school, om zes uur staan de piepers op tafel. En als we echt gek en exotisch willen doen, nou, dan gaan we naar de Chinees, waar we standaard bami en babi pangang halen, geen sambal bij, want dat is weer net te pittig. Echt, je zou er zo ongelofelijk van in slaap donderen. Natuurlijk heeft dat gekeuvel wel iets, en is de routine ook fijn en voorspelbaar, maar eerlijk gezegd moet het mij toch ook weer niet te saai worden.

Godzijdank heeft iedereen er eentje.

U kent hem of haar vast nog wel: uw innerlijk kind.

Degenen die om het hardst schreeuwen dat ze volleeeeeeedig volwassen zijn, hebben vaak een ontzettend verdrietig innerlijk kind. Het innerlijk kind zorgt namelijk voor leven in de brouwerij. Het zorgt er voor dat sommige vaders en moeders in de binnenspeeltuin hun controle verliezen in de ballenbak, en wild mee gaan meppen met die ballen. Je ziet gewoon aan hun kinderen, dat ze op die momenten het allermeest van hun ouders houden. Het innerlijk kind zorgt er voor, dat mensen gaan dansen, rotsen beklimmen, duiken, motorrijden, en zo verder. Bent u een beetje ingekakt? Is het leven saai en voorspelbaar? Valt u bijna in slaap van uw eigen leven? Hieronder treft u een overzichtelijk overzicht van omstandigheden die het innerlijk kind oproepen.

Bij een adrenaline stoot
Kijk bijvoorbeeld maar eens goed naar mensen die in een heftige achtbaan zitten. Er is echt geen enkele volwassen reden te bedenken, om als volwassene nog in een achtbaan te gaan. Ga maar na; je betaalt grof geld om in een apparaat te gaan zitten, een riem om te doen en op je kop te gaan hangen. Toch doen massa’s volwassenen het maar al te graag. En ik weet waarom. Als ze in de achtbaan stappen, hebben ze nog hun grote mensen gezicht op. Een beetje gespannen wellicht, of een nerveuze giechel die ontsnapt. Maar als ze die achtbaan verlaten, zie je op die peperdure commerciële foto’s van het pretpark de gezichten van innerlijke kinderen. Het plezier, of de angst, spatten er van af. Echte emoties, je weet wel, die uit de tenen. Je ziet dat mensen tijdens dat ritje voelen dat ze leven. Je hoeft immers even niet na te denken over serieuze dingen, je hoeft geen mening te hebben, je hoeft even geen accountant of postbode of directeur te zijn; je zit allemaal in dat apparaat, simpelweg omdat-ie zo lekker hard gaat, en dat zo’n lekker gevoel in je maag geeft. Sommige mensen reageren iets minder en spuugt hun innerlijk kind alles onder. Maar ook dan ben je niet bezig met je belastingaangifte.

Bij dieren
De reden waarom zo veel mensen een hond hebben, is ook te herleiden naar het innerlijk kind. Mensen hebben door een hond het ideale excuus om ‘buiten te mogen gaan spelen’. En als je met een hond en een bal naar het veldje loopt, kijkt niemand gek er van op. Als je zonder hond met een bal door het gras rolt, kijkt men je aan alsof je je verstand verloren bent.
Dieren hebben bovendien dezelfde ontwapenende kracht als kinderen; ze weten niets van geld of merken, ze kennen ook geen schaamte. Ze willen alleen maar met je spelen of rennen, dat is alles. Hoe authentieker je bent, hoe leuker dieren en kinderen je vinden.

Bij het sporten
Als kind leer je vrienden te maken, tijdens het bewegen. Al voetballend heb ik menige vriend gemaakt, het gaat zo makkelijk. Je schopt een keer tegen een bal, of een scheenbeen, en hup, je hebt er weer een vriendje bij. Op je kop hangend schommelen doet ook wonderen. Als je beweegt, hoef je niet zo veel te praten. Het maakt vriendschappen sluiten makkelijker, en leuker. Je bent bezig, dus hoef je niet zo veel te zeggen. Ik durf te wedden dat de helft van de mensen op de sportschool rond loopt om af te vallen, en de andere helft om vriendjes te maken.

Superhelden
Waarom denk je dat zo veel mannen naar de nieuwste Batman film willen gaan? Of naar de nieuwe Bond? Hoe veel volwassen abonnees heeft de Donald Duck ook alweer? Het ontsnappen uit de dagelijkse sleur en de harde buitenwereld, gaat heel goed met superhelden, of het nu gaat om een eend met een onderbroek aan, of een vleermuis met een sixpack.
Mannen in hun mid-life crisis bijvoorbeeld, die een rode Porsche en een jong blondje kopen, zijn trouwens gewoon bang dat ze bijna dood gaan, en willen eigenlijk weer terug naar de pre-puber-tijd. Ze denken, als ik een jonger model auto én vrouw koop, word ík ook weer jonger. Simpel als wat.

Muziek
Muziek doet iets moois met mensen. Muziek heeft de gave om je binnen twee seconden twintig jaar terug te laten gaan in de tijd. Je hoeft soms maar drie noten te horen, of je bent opeens weer vijftien, op vakantie met je ouders in Frankrijk, en smoorverliefd op een Fransoos waar je de naam niet eens meer van weet. Muziek raakt mensen soms diep. Het ontroert, geeft vrijheid aan gevoelens die anders jaren lang als een muur van opgestapelde stenen om onze ziel heen zouden blijven staan. Muziek haalt ook het kind in volwassenen naar boven. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar wat het liedje Happy wereldwijd met mensen deed:

Dansen haalt barrières weg, roept gevoelens op en brengt vooral veel plezier. Mensen hoeven niet per definitie goed te kunnen dansen; als je je er goed bij voelt, straal je plezier uit en dat werkt aanstekelijk.

Enfin. Voorbeelden genoeg. Afgelopen zomer was ik in een speeltuin om de hoek, met man en kind. Dochterlief klom langs de glijbaan omhoog, en riep “Kom je, mama!” Ze gebaarde dat ze wilde dat ik ook naar boven klom, via die gladde glijbaan. Ik keek vertwijfeld om me heen; aarzelde, ik ben toch een volwassen vrouw, ik ga toch niet …? Ik keek naar de glijbaan, keek naar de rijtjeshuizen links en rechts, schatte mijn kansen in. Net toen ik wilde afhaken, keek ik naar mijn dochter. Verwachtingsvol stond ze boven aan de glijbaan op me te wachten. “Jij kan dat ook, mama!” Hoe ziet dat uit? Met deze hakken? Hoe hard ga ik op mijn bek als ik uit glijd? Hoe hard kom ik neer op de grond?
“Ja hoor meid, mama kan dat ook.” zei ik, en met lak aan de volwassenen wereld klom ik, mét hoge hakken, langs de gladde glijbaan omhoog. Ik zag manlief twijfelen of hij zijn camera moest halen om het te filmen, óf een ambulance moest bellen uit voorzorg.
Het kon me niet zo veel schelen hoe het er voor de buitenwereld uit zag; die vinden toch al zo veel, van van alles. Wat me blij maakte was de verrukte blik op haar gezicht toen ik heelhuids boven kwam. “Jaaa! Je hebt het ook geklommen!” Blij klapte ze in haar handjes.

Dat innerlijke kind van mij, dat mag er best af en toe uit. Nog genoeg tijd om te doen alsof ik volwassen ben. Ik zou het iedereen aanraden. Ga in die achtbaan, rol met je hond door het gras. Het leven is veel te kort om alleen maar heel erg lang volwassen te doen.

Man krijgt Paniekaanval bij het zoeken naar een cadeau voor zijn vrouw

Ik had het er met mijn echtgenoot over op mijn verjaardag. We hadden het over mannen, en het kopen van een cadeau voor een vrouw.
Je weet wel, dat een deel van de mannen vaak niet weet wat ze voor hun vrouw kunnen kopen. Verjaardagen, trouwdagen, Valentijnsdag (oftewel Commerciedag); meerdere keren per jaar staat een aanzienlijk deel van de mannen er hulpeloos en reddeloos verloren bij. Sommige mannen zijn er goed in; anderen worden er wanhopig van. Met de ziel onder de arm vertrekken ze naar het dichtst bijzijnde winkelcentrum, om hopeloos om zich heen te kijken.

Cruciale Fout

Aangezien veel mannen niet vaak een juwelier of een damesmodewinkel vrijwillig van binnen bekijkt, komt men al gauw uit bij een praktischer winkel. En daar gaat de Man de fout in. What the hell moet ik haar kopen, denkt de man, en hij loopt nog maar een keer een rondje door de Hema, de Albert Heijn en de Xenos. Aha! denkt de man. Iets praktisch. Dat ze er iets mee kan, en zo. Dat zal ze fijn vinden. En dus komt de man trots thuis met een prachtig pakje met zwaar teleurstellende inhoud.

Dat vraagt om wat onderzoek. Na zorgvuldig research in mijn directe omgeving blijkt dat een aantal mannen regelmatig de plank volledig mis slaat (en dan bedoel ik echt honderd meter naast de plank) bij het kopen van cadeaus. Navraag onder de vrouwen om mij heen wijst uit, dat het in ieder geval op zijn minst regelmatig voorkomt. Zo kreeg een vriendin een telefoonlader voor haar verjaardag. Een andere kennis kreeg van haar man maar liefst een stofzuiger. (Hij leeft nog. Maar het was kantje boord, en het feit dat hij zelf ook vaak stofzuigt redde zijn leven volgens Vriendin.) Weer een ander kreeg een hele dure, lelijke, zwarte USB stick. Wil overigens absoluut niet weten waar die geëindigd is, die stick.

Veel Te Veel Keuze

Enfin, een niet nader te noemen percentage van de mannelijke bevolking lijkt dus nog het een en ander te moeten leren. Als onderdeel van mijn research overlegde ik met diverse Mannen. De gemiddelde Man waarmee ik sprak, was van mening dat het moeilijk is, omdat er Veel Te Veel Keuze is.
Tja. Daar moet ik de man toch wel gelijk in geven. Juweliers, modezaken, drogisterijen…
Make-up? Nee, dan zal ze denken dat hij vindt dat zij er slecht uit ziet. Dat moeten we niet hebben. Welke oogpotlood van de 637 zal haar ogen complimenteren? En die driehonderd lipsticks, welke kleur past dan bij haar huid? En bij haar haren? Als de verkoopster vraagt welke huid soort zijn vrouw heeft, mompelt hij iets over te laat zijn en rent met piepende luchtwegen de make-up gang uit.
Parfum? Maar welke dan? Wat is een merk waardoor ze niet naar een sinaasappel gaat ruiken, of naar een augurk? De verkoopster zwaait driehonderd monstertjes voor zijn neus heen en weer, waardoor hij nog misselijker wordt dan hij al was. `Ik kom er op terug.´ mompelt de man, en hij rent naar buiten.
Een sieraad dan?
Maar wat vindt ze leuk? En, indien hij iets vindt: Welke maat vinger, nek, arm heeft ze in godsnaam? En als de ketting te kort is, gaat ze dan huilen omdat ze tien kilo zwaarder is dan toen hij haar leerde kennen? Het angstzweet staat inmiddels als glinsterende diamantjes op het voorhoofd van de man. Voordat die druppeltjes op de toonbank vallen, tussen de tientallen sieraden, haast hij zich de juwelierszaak uit, en rent naar de Media Markt. Daar kan hij weer ademen.
Het is ook niet gemakkelijk.

De oplossing

Ik stel voor, dat vrouwen die hun mannelijk exemplaar herkennen in bovenstaande omschrijving, vanaf nu doen alsof hun man Sinterklaas is. Heel simpel. Gewoon op tijd een wenslijstje maken. Opschrijven welk merk, kleur, type nummer. Welk sieraad, welke soort goud of zilver, of staal, welke maat je nek, vinger of arm heeft. Opschrijven die hap. Mannen wíllen wel graag iets leuks voor je kopen. De intentie is goed. Laten we het niet moeilijker maken dan nodig. Bovendien: Het bespaart je op den duur een hoop USB sticks en stofzuigers.

Oud en nieuw

Oud en nieuw. Echt zo’n avond waarop je denkt: wat is het jaar voorbij gevlogen. Dat je terugkijkt en denkt: had ik dat maar anders gedaan, of hetzelfde, of nog beter, of niet. Maar, denk je dan, het is tijd voor een nieuw jaar. 2015, daar in gaat het gebeuren. Dat wordt mijn jaar. Al die mislukte pogingen? Ach, die zijn zó 2014. En dat is al bijna voorbij, dus zo zie je maar weer. Een schone lei, een nieuw begin, een frisse start, en zo verder. Dat idee geeft je op dat moment even een goed gevoel, want hee, er staat een nieuw jaar voor de deur, je weet wel, zo een waarin alles anders kan worden. Als je goed luistert hóór je de belofte van succes, geld, gezondheid of een slanke lijn tussen de vuurpijlen door weerklinken op straat. Toch?

Nee. Helaas is 1 januari net als 31 december. Er is behalve het jaartal niets veranderd. Jij bent nog steeds jij, en laten we eerlijk zijn, na een paar dagen is het nieuwe ook wel weer van 2015 af. En wordt de hometrainer al gauw omgedoopt tot wasdroogrek, worden de sigaretten opgevist uit de vuilnisbak, de chips weer gekocht. Want ja, nu zit je weer in die sleur van alle dag. Nu is er niets schoons of fris of nieuws meer aan, en zit je met je oude vertrouwde gebakken peren op de bank. Niet zo succesvol te wezen. Of niet zo gezond, of niet zo rijk, of niet zo slank of gelukkig. Wat een pech!

Toch kunnen nieuwe beginnen ook goed uitpakken. Eens in de zoveel tijd kom je daar een wandelend voorbeeld exemplaar van tegen. Zo iemand die het wel lukte. Zo’n heel gezond, succesvol en rijk exemplaar. En dan mompelen we – een beetje groen van jaloezie – dat die gene ook alles komt aanwaaien. Maar weet je, dat is niet waar. Niet alles komt aanwaaien. Net zo min gaat alles vanzelf, als je het je eenmaal voorgenomen hebt. Het voornemen maken is nog maar het begin. Daarna begint pas het echte werk. Je kunt van niets iets maken. Dat kan werkelijk iedereen. Met de juiste motivatie en wilskracht kun je bergen verzetten en doelen behalen die je ooit niet voor mogelijk hield.

Geloof je dat niet? Dat is dan ook meteen de reden dat het je niet lukte. Want om te bereiken wat je wilt, moet je meer laten zien dan alleen de wens of de hoop. Je moet je tanden er in zetten en niet meer loslaten. Je moet weer opstaan als je neergeslagen wordt, feedback leren incasseren, fouten herstellen, terugslag accepteren en dan toch doorgaan. Blijven geloven in je doel en in jezelf. Dat heeft met een datum niets te maken.

Neem nou bijvoorbeeld (ik ben toch toevallig in de buurt) mijzelf: ik schrijf al 24 jaar. Ik ben tig keer afgewezen in al die jaren. Maar ik heb nooit opgegeven. Toen er niemand was die mijn werk wilde publiceren (want ik was geen BN’er), besloot ik mezelf te gaan publiceren. Zelf columns schrijven, quotes bedenken, netwerk opbouwen, uit het niets een publiek opbouwen. Mensen aanspreken, blijven doorgaan, niet opgeven. En dan nu, een jaar later, aan het einde van het jaar, heb ik 7.500 volgers en een bericht bereik van 1,6 miljoen mensen op mijn Facebook pagina, 190.000 views vandaag op mijn website en mag ik steeds meer bekende mensen interviewen. Geluk? Nee. Komen aanwaaien? Helemaal niet. Het heeft alles er mee te maken dat ik geloofde in mezelf, zelfs als niemand anders dat deed. De aanhouder wint. In 2014, en ook in 2015.  

Scheidende koppels: denk om uw kinderen!

Scheiden. Een gevoelig onderwerp. Hoe moeilijk het is als je ouders uit elkaar gaan, hangt voor een groot deel ook samen met hoe je ouders dat doen. Doen ze dat met respect naar elkaar toe, communiceren ze eerlijk met hun kinderen zonder de andere ouder door het slijk te halen? Stellen ze het belang van de kinderen voorop, ondanks de verdrietige omstandigheden die een scheiding met zich mee brengt? Is er ruimte voor de emoties, de vragen – ja, ook de pijnlijke! – en de gedachten van het kind?

Er is al zo veel over geschreven, gescheiden ouders. Iedereen heeft er een mening over. Moeten mensen dan maar eeuwig bij elkaar blijven voor de kinderen? Ook al is dat huwelijk een schijnvertoning? Nee. Natuurlijk niet. Sterker nog: een slecht huwelijk is ook geen gezonde omgeving voor een kind.
Een scheiding gaat voor ouders gepaard met veel verdriet, pijn, vaak ook woede. Emoties die soms de overhand kunnen nemen.

Maar wat ouders vaak niet volledig lijken te beseffen, is dat hun pijn in het niet valt bij de pijn van hun kinderen.

Zeker als de scheiding gepaard gaat met modder gooien over en weer, het bewust of onbewust inzetten van kinderen in het gevecht, of het uitstorten van volwassen problemen over een kind dat altijd loyaal wil zijn – aan beide ouders. Kinderen zijn vaak de dupe. Ze vragen er niet om, ze weten zich er geen raad mee en ze worden maar geacht overal in mee te gaan. Het verbaal neerhalen van de andere ouder in het bijzijn van het kind is gewoonweg karaktermoord. Je houdt als kind van niemand méér dan van je ouders.
Goede begeleiding is nodig, zeker bij vechtscheidingen. Het is van immens groot belang voor de veilige ontwikkeling van een kind. Ik schreef er ooit een gedicht over. Het zijn maar vier regels, maar ze zeggen eigenlijk genoeg.

Alsof ze me in tweeën scheuren
Aan elke kant staat er één
Ik blijf maar in het midden staan
Al is het helemaal alleen

.

Vuurwerk? Let op je uurwerk!

image

Vuurwerk
Leuk vind ik het, op oudejaarsavond. Een nieuw jaar, een nieuw begin, vuurwerk hoort daar net zo zeer bij als oliebollen en een glas champagne. Mooi om naar te kijken ook, vuurwerk, althans voor mij wel vanaf een veilige afstand dan. Minder leuk als mensen het al dagen van te voren beginnen af te steken, zeker niet als je (jonge) kinderen er wakker van worden, of als je nietsvermoedend met je hond aan het wandelen bent. Waar is het eigenlijk ook goed voor, om daar al zo vroeg mee te beginnen?

Meer vrouwen aan de top vereist flexibelere top

Ik loop al maanden rond met de priemende vraag in mijn hoofd: waarom zijn er zo weinig vrouwen aan de top? Er wordt zo veel over gezegd, geroepen, gedeeld. Maar wat is er nu wezenlijk aan de hand? Waarom bereiken maar zo weinig vrouwen de top? Laten we het vergelijken met de top van een echte berg. Mannen en vrouwen kunnen beiden op hun eigen manier een berg beklimmen. Waarom zou de vrouw de berg op dezelfde manier moeten beklimmen als de man? Misschien moeten we niet kijken naar het doel (de top), als wel naar de klim methode. Als de top voor beide seksen bereikbaar moet zijn, wat maakt het dan uit als een vrouw het op een andere manier doet? Of samen met een andere vrouw?

Volgens een artikel dat ik las om research te doen naar dit onderwerp, zijn dit de hoofdredenen waarom vrouwen de top moeilijker vinden om te bereiken: Managementstijl, organisatiecultuur, werving, discriminatie (bewust of onbewust), doorgroeimogelijkheden, werkervaring, positieve discriminatie, uiterlijk, quota, netwerken, kinderopvang, internationale ervaring en zelfvertrouwen. Al deze punten wegen ongetwijfeld zwaar mee. Managers kiezen vaak mensen die op hen lijken (dus mannen, die net zo zijn) als opvolger. Er is nog steeds discriminatie, bewust én onbewust, tegen vrouwen. Netwerken bestaan vaak grotendeels uit mannen. En zo voorts. Toch ontbreekt er een belangrijke reden aan dit lijstje. Ik mis één belangrijk aspect. Als we willen dat het voor vrouwen makkelijker wordt om de top te bereiken, moet de top bereid zijn verandering niet alleen te accepteren, maar ook te omarmen. Het is alsof we zeggen: we laten bij een voetbalclub waar alleen mannen voetballen, opeens ook vrouwen toe. Maar we laten de kleedkamers hetzelfde, de doucheruimtes hetzelfde, we passen niets aan. Een knappe vrouw die daar naar toe gaat, als er voor haar geen privacy is om zich om te kleden of te douchen, zonder meteen tussen een bezweet mannen elftal te staan. De top moet zich openstellen voor vrouwen en inzien dat vrouwen op hun eigen manier een zeer wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de organisatie. Vrouwen hebben hun eigen ideeën, hun eigen managementstijl, hun eigen inzichten en ervaring, waarmee ze een enorme toegevoegde waarde kunnen hebben in ieder bedrijf.

Maar als topvrouw moet je fulltime werken, zeggen ze. Meer dan fulltime zelfs. Topbanen vereisen een volledige inzet, minstens 50 uur per week.

Moeders vallen dan bijna automatisch af, want – zo gaat het toch vaak! – het gros van de moeders, hoe ambitieus ook, wil hun kroost liever niet zo veel onderbrengen bij de opvang. Ook niet als hun man een minder betalende baan heeft. Veel mannen, hoog opgeleid of niet, voelen er weinig voor om meer thuis te blijven dan hooguit een papa dag per week. Maar waarom moet je als topvrouw per definitie fulltime werken? Is dat werkelijk noodzakelijk? Of wordt dat van oudsher gedacht, omdat het nu eenmaal door mannen altijd zo werd gedaan? Omdat mannen vaak een (part-time of niet werkende) vrouw thuis hadden die de rest regelde?

Waarom worden er in de top van het bedrijfsleven en de overheid geen duo-topbanen mogelijk gemaakt?

Twee managers die beiden drie dagen werken in één functie, bijvoorbeeld?

Natuurlijk moet er dan wel een goede samenwerking zijn tussen de duo-partners, mogen de ego’s niet te groot zijn. Maar als die klik er is, en er is een goede overdracht, dan moet dit te verwezenlijken zijn. Zeker in de huidige tijd, met alle mogelijkheden van dien; smartphones met e-mail van het werk, thuis werk mogelijkheden, gedeelde agenda’s. Waarom gebeurt dat zo weinig? Zijn vrouwen bang om het voor te stelllen? Of wordt er argwanend gekeken naar duo-banen door het top management van bedrijven? Het gebeurt wel al her en der, leer ik uit mijn research, maar nog lang niet genoeg. Er zijn al bedrijven, instellingen en overheidsinstellingen waar duo-topbanen bestaan, maar het is nog lang geen breed geaccepteerd fenomeen.

Wat mij betreft zou de duo-optie een verplichte optie moeten zijn bij nieuwe vacatures, óók op top niveau.

Zo nodig je vrouwen uit, die hoogopgeleid zijn en barsten van de potentie, maar daarnaast toevallig ook moeder zijn. Hiermee wordt een zee van mogelijkheden geopend voor de hoog opgeleide vrouwen met ambities, die nu niet durven te solliciteren, vanwege de angst voor de werk-privé disbalans die die topfunctie met zich mee zou brengen. Natuurlijk is een goede samenwerking vereist om een duo-baan succesvol uit te voeren. En natuurlijk zitten er ook haken en ogen aan. Maar duo-banen hebben ook veel voordelen: Zo kunnen vakanties en ziektes gemakkelijker opgevangen worden door de duo-partner, valt er een minder groot gat bij zwangerschapsverlof én bij vertrek van één van de duo-partners, kan de ander een opvolger gemakkelijk inwerken. Dat is allemaal behoorlijk voordelig voor de werkgever.

Misschien moeten bedrijven en instellingen aan de top bereid worden om oude denkbeelden wat meer los te laten, om ruimte te maken voor nieuwe manieren van denken én werken. Misschien moeten topmanagers hun vooroordelen over werkende vrouwen laten varen, en nieuwe methoden een kans geven. Wellicht zelfs aangemoedigd door de overheid. Als vrouwen nu amper de top kunnen bereiken, en dat niet ligt aan hun opleiding of ambitie, dan moet er iets veranderen aan de top. Met het eisen van meer dan 50 uur per week werkende carrière tijgerinnen, wordt de deur voor topvrouwen met een gezin immers op een kier gezet. Want lang niet iedere hoogopgeleide, potentiële topvrouw heeft een man die bereid is meer thuis te blijven.

Met het mogelijk maken van duo-(top)banen zet je de deur wagenwijd open voor deze groep vrouwen en laat je als bedrijf of instelling zien dat je met je tijd mee gaat en open staat voor (meer) vrouwvriendelijke veranderingen.

Veel vrouwen haken nu immers af, onderweg naar de top. Niet vanwege een gebrek aan ambitie of kennis, maar simpelweg omdat ze moeder worden en het meer dan fulltime werken niet gecombineerd krijgen met het opvoeden van hun kinderen. Dan wordt er met ´minder´genoegen genomen omdat ze niet anders kunnen en zich gedwongen voelen om gas terug te nemen. Doodzonde van al dat talent, als je het mij vraagt.

Verbijstering. Dat voelde ik bij het bekijken van een nieuw programma op SBS6: “Het is wel je kind.” In dit programma probeert de presentator problemen tussen ouders in vechtscheidingen op te lossen, zogezegd in het belang van de kinderen. 
Afgezien van het feit dat ik het absoluut niet in het belang van de kinderen vind om hen bij de uitzending te betrekken, vind ik het bovendien nog kwalijker dat de presentator tranen probeert te trekken bij die kinderen. Erger nog zijn de ouders. Wat doet het me leed om te zien wat die kinderen meemaken. Het gemis van één van de ouders, waar ze niets aan kunnen doen, behalve het maar accepteren. De enorme bak ellende die hun ouders over hen heen storten, nog jaren na hun vechtscheiding. Hoe die kinderen betrokken worden bij de ruzies. Hoe ze weg gehouden worden bij hun vader of moeder, om alimentatie af te dwingen. Hoe hun ouders elkaar zwart maken, over hun hoofden heen. Hoe hun ouders hen als schaakstukken gebruiken om de ander schaakmat te zetten.

Een kind is altijd loyaal naar beide ouders.

Die loyaliteit verdienen echter lang niet alle ouders, zo blijkt maar weer. Ik ben zeker geen voorstander van bij elkaar blijven als de relatie niet meer werkt, maar ik maak me plaatsvervangend, namens die machteloze kinderen, zó kwaad op die ouders.

Waar halen ze het lef vandaan om hun kinderen mee te sleuren in de ellende? Wat ben je in vredesnaam voor moeder of vader, als je de andere ouder dermate door het slijk haalt? Geldproblemen, nieuwe relaties; het mag allemaal geen reden zijn om je kind tegen de andere ouder op te zetten.
Kinderen identificeren zich met beide ouders. Door de andere ouder zwart te maken zeggen die ouders eigenlijk “Ik vind de helft van jou afschuwelijk. Ik haat de helft van jou.” Dat is misschien niet wat ze bedoelen, maar dat is wel wat een kind hóórt.
Wat zo mogelijk nog veel erger is, is dat dit zo vaak voorkomt, zonder dat ouders zich ook maar een seconde af lijken te vragen of ze hun eigen sores niet eens zouden moeten uitpraten, in plaats van hun kinderen voor de rest van hun leven te beschadigen.

Aan het einde van een aflevering van het programma zag ik het verdriet van het dochtertje, waar de camera natuurlijk nog eens extra op inzoomde. Met een dikke lamp er op.
Want tranen, dat trekt kijkcijfers.
En kindertranen al helemaal natuurlijk. Walgelijk. Dit grote, kleine mensenleed zodanig in de spotlight zetten is onterend.

Of het nu om dit programma gaat, of om andere programma’s waar kinderen bij betrokken worden: ik roep op tot een landelijke boycot van die programma’s. Als niemand kijkt, zijn ze snel genoeg van de buis.
Kinderen begrijpen vaak niet waar ze ja tegen zeggen. Of zijn nog te jong om lange termijn consequenties te overzien. Daarin moeten ze beschermd worden. Door hun ouders in de eerste plaats. Wat mij betreft worden de kinderen acuut uit al die programma’s gehaald.

Blauwe vinkjes

Het is apocalyptisch. Een gebeurtenis waarvan de dramatiek zijn weerga niet kent. Het is zo moeilijk te bevatten, dat hele volksstammen zich er en masse druk om maken. De blauwe vinkjes van WhatsApp.
Nu kan men precies zien hoe lang geleden iemand het verstuurde bericht – doorgaans met een laag prioritair gehalte, want als er echt iets in brand staat geeft men doorgaans niet de voorkeur aan WhatsApp – genegeerd wordt door de ontvanger. Genegeerd!  De horror! Het bericht is wel gelezen, maar niet beantwoord.
Dan gaat de klok tikken. Met elke seconde die tergend langzaam voorbij tikt, stijgt de verontwaardiging van de Mobielverslaafden. Hoe dúrft hij of zij mijn bericht te lezen, maar niet direct te beantwoorden?

Relaties gaan er op stuk lopen, vriendschappen gaan ten onder. Genegeerd worden is immers nog erger dan geen xxxjes achter een bericht. En het is nog vele mate beledigender dan even snel een smiley sturen. Genegeerd worden is het doodslaan van de postduif die nietsvermoedend een leuk berichtje komt binnen vliegen, om vervolgens de dode duif retour afzender te sturen, bloedend, in een doos, zonder antwoord. Bericht wel gelezen, maar ik doe de moeite niet om antwoord te geven. Jij, de afzender, bent immers niet belangrijk. NIET BELANGRIJK!
Althans, zo zullen onzekere Mobielverslaafden met een laag zelfbeeld het zien. Je telt niet mee, ik vind je niet belangrijk, ik lees het wel maar ik antwoord niet, lekker puh,  nananananah. Dus.

Praktijk voorbeeld:

13.03 uur
“Hoi.”

13.05 uur
“Hoi!”

13.10 uur
“JE NEGEERT ME AL EEN HALF UUR, SAD SMILEY FACE! #sosad #thoughtyouweredifferent.”

13.45 uur
“HEB EEN LEUK LEVEN VERDER. #nofriendship #disappointed #fail.”

En dat terwijl de ontvanger misschien net zijn vingers verloren heeft in een oneerlijk gevecht met een kettingzaag, terwijl hij heftig met zijn neus aan het proberen is te antwoorden.

Wat een leed!!!

Maar mensen. Laten we even wel wezen. Uw bericht kan ongelegen komen. De ontvanger kan misschien wel even lezen, maar niet reageren. Misschien heeft de ontvanger zelfs een baan, en een leven. U heeft geen glazen bol waarin u kunt zien wat de ander bezig houdt.
En laten we niet vergeten waar het allemaal om draait: echt menselijk contact. Bel gewoon, of ga even langs bij iemand. Stuur weer eens een postduif. Of schrijf een brief.
Of, nog beter: zorg dat uw leven zo interessant is, dat u het zelf pas veel later op de dag ziet, of uw bericht ontvangen, gelezen, genegeerd of al beantwoord is.

Hou in godsnaampjes op met die verkleinwoordjes!

Facebook. Het blijft verslavend. Er zijn mensen die er veel op zetten. Sommige mensen zetten er elke dag iets op. Ik ook. Vind ik leuk. En er zijn ook mensen die daar dan een mening over hebben, wat alleen maar betekent dat zij ook veel op Facebook zitten, alleen zitten zij alleen maar te kijken. Dus eigenlijk zijn we bijna allemaal even gek.

Ik vind trouwens bijna alles wel leuk om te zien op Facebook. De eerste pasjes van het kind van, het eerste fruit hapje van de dochter van, de dansende buurbaby, de skydive van een heldhaftige vriendin, het neefje dat trots is op zijn behaalde diploma, het smakelijk opgediende avondeten van de verre achternicht.
Joe. Allemaal leuk, allemaal prima.
Maar er is een nieuw fenomeen ontstaan: een soort snel verspreidend virus van verkleinwoorden. Verkleinwoorden zijn net als alcohol: heel leuk, mits je weet hoe veel je het moet gebruiken. Maar sommige mensen weten geen maat meer te houden en blaten verkleinwoorden alsof hun leven(tje) er van af hangt. “Vanavondjes gezelligjes saampjes met mijn allesje op het bankje, televisietje kijken.” Dat soort statussen. Alleen al bij het woord allesje krijg ik acuut kramp. Of dit: “Strakjes saampjes met mijn liefje uit eten bij zoooooo’n leuk restaurantje,  en daarna met zijn tweetjes romantisch een filmpje pikken. Ben zooooo blij dat het weekendje er eindelijk is na een druk weekje zonder mijn allesje!”
Braak.

Oh, en nu ik toch bezig ben: het is mijn broer, niet me broer. En het is echt leuk, niet eg leuk. En oh ja, het is dansen, niet danseeeeee.

Zo, dat gezegd hebbende, ga ik nu eg even met me kontje op me bankje zitten. Eventjes televisietje kijken, saampjes met me allesje natuurlijk.

De Kolfoorlog: Moeders, ga van Verloedering naar Verzustering!

Zo gemakkelijk hebben vrouwen het niet, wanneer ze plotseling hun maatje 38 in moeten ruilen voor een extra flexibele zwangerschapsbroek. Met het verlies van hun taille worden ze plotseling onderworpen aan een heel aantal uitdagingen, om precies te zijn vanaf het moment dat het tweede streepje op de zwangerschapstest kleur bekent. Tussen dat moment en het ontvangen van de Blije Doos (wat ik overigens een behoorlijk sadistische naam vind, want zo blij is een doos doorgaans niet, na een bevalling), komen vrouwen voor een fiks aantal keuzes te staan. Zoals: wat gaat ze met haar werk doen? Gaat ze fulltime, parttime of helemaal niet meer buitenshuis werken? Voor kinderopvang moet ze haar nog niet bestaande embryo in sommige steden al inschrijven nog voordat ze overweegt te stoppen met de pil, dus er moet een heleboel nagedacht worden. Al aan het kraambed in het ziekenhuis staat de – duidelijk door de borstvoedingsmaffia geïndoctrineerde – verpleegster te pleiten voor borstvoeding, als antwoord op haar simpele verzoek voor een flesje bijvoeding, bij gebrek aan toeschietende tepels, of omdat haar baby van de honger de ramen bijna doet barsten.

Moeders kunnen het in feite nooit goed doen. Met het uitbreiden van de rechten van de vrouw zijn ook een aantal obstakels tevoorschijn gekomen. Want: Als ze thuis blijft nadat het kind gebaard is, zoals vroeger zo normaal was, is ze plots de paria van de maatschappij, denkt men dat ze de hele dag op hun achterwerk zit te oefenen voor beroepsmatig neuspeuteraar. Als ze weer fulltime gaat werken, zegt men dat je er geen kind ‘bij neemt’, dat ze het zelf moet opvoeden, krijgt ze te horen dat haar kind verpest zal zijn voordat het zijn eerste woordjes kan zeggen, en vertrekt ze ’s ochtends met een luiertas vol schuldgevoel naar haar werk. Als ze parttime gaat werken, krijgt ze van sommige werkgevers duidelijke signalen dat ze niet echt meer mee telt, want ja, op donderdag en vrijdag gebeurt ‘alles’ en tja, toen was je er niet!
Maar de moederverloedering gaat verder dan dat. Degenen die nog het hardste oordelen, zijn – heel verrassend – de moeders zelf. Ze bekijken elkaar uitgebreid, uiteraard via hun smartphones, met social media apps. Dat doen ze zodanig, omdat ze geen tijd meer hebben voor ouderwetse bakjes koffie met elkaar, dus bespieden ze elkaar publiekelijk op Facebook, Twitter en zo verder, om te zien hoe die ander het doet. Goh, zij heeft al kind nummer drie gekregen, die komt tot haar tachtigste niet meer toe aan zichzelf, fluisteren ze dan.

Op enig moment bezwijkt de moeder onder de groepsdruk. Al tijdens haar zwangerschap krijgt ze het zwaar te verduren, met ongevraagde opmerkingen over haar figuur, vragen over wanneer ze moet ´werpen´, afkeurende blikken op het wel of niet thuis bevallen. Vrouwen vinden het vooral leuk om de nieuwe aanstaande moeder bang te maken voor haar bevalling, door de meest gruwelijke horrorverhalen aan haar op te dringen. Wanneer ze zien hoe de aangeslagen zwangere zich staat te bedenken over een keizersnede, sussen ze haar met het feit dat moeder natuur er voor gezorgd heeft, dat je het daarna zó vergeten bent. Het kiezen van een matras voor de baby kan ook al tot een zenuwinzinking leiden, want al leek die commerciële, luchtdoorlatende matras heel veilig in verband met de wiegendood, wanneer de kraamhulp haar intrede doet krijgt de matras al gauw een enkele reis richting grof vuil. Wanneer er een kruik gaat lekken verbrandt het kind levend. Dat had de verkoper er niet bij vermeld tijdens het verkooppraatje.

Maar ook na de bevalling maken vrouwen het elkaar niet gemakkelijk. Ze plaatsen enkel en alleen de aller liefste foto’s van hun kleuters, peuters en baby’s op Facebook en Twitter, voorzien van hartjes en smiley´s en kijk-ons-toch-eens-perfect-zijn foto’s. Vrouwen die binnen drie weken na de lancering van Kind 2.0 hun oude figuur weer terug hebben, worden acuut ontvriend op Facebook. Trouwens, voordat ze die foto nemen van hun baby, die ondertussen al bijna lasogen krijgt van al die flitsen, schuiven ze alle troep en zooi even met één voet aan de kant, zodat de kamer op de achtergrond ook al netjes opgeruimd lijkt. Het sliertje Nutrilon spuug in het haar is dankzij Photoshop ook geen obstakel meer, dat poetsen ze zo weg. Wat overigens wel zo handig is voor moeders met licht hypochondrische neigingen zoals ondergetekende; op Facebook razen de griepgolven `live´ door je tijdlijn, dus kun je precies bijhouden welke kinderen ziek zijn en dus tijdens de besmettelijke periode gemeden moeten worden.
“Slaapt die van jou nog niet door?” vragen sommige etterbaksters al na drie weken aan de kersverse moeder, waar na deze zich door de (hor)monstrueuze kraamtranen heen worstelt om zich daarbij ook nog eens af te vragen of haar kind al zou horen door te slapen dan, en zo ja, wat zij in godsnaam mis doet, waardoor haar baby zes keer per nacht om een voeding jammert.

We pochen wat af op de social media: Uiteraard kleden we ons wonderkind in dure merkkleding van Gaastra, Hilfiger en weet ik wat nog, puur voor de foto, daarna mag hij zich weer lekker vuil en vadsig maken in de modder met een Zeeman jeans. (Die Zeeman en Wibra broeken zijn overigens de meest degelijke, goedkope en leuke broeken die ik ken voor kinderen. Niet kapot te krijgen.) Uiteraard kan onze baby van 4 maanden al zelf hardop zijn Nijntje boekjes lezen, want bijna al onze kinderen zijn tegenwoordig Hoogbegaafd, of erger nog, Hoogsensitief, want hij keek zo lang naar die hoek van de kamer, dat moet wel de geest van overleden tante Marie zijn geweest.

De binnenspeeltuinen schieten als paddenstoelen uit de grond, want waar onze ouders het vroeger volkomen normaal vonden om gewoon absoluut helemaal nergens naar toe te gaan in het weekend, gaan werkende moeders gebukt onder zo’n schuldgevoel, dat ze dit in het weekend menen te moeten compenseren. Waardoor onze kinderen natuurlijk weer pedagogisch onverantwoord compleet overprikkeld worden met een overdaad aan krijsende kinderen, kleuren, kabaal en onhygiënische ballenbakken.
Dan worden daar van natuurlijk meteen foto’s van op Facebook geplant, wordt online ingecheckt bij de desbetreffende speeltuin, gevolgd door een voldaan gevoel; het kind heeft plezier, de hele wereld weet er van. Andere moeders reageren dan weer op die foto’s, “Wat leuk, dat bloesje had Noah vorig jaar ook!” (met andere woorden, je kleedt je kind in de mode van vorig jaar) of “Oh, daar zijn wij ook al heel vaak geweest!” (Vertaling: Ontdek je die speeltuin echt nu pas?) en meer van dat soort opmerkingen, waarmee de andere ouder zichzelf weer even beter wil voelen door aan te geven hoe actief zij zijn met hun kleintje.
Hoewel ik als werkende moeder, met een vorm van social media verslaving (ik krijg sms’jes van vriendinnen als ik een dag geen status op Facebook heb gezet; of ik ziek ben?), eerlijk toe geef volop mee te doen met de moederverloedering, vind ik toch dat deze tot een einde moet komen. Of er moet in elk geval ook een tegengeluid komen. Meer eerlijkheid en openheid. Moeders (inclusief ondergetekende, overigens) moeten voor eens en voor altijd stoppen met dat (ver)oordelen van andere moeders, en dan ook meteen maar kappen met dat knagende schuldgevoel, of ze nu thuis werken of buitenshuis. We maken het onszelf veel te moeilijk, met ons perfectionisme, ons openlijke gluurgedrag en ons kijk-mij-nou-gedoe.

Al tijdens de zwangerschap worden we bedolven onder goedbedoelde, ongevraagde adviezen, waar we ons meestal alleen nog slechter door voelen. Als we dan gaan werken zitten we in de auto met de fopspeen in de mond en de laptop op de bijrijderstoel, als een idioot gassend door de woonwijk. Maar dat mag dan zogenaamd, want we hebben natuurlijk de allerduurste, aller veiligste autostoel inclusief mini airbags voor onze junior gekocht. Hem zal niets gebeuren.

Die verloedering moet omslaan in verbroedering, of in het geval van moeders, Verzustering. Het Kind mag zich ook heus wel eens een dagje vervelen in het weekend; juist dan spelen ze het hardst met hun bergen speelgoed, de kat, de hond of hun tenen. Kinderen hebben helemaal niet zo veel nodig. Onze dochter kan zichzelf een uur amuseren met een Tupperware bakje, wat water en een lepel. Doet ze alsof ze de kater te eten geeft. En de kater blijft trouw zitten, wachtend tot er misschien eens wel iets interessants zijn kant op komt. Kinderen zijn gewoon al blij dat ze in je buurt vertoeven. Zeker als hun ouders eens niet zo gestrest zijn.

De afgelopen maanden heb ik geëxperimenteerd met wat ik het ´nieuwe delen´ noem. Het werkt vrij simpel. Je doet het tegenovergestelde van wat de meesten doen (`Hele huis gepoetst, met ukkie naar speeltuin geweest, geweldige kleren gekocht´); Je deelt niet langer alleen de positieve kanten van je leven in je digitale vriendenkring, maar gooit er ook eens een minder florissante status tussen. ´Vandaag kom ik serieus behang tekort hier thuis.´ bijvoorbeeld. Of: ´Ik heb besloten vandaag helemaal niets te doen en op mijn luie reet te zitten. Dan maar een goed genoeg moeder.´ De reacties die daarop binnen stromen zijn verfrissend, eerlijk, een zucht van verademing lijkt door je digitale tijdlijn te gaan. Als het startschot is gegeven, komt er geen eind aan de ontboezemingen, zo lijkt het wel. Eindelijk, eindelijk hoeven we niet meer te doen alsof alles perfect is. Andere moeders reageren met ´Die van mij was een draak deze week!´ of met ´Ik ben zo blij dat ik de enige niet ben. Heb geen behang meer over.´
Over vaders hoor je trouwens wat minder na de gezinsuitbreiding; voor hen verandert er schijnbaar verrassend weinig met de komst van een kleintje. Weinig vaders die tegen mij klagen, dat ze zich moeten verantwoorden voor hun fulltime baan. Niemand die fronst als een vader fulltime blijft werken na het ouder worden. Maar er zijn (gelukkig!) steeds meer moderne kerels om me heen die een papadag hebben in de week; hoe meer hoe beter! Om de druk van de moderne vrouw af te halen, heb je vooral ook meer moderne mannen nodig. Hoe meer moderne vaders, des te meer keuze vrijheid voor hun vrouwen. Zeker nu de kinderopvang steeds duurder wordt. Moderne moeders kunnen alleen goed gedijen bij moderne vaders (of een andere moderne moeder als partner, dat is mij om het even).

Ik hoop dan ook dat er over vijf jaar steeds meer vaders op de Facebook tijdlijn actief zullen zijn. “Gebadderd met Stijn Junior, zo naar kinderboerderij, daarna een potje voetballen.” En dan een hoop andere vaders die dat vind-ik-leuken, en daarop informeren of Stijn al hersteld is van zijn griepje, want dan komen zij ook even langs. Potje bier doen.

Nieuwjaarsvoornemen nodig? Word zoals een hond of kat.

Zodra ik (15 jaar geleden alweer) op mezelf ging wonen, amper negentien was ik, kocht ik een kat. Kaya heette ze, mijn eerste huisdier. Kaya klom langs mijn broek omhoog, stal complete, onschuldige en nietsvermoedende biefstukken van het aanrecht en ving vogels ter grootte van een ooievaar als het zo uitkwam. Street smart was ze. Ze miauwde niet, ze schreeuwde. Toen ze de eerste keer binnen kwam lopen in de woonkamer, keek ze goedkeurend naar het behang. Mooi, een hele brede, grote krabpaal, zag ik haar denken.

De eerste hond kwam een paar jaar, en een paar katten later. Spike de buldog. De eerste keer dat mijn moeder hem zag, sprak zij de legendarische woorden: “Wat is de voorkant?”. Dat was ook moeilijk te zien. Hij was net een worst op pootjes. Spike was relaxt, lief, eigenwijs, koppig en best een beetje veel lui.
Ging ik met hem wandelen, besloot hij halverwege dat hij geen zin meer had. Stond ik daar, met een plat liggend beest dat geen spier meer verroerde. Hij deed rustig een dutje midden in het bos. Want weet je wel hoe lekker mos ligt?
Als we ‘s avonds op de bank lagen liet hij sluipmoordenaars. Zo noemde ik zijn scheten; u mag zelf invullen waarom. Als je dan vooraf toch heel zacht “pfffffffrrrt” hoorde, was je misschien nog net op tijd om op de vlucht te slaan. Die lucht!! Als je dan naar adem zat te snakken keek hij je aan met een blik die zowel trots als onverschilligheid verried.

Nu, tien jaar later, is Spike er helaas al lang niet meer. Hij werd niet oud. Ik huilde als een klein kind toen hij ging. Hij was mijn gerimpelde maatje. Hij herinnerde me er dagelijks aan dat het leven niet ingewikkeld hoeft te zijn. Hij remde me letterlijk af.

Nu heb ik weer een hond, maar dit keer een pittiger type. Het type IK-BEN-ZO-BLIJ-OM-JE-TE-ZIEN-OOKAL-BEN-JE-MAAR-VIJF-MINUTEN-WEG-GEWEEST-DAT-IK-HEEL-HOOG-SPRING-EN-NIEMAND-KAN-ME-STOPPEN!

Honden en katten. Je kunt er van denken wat je wilt. Ze worden soms weg gedaan om niks, aan bomen vast gebonden als mensen op vakantie willen. Terwijl ze zo veel beter verdienen. Ze verdienen veel meer respect. We kunnen een voorbeeld aan ze nemen. Ze accepteren je altijd zoals je bent. Ze zijn altijd blij om je te zien. Ze leven in het nu. Ze halen nooit oude koeien uit de sloot. Ze spelen, slapen, zijn intuïtief en helemaal zichzelf. Ze trekken zich absoluut niks aan van wat andere katten of honden van hen vinden, en ze zijn content met wat eten, drinken, een warm mandje en wat lekkers op zijn tijd. Welk mens ken jij die daar nog genoeg aan heeft?

Dus als je nog voornemens zocht voor 2015: word wat meer zoals een hond of een kat.

Wat niemand zegt over bevallen

Alle vrouwen die bevallen zijn, dragen een collectief geheim met zich mee. Het geheim, dat kennen mannen niet. Ze zullen het ook nooit kennen. Misschien weten ze het wel, of proberen ze het te begrijpen, maar als ze het echt zouden kennen zouden ze massaal naar hun moeder gaan om haar te bedanken.
Er zijn veel verhalen over bevallen. De meeste gaan over het lichamelijke aspect, want laten we wel wezen: het is ook nog al wat. Je laat een mens in je buik groeien, en als het af is, laat je het er uit. Het klinkt als een soort sciencefiction filmscript, als je er over na gaat denken. Puur feitelijk gezien is het ook een bizar gegeven, ook al is het de reden van ieders bestaan.

Waar minder op in wordt gegaan is de andere kant van bevallen. En dan bedoel ik niet het “ik lag met dolfijnengeboortemuziek in bad en nam zelf mijn kind aan” gedoe.
Je zult, behalve op je laatste levensdag, nooit dichter komen bij de dood, dan bij een geboorte. Wat er met je gebeurt wanneer je gaat bevallen, is dat je in een soort isolement terecht komt, wat veel vrouwen “je eigen wereld” noemen. Je isoleert je totaal van de buitenwereld, omdat je al je kracht nodig hebt voor de wereld die in je lijf leeft. Je lichaam gaat iets ongekends doen en zowel je lichaam als je geest moeten zich samen spannen, als een vuist, om de allerzwaarste inspanning te leveren. Ik merkte het zelf ook tijdens mijn bevalling. Ik sloot me af, sloot me op in mijn eigen lijf.

Je bent nooit kwetsbaarder dan wanneer je aan het bevallen bent. Je lichaam neemt het van je over en begint met bevallen, of je er nu klaar voor bent of niet. Vergelijk het met een python achtbaan die begint te rijden terwijl je nog niet zeker weet of je beveiliging goed vast zit. Om te bevallen moet je alle controle loslaten. Alle besef van tijd ook. Je moet alles laten gaan en je concentreren op je taak; want iets anders is er niet. Je hebt amper controle over je eigen stem, over je hartslag, ademhaling. En of je nu wil of niet, je lichaam gaat verder. Het blijft een wonder. Op het moment dat je als vrouw voor de eerste (of enige) keer moeder wordt, staat de tijd stil. Je neemt daar ter plekke afscheid van de vrouw die je daarvoor was. Misschien niet bewust, op dat moment. Want vaak weet je nog niet welke gevoelens, zorgen en blijdschap je te wachten staat. Dat kindje dat op je buik wordt gelegd na het bevallen, dat is je nieuwe leven. Vanaf dat moment ben je moeder, en ziet je prioriteiten pakket er voor altijd anders uit. Zoals mijn vriendin een keer zei: “Het zorgeloze leven is voorbij op het moment dat je moeder wordt.” En niets is minder waar dan dat.

De stille seconden waarin ik besefte dat mijn kind geboren was, die paar seconden voor haar eerste geluidje, ging de wereld weer open. Waar ben ik? dacht ik even. Alsof ik uit een diepe slaap wakker werd. Hoe laat het was wist ik niet, hoe lang ik er over gedaan had ook niet. Wat mijn lichaam had gedaan, ook daar van had ik geen idee. Ik werd alleen overmeesterd door een – nooit eerder zo gevoeld – gevoel van respect voor mijn lijf. Dat het zulk natuurgeweld had aangekund.

En op het moment dat je kind op je buik wordt gelegd, wordt alles duidelijk. Dan ben je moeder. Onwennig wel nog. Onzeker ook. Als moeder word je constant met je eigen kwetsbaarheid en onzekerheid geconfronteerd. Maar ook dat zal wennen. De gordijnen gaan open, je bent niet meer alleen, het isolement ebt weg uit je lijf, via je benen. Je hoort weer stemmen, je voelt eens voorzichtig aan de vingertjes van je kind, en daar begint dan langzaam de tocht die de verdere rest van je leven zal duren: het leren kennen van je kind, het leren leven met de zorgen en het ervaren van een onvoorwaardelijke liefde, die dieper gaat dan welk ander gevoel dan ook.

10 dingen die nooit meer hetzelfde zullen zijn door social media

Met de komst van social media zijn veel zaken een stuk makkelijker geworden. Daar zijn we het allemaal wel over eens. Met één druk op de telefoon kun je je vrienden laten zien waar je bent, met wie, wat je aan hebt en wat er op je bord ligt. Heel mooi, allemaal.
Toch is er ook een keerzijde van social media. En nee, dan heb ik het nu nog niet eens over al die foto’s van mishandelde dieren die ongefilterd binnen komen en blijven plakken op je netvlies, of de foto’s van open hart operaties die tijdens je boterham met pindakaas momentje langs komen. Ik heb het over simpele dingen, waar je vroeger mee weg kon komen. En nu niet meer. Dankzij sociale media.
Alle positieve kanten ten spijt, kleven er ook wel wat nadelen aan het moderne tijdperk. Hieronder tien dingen die nooit meer hetzelfde zullen zijn.

1. One-night-stand

Stel, je bent vrijgezel. En stel, je komt iemand tegen met uitgaan. Met een halve fles rosé achter je kiezen leek hij of zij heel leuk. Door de harde muziek heen leek hij of zij grappig. Maar dat kon ook komen door de alcohol.
Als dit je zou zijn overkomen in de jaren negentig bijvoorbeeld, zou je deze persoon daarna weken lang kunnen mijden, maanden lang indien nodig.
In 2014 word je ’s ochtends wakker en heeft je one night stand je al een vriendschapsverzoek voor facebook, een volgverzoek voor Twitter en twintig vindikleuks op je profielfoto’s los gelaten.

2. Brulbaby

Stel, je was niet zo’n leuke baby. Je was huilbaby, en deed waar je goed in was. Huilen. De hele dag door. Waar andere mensen als baby lief en koddig en rozig waren, was jij nog maanden kwaad dat je geboren werd, zeg maar. Als dit de jaren negentig waren, zou er niets aan de hand zijn. Je krijsende foto’s zouden veilig bij je moeder achterin een kast staan, opgeborgen in een baby-album. Niemand zou weten dat jij ooit zo’n ongelukkige baby was.
Maar als je niet zo lang geleden geboren bent, heb je een vet probleem. Je klasgenoten hoeven je moeder maar op te zoeken op google, et voilà: daar hebben ze opeens toegang tot 352 foto’s van Mini-Jij. Mini-Jij, krijsend met een teen in je mond, Mini-Jij, boos brullend, want volle spuitluier, Mini-Jij in je nakie in bad (ik zou overigens iedereen afraden om dat soort foto’s online te zetten; er zijn te veel zieke geesten!), noem maar op.  Mini-Jij met je wanhopige moeder er naast in een poging een selfie te maken met jou, zonder dat je een keel opzet. Wat niet lukt. Je vrienden zullen er van smullen!

3. Relatie missertje

Stel, je had een relatie in de jaren negentig. En die partner van je, die bleek maar een lamzak te zijn met een moedercomplex. Na een jaar samenwonen gaf je er de brui aan. Een handjevol mensen om je heen wisten van je sores af, de rest kwam er pas weken, maanden, soms zelfs niet achter. Heerlijk rustig kon je wennen aan je nieuwe levensstijl, en kon je kiezen wie je het wel of niet vertelde.
Maar als je in 2014 leeft, en je maakt het uit, dan verandert je partner diezelfde nacht nog in een boze bui zijn of haar relatiestatus, en word je ’s ochtends wakker met tig berichten over het hoe, waarom, ach gut, het was toch zo’n leuke, en vul zelf maar verder in.

4. Zwanger

Als je vroeger zwanger was, kon je je heerlijk terug trekken in de veiligheid van je eigen huis. Als je tonnetjerond werd kon je lekker rond rollen door je huis, met een zak chips aan je gezicht getaped, zonder dat iemand op je tijdlijn vroeg of je zeker wist dat je geen tweeling ging krijgen. Af en toe belde eens iemand, op die vaste telefoon met een DRAAD, waar je naar toe moest lopen. En dan kon je altijd nog zelf kiezen of je op nam of niet, met een zure bom in je mond.
Als je in 2014 zwanger bent, krijg je tegen het einde van de negenmaandenrit dagelijkse berichtjes met de vraag of je al geworpen hebt. Als je daar niet snel genoeg op reageert (omdat je bijvoorbeeld gewoon even in je diepvries zit om je voorraad ijsjes op te eten, ik noem maar wat), dan bazuint iedereen al onterecht rond op internet dat je misschien wel al weeën hebt.

5. Bevallen

Als je vroeger van een kind beviel, belde je eerst wat dichtstbijzijnde figuren, en die kwamen dan langs. De rest kwam pas als ze het geboortekaartje in de bus kregen.
Als je in 2014 bevalt van een kind, mag je hopen dat de gordijnen van de verloskamer dicht zijn, want zo niet, dan staat het al op Facebook voordat jij je eerste plas na de bevalling hebt kunnen doen. En zelfs al blijven de gordijnen dicht, dan nog kan het zo zijn, of het je bevalt of niet, dat je man nietsvermoedend naar zijn kaartvrienden whatsapt dat hij niet kan komen kaarten, want “Vrouw bevalt momenteel.”, waarop die mannen dat aan hun vrouwen vertellen, die alvast felicitaties op je tijdslijn zetten, waardoor jouw nieuws de dag er na al lang geen nieuws meer is.

6. Huwelijksaanzoek

Als je vroeger iemand ten huwelijk wilde vragen, kon je je op een knie laten vallen, en was dat romantisch. Want je viel op je knie.
Als je in 2014 iemand ten huwelijk wil vragen, moet je al heel wat meer uit de kast trekken; je moet bijvoorbeeld dansend ten tonele verschijnen tijdens een van haar lessen. Of zingend in de bioscoop de film verstoren. Of met een doornige roos in je bloedende bek koprollend over haar auto springen, met een filmende vriend er bij, want op Facebook staan zo veel romantische aanzoeken, dat de wanna-bruid echt geen genoeg meer neemt met een kniel-actie.

7. Familie Ontkenning

Vroeger kon je heel goed doen alsof familie toch geen familie was. Je kon net doen alsof je die oom die al drie keer onder invloed was aangehouden, niet tot jouw stamboom behoorde. Of je kon net doen alsof die vervelende nicht geen nicht van je was. Gewoonweg door ze niet te noemen.
Tegenwoordig kan die Nicht aangeven dat ze je Nicht is. En als je dat niet goedkeurt op je facebook pagina, kan diezelfde Nicht jou berichtjes gaan sturen, zoals “Hé, Nichtje, hier je Nichtje, accepteer je even mijn familieverzoek? KUS van je NICHTJE.”

8. Leeftijdsontkenning

Als je vroeger als vrouw zijnde wat ijdel was, en liever je echte leeftijd niet deelde, dan kon dat. Misschien ging er wel eens een wenkbrauw omhoog als je je leeftijd loog, maar dat was het dan ook. De enige die je geboortejaar kenden, waren je ouders, broers of zussen en dat was het dan wel zo’n beetje. Tegenwoordig kan iedereen op je profiel zien hoe oud je bent. Of krijgen ze op je verjaardag een berichtje dat je vijf jaar ouder bent geworden dan je pretendeert. En als je dat zorgvuldig afgeschermd hebt, is er altijd wel een vage kennis van vroeger die op je tijdlijn brult dat 40 het nieuwe 20 is.

9. Vreselijk dronken

Als je vroeger een keer nét iets te diep in het glaasje keek, kon je dat ongegeneerd aan je voorbij laten gaan. Meer dan de hoofdpijn de dag er na zou je er niet aan over houden. Hooguit zou je achtervolgd worden door een paar sterke verhalen.
Als je tegenwoordig een keer té dronken wordt, is er een grote kans dat je beschonken toestand de dag er na voor de hele wereld te zien is via foto’s van vrienden, die het dan weer lollig vonden om je te taggen, waardoor jouw “oh-my-gosh-ik-ben-hilarisch-dronken” foto’s die op dat moment heel lollig leken, zichtbaar worden voor iedereen .Dus ook de mensen waar je dat niet mee wil delen. Enige voordeel; eventuele blackouts kunnen weer ingevuld worden aan de hand van de foto’s en filmpjes waarop je met je onderbroek op je hoofd luidkeels gierend van de lach aan de ventilator van het café bungelt.

En ten slotte:

10. Ruzie

Als je vroeger dikke herrie had gemaakt met een vriendin, dan kon je dat vrijwel onopgemerkt doen. Je maakte ruzie, en praatte het uit, of niet.
Tegenwoordig word je de dag er na wakker met -1 vriend op facebook, -1 volger op Twitter en een paar snerende, misschien zelfs haatdragende berichten op je tijdlijn.
Waar woede vroeger nog de tijd kreeg om te zakken, wordt deze nu direct vereeuwigd op het wonder dat internet heet.

Social media: leuker kunnen we het niet maken. Socialer ook niet.

Laat Yolanthe met rust!

Ik geef toe: ook ik dacht bij het zien van RTL Late Night: hm, ze zag er wel anders uit. Ook ik vroeg me wel even af of ze iets had laten doen, of dat het toch de make-up was, of het licht, of een combinatie van factoren. Ik vind haar een van de mooiste vrouwen van ons land, maar daarnaast ook erg sympathiek overkomen, als mens. Zo lag ik jaren geleden al in een deuk om haar optreden bij de Lama’s, bijvoorbeeld.

Maar wat je er ook van vindt of denkt, uiteindelijk gaat het ons geen bal aan of ze nu wel of niet iets heeft laten doen. En is het nog altijd haar lijf, haar hoofd en haar leven. Maar zodra de genadeloze Twitter trein op gang komt en stoom begint te produceren, vliegen de hatelijkheden digitaal richting Yolanthe. Mensen gaan niet één, maar tien stappen te ver. Ze wordt grof beledigd, en niet alleen op haar uiterlijk. Pure karaktermoord. Ga er maar aan staan, al die Twitter diarree over je heen krijgen. Het zou mij niet in de koude kleren gaan zitten. Het lijkt alsof mensen van achter hun veilige beeldscherm alles maar denken te kunnen roepen. Het maakt niet uit hoe grof, want hee, het zijn maar woorden, het is maar op afstand, het is niet persoonlijk.

Beseffen die mensen dan niet dat Yolanthe ook een mens is? Is het afgunst, omdat ze er ondanks slechte make-up of wat dan ook toch nog altijd beter uit ziet dan die digitale treiterkoppen? Is het jaloezie op haar succes? Haar geld? Is het kuddegedrag? Laten we lekker saamhorig – het is immers bijna kerst, dus we doen het samen –  iemand de grond in boren?

Om je plaatsvervangend dood te schamen. Ze heeft niemand iets aangedaan, ze heeft geen strafbaar feit gepleegd, ze was alleen maar te gast bij Humberto. Morgen is iedereen het weer vergeten. Maar zoals dat met (online) treiteren gaat, voor de persoon die het lijdend voorwerp is, is het vaak helemaal niet zomaar vergeten. Het sluimert nog lang na. Mensen realiseren zich de gevolgen van hun beledigende woorden niet. Ik hoop dat Yolanthe het allemaal een beetje naast zich neer kan leggen. Want ook al doen sommigen op Twitter alsof ze “maar een geldwolf of voetbalvrouwtje” is, ik denk dat ze een hele leuke, sympathieke vrouw is, die al deze ongevraagde bemoeienis niet verdient. En al zeker niet die massaal gegroepeerde haat die op haar afgevuurd werd. Get a life!

Moeder

image

Moeder zijn is de zwaarste, en vaak meest onderschatte taak ter wereld. Als moeder ben je coach, bied je troost, advies (dat vaak toch niet gevolgd wordt!), probeer je je kind zo goed mogelijk te begeleiden in het opgroeien tot een zelfstandig denkend mens met eigen normen en waarden. Het is de zwaarste, maar ook mooiste taak die er is. Vanaf de eerste seconde en de eerste ademhaling ben je onvoorwaardelijk en voor altijd verbonden aan je kind. Hulde aan moeders!

Advertenties
%d bloggers liken dit: