Park City Live 2018: één groot feest!

Afgelopen weekend mocht ik als reporter naar Park City Live in Heerlen. Met 27.000 bezoekers in twee dagen tijd is het – ondanks dat bezoekersaantal – toch nog steeds een festival dat een gezellig en niet-massaal gevoel geeft: het festival was ook dit jaar weer helemaal uitverkocht. Ik begrijp waarom.

Het twee dagen durende openluchtfestival vindt plaats op het Heerlense Bekkerveld. Er is ruimte voor jong talent, maar ook voor gevestigde namen: dit jaar kon je genieten van een heel aantal bekende artiesten: onder andere Anouk, Waylon, Chef’Special, Kraantje Pappie, Ronnie Flex, Nena, Guus Meeuwis en Racoon waren te bewonderen op het grote podium dat in de zinderende hitte stond.

Op de hitte was de organisatie overigens goed voorbereid: er was een gratis drinkwaterpunt van WML en een insmeerbar van het KWF, waardoor niemand hoefde uit te drogen of verbranden. Park City Live is een van mijn favoriete festivals; van jong tot oud geniet in een gemoedelijke sfeer van de muziek en het lekkere eten in de foodtrucks – en door de setting voelt het helemaal niet te groot of massaal aan.

Deze diashow vereist JavaScript.

Tussen de optredens door draai je je als reporter natuurlijk ook wel eens om naar het publiek. Daar was duidelijk te zien hoe jong en oud zich vermaakte:

Deze diashow vereist JavaScript.

De eerste band op zaterdag, Point Break, had een geluid dat deed denken aan Rage Against The Machine. Met hun harde beats en gitaarspel bewees de band waarom zij dit podium mochten betreden, terwijl de zon al aardig brandde op het volstromende veld.
Na Point Break brengt de Bob Marley Tribute band genaamd Rootsriders het publiek in nog zomerse sferen: langzaam wordt het steeds drukker op het festival terrein en de stemming zit er al aardig in. Nummers als “Is this love”, “Stir it up” worden luidkeels meegezongen en er werd al aardig wat afgedanst.
Waylon weet dat het publiek het warm heeft: hij geeft aan dat hij “zo veel mogelijk” zijn “bek gaat houden”. Met zijn band maakt hij het publiek nog warmer dan het al was: volgens eigen zeggen was het de verre reis meer dan waard om voor dit publiek te spelen. Bij deze performance gaan de handjes omhoog en lijkt de hitte niemand meer te deren.


My baby, het Nederlands-Nieuw Zeelands trio, mag na een korte pauze het podium betreden. Het is al goed heet op het veld maar dat maakt deze band niet veel uit: vol overgave spelen ze hun set, terwijl een dankbaar publiek geniet van deze combinatie van delta trance Louisiana dub indie funk, zoals ze het zelf noemen.

Dan is Kraantje Pappie aan de beurt. Wat mij betreft dé show van de dag: wát een feest. Als hij het podium op komt rennen blijkt het geluid van zijn microfoon niet te werken, maar dit brengt hem niet van zijn stuk: integendeel. ´Ik ren gewoon weer weg, doe mijn haar anders en als ik dan terug kom doen jullie gewoon alsof ik voor het eerst hier ben, goed!´ roept hij, terwijl hij weer weg rent. Uiteraard is het applaus alleen maar harder wanneer hij voor de tweede keer – dit keer mét werkende microfoon aan zijn spetterende show begint. Als je Kraantje Pappie live ziet optreden weet je meteen waarom hij zo´n succesvolle artiest is: het is één. groot. feest. Vuur, confetti, maar vooral een ontzettend enthousiasme en strakke performance.

Deze diashow vereist JavaScript.

Nena – wie kent het nummer van de luchtballonnen niet! Met haar achtenvijftig jaar zet ze een spetterende show neer samen met haar band. Haar stem klinkt alsof de tijd heeft stilgestaan. Zo ziet ze er overigens ook uit. Bij het bekendste nummer vliegen gelijktijdig 99 ballonnen de lucht in. Het publiek zingt massaal de bekendere nummers mee.

Even tussendoor: Park City Live Gastheer Bart Storcken mag trouwens zeker niet vergeten worden: met groots enthousiasme praat hij het hele programma aan elkaar, zoals alleen Bart dat kan!

dag 1 1

Chef’Special – WOW! – zorgt ook al voor grote drukte voor het podium. Zodra deze band begint weet je ook direct waarom. Wat een energie, wat een show! De hits Nicotine, Amigo en In Your Arms worden luidkeels meegezongen. Genieten met een hoofdletter G!

dag 1 10

dag 1 11

De afsluiter van deze hete eerste dag van PCL is niemand minder dan Anouk.
Op haar zangkunsten valt niets aan te merken: hits als Let´s run away together, Cheater, Nobody´s Wife en nog veel meer komen langs, loepzuiver. Helaas is er echter weinig interactie met het publiek: Anouk lijkt ´afwezig´ en zegt niet meer dan een ´dankjewel´ na ieder nummer.
Tijdens het laatste nummer loopt Anouk al het podium af terwijl de band nog speelt. Een klein beetje beteuterd zijn we wel: ze zong prachtig, maar het enthousiasme was ver te zoeken. Ze leek vooral in zichzelf gekeerd en met haar band bezig, terwijl er een gigantisch publiek opgewarmd en enthousiast klaarstond om met haar te feesten. Een klein beetje jammer: toch heb ik erg genoten van haar optreden. Want een dijk van een stem, dat heeft ze zeker.

Zondag

9Een beetje verbrand, wat moe in de benen maar met héél veel zin begin ik aan dag twee van Park City Live. Als eerste op het programma staat de Heerlense singer-songwriter Lotte Walda: wat een prachtige stem heeft ze! Daarmee weet ze het binnen stromende publiek al snel naar het podium te lokken. Een perfecte opener voor dag twee!
Rapper en producer Big2 (Twan van Steenhoven) is als volgende aan de beurt. Met zijn aanstekelijk enthousiasme en fijne raps krijgt hij iedereen in de feeststemming: met de nummers `Brief aan jou, ´Ik wil dat je danst´en ´Kaolo systeem´ blaast hij het publiek compleet uit de sokken.

Deze diashow vereist JavaScript.

Miss Montreal is up next! Wát een moordwijf is het toch! Niet alleen zingt ze fantastisch, ze speelt ook fantastisch, haar band is supergoed en schijnbaar moeiteloos legt ze contact met het publiek en weet ze iedereen mee te krijgen. Volgens eigen zeggen is ze ´met beide beentjes op de grond gebleven´ en dat geloof ik ook direct. Met haar band gaat ze way back, ze zijn al zo lang samen dat ze grapt dat ze er ook nooit meer van af komt. Meezingers als Wonderful days, Love you now, Just a flirt: allemaal worden ze luidkeels meegezongen vanuit het publiek.

Deze diashow vereist JavaScript.

Na Miss Montreal is Ronnie Flex aan de beurt. Hoewel zijn repertoire niet mijn persoonlijke smaak is, is het duidelijk wel de smaak van vele anderen: met name het jongere publiek is dol op hem! Overigens is hij dat ook op de kinderen die in het publiek staan: hij onderbreekt zelfs zijn performance kort om de heren die achterin het publiek bier naar voren staan te gooien er op te wijzen dat ze er mee op moeten houden: `Heb een beetje respect ja, hier staan ook kinderen in het publiek.´ Toffe gozer!

Deze diashow vereist JavaScript.

Racoon is de volgende grote naam die het podium betreedt, als vervanger voor Dotan. Met een nieuwe gitarist en toetsenist brengt de geliefde Nederlandse band nummers als Freedom, Almost made it, Don´t give up the fight, Love you more, Flying en Oceaan ten gehore voor een genietend publiek.
Met de afsluiter Guus Meeuwis sluit Park City Live een fantastische editie af: een moe maar voldaan publiek begeeft zich huiswaarts. Complimenten aan de organisatie voor dit fijne, gezellige en muzikaal veel biedende festival!

Deze diashow vereist JavaScript.

Afvallen met Chrisje! Inclusief Weekmenu!

Vaste nieuwe Gastblogger voor Chrisje is Babette: voedingsdeskundige en ervaringsdeskundige die op eigen kracht maar liefst dertig kilo afviel!

Met een wekelijkse blog en een wekelijks weekmenu gaat Babette ons helpen gezonder te eten! Jey!

Even voorstellen…..


Chrisje stelde mij de vraag of ik voor haar een aantal blogs wil maken m.b.t. voeding en leefstijl……wauw wat gaaf! Wat een eer! Ik straalde van oor tot oor 🙂

Daar kreeg ik gelijk ook de vraag bij of ik een aantal weekmenu’s wil maken voor de lezers en lezeressen van Chrisje. Ja, leuk!

Ik zal mezelf eerst even voorstellen: wie ik ben en wat mijn link is met voeding. Ik ben Babette Wagemakers, eigenaar van Friends of Food.

Ik ben geboren in 1979, samenwonend in Doetinchem met mijn vriend Marc en samen hebben we twee zoons, Jurre (2009) en Jesse (2012).
Naast dat ik werkzaam ben als gewichtsconsulent werk ik ook nog een aantal dagen per week in een huisartsenpraktijk als Praktijkverpleegkundige.

OOIT WAS IK 30 KILO ZWAARDER.

Ik heb echt allerlei diëten gevolgd; Margriet Streep je Slank, Sonja Bakker, Cambridge en ga zo maar door. Alles werkte, MAAR VOOR EVEN. Want alles wat er af ging met de diëten, kwam er ook weer aan (en een paar kilo extra)

En toen kwam het moment dat ik er echt helemaal klaar mee was. Dat was eind 2012. Ik had mijn MOTIVATIE gevonden. Dat waren mijn twee zoons. Als ik zo zwaar zou blijven, zou ik nooit fatsoenlijk met hen kunnen spelen. Ik heb mezelf een DOEL gesteld WAAROM ik wilde afvallen; “Volgend jaar zomer wil ik in mijn bikini op het strand met mijn zoons kunnen voetballen”. Door dat doel mij telkens voor ogen te stellen lukte het mij om op een GEZONDE manier af te vallen.

Ik ben GEWOON NORMAAL gaan eten en meer gaan BEWEGEN. Ik hou niet van de sportschool, dus ik ben heerlijk gaan wandelen.
Door normaal te doen, zowel op het gebied van eten en bewegen, VIEL IK 30 KG AF.

En dat gewicht is er nu nog steeds af.

Doordat ik een nieuwe leefstijl heb aangewend, wat heel erg goed vol te houden is weet ik dat dit voor anderen ook mogelijk is. Ik ben gediplomeerd gewichtsconsulente en aangesloten bij de Beroepsvereniging van Gewichtsconsulenten.

De komende weken ga ik elke week een weekmenu maken voor Chrisje. Dit is toegespitst op vrouwen van rond de 1.60-1.70 meter lang. Dit weekmenu zal ongeveer 1800-1900 kcal zijn. Naast wat er in het weekmenu staat, mag je ook nog koffie, water en thee drinken (allen zonder suiker). Uiteraard kunnen de dagen gewisseld worden en kunnen ook de tussendoortjes op 1 dag gewisseld worden.

Nu weten jullie dus het nodige van mij 😉 Maar wie zijn jullie? En waar zou jij in een volgende blog van meer over willen weten? Ik hoor het graag!

Lieve groet,

Babette

Je kunt me ook vinden op Facebook: www.facbook.com/FriendsofFood of op mijn website www.friendsoffood.nl

Bekijk hier het weekmenu:

Chrisje interview with Cindy Foster: the best lesbian comedian!

maxresdefaultCindy Foster, comedian from the USA, got famous overnight with her hilarious video’s about Lesbian Life. I was lucky enough to interview this funny lady with a huge heart, all across the ocean!

At what age did you find out you were funny?
“I found out I was funny back in highschool! I was voted class clown and spent a lot of time in detention, ha! My mother was pretty strict so whenever I was in detention, she would not pick me up and I would have to walk all the way home afterwards. I always loved making kids laugh: I’d walk through the halls and do “the goat”.”

Can you do the goat for me please?
“Sure, but then you have to do it too so we can bond!”
Okay! I will!
– Cindy does an incredible imitation of a goat – I laugh hysterically and forget my next question instantly.

33734884_10215519253524097_2764570384287137792_nWhen did you come out of the closet as a comedian?
“Ha, you had me there for a second! I came out of the closet as a comedian five years ago. It’s really not long ago, is it? Before that I used to work as a social worker and a preschool teacher. My neighbour told me about a stand-up class on Monday nights for a couple of weeks, and I decided to take it. We did a stand-up show at the end of the class. That’s when I really got the bug.”

I knew right then: this is what I want to do.

“I started booking some shows. The videos that I made actually started out accidentally! The first one I did was when they decided in Indiana, you didn’t legally have to serve gays if you were religious. So I thought about it, while I was in my car in Massechusets and I had in my mind, if I went to go get pizza, how would they know I was a lesbian? Would there be some sort of a test? So I sat in the car and did my little video for my friends, and I posted it on Facebook. A day later, my son said: “Your video has 5000 views!”, so it started to get picked up. People started sharing the video. It went viral. Within a few days it went up to 400.000 views. Then I started doing more video’s. Thats how I came up with Lesbian camping season. The video’s are mostly improvisation. I don’t have a script in mind before, I just talk about what comes up in my mind.”

Your video’s are hilarious! How do you manage to keep a ‘straight’ face while recording them?
“I get in a weird place where I am really really into it, you know? The lesbian meditation video for example was recorded in my daughter’s room, cause her room is so much more zen than mine, and then I did it and I was laughing really hard on the inside. By the way, my daughter saw it on Facebook later and she was like “What were you doing in my room?!” She was a little annoyed with me, but it was for a good cause.”

32186731_10215397083149914_5223738129625645056_nYou have a huge fanbase. You are working fulltime as a commedian now?
“I just stopped doing all of it. Now I only do comedy. This was really my dream. I am waiting to make my millions yet, though, haha! But yes, I’m doing more and more shows. I don’t have a manager yet, so it’s a lot of work. I will probably get to the point where I will need a manager.

Things have really picked up over the last year in a way that I didn’t see coming. I’m also getting recognized more now, that’s so bizarre, but I love meeting new people. I love doing pictures and talking to people. Before and after my show. I love that! What you see is what you get with me. And I love connecting with people and getting to know new people.

Provence town for example was really fun. This woman came to me late at night at a bar, asking me where my friend got her pizza. She was hungry for pizza I guess! But then she found out it was me and she lost it! She took me to meet her wife. Turns out I was on their “celebrity list”! I was her “pass”! So I was apologizing laughing, and her wife was like “it’s fine, I’m actually gonna get laid well tonight,” haha!”

Are you planning to visit the Netherlands any time soon?
“You know, I really am like a gipsy. I let my passport expire. I had been without a car since February. I borrowed cars, rented cars… I did actually get a car, finally, today. I am kind of chaotic and really easily distracted, usually I am just all over the place. I can yell squirrel! in the middle of something and bam! I am on a another project. It’s actually a funny story, we were once in school because there were some suspicions that my daughter would have ADHD. She didn’t though, but in that meeting I was diagnosed with ADHD on the spot, haha! I definitely believe I have ADHD. My mind is always bouncing all over the place.”

I think many of the most creative people have ADHD.
“Oh definitely! I do meditate now though. Not in an ‘ooohhmmmmm’ kind of way. I just sit in the garden or in nature. That calms me down. Oh, look, I forgot to answer your question! Hahaha!”

I forgot it, too. I’m an ADHD interviewer.
“Hahaha! What was it again? Oh yeah: when will I come to the Netherlands! Well, when you find a venue and agree to be my Dutch tourguide, I will for sure come to the Netherlands.”

On it!

18527522_10212310533948113_2009558852133357693_nWhat was the most negative experience you ever had being a lesbian?
“Let me think… well, it actually wasn’t even really horrible, but just really weird. I was eating icecream in Nothampton, Massachussetss, which is usually a really gay-friendly place. I was sitting on the sidewalk, just eating my icecream with my former girlfriend. These guys drove by in their car and they were shouting ‘Fucking dykes!’ out of the car window. So weird! I just kept eating my icecream, kind of flabbergasted by what just happened. I really haven’t had much bad reactions to be honest. But I know that’s not the case everywhere!”

Part of why I do what I do is to make people aware, there’s lessons to be learned in much of my content. I do what I do to to open up eyes. When you do it with comedy, people have their guard down. I hope to open up minds.

“I really do hope that I open up minds, and I love connecting with people, like this! I am here talking to you all the way over there in the Netherlands, that’s just beautiful, we get to connect. Facebook can be isolating, but in a way it can also be really connecting.”

Have you ever experienced stage fright?
“You know what’s silly? Before every show I get really really nervous, I start to feel like I have to pee all the time, I’m like a cat with a urine infection. Seriously, before a show you can picture me as a a cat with a urine infection on the litter box, peeing just a little every three minutes.”

But the second I get on stage it’s gone. I get really calm. Totally grounded. It’s my form of zen.

“I still curse myself before, I think what if, I start rewriting stuff. But when I get up there I know what to do.”

What was the most special moment in your carreer so far?
“It was a benefit show at my old highschool. I knew all these people, I grew up there, with them. Friends came, their parents came. All the people of my past were there. It was really cool, I did a lot of jokes about what the town was like back then. It was a benefit for the highschool band by the way, which is funny because I was never in the band in highschool. The band played on the bleachers and I was the girl who smoked weed under the bleachers, haha!”

We know you can’t throw or catch a ball and that you automatically duck when a ball is coming your way. Is there any other type of sports you really do like?

“I played field hockey in high school for like a year, I wasn’t good at it. In my heart I really want to be athletic, but honestly: I’m just not. I do like walking, hiking, but not on a mountain, haha! I like being on a boat, but I don’t like to do anything on it.”

Basically, you just want to go on a cruise?

“Haha, yeah! Totally! Wait, my daughter just reminded me of something! I do like to swim in the ocean, and she says proudly that I can do that all by myself. Haha! I am quite clumbsy! For example, we were on vacation in seaworld once, I just tripped, fell and broke my arm. It was actually hilarious, people were stepping over me all annoyed, like “Get out of the way, lady!” and the cleaning lady was sweeping around me!”

What do you want to say to the people in the Netherlands?

“I really just want to thank everyone for their support and I hope you will watch my video’s… and that I’ll be able to visit the netherlands soon!”

Cindy’s video’s en informatie over haar optredens vind je hier.

Interview met Kamilia (24) over haar nieuwe track “Samen zijn”

Voor de mensen die je nog niet kennen: Wie is Kamilia?

“Mijn naam is Kamilia en ik ben een singer/songwriter. Ik ben van Marokkaanse afkomst en ik ben 24 jaar. Ik ben in Enschede geboren in 1993. Verder ben ik opgegroeid in Rotterdam: daar heb ik ook mijn muzikaliteit ontwikkeld. Mijn relatiestatus is samenwonend met mijn vriendin.”

Jouw track “Samen zijn” komt vandaag uit. Gefeliciteerd! Hoe is de track tot stand gekomen?

“Dankjewel! De track is in samenwerking met de bekende producer Monsif tot stand gekomen. Hij stuurde mij een opzetje, een demoversie, zoals dat heet) en daar begon mijn vriendin lollig op te zingen “ik zag je staan in de regen” aangezien ik op dat moment geen inspiratie had en het toevallig op dat moment aan het regenen was. Nadat zij met dat zinnetje kwam heb ik de track in de auto verder geschreven, onderweg naar de studio van Monsif.”

Wat is het verhaal achter de track?

“Het verhaal gaat eigenlijk over mezelf en mijn vriendin. Ik ben zelf twee jaar geleden uit de kast gekomen; daar kwamen heel wat obstakels bij kijken. Daardoor ontstond er ook een druk op mijn relatie. De boodschap achter mijn liedje is dat je lekker jezelf moet zijn, ongeacht wat of wie je bent. Stand up for who you are and what you believe in. De message is dat je niet moet opgeven en samen moet zijn/blijven, no matter what!”

Kunnen we meer van jou verwachten binnenkort, gaan we je ergens zien optreden?

“Ja zeker! Mijn videoclip komt volgende week uit. Ook ben ik bezig met een Nederlandse EP dus er volgen nog meer leuke nummers. En heel misschien sta ik 22 juli op Kwaku festival in Amsterdam.”

Je hebt zelf een relatie met een vrouw. Identificeer je jezelf als lesbisch? Hoe reageerde jouw omgeving op jouw coming out?

“Klopt. Ik ben nu twee jaar samen met mijn vriendin. De meerderheid van mijn omgeving reageerde positief, alleen mijn ouders hebben er erg veel moeite mee gehad, nog steeds wel.”

Durven jij en je vriendin hand in hand over straat? Hebben jullie wel eens negatieve of juist hele positieve reacties gekregen?

“Wij durven allebei hand in hand over straat te lopen. Tot nu toe en hopelijk in de toekomst hebben wij daar geen nare ervaringen mee. Wij krijgen juist hele positieve reacties op straat.”

Wat zou er volgens jou in Nederland moeten veranderen om Nederland tolerant(er) te maken?

“Communicatie is key! Er moet meer gepraat worden met jongeren en ouders. Heel veel dingen worden ontkend, niet gezien, of wil men niet zien.”

We zijn heel benieuwd naar je track! Waar kunnen we deze downloaden?

“Mijn track is zojuist uitgekomen op spotify/applemusic. Dit zijn de links:

Spotify : https://open.spotify.com/track/2MW6pBbRuYPmkcKzUZIb7e?si=FcvFSCo9SmK7Fb7pxxN0CA

Apple music: https://itunes.apple.com/us/album/samen-zijn-single/1385674322?app=music&ign-mpt=uo%3D4

Kamilia: Heel veel succes met je muzikale carrière!

Zo stap je uit een verwoestende relatie: gastblog door psychotherapeut Fabio

Een verwoestende relatie loslaten: hoe doe je dat? In deze gastblog geeft psychotherapeut en medium Fabio je tips en een stappenplan.

Dagelijks verneem ik hoe zowel mannen als vrouwen vastzitten in een verwoestende relatie. Ze weten niet hoe ze hiermee moeten omgaan of hoe ze de knoop kunnen doorhakken om zo naar bevrijding toe te werken en zich los te koppelen van de relatie die niet goed voor hen is.

Of je nu een relatie hebt met een narcist, iemand die verslaafd is of met iemand die een andere vorm van een persoonlijkheidsproblematiek heeft, op een bepaald moment is deze vorm van ‘relatie hebben’ uitputtend waardoor je geen energie meer hebt.

Iedereen die hier mee te kampen heeft stelt zich ongetwijfeld de vraag: hoe heeft mij dit nu kunnen overkomen? Hoe kan dit nu dat ik me zo heb laten lam leggen zonder een halt te roepen.

Dit zijn allemaal vragen die een begin signaal betekenen dat je er nu iets aan moet doen. Verwoestende of vernielende relaties zijn erg complex en zijn niet altijd makkelijk te begrijpen en zelfs vaak onpeilbaar.

Wat doe je eraan? Wat kan je ondernemen? Met deze blog wil ik jullie het één en ander toelichten over dit onderwerp.

Kies voor jezelf

Van zodra je beseft en inziet dat je in een vernielende relatie zit is de eerste stap om voor jezelf te kiezen. Je zult een balans moeten opmaken en eens nagaan voor jezelf wat er precies misloopt en wat er voor jou anders kan.

Voor jezelf kiezen is niet altijd makkelijk, schuldgevoelens tegenover jouw partner kunnen snel de bovenhand nemen. Toch is het belangrijk dat je de stap zet met het oog op het ‘genezen’ van het mentaal misbruik dat je geleden hebt.

Vaak wordt me de vraag gesteld: “Fabio, hoe kies je nu eigenlijk voor jezelf?” Wel ik zal jullie hier een aantal tips meegeven die ik zelf ook al heb toegepast in de praktijk.

  • Open communiceren.
  • De dingen niet laten aanmodderen.
  • Eerlijk zijn wat het met jou doet.
  • Een time-out inlassen (Op deze manier kan jouw partner ook nadenken en heb jij alle ruimte om je emotioneel te gaan loskoppelen).
  • Zelf een coach of psycholoog onder de arm nemen.
  • Voet bij stuk houden (anders neemt jouw partner je niet serieus).

Heb je besloten om er een punt achter te zetten? Verbreek dan alle mogelijke vormen van contact. Ga niet in op zijn/haar berichten en blijf ook steeds je grenzen aangeven.

Een kwestie van gewoontes

Als je beseft dat alles een kwestie van gewoontes is dan ben je al een heel eind ver. Tenslotte is samen zijn met iemand gedurende een aantal jaren niet iets dat je van vandaag op morgen afbreekt. Er zijn intussentijd heel wat gewoontes ontstaan die ook heel erg snel eigen worden aan ons. Hierdoor is het eens zo moeilijk om de relatie te verbreken.

Deze gewoontes zijn dan ook niet makkelijk te doorbreken waardoor het van uiterst belang is dat je nagaat waarom je niet voor jezelf kan kiezen. Veel voorkomende problemen die ik in mijn praktijk verneem van cliënten:

  • Ze denken dat ze de partner financieel nodig hebben.
  • Ze hebben angst dat ze niet alleen kunnen zijn (hierdoor vervaagt de autonomiteit).
  • Hebben angst omdat er kinderen in het spel zitten (vaak zijn kinderen het slachtoffer van één van de manipulerende ouder).
  • Willen zorgen voor de ‘ongezonde houding’ van de partner (vaak gaat dit gepaard dat de zorgzame persoon zelf heel wat dingen heeft meegemaakt in het verleden en deze zorg dan ook op zich wilt nemen).
  • De partner heeft een persoonlijkheidsstoornis.
  • De partner dreigt met zelfmoord.
  • De partner gaat vreemd (in de hoop jouw op die manier niet te laten gaan zodat je nog wat afhankelijker wordt).

Bovenstaande problemen komen dus ook heel vaak voor. Van zodra je één of meerdere van deze dingen verneemt of meemaakt in jouw relatie dan is de relatie niet meer gezond. Vanaf dat moment is het belangrijk om voor jezelf te gaan kiezen en de gewoontes die je hebt ontwikkeld doorheen de jaren ook te gaan loslaten.

Beslissen om de relatie stop te zetten

Deze beslissing is niet de makkelijkste die er is en gaat dan ook gepaard met onzekerheid en angst hebben om er alleen voor te staan. Deze mensen staan niet stil bij de ernst van de situatie omdat ze dusdanig de gewoonte hebben om te leven in het mentale misbruik van hun partner. Het basisfundament van ‘een gezonde relatie’ hebben is een vraag die niet meer gesteld wordt want de dagelijkse beslommeringen (gewoontes) komen hier op de eerste plaats.

Het is zeker niet simpel om de knoop door te hakken maar het is ook niet onmogelijk. Je hebt doorheen de relatie een onveilige ‘hechtingssysteem’ ontwikkeld waardoor jouw partner jouw zwakheden van in het begin al door had. Hechtingssystemen komen voort uit ons verleden: wat wij hebben meegemaakt en hoe wij onze opvoeding hebben ervaren, zijn belangrijke punten om naar te kijken. Hechtingsproblemen komen altijd vanuit een moeilijk verleden, daarin hebben wij nooit echt geleerd om voor onszelf op te komen en hebben wij nooit een veilige manier van leven kunnen ervaren. Dit kan ook vanuit een allereerste relatie voorvloeien die wij als zo extreem pijnlijk ervaren hebben maar kan ook voortvloeien uit een gebrek aan liefde van de ouder/ouders, verstoten op school, er nergens bij horen, enzovoort…

Ook wanneer dat je dit kan inzien is de stap ‘makkelijker’ te zetten tot het verbreken van de relatie. Op deze manier weet je ook vanwaar het komt. Veel mensen zijn zich niet altijd bewust vanwaar sommige dingen uit kunnen voortvloeien. Nu kan ik jullie wel meedelen dat het vaak voorvloeit van ons verleden.

Het beëindigen van de relatie

Hier gaan we een stappenplan overlopen hoe je op een goede en constructieve manier de relatie kan beëindigen.

Als je zover bent om de relatie te beëindigen, neem deze verantwoordelijkheid dan ook volledig voor jezelf. In veel gevallen wachten mensen tot hun partner zelf de relatie zal verbreken: zo hoeven zij niet uit hun comfortzone te stappen.

  • Spreek met je partner hierover dat je dit wenst te stoppen en voer dit gesprek dan ook face-to-face. Reden hierachter is dat wij op die manier de dingen meer kunnen toelichten, onze partner zijn/haar vragen kunnen beantwoorden als er dingen onduidelijk zijn. Bij een facce-to-face gesprek is de non-verbale communicatie ook belangrijk.
  • Maak het niet uit via sms, facebook, whatsapp, enzovoort… Er is niets zo erg en onvolwassen om het op deze manier te doen! Behandel elkaar met respect en heb ook respect voor elkaars keuzes.
  • Een relatie beëindigen zorgt er altijd voor dat emoties de hoogte ingaan en niemand zit erop te wachten om gedumpt te worden. Het feit dat jij de vernielende relatie inziet en er ook mee wilt stoppen is de kans vaak ook groot dat jou partner zich niet bewust is van de destructieve relatie. Daarom is het belangrijk dat je uitlegt waarom je deze stap wenst te zetten.
  • Zeg de zaken eenmalig en val niet steeds in herhaling van wat er wel en niet goed ging. Op deze manier start je een welles-nietes-spelletje en zullen jullie mekaar ongetwijfeld weer overhalen om mekaar toch terug een kans te geven. Op deze manier geef je valse hoop.
  • Beloof je partner niet “wij zullen vrienden blijven”, hij/zij zal hoop koesteren. Vaak doen mensen dit omdat ze de situatie en de gevoelens van hun partner willen verzachten.
  • Laat de ‘friends with benefits’ buiten schot. Door intimiteit te onderhouden na een relatiebreuk loop je het gevaar dat oftewel jij of je partner terug gevoelens gaan koesteren. Dit wordt een kat en muis spel en zo voorkom je mekaar om verder te gaan.
  • Accepteer de beslissing of jij er nu een punt achter stelt of je partner. Belangrijk is dat je acceptatie toont en dat je niet in tranen uitbarst in de hoop dat hij/zij van gedachten verandert.
  • Accepteer jouw rouwproces en dat je de komende dagen en weken nog wel hartzeer kunt ervaren en het gemis wel eens de kop op kan steken. Het is een normaal gegeven.
  • Denk niet dat je mekaar ‘nodig’ hebt. Liefde laat zich niet dwingen en maak jezelf of je partner ook niet wijs dat jullie de enige zijn/waren voor mekaar. Dit behoort ook in het stuk ‘gewoontes’ die jullie gezamenlijk gedeeld hebben.

Ik wens jullie veel succes en liefde toe. Moest je overhoop geraken met het lezen van mijn blog of je zou ergens wat meer diepgang in willen hebben.

Dit artikel is geschreven door medium Fabio. Neem zeker ook een kijkje op de andere blogberichten. Daar kan je allerlei informatie terugvinden over spirituele en relationele thema’s.

Lees het originele artikel hier.

Mensen die tegen hun huisdieren praten…

Mensen die tegen hun huisdieren praten. Ja, ik geef toe: ik ben er ook zo een.

Als ik thuis kom begroet ik mijn hond en kat. Ik vertel mijn hond dat hij een lief hondje is, als hij komt nadat ik hem roep. Niet alleen omdat hij mijn commando’s lang niet altijd zo braaf opvolgt, maar ook omdat ik heb gelezen dat honden letterlijk een stress verlagend geluksstofje in hun hersens aanmaken als je met een vriendelijke stem tegen ze spreekt.

Het hebben van een kat of hond verlaagt bovendien je bloeddruk, verbetert je welbevinden en reduceert stress bij mensen. Even een vriendelijk woord tegen je dier zeggen is dus wel het minste wat je terug kunt doen, als baas zijnde. Voor wat hoort wat.

Daarbij heeft mijn hond de neiging om heel wijs te gaan kijken als ik op vrolijke toon tegen hem praat. Zijn hoofd draait dan zo, dat het soms bijna lijkt alsof het er af gaat vallen. Dat vind ik elke keer weer grappig.

Mijn kat negeert overigens structureel alles wat ik zeg. Ze negeert me sowieso, behalve als ik paté uit de koelkast pak. Toch praat ik ook tegen haar. Want ooit kende ik een kat die op alles wat je zei antwoord gaf, en ik heb de hoop nog niet opgegeven dat zij dit ook gaat doen.

Mensen die tegen hun huisdieren praten zijn overigens vaak hele lieve mensen, heb ik geleerd. Daarbij is het hebben van huisdieren ideaal tegen eenzaamheid: er is altijd iemand thuis die blij is om je te zien (en de kat is er ook.)

Dierenpraters zijn dierenvrienden, en dierenvrienden zijn vaak ook lief tegen medemensen.

Dat is mijn conclusie, en daar zult u het mee moeten doen.

Burn-out: de wereld door een waas

Er wordt zoveel gezegd en geschreven over het begrip burn-out: het zou een hype zijn, mensen zouden veel te snel roepen dat ze een burn-out hebben.

Ja, het lijkt nu inderdaad veel vaker voor te komen. Maar dit kan ook te maken hebben met de hoeveelheid aan keuzes die onze generatie heeft, de crisis en het feit dat mensen sinds de crisis met minder uren meer werk moeten verrichten. Of simpelweg met het feit dat er minder taboe heerst en mensen er dus vaker openlijk voor uit komen dan vroeger. Wie zal het zeggen.

Ik zelf heb een burn-out gekregen in december vorig jaar. Opeens kon ik geen antwoord meer geven op vragen van mensen: ik, die daarvoor overal ja op zei.

Opeens kon ik geen drukte meer aan: ik, die altijd de drukte juist op zocht en het niet druk genoeg kon hebben. Mijn hoofd leek te ontploffen; zelfs een bezoekje aan de supermarkt zorgde al voor hevige paniek.

Dat is overigens een minder besproken onderwerp; de symptomen van een burn-out. Voordat ik zelf een burn-out kreeg, dacht ik dat een burn-out hebben inhield dat je alleen nog maar kon huilen en slapen. Nu zijn dat zeker wel symptomen, maar lang niet de enige.

Een korter lontje, geheugenproblemen, paniekaanvallen, hoofdpijn, buikklachten, duizeligheid, hyperventilatie en slaapproblemen hoor je veel minder over, maar zijn net zo heftig.

Ook een depressie ligt op de loer; daar zit je dan met je verantwoordelijkheidsbesef en je perfectionisme: thuis, op de bank, als een bang, ziek vogeltje. Je hebt zoveel verantwoordelijkheden en opeens kun je amper nog iets aan. Als iemand aan je vraagt of je volgende week wil afspreken, moet je van triestheid bijna lachen: je weet immers niet eens wat je vanmiddag kunt!

Er bestaan heel veel “oplossingen” voor een burn-out: gedragstherapie, meditatie, wandelen, rustgevende middelen om te slapen, etc. Ook online beloven veel bedrijven dé oplossing voor je te hebben, als je je inschrijft voor een tien weken durend peperduur programma bijvoorbeeld.

Want uiteraard wil iemand met een burn-out er zo snel mogelijk weer van af: er wordt handig ingespeeld op het karakter van de persoon met de burn-out: zelfs in het herstel willen we zo goed mogelijk zijn.

Het antwoord is niet zo simpel. Dé instant oplossing bestaat ook niet. Het herstel heeft tijd nodig. Als je een burn-out hebt ben je vaak maanden of zelfs jaren over je eigen grenzen heen gedenderd: dat herstel je niet in een paar weken.

Je zet soms twee stappen vooruit en weer drie terug. Je wil soms de haren uit je hoofd trekken omdat je je gewoon weer “normaal” wilt voelen, zoals voor je burn-out. Maar dat gaat niet. Dat accepteren is misschien wel het moeilijkste van een burn-out.

Ik ben nog herstellende, en daar ben ik me volledig bewust van. De ene dag kan ik me al best aardig concentreren en de andere dag lukt dat voor geen meter. De ene dag kan ik de drukte best aardig aan, de andere dag wil ik al huilend weg rennen als er drie mensen om me heen staan, of als ik een gesprek moet volgen.

Dan welt de paniek op en wil ik het liefst mijn bed in kruipen. En het meest frustrerende hieraan is dat ik het zelf ook niet wil; ik wil me gewoon alleen maar weer de oude voelen. Maar de oude zal ik denk ik nooit meer worden. Dan hopelijk in elk geval een assertievere versie van mijn oude zelf, die goed voor zichzelf zorgt en opkomt. Ook al kost me dat nu nog heel veel energie.

Help, mijn kind maakt SLIJM!

YouTube vloggers zijn hot, zelf slijm maken is dan ook al een tijd dé rage onder kinderen.

Ook ik ontkwam niet aan de slijmfase: gewapend met een hele lijst gingen we op pad, op jacht naar slijm-ingrediënten. Volgens Dochter moest er lijm, scheerschuim (geen gel!) en lenzenvloeistof in, eventueel aangevuld met verf en of glitters.

Bij de Action aangekomen dacht ik daar wel alles te kunnen halen, maar helaas: de lijm was helemaal uitverkocht. “U wilt zeker slijm maken?” vroeg de verkoopster. “Velen anderen gingen u voor, alle lijm is uitverkocht.”

Crap. Achter ons stonden een vader en zoon al net zo beteuterd te kijken als wij: ook zij kwamen voor slijm ingrediënten.

Zeven winkels en een halve rolberoerte later – om precies te zijn drie winkels nadat mijn geduld op begon te raken – vonden we eindelijk lijm. Ik was toen al vrij ver klaar met de slijmhysterie. Nog eens drie winkels later hadden we overigens nog steeds geen lenzenvloeistof mét borax kunnen scoren. (Want zonder borax werkt het prutje blijkbaar niet).

Op de parkeerplaats – met een dochter die verdriet had omdat we geen lenzenvloeistof vonden – kwam de vader met zijn zoontje ons buiten adem achterna gerend: “Hebben jullie de lenzenvloeistof ook nog gevonden?”. Het zweet stond bij hem inmiddels al net zo dik op het voorhoofd als bij mij.

“Nee, jullie?”

“Ja!” Blij om ons te kunnen helpen vertelde hij bij welke winkel we lenzenvloeistof met borax konden vinden. “Maar opschieten hoor, want er waren er niet meer veel!”

Wat een klopjacht. Dus daar gingen we weer, bezweet en moe, met een humeur om op te schieten, up tempo het hele winkelcentrum door, op jacht naar het laatste ingrediënt.

Tien spontaan grijs geworden haren later kwamen we thuis met alle benodigdheden. Toen was het feest pas echt compleet. Eerlijk: ik snap niet hoe andere moeders dit doen: na een half uur plakte alles: de muur, de tafel, de kom, lepels, mijn kind, ik, mijn telefoon en de buurjongen. Een week later veegde ik nog slijmspetters van de muur en de deurklinken af.

Als je trouwens denkt dat het daar ophoudt, dan denk je het verkeerde. Want het slijm wordt in een plakkerig bakje bewaard, en dan wordt er nog heel veel mee gespeeld. Ik ben slijmresten tegengekomen in de bekleding van de bank, op deurklinken van toilet en badkamer. Laatst was er zelfs eentje uitgelopen op het bureau op haar kamer.

Ik dacht niet dat ik dit ooit zou zeggen, maar ik mis de fidget spinner.

Gastblog Ellen deel 2: de Vrouwelijke Pubervariant

De vrouwelijke variant wordt nooit vervelend, dwars of puberaal. Dat zijn haar eigen woorden. Ik heb ze direct vastgelegd, schriftelijk, ondertekend en in drievoud.

Het is wel waar, ze is heel gemakkelijk in de omgang. Ze snapt dat het leven een stuk prettiger is wanneer ze meewerkt. Ze gaat mee boodschappen doen, dekt zonder commentaar de tafel, en eet wat de pot schaft.

Daar zit dus een klein probleem. De mannelijke puber leeft voornamelijk van de P’s. Patat, Pizza, Pasta, Pannenkoek, en, toegegeven, Paksoistamppot. Maar de vrouwelijke variant. Zij lust dat dus allemaal niet. Ook geen appelmoes, mayonaise, alles wat nagenoeg alle kinderen lusten, dat hoeft ze niet. Zij zat als tweejarig hummeltje naar mijn asperges te kijken en vroeg: “Mama, wat zijn dat voor een stengels?” Weg asperges. Inclusief biefstuk, aardappeltjes, ham en ei.

Het is dus nooit goed, qua eten. Maar dat ligt niet aan de vrouwelijke puber.

Ze is ook inderdaad nooit heel erg vervelend. Soms dan, als je haar wakker maakt vóór 12 uur ‘s middags. Ze heeft een masterclass uitslapen gedaan. Misschien maakt dat het zo makkelijk, ze is er gewoon niet, want ze ligt tot minstens 12 uur in bed.

Ze kan ook heel goed haar broer opvoeden. Dat leidt tot discussies. Ik vraag me dan af waarom ze niet allebei perfect zijn, aangezien ze het beiden heel goed blijken te weten. Maar zelfreflectie is nog een brug te ver. Logisch ook, het zijn pas pubers. Ze beginnen wel steeds meer op echte mensen te lijken, dat wel.

Min dochter stapte vorig jaar al met een vriendin in de trein om te gaan shoppen in Venlo. Of in Maastricht. Of in Den Bosch. En natuurlijk vind ik dat stoer, maar kom op zeg. Ze is nu pas 13. Ik wil haar vervoeren in een kinderzitje achter op mijn fiets, niet zelfstandig in de trein. Ze krijgen beiden kleedgeld. Dus dan komt ze thuis, met lamme armen van alle tassen, die ze ook allemaal meesleept in de trein. Ze heeft haar eerste piercing. Dat mag vanaf 12. Ze ontdekte dat toen ze nog 11 was. Met 12 jaar en twee dagen zaten we in de tattoo shop, om een gat in haar oorschelp te laten schieten. Wanneer je mij nu een onverantwoordelijke moeder vindt, dat mogen ze vanaf 12 jaar zelf regelen, zonder toestemming van ouders. Het leek me dus verstandig met haar mee te gaan en een gedegen shop uit te zoeken, om te voorkomen dat ze zelf een breinaald in haar oor zou steken.

De vrouwelijke puber gaat wel een weekje naar lenteschool, in de meivakantie. Om wat vakken bij te spijkeren. Ze heeft namelijk nooit huiswerk. Ook nooit proefwerken. Zelfs niet in de proefwerkweek. Nooit hoeft ze iets te doen. Ze weet alles al. Ze wilt medicijnen gaan studeren, en ik zie al heel veel geld verdwijnen in een studentendispuut. Want het is een feestbeest. Ze mist geen enkel uitje, geen enkel feestje, ze is overal bij, en wanneer ze er niet bij kan zijn, dan zorgt ze wel dat het verzet wordt. Het lijkt wel een voorbeeldige puber, maar ik houd mijn hart vast voor de toekomst.

Kortom, pubers. En kleinkinderen. Niet vermoorden dus, die pubers, denk eraan. Dat is momenteel mijn mantra.

Ellen Boonstra

Wil jij ook als Gastblogger jouw blog delen met 30.000 volgers? Stuur dan je leukste blog via e-mail naar de redactie!

Mijn puber is een gamer: Gastblog door Ellen!

Er is een spreuk, die gaat als volgt: “Het krijgen van kleinkinderen is de beloning voor het niet vermoorden van je pubers”. Ik ben benieuwd of ik ooit oma word.

Want die pubers, die puberen wat af. Ik heb er twee. Een mannelijke, en een vrouwelijke variant. De mannelijke variant is een gamer.

De meest gehoorde uitspraak van hem is: “Wacht effe”. “Kom je eten?” “Wacht effe.” “Ben je klaar?” “Wacht effe.” “Ga je douchen?” “Wacht effe.” “Ruim je dat even op?” “Wacht effe”. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, dan is het wel wachten. Dit leidt dus tot behoorlijk wat ergernissen hier in huis. Ik snap het ook niet. Ik kondig het avondeten aan, vanaf een kwartier van te voren. Ik kondig het inmiddels al drie keer aan. En dan nog volgt steevast het antwoord….wacht effe. Want die games, die zijn van levensbelang. Fortnite speelt hij. Inclusief dansjes, tenminste, moves. Hij ging het me uitleggen, want moeders snappen niks van de jeugd van tegenwoordig. Daar zijn mijn mannelijke puber en ik het dan wèl over eens.Een online game kun je dus niet zomaar afsluiten. Want je speelt in een team. En als je offline gaat, laat je dat team in de steek, of je wordt vermoord. Uuuuh wat?? “Nee mahaaam,” (met dikke oogrol en een zucht vanuit zijn tenen), “…jouw karakter in de game wordt dan vermoord.” Ooooh… dat klinkt al minder ernstig. De uitspraak die met stip op nummer twee komt: “Ik moet hier ook alles doen”. En nee, dat zeg ik niet, maar hij! Ik ben een gescheiden moeder, de pubers zijn om de week bij mij. Ze krijgen hun natje en hun droogje op een presenteerblaadje aangeboden. Toegegeven, hier zit een stukje schuldgevoel in. Maar dat hoeven de modelpubers niet te weten. Ik werk, ik doe het huishouden, de boodschappen.. enfin, dat hoef ik jullie allemaal niet te vertellen. Doen jullie ook allemaal. Dan is de chips er niet die meneer blieft. Mag hij zelf met mijn geld naar de winkel, om de goede chips te kopen. Moet hij alles doen. Daar krijg je toch moordneigingen van? En dan de elastiekjes. Die vind ik o-ver-al. Op zijn kamer, op de badkamer, in de keuken. Overal, behalve in de prullenbak. Gelukkig is de hoeveelheid elastiekjes gehalveerd, want de vrouwelijke puber is inmiddels beugelvrij. Daarnaast moet ik elke avond vragen of hij ze in heeft, wat nooit het geval is. En deze gek brengt meneer de puber dan zijn elastiekjes… Maar toegegeven, als hij daar dan zo lekker in zijn bed ligt, met zijn pyjamaatje aan, en ik toch nog een stevige knuffel krijg, realiseer ik me dat het ondanks alles best een leuke puber is.

Ellen Boonstra

Wil jij ook eens een column schrijven als Gastblogger voor Chrisje? Stuur dan jouw leukste column naar redactiechrisje@gmail.com en wie weet, misschien verschijnt jouw gastblog wel op Chrisje.info!

 

Roompot Beach Resort: een aanrader voor gezinnen!

Afgelopen week ging ik er een paar dagen tussenuit met mijn dochter. Aangezien ik minstens een keer per jaar de zee wil bezoeken en dol ben op Zeeland, viel al snel mijn oog op een aanbieding van Roompot Beach Resort te Kamperland. Een familiecamping pal aan zee… ideaal!

Hoewel de weer app enkel regen voorspelde, hadden we daar weinig last van. De zon scheen volop en hoewel het wat fris was, was alleen al het uitzicht onbetaalbaar. Het strand letterlijk op drie minuten lopen: dat staat op mijn bucketlist voor later!

Voor slechts €140,- huurden we een stacaravan met twee slaapkamers, een badkamer met toilet en alles er op en er aan. Een kleine slaapkamer met twee eenpersoonsbedden en een grote slaapkamer met een tweepersoonsbed. Niks mis mee!

Bij aankomst was alles netjes en schoon, er stond zelfs een leuk vaasje met bloemen in het raam. Wel jammer dat we pas om drie uur in de stacaravan konden.. Deze was overigens heel ruim en compleet ingericht met o.a. televisie, kachel, radioinstallatie. De zit- en eethoek waren prima, afgezien van een ietwat schuine eettafel. 😉

’s Ochtends kregen we al vroeg bezoek: de familie Eend waggelde rustig langs alle bewoonde caravans om te kijken of er soms nog wat brood over was. Uiteraard hadden we dat 😉

Het is best een groot resort, dus huurden we op de eerste dag twee fietsen om ons verblijf en het halen van boodschappen wat gemakkelijker te maken: bovendien is het leuk om een fietstochtje te maken in deze omgeving! De fietsen waren van het merk Gazelle en hoewel het even wennen was aan alleen een terugtraprem, ging dat al snel helemaal goed.

Op het resort vind je eigenlijk alles wat je nodig hebt: een zwembad, bowlingbaan, pooltafel, een restaurant, snackbar, terras, supermarkt en genoeg speeltuinen verspreid over het resort. Ook kun je er tafeltennissen en midgetgolf spelen.

Bij elke aankoop op het resort krijg je trouwens “Koos munten”, die de kinderen kunnen inruilen voor Koos Konijn gadgets tijdens de dagelijkse kinderdisco in het centrum. Mijn dochter voelde zich daar overigens al iets te groot voor, maar goed :-).

Ook de campingplaatsen voor gewone caravans zagen er trouwens prima uit.

Een ideaal park om met je gezin even te ontsnappen uit de sleur van alledag dus.

En als je echt geld over hebt, kun je een van de luxe beach houses huren die pal aan zee liggen!

Al met al een echte aanrader voor een vakantie in eigen land met het gezin!

Vergeet jij ook alles? Hier is de oplossing!

Ken je dat? Dan sta je in de winkel en kom je tot het besef dat je het boodschappenlijstje thuis op tafel hebt laten liggen.

Dat wordt gokken wat je ook alweer moest hebben. Uiteraard kom je thuis zónder toiletpapier, terwijl je kind net het laatste velletje op heeft gemaakt.

Je zit op de bank en wilt net gaan relaxen met een serie op televisie, als je hoofd je blijft lastigvallen met vragen en opmerkingen zoals “Ben je niet iets vergeten?”, “Wat moet je morgen ook alweer allemaal regelen?”. “Vandaag ben je wéér vergeten hondenvoer te halen!”

Wat een gemekker, in dat hoofd van je! Je komt hier voor je rust! En door al die knagende gedachten krijg je die rust niet!

Maar wees gerust, ik heb er een handige oplossing voor gevonden! Ik heb een ontzettend handige app ontdekt, die ik graag met jou deel als je je in bovenstaande herkent.

Google Keep! Het antwoord op chaotische levens! Of chaotische mensen! Of, nou ja, whatever! Het werkt!

google keep voorbeeld

 

Het is echt een lifesaver hoor. Een super handig appje, zeer gebruikersvriendelijk, en het is echt mijn Heiligste App geworden.

Hier in noteer ik al die losse flodders die door mijn hoofd gaan, die ik normaal gesproken geneigd ben te vergeten, precies op het moment dat ik ze moet doen, maar die vervolgens wel aan me gaan knagen zodra ik in bed of op de bank lig!

Trust me. Als je leven druk is, heb je dit appje gewoon nodig.

En wat ook nog handig is: naast afspraken die je moet plannen en dingen die je moet onthouden, kunnen de creatieveren onder ons het ook nog gebruiken om tijdelijke vlagen van inspiratie snel op te slaan, om later uit te werken. Hoe handig is dat dan?!

google-keep-gibt-android-geraete-bild-google-18552

Bron foto´s: Google Keep.

Egoïsten!

We worden steeds egoïstischer. Ja, zelfs narcistischer. Alles draait toch om ons?

We leven steeds meer langs elkaar door, in plaats van met elkaar. We kijken op onze telefoon terwijl we keihard tegen elkaar aanbotsen, en geven dan de ander de schuld.

We leven via ons scherm, voor de likes en de hartjes, maar we raken alleen maar verder van elkaar verwijderd.

Wie minder egoïstisch wil zijn, moet zijn telefoon neerleggen en letterlijk naar buiten keren: hoe vaak heb jij afgelopen jaar iets gedaan voor een ander, zonder er iets voor terug te vragen of verwachten?

We zoeken op onze telefoon naar geluk, liefde, meer, spullen, instant happiness. Terwijl je juist in je telefoon en in dat oppervlakkige gedoe nooit geluk zult vinden.

Je vindt geen geluk in je telefoon, en al helemaal niet in spullen.

Geluk zit in iets doen: voor een ander bijvoorbeeld, omdat hij het nodig heeft of verdient. Geluk zit in nog meer doen: in knuffels, in kussen, in plezier maken, in écht praten. Geluk maak je mee. Het is geen passieve state of mind die je kan bereiken met likes.

Geluk is actief, en het zit in doen: wandelen, fietsen, reizen, koken, in slapen met een schoon geweten. Geluk zit in vriendschap, in romantiek, in voor een ander door het vuur gaan.

En als je daar dan toch bent, vind je er naast geluk als bonus ook nog wat andere dingen: ontspanning, herinneringen, plezier en je levend voelen.

“Ik zorgde voor onze twee zorgkinderen, hij ging er vandoor met een ander.”

Ze zorgde voor haar twee zorgkinderen, waarna haar man er vandoor ging met een ander. Hieronder lees je het persoonlijke verhaal van een (anonieme) moeder.

Dit is mijn verhaal: het verhaal van een (strijdbare) moeder met kinderen met leerproblemen. Mijn verhaal gaat over de zoektocht naar hulp voor mijn kinderen, maar ook over het overwinnen van een verdrietige, voor mij ingewikkelde echtscheiding. Na al het vechten, zorgen, mezelf wegcijferen, vallen en weer opstaan kan ik nu met recht zeggen: Ik sta er weer! Ik heb al die zware jaren overleefd. Ik ben er misschien nog niet helemaal, maar ik ben blij en trots! Super trots, als  alleenstaande (zorg)-moeder van twee fantastische, bijzondere kinderen. Ik zeg tegenwoordig altijd, vooral tegen moeders rondom hun kinderen: volg je gevoel, je intuïtie, altijd! Als jij denkt dat er iets met je kinderen is, dan IS dat ook bijna altijd zo.

Geen zorgeloze start
De start van mijn verhaal is eigenlijk al begonnen op het moment dat mijn oudste dochter (nu puber/jong-volwassene, 2e jaar  Voortgezet Onderwijs) de kleuterschooltijd al niet helemaal zorgeloos en ‘standaard’ door kwam. Ze was een enorme lieve, zachte en verlegen kleuter, dus ze viel niet echt op. Ik maakte mij daar als moeder niet direct zorgen over, want tja, niet alle kinderen ontwikkelen zich op dezelfde manier, dus dat komt allemaal wel. Toch heb ik heel vaak het idee gehad dat ze gewoon moeite had met bepaalde dingen, dat ze haar best er wel degelijk voor deed, maar dat het haar gewoon niet lukte. Toen ze in groep drie moest starten met letters, woordjes en zinnen lezen en dit in best wel een sneltreinvaart moest gebeuren, begon ze langzaam achter te lopen.
De letters gingen niet vanzelf, het automatiseren ging niet vanzelf, de woorden kwamen niet vanzelf, het lezen kwam niet lekker op gang, het bleef lange tijd bij ‘hakken en plakken’.

Leesproblemen en dyslexie
Toen ben ik mij als moeder maar eens gaan verdiepen in leesproblemen, oftewel dyslexie en wat zoal symptomen en kenmerken waren. Toen werd het me vrij snel duidelijk. Mijn dochter deed haar uiterste best, maar het lukte gewoon niet. Kon het niet zo zijn dat ze dyslectisch was?! Op school werd hier toen eigenlijk nog nauwelijks over gerept. Toen groep vier in zicht kwam, bleek mijn dochter zo erg achter te lopen dat groep vier een brug te ver was, dus werd er geopperd groep drie nogmaals te doen. Ik stemde hier mee in en vond het – gezien haar ontwikkeling en het feit dat ze in haar doen en laten nog wel ‘jong’ was – een prima idee. Dit zou haar goed doen en we konden, met elkaar, bekijken hoe haar leesontwikkeling in de tussentijd zou verlopen. Maar ondanks twee maal groep drie bij een lieve juf wat haar best goed deed, ging het op school en expliciet rondom lezen, schrijven, spelling en taal, toch nog steeds niet zoals het hoorde. Toen heb ik op school eens aangekaart of het mogelijk was dyslectisch dat mijn dochter dyslectisch is en of ze hierop getest kon worden. Helaas gaat daar dan geruime tijd overheen, omdat school eerst van alles moet aantonen wat ze aan extra hulp hebben aangeboden, papieren moeten aanleveren en je niet direct aan de beurt bent met testen bij een bureau. Het zelfbeeld van mijn dochter ging helaas steeds verder naar achteruit, ze werd steeds stiller, huilde veel, durfde nauwelijks meer om hulp of extra uitleg te vragen en hield zich maar op de achtergrond.

pexels-photo-247195

EED
Het ging zienderogen achteruit met haar (zelfbeeld). Totdat uiteindelijk de uitslag van het dyslexieonderzoek daar was: ze had EED (ernstige enkelvoudige dyslexie). Iets wat ik eigenlijk vanaf de kleuterklas al vermoed had, maar waaraan weinig en veel te laat gehoor is gegeven door school. Mijn eerste ervaring met negativiteit rondom (h)erkenning, het doorverwijzen van ‘het kastje naar de muur’, het niet voor ‘serieus’ te worden aangezien, de ‘zeurmoeder’ op school, de moeder die zich véél te veel zorgen maakt…  Mijn dochter gaf een presentatie over (haar) dyslexie, zodat haar klasgenoten ook wisten wat ze had, waarom ze extra hulp en tijd kreeg en moeite met lezen en waarom ze bijvoorbeeld een tafel- of spellingskaart mocht gebruiken. Ze knapte er enorm van op nu ze wist wat ze had, maar ook nu ze de goede specialistische hulp en begeleiding kreeg en er aan haar weerbaarheid en zelfbeeld werd gewerkt. Zo fijn!

De zoektocht ging verder
Toen ik in het traject zat met mijn dochter voor dyslexiebegeleiding, begon mijn zoon, inmiddels ook in groep drie, vast te lopen rondom letters, lezen, spelling, maar ook rekenen. Hoewel ik het idee had dat mijn dochter hele dyslectische kenmerken had en ik dit niet zo bemerkte bij mijn zoon, gingen wel bij mij wel een aantal welbekende alarmbellen af. Ook omdat dyslexie vastgesteld bij een zus de kans procentueel erg groot maakt dat er ook dyslexie bij een (volgende) broer of zus wordt vastgesteld. Toen mijn zoon maar bleef goochelen met het omdraaien van letters en van rechts naar links schrijven en hakken en plakken met lezen, wist ik al vrij snel hoe laat het was. Ook mijn zoon heeft groep drie vanwege dezelfde redenen als mijn dochter nog een keer gedaan, echter hij was er, in tegenstelling tot dochter, eind (tweede keer) groep drie nog veel slechter aan toe. Op het depressieve af én helemaal gestrest. Een jongetje van zeven die zei zijn leven niet meer leuk te vinden, zelfs niet meer te willen leven…., die school en alles wat hij daar moest doen vreselijk vond, die met afgehangen schouders, hoofd naar beneden, over het schoolplein liep, die lichamelijke klachten kreeg, op school eigenlijk niet meer mee wilde doen en.. het ergste van alles is dat ze op school allerlei signalen niet serieus (genoeg) hebben genomen, niet van mij, terwijl ik van alles aankaartte, maar ook niet van mijn zoon zelf.

Het gaat helemaal niet goed
Ik vergeet nooit meer dat mijn zoon zei ‘Juf zegt, het gaat wel goed toch?’ ….., gevolgd door: `Maar mam, het gaat helemaal niet goed’.  In de tussentijd had ik hem al aangemeld bij het dyslexiebureau waar we al naar toe gingen met onze dochter, dus het onderzoek was daar zo geregeld en inderdaad: het zelfde verhaal, ook dyslexie in ernstige mate (en mogelijk meer problematiek). In de tussentijd had ik stappen gezet om mijn zoon van de reguliere school af te halen (mijn tweede ervaring met het gevoel niet (h)erkend te worden in de problematiek, nu rondom mijn zoon, ‘weer dat kastje en die muur’, weer het (inwendig) schreeuwen: word ik nog gehoord?, zien jullie de ernst van de situatie?, is er nog iemand die met mij meedenkt wat de beste oplossing is? Maar nee, ik was de enige die zag hoe het écht met mijn zoon ging, NIET! Het ging gewoon echt niet!! Hij moest naar een andere, specialistische school en wel heel snel!, anders ging het echt niet goed komen met hem.

pexels-photo-236147

Noodkreet
Met het lood in mijn schoenen ben ik naar de dichtstbijzijnde speciaal onderwijs school gereden en heb daar een gesprek gehad. Huilend, in de stress en eigenlijk óp van alles heb ik mijn verhaal gedaan en binnen een maand was mijn zoon van school af en zat hij op het SBO. De beste keuze ooit! Langzaam bloeide mijn mannetje weer op en hij kreeg daar de rust, maar ook de begeleiding en hulp die zo wenselijk en nodig was! Dáár werd hij gewoon gezien en gehoord! Binnen een paar weken was hij opgebloeid en wisten de leerkrachten al meer over hem, dan de leerkrachten van de andere school in al die jaren daarvoor. Ik was dankbaar! Zó dankbaar dat het weer goed met hem ging. Makkelijk was het ook op deze school niet voor hem, want naast lezen, spelling, taal, was rekenen ook een lastige voor hem. Zijn leerproblemen waren gewoon complexer en eigenlijk heb ik toen al het gevoel gehad dat er méér dan alleen dyslexie aan de hand was…(ook weer zo’n intuïtief moedergevoel..) Inmiddels weet ik dat er meer aan de hand is (hij is daarvoor anderhalf jaar geleden onderzocht). In die periode heb ik, als moeder, twee kinderen begeleid met hun dyslexietrajecten. Naast school, werk, huishouden, verplichtingen, vrijwilligerswerk (ja, zelfs dát deed ik toen nog). et cetera. Het was er gewoon een baan naast! Elke week naar een andere plaats waar de begeleiding plaats vond en daarnaast veel, heel veel thuis oefenen. Bijna twee jaar lang!

Relatieproblemen
Langzamerhand voelde ik mij in mijn relatie, met de vader van mijn kinderen, steeds eenzamer. Ik voelde mijn partner van me weglopen, zich afkeren van dit complexe ‘zorggezin’ en ik had het gevoel dat ik werkelijk alles alleen moest doen, ik voelde me toen eigenlijk al een ‘alleenstaande moeder’ met de zorgen van kinderen waarbij het niet normaal verloopt op school, het voelde alsof ik alles alleen moest dragen en ik alleen die zorgen kende en zag, want ook hierin werd ik door diverse partijen niet serieus genomen. Onze relatie ging op veel punten zienderogen achteruit en ik heb meermaals gedacht: ‘Als ik de kinderen weer op de rit heb, ligt mijn huwelijk in puin’. En wat ik intuïtief gewoon wist en voelde, gebeurde…! Mijn (inmiddels ex) partner had al geruime tijd een ander pad bewandeld. Niet het pad wat ik met de kinderen had bewandeld. Hij was naast zijn gezin een ander leven gestart.  En ik probeerde zo goed en zo kwaad als het ging, mijzelf en de kinderen overeind te houden. In de tussentijd aangeklopt voor hulp bij onze gemeente, maar ook hierop is niet adequaat gereageerd, de zoveelste keer dat ik niet serieus (genoeg) genomen ben, me niet gehoord heb gevoeld en zo ‘op’ van het vechten, dat ik dacht: laat maar… en toen ik uiteindelijk het gevoel had dat het écht niet meer ging tussen ons, er constant ruzies waren en onbegrip én ik eigenlijk helemaal ‘op’ was van al die jaren ‘buffelen’, werd ‘de bom’ onder onze meer dan 20 jarige relatie/verstandhouding gelegd.. Er was een ander.

Klap in mijn gezicht
Nog nooit heb ik zo’n klap in mijn gezicht gehad. Nog nooit waren de dagen zo donker en nog nooit heb ik me zo aan de kant gezet gevoeld…ingeruild, maar ik had er maar mee te dealen.  Ik ben in dat jaar voor mijzelf de boel op een rij gaan zetten. Wonend met de kinderen in onze (koop)woning, hij wonend bij zijn vriendin in een huurwoning en ik ben stap voor stap de dingen gaan regelen… in eerste instantie: de keuze maken dat ik ook niet meer met hem verder wilde! Dat ik het prima kon redden met de kinderen zelf, want dat had ik inmiddels wel bewezen. Maar ja, je hele leven ligt in duigen, je weet van voren niet dat je van achter leeft, je weet niet hoe je iets moet regelen, wat je moet regelen, wat eerst en wat daarna. Het voelt alsof je loopt op een moeras onder zware donderwolken. Overmand door een enorm verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie, eenzaamheid, heb ik dat jaar overleefd. In onze woning – waarvan ik wist dat ik eruit moest.. In de tussentijd moest ik me inschrijven voor een huurwoning, de scheiding regelen bij de mediator, zaken regelen rondom het ouderschapsplan, de boedelscheiding, gesprekken voeren met psycholoog en maatschappelijk werk, gesprekken voeren met de kinderpsychiatrie vanwege nog een onderzoek en dan daarnaast ‘gewoon’ werken, kinderen naar school brengen, doorleven, want alles loopt gewoon door en je blijft je maar afvragen hoe je hier überhaupt uit komt.

Nieuwe start
Een huurwoning krijgen viel niet mee, lange wachtlijsten, geen urgentie en dan financieel, pfff. Ik zag mezelf al zitten in een (tijdelijke) sta caravan op een vreselijke camping met .. niks…. en kinderen waarvoor dat helemaal niet goed is, die juist stabiliteit en rust zouden moeten hebben, na die heftige jaren op school!. In dat jaar ging er heel wat door me heen: de goede tijden, slechte tijden, emmers vol tranen, boosheid, frustraties, onmacht, onzekerheid en stress, bergen stress. Op het moment waarop ik dacht,… dit moet niet nóg een half jaar duren, inmiddels bij de mediator de boel op orde en ik wachtende op een huurwoning, kwám er die woning!!
Na een klein jaartje ‘wonen’ in onze koopwoning (wat echt niet meer fijn voelde met al die herinneringen..), kon ik over naar een mooie huurwoning en kon het koophuis op mijn ex naam gezet worden en kon hij terug naar de (oude) woning met zijn vriendin. Inmiddels woon ik een jaar in mijn eigen fijne woning en het voelt ook echt als MIJN woning (met mijn kinderen).

Tot rust komen
Vorig jaar stond nogal in het teken van regelen, verhuizen, verven/behangen, het ‘eigen maken’, tuin opknappen, de laatste scheiding/verhuizingszaken regelen en vooral tot rust komen, enorm tot rust komen en verwerken.…. Want jeetje, wat een impact heeft dit alles op mij gehad, maar ook op de kinderen en ongetwijfeld ook op mijn ex-partner, hoewel die, zoals het lijkt, zijn leven met haar heeft opgepakt en ogenschijnlijk ‘schepen achter zich verbrand heeft’ en ‘gewoon opnieuw begonnen is’. De omgangsregeling is gelukkig op orde en we wonen beiden (weer) in dezelfde woonplaats. De kinderen kunnen dus makkelijk op en neer. Zolang we het niet hebben over ingewikkelde dingen of gevoelszaken gaat de omgang goed, de kinderen zijn tevreden en ik moet zeggen het gaat me allemaal best af, met hulp en ondersteuning van lieve familie en vrienden, vriendinnen én professionele externe hulp, want alles heeft zo veel impact op mijzelf en ons gezin gehad, dat ik gesprekken heb met een gezinstherapeut om mijzelf weer te vinden, veel te verwerken en een plek te geven, om er weer helemaal zelf te zijn en er goed te kunnen zijn voor mijn kinderen, die noodzakelijke zorg en begeleiding nodig hebben en de nodige ups en down kennen en soms nog hebben.

Ik vertrouw blind op mijn intuïtie
Ik vaar blind op mijn gevoel en intuïtie en ik weet en voel wat goed is voor mijn kinderen en wanneer het wat minder gaat. Helaas sta ik hier wel vrij alleen in, aangezien mijn ex en ik de problematiek rondom de kinderen verschillend zien: dat maakt het soms moeilijk. Maar met de juiste hulpverlening, mijn vrienden en familie red ik het prima. Ik zie gelukkig de zon (steeds meer) schijnen! Ik ben zo dankbaar voor mijn huisje, mijn spullen, mijn (flexibele) baan, vrienden en familie die aan mijn zijde zijn gebleven én zijn gekomen en dankbaar voor alles wat ik overleefd heb.

spiritual2

Trots op mezelf
En trots ben ik ook, ja trots, omdat ik dit alles wel heb (moeten) doorstaan, ik een sterke vrouw ben (geworden), omdat ik er ook mooie, dankbare dingen aan over heb gehouden en ik ben trots op mijn kinderen, die het ondanks hun niet zichtbare ‘handicaps’ en de zeker geen ‘standaard scheiding’, toch heel goed doen (ook op school)! Het alleenstaande leven met ‘zorgkinderen’ is zeker niet vanzelfsprekend, soms ook lastig uit te leggen aan mensen die niet snappen hoe het werkt en soms echt heel zwaar, maar ik wéét dat ik het aan kan en ik kan eigenlijk best nu al wel zeggen dat ik gelukkig ben met mijn leven alleen met de kinderen. Ik voel het nog niet helemaal tot in mijn tenen en ik moet zeker nog verder met mijzelf aan de slag, maar ik ben op de goede weg! En ik moet alles tijd geven, tijd om te verwerken, alles een plek te geven, het verdriet te laten slijten en tijd om anders in mijn leven te gaan staan. Te gaan staan waar IK voor wil staan en wat goed voelt voor mij en tijd geven … om er weer helemaal te zijn!

Een strijdbare en trotse moeder.

Ode aan het Loeder! door Gastblogger Talitha

Gastblogger Talitha maakt een diepe buiging voor de volgens haar meest stoere wezens op dit moment: LOEDERS!

Het Loeder dat alle hypes op het gebied van moederen heeft overleefd: Van de Oei! Ik groei tot de quinoa generatie, maar toch lekker haar eigen weg volgt. Ze doet maar wat en ze doet het goed.

Tijgerstrepen

De Loeders met tijgerstrepen  – die ze hebben verdiend door niet alleen hun lichaamsgewicht tijdens de zwangerschap te verdubbelen 😉 maar vooral omdat ze sterker zijn dan wie dan ook. De klauwen uit de mouwen steken om een kind te maken, te baren en op te voeden.

Het Loeder dat zich zorgen maakt of haar baby wel genoeg drinkt en lef genoeg heeft om dwars door tachtig adviezen haar eigen weg in te slaan. Die durft te huilen wanneer iets haar niet lukt maar op de kiezen bijt en weer verder gaat.

Zweetsnor

Loeders zijn geen kleffe hapjes die koffie drinken om tien uur om het huishouden te ontlopen. Zij zijn het, die al voor de klok half negen slaat een complete werkdag achter de rug hebben en hijgend met een zweetsnor achter het stuur zitten om nog enigszins op tijd te komen op kantoor.

Loeders zijn geen krengen, maar bewaken hun leven en kroost met passie. Een loeder verandert pas in een bitch als je dreigt haar territorium te ont-eren en glimlacht als ze een mede-loeder in de ogen kijkt.

Loeders zijn slim, werken keihard en hebben banen om passies in kwijt te kunnen. En waar een ander een schouderklopje wil, rent zij alweer verder om ingrediënten te halen voor de taart die ze gaat bakken op de vrije woensdagmiddag. Ode aan het Loeder dat het probeert, ook al eindigt de taart als een kruimelvlaai in een kastje met een zielig hoopje marsepein on top.

Snottekening

Ode aan het loeder dat zucht als ze in de spiegel kijkt en een prachtige print op haar kleding ontdekt, het waarderend dat haar kind een prachtige snottekening maakte op haar zwarte pantalon bij de afscheidsknuffel in de klas. Ze lacht fronsend wanneer ze in de rij bij de kassa barbieschoenen in haar jaszak vindt.

Ode aan zij die niet pretendeert de wijsheid in pacht te hebben maar je aanmoedigt je eigen weg te kiezen dwars door het woud van de pedagogisch uitgekiende opvoedboeken en leefwijzen ondersteund door artsen en specialisten.

Zij verdient het om lyrisch te worden aanbeden, want ik vrees dat weinig mensen beseffen hoeveel werk het Loeder verzet. Dat er op haar rug duizend zorgen balanceren die ze moeiteloos weg lacht bij het maken van huiswerk als de afwas net achter de rug is. Zij die lief een liedje zingt voordat de draken gaan slapen en moeiteloos verhalen verzint om monsters in het donker te verslaan.

Foodbaby

Het Loeder dat wel kookt, maar waar een cheat day trots bovenaan het weekmenu shined. Ze kookt geen vijf gangen maar prijst vijf happen en wint als ze zelf een bord voor zichzelf heeft staan.

Zij die de term fitgirl tot een lachertje heeft gemaakt omdat ze haar best doet te bewegen, maar haar leven tot topsport is verheven.

Het Loeder dat trots de welving van buik aait wanneer ze haar foodbaby ontdekt, daar waar een ander hem inhoudt om op instagram te plaatsen.

LoederLuier

Zij die niet alleen praat over luiers maar er ook wel eens zelf een nodig heeft, als ze met haar vriendinnen wijntjes drinkt en te hard moet lachen.

Ze is grappig en tilt niet te zwaar aan het leven. Haar huis is niet brandschoon; de deur van het washok dichtgooien is ook opruimen en vervolgens zet ze Netflix aan om ultiem te chillen. Zij, zij heeft het leven verstaan.

Ze doet alsof ze het begrijpt: het moederschap, mode, voeding, lifestyle, het leven: maar ze doet maar wat.

Ik breng een ode aan de loeder! Het loeder is een vrouw met ballen. Een loeder is een moeder die leeft. Het loeder dat kan alles aan!

Cheers, bitches!

Talitha

Meer van Talitha lees je op haar website.

Whatsapp Man versus Vrouw: Gastblog door Mick

WhatsApp en de liefde: een onhandige combinatie. We krijgen er allemaal mee te maken en ik vermoed steeds meer. Bijna iedereen maakt gebruik van WhatsApp, dus ook als je met een potentiële liefdespartner appt. En dan gebeuren er soms vreemde dingen…

‘Kamp mannen’ en ‘kamp vrouwen’

Hoe ga je met beginnende vlinders in je buik om? Naar mijn idee begint alles bij iets heel, heel gevaarlijks, namelijk bij het hebben van: verwachtingen! Het woord alleen al. Iedereen die je een goed bedoeld wijs advies geeft gebruikt het woord ‘verwachtingen’ wel ergens in zijn of haar boodschap.

We weten natuurlijk allemaal dat het hebben van verwachtingen niet goed is. Want verwachtingen leiden tot (jawel) teleurstellingen!

Hij zal toch wel binnen een uur reageren? Hij zal toch wel ‘zus’ terugschrijven als ik ‘zo’ naar hem schrijf? Ai, als hij dit schrijft zal hij mij wel niet meer echt leuk vinden, want anders had hij wel iets anders geschreven, toch? Allemaal vragen die je jezelf gaat stellen tijdens zulke momenten. Ik heb het idee, dat de meeste mannen hier minder last van hebben. Naar mijn weten denken de meeste mannen niet zo veel, in ieder geval niet over zulke onderwerpen. Mannen zijn over het algemeen nuchterder. Dit is meer iets voor de meeste vrouwen.

Even voor de duidelijkheid; ik hoor in dezen absoluut bij ‘kamp vrouwen’. En daar ben ik blij mee!

Ik denk liever iets te veel na, dan net iets te weinig. Als dat betekent dat we dan ook net iets te veel verwachtingen hebben dan goed voor ons is, dan vind ik dat ook wel best. Aan een aantal stevige teleurstellingen is nog niemand overleden.

De wc-theorie

Blauwe vinkjes; één van de grootste irritaties binnen WhatsApp. Je ziet dat hij het heeft gelezen, maar niet reageert. Dan zal hij me wel niet meer écht interessant vinden. Meestal is dat de eerste gedachte, terwijl die persoon ook gewoon een enorm drukke dag kan hebben. Misschien moet ik deze gedachte wel even beargumenteren. Dit doe ik door middel van de wc-theorie.

De wc-theorie houdt in dat als die persoon al een enorm drukke dag zou hebben, hij of zij nog altijd op de wc op jouw berichtje kan reageren. Iedereen poept en plast, dus een bezoek aan de wc is er iedere dag wel een aantal keren bij. Als die persoon jou echt leuk vindt, dan maakt het hem of haar niet uit om op de wc snel een berichtje te sturen. Is hier een oplossing voor? Ja, gewoon de blauwe vinkjes uitzetten.

Het hahaha-virus

Hier volgt een goed bedoeld wijs advies van mijzelf. Als je contact met iemand hebt en die persoon schrijft opeens heel vaak ‘hahaha’ terwijl je géén grap maakt, dan weet je dat het voorbij is. Stel je schrijft: ik vond het vanavond wederom heel gezellig met je. En die persoon reageert met: hahaha ik ook hahaha. Stop er dan maar heel snel mee! Irritant vaak ‘hahaha’ schrijven slaat op ontwijkend gedrag. Het object van de liefde lijdt simpelweg aan het ‘hahaha-virus’. Heb ik daar onderzoek naar gedaan? Nee, maar neem nou maar van mij aan dat het waar is.

Dé perfecte match?

WhatsApp en ‘de liefde’: nog steeds een onhandige combinatie. Toch laat deze tijd ons geen keus. De blauwe vinkjes zullen ons in de toekomst nog wel meerdere malen stress bezorgen en het ‘hahaha-virus’ zal zonder twijfel zorgen voor een aantal epidemieën onder singles.

En het verschil tussen kamp ‘mannen’ en ‘vrouwen’? Als jij zelf zorgt dat je van beide kampen iets meeneemt in je zoektocht naar de ware; een beetje overenthousiast én een beetje nuchter? Dan is een perfecte match geboren!      

   

Deze gastblog werd geschreven door Mick Duschak. (www.Mixblog.nl)

 

Moederhelden

Als moeder (en ja, ook vader) ben je nooit meer zorgeloos: bij de liefde voor je kind komt ook direct na de geboorte een vrachtwagen vol zorgen en schuldgevoelens je oprit oprijden, die zich leeg kiept over jouw tot dan toe relatief rustige bestaan.

Doe ik het wel goed? Leg ik te veel druk? Te weinig? Is dat bultje normaal? Moet ik meer helpen met school? Minder? Is het normaal zoals ik het doe? Laat ik mijn kind te veel voor de TV zitten of achter de tablet?

Moet ik niet meer ondernemen met mijn kind? Of moet ik juist minder ondernemen, want verveling is gezond?

Heb ik genoeg geduld of te veel? Maak ik te weinig complimenten? Of maak ik er te veel en creëer ik een mini narcistisch monster met al mijn positieve aandacht? Help ik mijn kind omgaan met teleurstellingen? Laat ik wel voldoende los? Of laat ik te veel los?

Is het erg als ik er stiekem achter aan loop om te kijken of hij wel echt naar links en rechts kijkt voor het oversteken? Ben ik nu een helikoptermoeder? Is er iets mis met mij?

Heeft mijn kind koorts? Of voelt het altijd zo en maak ik me gewoon te druk? Hoorde ik hem of haar nu net huilen? Wat was ook alweer mijn hobby voordat ik moeder werd? Wie ben ik ook alweer?

Moeders vragen zich dit soort dingen aan de lopende band af. Wat we alleen soms niet doorhebben is dat dit ons juist goede moeders maakt en dat we best wat meer mogen ontspannen.

Een kinderverjaardag organiseren met ADHD – door gastblogger Karina

Chrisje´s Gastblogger, Karina Dorresteijn, is ADHD-moeder. Zij schrijft graag over haar avonturen. Haar eerste gastblog voor Chrisje gaat over het organiseren van een kinderfeest met ADHD – en alles wat
daarbij komt kijken.

Lang zal ze leven… en iets met slingers en een partytent
Verjaardagen en ik: twee dingen die niet matchen. Of dit specifiek ADHD-gerelateerd is weet ik niet, maar het zal er in ieder geval niet aan bijdragen om een relaxte fuif te organiseren. Mijn eigen verjaardag sla ik dan ook al jaren over. Maar voor de kinderen kan ik dat niet maken, dus ben ik minimaal drie keer per jaar overgeleverd aan die killing stressdagen van hapjes, drankjes, taarten, kadootjes, het slepen met stoelen en statafels, binnen of toch buiten en last but not least..de soms uiterst ingewikkelde relaties tussen bepaalde familieleden en vrienden.

pexels-photo-796605Stuiterend op en neer naar de supermarkt
Het familiediner van Bert van Leeuwen is er niks bij. Mijn wederhelft zegt dan altijd doodleuk: joh, daar hoef jij je toch niet druk om te maken? Eh, niet druk maken? Dat zeg je tegen mij?? Ik stuiter al dagen van te voren met welke culinaire hoogstandjes ik dit jaar de familie ga verblijden, ik heb ooit een avond een taartenworkshop gevolgd dus hé die taart voor veertig man kan ik best zelf bakken en decoreren. Vijf keer rijden om alles te halen bij de supermarkt, die lollige caissière die bij de vijfde keer weer dezelfde grap maakt (of ik soms een hongerwinter verwacht..) Ik voel dan een ontzettend *HJB tje aankomen, maar slik de lelijke woorden die opborrelen in en kan nog net op tijd redelijk neutraal de tent verlaten.

Bloedvaart voor de partytenten
pexels-photo-296878Een avond van te voren zie ik per ongeluk een weerbericht langskomen en dat stemt mij verre van vrolijk. Ik geef wederhelft de opdracht om met een bloedvaart naar mijn ouders te rijden om de partytenten op te halen. Ze wonen hier zo’n honderd kilometer vandaan, dus dat is al gauw een avondvullend programma. Gelukkig kent hij deze buien van mij en hij weet niet hoe snel hij achter het stuur moet kruipen om dat ding op te halen. Twee van de drie kinderen zijn hoogzomer jarig, dus in gedachten zie ik dan altijd een zonnig tuinfeest voor me. Maar als de grote dag dan is aangebroken, regent het vaak pijpenstelen en spoelt mijn laatste beetje goede humeur met de regenbuien mee de put in. Donderwolken pakken zich samen boven mijn hoofd en huis, ik wil voor mijn jarige kind een vrolijke zonnige dag met bijbehorende blije olijke moeder uit de Bona-boter reclames die de boel op rolletjes laat lopen. Ik wil de opgeruimde moeder zijn die dartelend met koffie en bitterballen langs de visite gaat. Zonder vlekken op haar nieuwe jurk, de hond in de slagroomtaart of smoezelige glazen omdat de vaatwasser of ikzelf die toch waren vergeten te wassen.

Vergeten hapjes
Wat ook zo leuk is: als je aan het eind van de feestdag je koelkast opentrekt en er nog hapjes voor een heel weeshuis staan te wachten. Oeps, vergeten. Sorry kinderen, jullie hebben geen olijke Bona boter-moeder getroffen. Hoe lief ik ze ook vind en hoe ik ook mijn stinkende best doe, ik heb op de dag des onheils altijd heel erg de behoefte om de eerste de beste trein naar Fucking Nowhere te nemen. Als iemand mij die ochtend een enkele reis Siberië zou aanbieden zou ik meteen gaan, terwijl ik kou haat en ook nog eens heimwee heb.

Waarom voelt het of dat mijn leven er van afhangt als een verjaardagspartijtje niet perfect verloopt? En heeft mijn kind een minder leuke dag als de tent weg waait of de statafels niet helemaal in VT Wonen stijl zijn versierd? Nooit tevreden met 80% maar altijd 200% van mijzelf eisen, dat is wel een typische ADHD-eigenschap.

pexels-photo-587741

Georganiseerd plan….
Mijn psychologe gaf mij ooit de tip om een overzichtelijk plan te maken en alles af te vinken om rust te creëren in mijn chaotische warhoofd. Op zich geen verkeerd idee, dus bij de eerstvolgende verjaardag maar in de praktijk gebracht…. Maar… waar heb ik dat verrekte ding gelaten? Hele dag dat plan aan het zoeken geweest .. Zucht, schat haal jij toch maar even snel die partytenten op, Piet Paulusma voorspelt regen morgen.

(*betekenis van HJB tje: een iets vriendelijkere afkorting voor; hou je bek)

Meer van Karina lezen? -> Kaatsbarn.wordpress.com/

karina dorresteijn profielfoto

Niet iedere kraamwolk is roze

Niet alle moeders die net bevallen zijn, zitten op een roze wolk. Soms is die wolk grijs, soms roze met een grijs randje, soms zelfs zwart.

De media en ook de omgeving van vrouwen stuurt vaak aan op een verwachtingspatroon van één en al genieten en geluk na de bevalling.

Helaas is dit echt niet altijd het geval. Veel vrouwen ervaren het nieuwe moederschap als zwaar, intensief, emotioneel pittig. Dit kan zich uiten in de bekende kraamtranen, maar ook in een postnatale depressie.

Vooroordelen

Ook met betrekking tot een postnatale depressie bestaan een aantal hardnekkige vooroordelen, waarvan zelfs sommige professionals nog overtuigd zijn.

Zo zou een vrouw met een postnatale depressie niets voor haar baby voelen: dit is lang niet altijd waar. Een postnatale depressie kan zich net zo goed uiten in overbezorgdheid als in een murw of vlak gevoel ten opzichte van het kind.

De wolk is niet altijd roze. Juist door die denkbeelden en verwachtingen in stand te houden, voelen vrouwen zonder die roze wolk zich nog eenzamer. Want waar blijft hun roze wolk? Iedereen heeft die toch? Nee dus.

Goede voorlichting en tijdige signalering

Vrouwen die pas bevallen zijn zijn kwetsbaar. De bevalling zelf, de hormonen en oververmoeidheid kunnen allemaal een forse impact hebben. Niet alleen de omgeving, maar ook professionals moeten haar goed in de gaten houden en er niet zomaar van uit gaan dat alles in orde is, zolang zij fysiek goed herstelt.

Klik hier voor meer informatie over de symptomen en behandeling van een postnatale depressie. Heb je last van sombere gevoelens na je bevalling, wacht dan niet en ga naar je huisarts.

Sorry voor je rotdag

fileStel, je hebt een rotdag. Je kent ze wel: iedereen heeft er wel eens eentje.
Zo’n dag waarop alles tegen zit. Niks loopt zoals je wilde, alles valt uit je handen. De hele dag door lijkt dan ook werkelijk alles mis te gaan: 

Je reed ´s ochtends al vol ergernis naar het werk, stapvoets, omdat er een behoorlijke file stond. Heb ik weer, dacht je. Je was bovendien al aan de late kant, doordat voor school een moeder haar auto heel asociaal scheef geparkeerd had, waardoor jij niet soepel door de kiss and ride zone kon rijden. Je was al wat kribbig opgestaan en de kinderen waren lastig, dus van ergernis foeterde je op hen. Op je werk goot je jouw kop koffie half over je nieuwe blouse, omdat jouw collega heel onhandig langs jou rende, zonder even uit zijn doppen te kijken.

Daarna startte je laptop niet op, waarop je ook nog eens een zeer onvriendelijke helpdeskmedewerker te woord moest staan om op gang geholpen te worden. Aan het eind van de dag, nadat je gehaast door de supermarkt rende voor een paar boodschappen, stond je je weer te ergeren in de rij, omdat het maar niet opschoot. Waarom zijn mensen toch altijd extra langzaam als ik net mijn dag niet hebt? dacht je, terwijl je ongeduldig van de ene voet op de andere voet wipte.

“Bah, alles zat vandaag tegen,” zei je ’s avonds tegen je partner, terwijl je het eten opschepte en iedereen aanschoof aan tafel.

Een echte typische rotdag, ja.

Alleen was je niet de enige.

De file waar jij in stond was veroorzaakt door een ongeval waarbij een moeder en een kind ernstig gewond raakten. De rest van jouw rotdag lagen zij in het ziekenhuis te vechten voor hun leven.

De “asociale” moeder die de kiss and ride zone blokkeerde was finaal de weg kwijt, omdat haar man haar de avond ervoor plots had verteld dat hij van haar ging scheiden.

Je kinderen waren lastig, omdat jij al kribbig op was gestaan ’s ochtends en zij jou probeerden op te vrolijken door een beetje onhandig de clown uit te gaan hangen.

koffievlekDe collega die jou de kop koffie over je blouse deed gooien, was overspannen en had een zieke vrouw thuis zitten, waar hij zo snel mogelijk weer naar terug moest, omdat hij mantelzorger voor haar is.

De onvriendelijke helpdesk collega had net vóór jouw telefoontje te horen gekregen dat zijn contract niet verlengd zou worden.

En aan het eind van de dag, toen jij je stond te ergeren aan die extra langzame mensen in de rij van de supermarkt, werd deze rij veroorzaakt door een vrouw met de ziekte van Parkinson, die aan de kassa met veel moeite het kleingeld uit haar portemonnee te voorschijn probeerde te halen.

Jij had een rotdag. Klopt. Zij ook.

Leven met angst en paniek: zo ga je de strijd aan

Paniek en angst: de twee grote vijanden voor 1,1 miljoen Nederlanders. Een paniekaanval ervaren is doodeng en kost ontzettend veel energie. En als je niet op let, gaat angst zelfs je leven beheersen. 

pexels-photo-736843

“Een mens lijdt ’t meest
Door ’t lijden dat hij vreest
dat nooit op komt dagen.”

Als puber had ik er voor het eerst bewust last van: paniekaanvallen. Ik hyperventileerde vaak. Ik viel flauw op de gekste plekken: in de snackbar, in de rij voor de discotheek, boven aan de trap in mijn ouderlijk huis. Ik kreeg toen fysiotherapie om te leren hoe ik mijn ademhaling weer onder controle kreeg bij een hyperventilatie-aanval. Dat was fijn, maar voorkwam niet dat ik ze kreeg.

Sommige mensen reageren op stress met hoofdpijn, woedeaanvallen, maagklachten, et cetera. Mensen die gevoelig zijn voor paniekaanvallen en angst reageren op stress met, je raadt het al, paniek en angst.
Als ik (te lang) aan te veel stress word blootgesteld, krijg ik duizelingen, hartkloppingen en hyperventilatie: allemaal bij elkaar heet dat dan een paniekaanval. Een paniek- of angststoornis is niet gemakkelijk om mee te leven. Paniekaanvallen kunnen je dag verpesten, je verlammen: Verlamd zijn van angst is niet voor niets een uitdrukking. Paniekaanvallen zijn heel eng om mee te maken: je krijgt klamme handen, kunt duizelig worden, voelt je ´opgesloten´ en radeloos. Als je angstig genoeg bent geworden voor je paniekaanvallen en er aan toe gaat geven (wat heel begrijpelijk is!), ga je die plaatsen vermijden waar je angst de kop op stak. Als je een paniekaanval kreeg in een supermarkt, probeer je daar weg te blijven. Als je een paniekaanval kreeg in een kroeg, kun je kroegen gaan vermijden. Kreeg je een paniekaanval op je werk, dan durf je daar wellicht niet meer naartoe.

Helaas werkt juist dat – toegeven aan de angst en paniek – averechts. Hoe meer je toegeeft aan je angsten, des te groter worden ze. Vermijding vergroot namelijk angst. Blootstelling aan je angsten is dan ook een van de beste manieren om over je angsten heen te komen, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt. Accepteren dat je iets eng vindt, en het desondanks toch doen.

stop-shield-traffic-sign-road-sign-39080Snel weg van de snelweg
Toen ik net mijn rijbewijs had gehaald, had ik een behoorlijke angst voor de snelweg. Ik had tijdens mijn rijles-periode een ongeluk gehad (als bijrijder) en ik vond het rijden op de snelweg doodeng: het ging te snel, ik was heel erg bang om door anderen aangereden te worden of om de controle over het stuur kwijt te raken. Dus vermeed ik de eerste tijd alle snelwegen.

Toch knaagde iets aan me: nu had ik eindelijk mijn rijbewijs, en reed ik alleen maar rondjes om de kerk. Aangezien ik alle routes binnendoor reed was ik veel meer benzine en tijd kwijt. Dit was toch absurd?

Klaar met die angst
Op een dag besloot ik dat ik klaar was met die angst voor de snelweg. Dan maar een paniekaanval overleven: ik wilde die angst nu echt achter me laten. Dus daar ging ik: met hartkloppingen, angstzweet op mijn voorhoofd en vol doodsangst reed ik met knikkende knieën de snelweg op. (dat laatste is op zich al een prestatie: probeer maar eens te rijden met knikkende knieën!) De eerstvolgende afrit reed ik er direct weer van af, maar wat was ik trots: ik had een stukje snelweg durven rijden! Ik had mijn angst onder ogen gezien en ik leefde nog. Het leek zo klein, maar voor mij was het een enorme overwinning. De week er na reed ik de oprit weer op, en ging ik er na twee afslagen weer af. Weer een stapje gezet. Ik bleef oefenen, steeds een stukje verder. Ik nam er de tijd voor, was blij met iedere overwinning. Elke keer als ik weer een stukje over de snelweg reed, knikten mijn knieën iets minder. Elke keer als ik het weer probeerde, zweette ik wat minder. Het abnormale werd normaal. Ik leerde letterlijk dat ik het kon, door het te doen, ondanks mijn angst.

Een paar jaar later reed ik voor het eerst de Frans-Spaanse grens over, juichend. Het was me gelukt: mijn angst voor de snelweg was weg! Ik had mijn angst onder ogen gezien en daarmee letterlijk weggejaagd, stapje voor stapje, maar het was me gelukt. 
Rijden op de snelweg roept voor mij inmiddels een heel ander gevoel op: het geeft me een gevoel van vrijheid, blijdschap en onafhankelijkheid. Ik ben in de auto ontspannen, ik luister naar muziek, concentreer me op de weg en rijd al jaren met plezier overal naar toe.

pexels-photo-271418

Praat over je angst met mensen die je vertrouwt of met je huisarts. Je zult ervaren dat je niet de enige bent!

En daar waren ze weer
Sinds mijn burn-out heb ik weer last gekregen van paniekaanvallen. Ze zijn er zodra ik drukte opzoek. Zodra het drukker om me heen wordt, met name als ik ergens binnen ben, overvalt me die duizeligheid en lichte staat van paniek weer. Mijn spieren spannen aan, mijn nek verkrampt en ik voel me benauwd. Ik word licht in mijn hoofd en ik weet: daar zijn ze weer, mijn twee vijanden.

Ik geef niet op!
Maar net als jaren geleden met de snelweg zal ik ook dit keer niet weg rennen of plaatsmaken voor angst en paniek, hoe akelig ze ook zijn om te ervaren. Ik zal weer blijven doorgaan, met kleine stapjes, op mijn eigen tempo. Weer zal ik mijn vrijheid terugwinnen. Ik heb het eerder gedaan – en ik zal het weer doen. Beter bang zijn en toch doorgaan dan me verschuilen en het leven aan me voorbij laten gaan, omdat ik op de vlucht ben voor de paniek. Ik weet: Als ik er voor weg ren, rennen de angst en paniek alleen maar harder achter me aan: ze zullen me altijd inhalen. Hoe meer ruimte ik ze geef, hoe groter ze kunnen worden.

Dus kies ik er voor om wederom niet ervoor weg te rennen, maar mijn angst recht in de ogen te kijken, stil te staan en er tegen te zeggen: “Prima, ben er maar. Je mag er zijn. Ik vecht niet tegen je, dat heeft toch geen nut. Maar of je er bent of niet, ik ga door met leven, want ik ben sterker dan jij. Dus maak me maar bang: ik ga het toch doen.”

medical-appointment-doctor-healthcare-40568

Ga naar je huisarts: hij of zij zal je helpen

Ten slotte nog een paar tips en trucs:

  • Heb je last van paniekaanvallen? Ga praten met je huisarts. Hij of zij kan je doorverwijzen naar een praktijkondersteuner of andere hulpverlener. Gedragstherapie kan je helpen met het uitdagen en overwinnen van angstgedachten.
  • Het is best eng om voor het eerst iets te gaan doen waar je al zo lang bang voor bent. Vraag als jou dit helpt, iemand in je omgeving om met je mee te gaan. Kies iemand die jou goed kent, die je vertrouwt en die weet wat hij moet doen als je een paniekaanval krijgt. Dit kan je gerust stellen en de kans op succes vergroten.
  • Praat er over. Je bent niet de enige: ontzettend veel Nederlanders hebben last van angst- en paniekstoornissen. Je leest hier hoeveel. Je bent dus absoluut niet de enige, en je kunt er iets aan doen.
  • Een paniekaanval voelt heel akelig aan, maar is niet gevaarlijk. Dit is belangrijk om te beseffen.

 

Bodem – Hoofdstuk 6

Mijn pa was een echte man.
Hij voedde mij ook zo op. “Ik voed geen jongetje op, maar een man.” zei hij altijd.

Ik was een jaar of zes, toen ik eens hard viel met mijn fiets. Tijdens de val had mijn hoofd iets hards geraakt. Toen ik bij kwam, zag ik overal sterretjes. Ik raapte mijn fiets op. Het stuur was scheef gaan staan en mijn knie begon te kloppen. Mijn hoofd barstte zowat uit elkaar van de pijn; huilend liep ik naar huis. Ik belde thuis aan, met mijn verkreukelde fiets naast me. Door het raam zag ik mijn pa wakker worden in zijn stoel. Hij werd nooit vrolijk wakker.

Hij liep naar de voordeur, maakte die open en bekeek me een paar seconden. Of het de bult was die ik voelde gloeien op mijn voorhoofd, de tranen op mijn wangen of mijn gescheurde broek; ik weet het niet, maar hij trok me naar binnen en gaf me een pak rammel. Mijn moeder kwam haastig uit de keuken gerend en riep dat hij moest stoppen. Ik weet nog dat ik schrok, want van pa was ik gewend dat hij schreeuwde: van haar niet.

“Welja, neem hem maar weer in bescherming! Zorg jij dan ook voor geld voor een nieuwe fiets en een nieuwe broek?” schreeuwde hij tegen haar. “Je maakt een wijf van dat kind!” bulderde hij, terwijl hij onvast weg liep, terug naar zijn stoel. Hij schonk een borrel in, terwijl mijn moeder me mee nam naar de keuken om mijn gezicht en handen te wassen. Toen bekommerde ze zich wel nog om me.

Die avond lag ik in mijn bed. Ik herinner me dat ik zo’n hoofdpijn had dat ik blij was toen het donker werd. Ik keek in het donker naar de contouren van de kledingkast, terwijl ik beneden mijn vader hoorde schreeuwen. Mijn moeder klonk alsof ze hem probeerde te kalmeren. Ik trok de dekens over mijn hoofd. Ik hoorde hun stemmen nog steeds. Ik trok het kussen ook er overheen.
De stemmen bleven er doorheen komen. Mijn hoofd bonkte en ik moest weer huilen. Ik haatte het om te huilen.

De dag er na kwam ik beneden en was mijn moeder er niet. Ik vroeg waar ze was. Pa zei dat ze naar haar zus was gegaan om een paar dagen te helpen met de baby. Ik durfde niet verder te vragen, maar miste mijn moeder wel. Ik was de hele dag misselijk en moest overgeven. Ik deed dit stiekem boven, op de badkamer, want ik moest ook huilen van de misselijkheid.

Die hoofdpijn bleef tot lang nadat mijn moeder weer thuis kwam.

Alle gepubliceerde hoofdstukken van Bodem lees je hier. 

Bodem – Hoofdstuk 5

Ik weet niet precies wat me zo tot Pascal ging aantrekken. In eerste instantie vond ik hem vooral glad en vervelend. Mijn intuïtie vertelde me al van begin af aan dat ik ver weg bij hem moest blijven, maar toch kreeg hij dag voor dag meer grip op me. Als een magneet die steeds sterker werd.

De manier waarop hij iedere dag weer gedag kwam zeggen bijvoorbeeld, vond ik in het begin aanstellerig en overdreven. Maar na verloop van tijd begon ik te denken; hoe veel andere accountmanagers zien ons eigenlijk überhaupt staan? Hoe veel andere collega’s tonen oprechte interesse in ons?

In een bedrijf waar vooral haantjes werkten, werden wij als assistentes vaak vergeten, of er werden (al dan niet seksistische) grapjes over ons gemaakt. Het werd niet zo gezegd, maar je merkte wel duidelijk dat ze zich verheven voelden boven ons. Wij waren immers maar de assistentes die vooral bestonden om te ondersteunen en te zwijgen tijdens het notuleren, of zoals een accountmanager die ik het liefst wilde villen ooit zei, “Stil zijn hoor, als de grote mensen praten.”.

Als assistentes hadden wij natuurlijk vaak heel goed door wat er allemaal speelde. Sommige collega’s behandelden ons wel nog menselijk of als een gelijkwaardig collega, maar van veel van hen was het al heel wat als ze onthielden hoe we heetten. Ik nam het ze niet echt kwalijk: zo gaat dat nu eenmaal vaak. Maar toch, er was iets aan Pascal, waardoor ik dacht: hij ziet ons wel. Hij komt wel regelmatig vragen hoe het met ons gaat. Hij blijft vragen hoe het met mij gaat, terwijl ik hem de eerste weken iedere dag weg stuurde. Interesse in mij als persoon was sowieso altijd al een verrassing, van wie dan ook overigens. Ik ben het van kinds af aan gewend geraakt om onzichtbaar te zijn.

Ik val nu eenmaal niet op, men heeft niet al te hoge verwachtingen van me. Mensen zijn vaak verbaasd als ik eens iets zeg. “Goh, ik wist helemaal niet dat jij zo slim was!” riep iemand eens per ongeluk. Om het daarna snel te corrigeren met “Ik bedoel, ik dacht natuurlijk niet dat je dom was of zo…”. Ja, ik ben het gewend dat mensen me niet zien, waardoor ze ook niet zien wat er allemaal in mij omgaat.

Dat is misschien maar goed ook.

Mijn enige vriendin op het werk, Maria, zei op een dag iets wat me in het verkeerde keelgat schoot. Normaliter was Maria helemaal niet van de sterke uitspraken of heftige uitlatingen: ze was een rustige, lieve vrouw waar ik altijd mee mocht praten. Maar dit keer was ze fel; ik schrok er van. Het was op een dinsdag, Pascal had net zijn ronde gemaakt door ons kantoor. Maria zat altijd aan het bureau achter mij. Pascal bleef meestal weg bij Maria: zij mocht hem niet, dat was al direct duidelijk toen hij bij ons kantoor kwam werken.

Toen hij me voor de zoveelste keer mee uitvroeg, en ik dit keer niet direct met nee antwoordde maar zei dat ik er over na zou denken, hoorde ik haar een paar minuten nadat hij weg liep opeens heel hard vloeken.

Ik draaide me geschrokken om: Maria vloekte normaliter nooit. “Klote nietapparaat.” zei ze, en toen ik daar nerveus om lachte, zei ze: “Anna, je weet dat ik niet iemand ben die zich bemoeit met andermans privézaken. Maar kijk uit met die Pascal. Ik ken dat soort mannen, ze zijn gevaarlijk.”

Ik voelde een verontwaardiging op komen vanuit mijn tenen en zei zacht: “Hij ziet ons tenminste staan, Maria, de rest weet niet eens hoe we heten.” Maria liep rood aan en sloeg nog eens op haar nietmachine. “Ik ken dit soort mannen, Anna. Het lijkt heel goedbedoeld, maar hij ziet je net zo lang staan, totdat hij je heeft.” Ik voelde me helemaal niet prettig bij haar toon, het klonk dreigend. Dus draaide ik me om en maakte ik mijn verslag af. Ik voelde me er heel naar bij: Had ik eindelijk eens iemand die oprechte interesse toonde in mij, leek mijn enige vriendin op het werk het mij te misgunnen.

Die avond verscheen Pascal voor het eerst aan mijn deur. Ik dacht nog, zie je wel, Maria heeft het mis. Hij toont oprecht interesse, anders had hij zeker niet al die moeite gedaan om mijn huisadres te ontfutselen, bij Helma van personeelszaken.

Nu weet ik dat Maria gelijk had. Het was zo´n lieve vrouw, haar waarschuwing was terecht.

Kon ik het haar nog maar vertellen.

 

Alle gepubliceerde hoofdstukken van Bodem lees je hier

 

Bodem – Hoofdstuk 4

Ik wist vanaf dag één dat het niet vanzelf zou gaan. Maar ik wist ook dat het me uiteindelijk zou lukken. Anna deed alsof ze me niet zag staan. Als ik het kantoor van de assistentes binnen wandelde, keek iedereen op, behalve Anna. Eerst was ik even van slag: zou het bij haar niet werken? Zou ze lesbisch zijn? Zou ze al verliefd zijn op iemand anders? Nee. Dit – mijn gave – had altijd gewerkt: ik had eerder onzinnige obstakels zoals geaardheid en verliefdheden op andere mensen overwonnen. Vrouwen raken nu eenmaal verslaafd aan me, zonder dat ze dat zelf in de gaten hebben.

Als ze eenmaal van me geproefd hebben, willen ze niemand anders meer, ongeacht hoe verliefd ze ook waren op hun partner voor mij. Toegegeven, soms duurt het even. Soms moet ik geduld hebben, soms moet ik juist wat angst inboezemen, soms moet ik partners bedreigen, soms moet ik de pias uithangen, maar uiteindelijk vallen ze allemaal voor me. Ik weet hoe het spel werkt; ik heb het geleerd van de meester en ik heb het me eigen gemaakt.

Ik benaderde Anna zoals een verzorger een schichtig dier benadert op de eerste dag in het nieuwe verblijf van de dierentuin; voorzichtig, vriendelijk, kalm, vanaf een gepaste afstand. Zo win je het vertrouwen van zelfs het schuwste dier, zei mijn vader altijd. Hij was een begaafd jager, maar al lang niet meer op dieren. Op dieren jagen deed hij alleen nog voor de ontspanning. Vrouwen waren de beste prooien, volgens pa. Ik besloot de tijd te nemen; Anna was geen vrouw waarbij je te snel moest gaan. Ze moest wennen, aan mij, mijn aanwezigheid, mijn geur. Een prooi vangen is pas echt leuk als je veel moeite hebt gedaan om het op te jagen, om het vervolgens toch te vangen. Nog zo’n wijsheid die ik van mijn vader meegekregen heb. Ik heb al van kinds af aan een enorm respect voor mijn vader. Hij was succesvol, ontzettend goed in vrouwen vangen en hij heeft me – zoals hij dat noemde – de ‘kneepjes van het vak’ geleerd. Ik zie hem nog zitten, in zijn fauteuil. Borrel in de linkerhand, sigaar in zijn rechterhand. Zijn dag was goed als hij op zijn werk goede deals had gesloten en daarna in de kroeg een vrouw had gevangen.

“Het komt allemaal neer op doelgericht blijven, concentratie en je aanpassen.” zei hij dan, als hij thuis kwam uit de kroeg. Zijn stem was donker en bulderde door de kamer, zo diep en hard dat je vanzelf moest luisteren. Ik was altijd blij om die stem te horen, ook al vonden veel mensen zijn stem eng. Een buurvrouw noemde mijn vader eens “intimiderend”. Ik wist toen nog niet wat het betekende, intimiderend, maar ik wist wel al dat ik dat ook wilde zijn. Het geluid van mijn vaders stem verbrak de stilte en eenzaamheid na school, die eeuwen leek te duren, omdat mijn moeder er nooit was na school of met etenstijd. “Elke vrouw is uniek, zeggen ze, maar eigenlijk zijn ze allemaal hetzelfde; ze willen alleen het gevoel hebben dat je hen begrijpt. Hebben ze eenmaal dat gevoel, dan kun je alles met ze doen wat je maar wilt. Zolang ze maar het gevoel houden dat je hen begrijpt, knoop dat in je oren, jongen. Of je er iets van snapt is niet belangrijk, als je maar goed doet alsof.” Daarna moesten we altijd heel hard lachen. Toen ik jonger was wist ik nog niet precies waarom we dan moesten lachen, maar hoe ouder ik werd, hoe grappiger ik het vond.

Mijn moeder zou dit soort grapjes nooit begrepen hebben. Het is misschien niet netjes om te zeggen van je eigen moeder, maar ze was een zwakke, domme vrouw. Zij begreep immers niets van wat mijn vader zei. Ik begreep hem meestal probleemloos. Ik kon heel goed luisteren terwijl hij vertelde, dat vond hij altijd fijn. Dat zei hij niet, maar ik merkte het aan hoe kalm hij werd als hij vertelde. Ik werd dan zelf ook rustiger en hing aan zijn lippen. Oh, trouwens, nu ik toch eerlijk ben: nog zoiets wat je niet mag zeggen maar wel de waarheid is: mijn ma was een hoer. Mijn vader noemde haar zelfs lange tijd zo, nadat ze ons in de steek had gelaten. Als je van de ene op de andere dag je man en zoon achterlaat en nooit meer terug komt, tja, daar heb ik geen goed woord voor over.

Ik denk niet graag lang na over mijn moeder. Deed zij immers ook niet over mij hè, anders had ze me niet achter gelaten. Nooit meer iets van haar gehoord na die dag. Wat goed voor haar is, want als ze dat wel had gedaan, hadden haar zussen haar graf sindsdien kunnen bezoeken. Ik zei dat eens per ongeluk hardop,in een gesprek met een buurjongen toen ik een jaar of dertien was. Hij leek er nogal van te schrikken. Hij zei `Dat meen je toch niet echt?´. Toen zei ik, waarom zou ik iets zeggen wat ik niet echt meen? En ging ik de buurjongen vertellen op welke manieren ik haar allemaal om het leven zou kunnen brengen, zonder dat ik er voor gepakt kon worden. Ik voelde de adrenaline in mijn buik, net zoals wanneer ik er in mijn eentje over fantaseerde. Dan staarde ik naar het plafond vanuit mijn bed en fantaseerde ik over allerlei brute manieren om haar leven te beëindigen. Ik dacht er echt niet elk moment van de dag aan, hoor. Ik ben niet gek. Ik dacht er vooral ’s avonds laat aan, als ik weer eens niet kon slapen door dat rotte, knagende gevoel in mijn buik omdat ik dan dacht aan de laatste keer dat ik haar zag, de avond voordat ze vertrok. Toen kwam ze op de rand van mijn bed zitten, hield me vast en huilde. “Janken is een teken van zwakte!” riep mijn pa altijd naar haar als ze dat deed en hij haar er op betrapte. Ze fluisterde die avond woorden in mijn oor, maar ik kan me tot op de dag van vandaag niet herinneren wat ze zei.

Gelukkig werd de herinnering aan die avond steeds minder sterk. Uiteindelijk werd die herinnering zo vaag, dat ik me al een paar jaar – als ik heel dronken ben en ga mijmeren – afvraag of het eigenlijk wel écht gebeurd is.

Ik vertelde mijn buurjongen over de fantasieën op een zondag. Ik weet nog dat het een zondag was, omdat het toeval wilde dat hij op de maandag er na naar me toe kwam om te zeggen dat hij niet meer met me mocht spelen van zijn ouders. Hij vertelde wel er bij dat het verder niks met mij te maken had: hij had extra huiswerk lessen had gekregen, waardoor hij niet meer buiten kon spelen na school. Dat kon ik wel begrijpen; het was altijd wel al een langzame jongen. Een “slome zak”, zoals mijn vader hem noemde, toen hij eens bij ons thuis kwam spelen. Hij liep ook altijd wel heel traag. Als ik zo traag zou hebben gelopen had ik een trap onder mijn reet gekregen van pa.

Mijn vader hield er niet van als kinderen bij ons thuis kwamen. Hij werd dan heel nerveus, dus stopte ik maar met uitnodigen. Ik zwaaide nog wel eens naar mijn buurjongen, als ik hem zag lopen op straat. Dan zwaaide hij gehaast terug en rende hij snel weg, zelfs in een hele andere richting dan school. Vreemde snuiter. Ik ben op een gegeven moment maar gestopt met zwaaien, leek me voor iedereen prettiger. Ik hoop dat hij in de loop van zijn leven wel wat sneller is geworden. “Het is eten of gegeten worden, zoon. Vergeet dat nooit!” riep mijn pa altijd. Die buurjongen zal niet veel van zijn leven gemaakt hebben, als hij zo traag is gebleven. Sneu eigenlijk. Mijn buurjongen had eigenlijk een vriend zoals ik goed kunnen gebruiken, als voorbeeld zeg maar.

Anna negeerde me dus, de eerste weken. Maar na twee weken zag ik iets, wat een normaal mens met een normaal stel hersens compleet over het hoofd zou hebben gezien, maar waardoor ik wel wist dat ik beet had: ik liep haar kantoor binnen, begroette uitvoerig haar collega’s en keek toen naar haar. Toen gebeurde het: haar schouders verkrampten iets. Haar blik werd star. Ze hield haar adem in. Een reguliere vent zou dit nooit opmerken natuurlijk, maar ik zag het.

Ik zag het, en wist dat ze van mij zou zijn. Als ik maar geduld zou hebben.

 

Alle gepubliceerde hoofdstukken van Bodem lees je hier

Bodem – Hoofdstuk 3

Ik leerde Pascal elf jaar geleden kennen op kantoor. Ik werkte er als assistent, hij als accountmanager. De eerste tijd vond ik hem maar een gladjanus. Hij was altijd net iets té strak in het pak, had een te vlotte babbel en ik rolde regelmatig mijn ogen ongeveer het achter me gelegen kantoor in als hij bij ons – in de kamer waar de assistentes allemaal werkten – zijn dagelijkse praatje kwam houden. Ik vond hem maar een praatjesmaker, een player. Mijn eerste intuïtieve reactie op hem was niet positief.

Toch wist hij langzaam maar zeker mijn vertrouwen te winnen; ik denk door er simpelweg elke dag te zijn. Hij werd een vast onderdeel van de dag: hij kwam binnen, met glimmende schoenen en parelwitte glimlach, maakte een collega een compliment over haar outfit die dag, bewonderde de schoenen van een andere collega, en elke dag opnieuw eindigde hij zijn rondje bij mij. Ik ging er stiekem op rekenen. Elke dag was het ongeveer hetzelfde gesprek.

“Dag Anna, je bent nog steeds even mooi.”

“Hoi Pascal.”

“En nog stééds ben je niet onder de indruk van mijn onweerstaanbare charme? Pff, ik verlies mijn kracht! Anna, wat doe je me aan?”

“Dag Pascal.”

Tegen de anderen: “Horen jullie dat? Ijskoud is ze! Keihard! Ze ziet me niet eens staan.”

Waarop alle assistentes dan giechelden, ik mijn werk onvermurwbaar hervatte en hij afdroop. Na een paar weken moest ik er om lachen, alhoewel ik zijn gladheid en praatjes nog steeds niet vertrouwde – deze man kon je waarschijnlijk nooit vertrouwen – ging ik onbewust wél er op vertrouwen dat hij er elke dag was. Daar begon het – achteraf bezien – al fout te gaan.

Lange tijd ging dit spelletje redelijk onschuldig door. Pascal hield stug vol, hij bleef langskomen. Hij werd wel langzaam wat duidelijker: dan vond ik opeens tickets voor een concert die avond, of er verschenen op wonderbaarlijke wijze bloemen op mijn bureau. Ik gaf ze altijd terug, of – als hij ze weigerde terug te nemen – gaf ik ze aan collega’s.

Dat ging goed, tot de dag waarop ik slecht nieuws kreeg op mijn werk. Mijn zus belde me om te vertellen dat onze moeder in het ziekenhuis lag. Het ging niet goed met haar. Ik had net opgehangen, de tranen prikten achter mijn ogen. Pascal kwam net binnen en hij merkte aan mijn collega’s direct dat er iets gaande was. Voorzichtig benaderde hij mijn bureau. In plaats van het gebruikelijke gedraaikont en gevlei, vroeg hij met een zachte maar duidelijke stem aan de andere dames of ze ons heel even alleen wilden laten. Zij deden (natuurlijk) direct wat hij vroeg en hij sloot de deur. Voorzichtig ging hij op het bureau zitten, terwijl ik strak naar mijn beeldscherm bleef staren.

“Anna, is er iets ergs gebeurd?”

Ik bleef naar het beeldscherm staren. Tranen biggelden langs mijn wangen omlaag.

“Wil je er met me over praten?”

Ik hoorde een snik ontsnappen, en binnen twee seconden zat hij op zijn hurken naast me en hield mijn hand vast. Zijn normaal altijd zo strakke en gladde gezicht straalde nu rust en betrouwbaarheid uit, terwijl hij me recht aankeek en ik zijn blik ontweek. Snotterend en hakkelend vertelde ik hem van mijn moeder. Hij luisterde geduldig, begripvol, hield mijn hand vast. Hij maakte zich zelfs boos over het feit dat het ziekenhuis mijn moeder volgens hem niet juist behandeld had.

Onbegrijpelijk dat dit dezelfde man was, die me vanavond met een ijskoude blik het water in duwde, wetend dat ik niet kan zwemmen.

Bodem – Hoofdstuk 2

Op de avond die vooraf ging aan de avond dat mijn lichaam lag te verdrinken in het koude water, baande zich een herinnering uit mijn jeugd een weg naar het oppervlakte terwijl ik in bed lag. Ik lag op mijn rug naar het plafond te staren met een fikse hoofdpijn. Ik liet de herinnering terug komen, misschien omdat ik te moe was om er tegen te vechten.

Ik heb niet veel herinneringen van mijn jeugd. Een van de weinige herinneringen die ik heb, is de herinnering die zich nu afspeelde voor mijn ogen: die van de oude schommel op het veld in de buurt van ons huis. Ik zat er elke dag op. Het was een van mijn favoriete dagelijkse bezigheden. Ik vond het gevoel van schommelen fijn, ik maakte mijn benen altijd extra lang om zo hard mogelijk te gaan. De houten balk er boven kraakte bij iedere zwaai. Dat kraken vond ik een geruststellend geluid; ik dacht dan aan alle keren dat de schommel gezwaaid had, doordat er kinderen op zaten zoals ik. Dan bedacht ik hoe het hout met elke zwaai een beetje doorzakte, maar een fractie van een millimeter. Het doorzakken van de balk zou met zo’n minimale bewegingen gaan dat je het met het blote oog niet zag gebeuren. Je zou het niet zien gebeuren totdat die dikke balk op een dag simpelweg zou doorbreken, ogenschijnlijk net zo makkelijk als een takje tussen je vingers.

Ik vroeg me vaak af wanneer de dag zou komen dat de balk definitief zou zwichten. Wanneer die laatste zwaai zou komen, waarna de balk het zou begeven en het hele ding in een klap in elkaar zou storten. Ik vroeg me af welk kind er op zou zitten als dat gebeurde; soms fantaseerde ik dat het kind dat mij zo pestte op school er op zou zitten, maar vaker fantaseerde ik dat ik het zelf zou zijn. Dan zag ik mezelf, vrolijk schommelend, totdat er een hard, krakend geluid over het veld zou klinken, gevolgd door een doffe klap. Hoe een buurvrouw die net haar Fifi hondje zou uitlaten – want zo’n hondjes horen Fifi te heten – hard zou gillen bij mijn aanblik. Hoe de andere buren, bruut verstoord tijdens het lezen van hun ochtendkrant en dus wat geïrriteerd – maar toch nieuwsgierig genoeg – naar buiten zouden komen en me zouden zien liggen, hoe de ambulance zou worden gebeld en dat ik dan zou eindigen als een verhaal, het meisje dat maar acht jaar werd omdat ze haar nek brak toen ze van de schommel vloog, omdat niemand had gezien dat de balk verrot was. De buren zouden zich schuldig voelen om hun onoplettendheid – het had hun kind immers ook kunnen overkomen! – en zouden in allerijl een zondebok zoeken. Waarschijnlijk zou de schuld dan via de buurtvereniging richting de gemeente worden geschoven. Ja, wellicht zou zelfs de burgemeester zich er over uitspreken en natuurlijk zou er snel een nieuwe speeltuin worden gemaakt. De buren zouden er “Schánde!” van spreken dat die schommel niet al lang vervangen was, zouden elkaar aantikken en vragen “Jij hebt het zeker ook nooit gezien hè?” want dan hadden ze een reden om zichzelf weer in slaap te sussen (van al die keren dat ze wel gezien hadden dat die balk rot was en ze er niets mee hadden gedaan of het simpelweg weer waren vergeten, of in het beste geval omdat ze zich schuldig voelden dat ze het echt niet hadden opgemerkt).

De hele godvergeten ingeslapen buurt zou opeens in rep en roer zijn, verwilderd om zich heen kijkend en uiteindelijk zou met de komst van een nieuwe speeltuin – als een magische pleister op de wond – de schommel en de herinnering naar de achtergrond verdrongen worden. Dan zou iedereen weer rustig kunnen slapen. De enige die het niet zou kunnen vergeten was Fifi, die telkens heel hard ging blaffen als haar baasje met haar langs de plek van de schommel liep, dus ging de buurvrouw maar een andere vaste route met Fifi lopen.

De oude schommel zou vervangen zijn door het tegenovergestelde van wat er eerst was, namelijk een splinternieuwe speeltuin met alle toeters en bellen, waar heel veel kinderen wél veilig in zouden spelen. Opeens zouden er ook bankjes staan waar ouders konden zitten om toezicht te houden. Dankzij het meisje van de schommel, die haar nek brak omdat niemand op haar of de schommel had gelet.

Terwijl de balk boven me kraakte hoopte ik vaak stiekem dat het zou gebeuren. Ergens wenste ik dat die verdomde balk maar gewoon zou knappen, en dan maar meteen als ik op het hoogste punt schommelde. Want als het mis zou gaan, zouden de mensen om me heen eindelijk weten wie ik was, zouden ze me zien.

Ik piekerde me suf op die schommel en de balk kraakte door, door al die kinderen die voor mij gingen. Ik wilde altijd alleen maar heel graag bij hen horen. Als ik zo zat te fantaseren werd ik dan eerst heel blij en daarna direct heel verdrietig, omdat ik me schuldig voelde juist door die gedachten en wist dat ik helemaal niet was zoals die andere kinderen, en dat ook nooit zou worden. Ik schaamde me dan diep voor wat ik gefantaseerd had en stapte van de schommel af, gaf er dan soms een harde trap tegen voordat ik naar huis liep.

Misschien herinner ik me weinig van wat er vroeger gebeurde vanwege dit soort herinneringen die me een naar gevoel bezorgen, dacht ik, terwijl ik in bed lag met dat oude onheilspellende paniekgevoel dat zich om mijn borst klemde. Of misschien herinner ik me weinig van vroeger, simpelweg omdat er weinig te herinneren valt.

Waarschijnlijk komt het gewoon omdat ik niet zo’n bijzondere jeugd heb gehad, suste ik mezelf, terwijl ik op mijn zij ging liggen om het beklemmende gevoel op mijn borst te doen afnemen. Laat de slaap nu maar komen. Ik was al dagen moe en onrustig en mijn hoofd barstte van de hoofdpijn. Ik voelde me alsof er iets heel naars ging gebeuren, dat had ik van kinds af aan al af en toe. Laat ik maar gewoon goed luisteren naar mijn lijf en rust nemen, want mijn hersens voelden ondertussen aan alsof ze uit mijn hoofd wilden ontsnappen. Ik draaide me nog een keer om en viel in een diepe slaap vol dromen, die ik me ook al nooit kan herinneren, de dag er na.

Ik sliep zo vast dat ik niet eens had gehoord dat Pascal die avond naast me in bed kroop. Normaliter werd ik dan altijd even wakker, maar hij verzekerde me dat hij naast me was komen liggen. Ik had zo vast geslapen door mijn hoofdpijn dat ik hem niet eens had gehoord, zei hij. Ik moest echt eens meer rust nemen.

 

Alle gepubliceerde hoofdstukken van Bodem lees je hier

Bodem – Hoofdstuk 1

Als je in het water gegooid wordt, maar je kunt al zwemmen, dan is dat doorgaans niet erg. Je hebt immers al leren zwemmen; je weet welke bewegingen je armen en benen moeten maken om vooruit te komen. Je weet wanneer je naar lucht moet happen en hoe lang je onder water kunt blijven zwemmen.

Kortom: op het moment dat je lichaam het water raakt, weet je lichaam automatisch al wat het moet doen om niet te verdrinken. Omdat je het geleerd hebt, net als lopen en fietsen.

Ik werd op die mistige winteravond in het water gegooid, maar ik kon niet zwemmen. Dat wist hij ook. Ik dacht: dit wordt mijn dood, als niemand me redt. Dat wist ik zodra ik er in gegooid werd. Paniek sloot zich om mijn hart, mijn hoofd vulde zich met angst. Terwijl ik ongecontroleerd naar lucht hapte, sloegen mijn armen en benen wild om me heen. Instinctief deed ik alleen datgene wat niet hielp. Roepen om hulp – het enige dat wellicht nog wat nut had gehad – lukte me niet.

Het gekke is dat de gedachte aan de dood me op dat moment niet eens zo bezig hield. Er was in mijn hoofd alleen ruimte voor de verwarring en het ongeloof, dat uitgerekend hij dit gedaan had.

 

Alle reeds gepubliceerde hoofdstukken van Bodem kun je hier lezen. 

Bodem – Hoofdstuk 9

Toen ik thuis kwam, gaf ik mijn laatste contant geld aan de taxichauffeur. “Goodnight.” mompelde ik, maar hij zei niet veel terug; daar had ik niet genoeg fooi voor gegeven.

Terwijl ik wankelend het pad naar de voordeur op liep, reed hij met piepende banden de straat uit. “Klojo,”  zei ik, terwijl ik de huissleutel in het sleutelgat probeerde te steken. Ik deed mijn uiterste best om me te concentreren. “Slappe zak,” schold ik tegen mezelf, terwijl de sleutel maar niet in het verdomde gat ging. Anna’s stem doemde op in mijn gedrogeerde hoofd: “Als je de sleutel er niet in krijgt, heb je te veel gedronken.” Daar kan ze zich nu niet meer druk om maken.

Eindelijk lukte het. Ik gooide de voordeur te hard achter me dicht en had daar direct spijt van: het was waarschijnlijk verstandig om nu niet al te veel opvallende geluiden te maken.
Ik schopte mijn schoenen uit in de gang, gooide mijn jas in een hoek naast de kapstok en liep de woonkamer binnen.
Het zag er opeens anders uit. Op de tafel lag nog een lippenstift van Anna. Ik raapte hem op en speelde er mee in mijn hand. Die lippenstift was haar favoriet. Dat soort dingen had ik geleerd van Anna; bij de vrouwen vóór haar had ik me daar nooit voor geïnteresseerd. Ze hadden me heus wel eens iets over hun vrouwenzaken verteld, maar ik luisterde nooit. Anna had hem een keer op mijn mond gedaan toen we dronken waren en ze nog niet bang voor me was. Nu heb je ook vollere lippen. Ze kwam niet meer bij. Haar schaterlach vond ik toen nog zo aanstekelijk dat ik soms niet eens boos kon worden.

Ik keek naar de lippenstift terwijl alles eromheen begon te tollen. Ik trok het dopje er af en draaide de lippenstift naar buiten. Toen voelde ik een vlaag van misselijkheid op komen en liep ik de keuken in, waar ik de hele wasbak onder kotste. De lippenstift viel op de parketvloer.
Het overgeven hielp; ik voelde me iets beter. Terwijl ik naar de woonkamer terug wilde lopen, stapte ik met mijn voet op de lippenstift en gleed ik haast uit over dat rotding. Ik raapte het op en smeet het ding in de prullenbak. Ik liep terug naar de woonkamer en liet mezelf op de bank vallen. De televisie zette ik op Discovery Channel.

Ik voelde mijn telefoon trillen. Ik had twee berichten: een van die scharrel die ik tegen het paaltje aan gooide. Ik was haar alweer vergeten. Zij mij blijkbaar nog niet: “Wat bezielde jou, idioot? Ik kon naar de eerste hulp! Wacht jij maar!”.
Het tweede bericht was van de moeder van Anna: “Dag Pascal, is Anna bij jou? We kregen een nogal vreemd bericht van haar en hebben haar sindsdien niet meer kunnen bereiken. Alles in orde?”
Ik voelde mijn maag weer samentrekken. Die klote ouders ook altijd.
Ik stuurde terug: “Alles in orde.” Ik moest het drie keer opnieuw typen, zo scheel keek ik. Ik stond op en liep richting de keuken. Dit keer haalde ik de wasbak niet.
Ik moest zorgen dat ik snel in mijn bed kwam: ik zou morgen een hoop op te ruimen en uit te leggen hebben. En in deze toestand zou me dat niet lukken.

Alle reeds gepubliceerde hoofdstukken van Bodem kun je hier lezen. 

Het leed dat crash-diëten heet

dieet3

Het zeven-dagen-dieet, het drie-dagen-dieet, het ziekenhuisdieet, het komkommerdieet, het soepdieet…

Crash-diëten: je kent ze wel. Van die afschuwelijke manieren om jezelf zo snel mogelijk volkomen uit te hongeren, waarna je binnen 3.2 seconden alles weer bijkomt omdat je langs een snackbar liep en per ongeluk een frikandel rook.

Dan heb ik het nog niet eens over de bijwerkingen van zo’n crash-dieet: Niemand waarschuwt je voor de bijwerkingen: de huilbuien, de agressie, de chocolade hallucinaties, de afgekloven nagels, de (bijna) verbroken relaties en het in foetus houding om je moeder roepend voor de koelkast wakker worden.

dieet2

Crash-diëten werken niet.

Ik kan het weten. Ik heb ze geprobeerd. Werkte voor geen meter. Ja: twee dagen. Of hooguit drie. Dan werd ik bibberig of viel ik gewoon om. En dan was er opeens weer een bord pasta to the rescue dat als een soort fata morgana voor me op tafel stond.

Een gezond eetpatroon aanwennen en daarvan je nieuwe levensstijl maken, dat werkt wel.

Ik ben nog niet helemaal bikini-ready voor de komende zomer; ik ben eerder nog een goed geconserveerde rolmops.

Maar het gaat wel al stukken beter. Ik maak betere keuzes, jojo niet meer. Ik haat mijn lijf ook niet meer, ik ben er van gaan houden. Met rondingen, putjes en al. Ik streef ook geen maat 36 na: dat mogen de twintigers lekker houden.

Een ding doe ik nooit meer: ik begin nooit meer aan een crash-dieet; dat is echt de beste manier om aan te komen.

dieet4

Ellie Lust: “Mijn stress is van mij, dus die houd ik ook bij mij.”

Ellie Lust, politiewoordvoerder en bekend van Wie is de Mol?, is vanaf volgende week dinsdag te zien in haar eigen programma “Ellie op Patrouille” op NPO1.  Ik sprak met deze bijzondere vrouw over haar programma, het thuisfront en omgaan met stress.

IMG-5068

Aanstaande dinsdag verschijnt jouw eigen programma op NPO1, Ellie op Patrouille. Wat vond je van het maken van je eigen programma?

“Ik vond het ontzettend bijzonder. Dertig jaar geleden, toen ik begon aan het politiewerk, had ik nooit kunnen bedenken dat mijn loopbaan hiertoe zou leiden. Na mijn deelname aan Wie is de Mol? waren er een aantal productiemaatschappijen die interesse hadden, maar de formats die met mij gedeeld werden waren het telkens net niet. Totdat Medialane kwam met het format voor Ellie op Patrouille: ik dacht direct: dit wil ik maken. Mensen kennen me als woordvoerder, maar ik ben natuurlijk allereerst politievrouw. Ik heb twintig jaar werkervaring opgedaan op straat in Amsterdam. Na al die jaren denk je alles wel meegemaakt te hebben, maar na het maken van Ellie op Patrouille heb ik nu wel geleerd dat er overtreffende trappen zijn.”

IMG-5062

“San Fransisco heeft zesduizend daklozen en een eigen Homeless Unit. Dat hebben we in Amsterdam niet.”

Voor Ellie op Patrouille werkte je in Colombia, Kenia, Albanië, Israël, Dubai en San Francisco. Dat lijkt me heel anders dan Amsterdam, waar je al die jaren gewerkt hebt.
“Het is echt niet te vergelijken met Amsterdam. In Bogota wonen bijvoorbeeld 9,7 miljoen mensen: dat zijn dan nog alleen de mensen die ingeschreven staan. Het is gigantisch. Colombia staat natuurlijk bekend om de drugs. Men werkt er hard aan om van dit label af te komen. We zijn daar met een hele grote drugs-instap mee geweest. Ik heb vaak invallen gedaan in Amsterdam, als we bijvoorbeeld een – ik noem het even oneerbiedig – junkenpand binnen gingen. Daar werd dan een straat afgezet. In Bogota wordt meteen een hele wijk hermetisch afgesloten. San Francisco heeft zesduizend daklozen, daar hebben ze hun eigen homeless unit: dat hebben we in Amsterdam niet.”

“Dubai kenmerkt weer zich door hele andere dingen: zij willen in alles de beste zijn. Daar word je, als je een politiebureau binnenloopt, niet begroet door een mens maar door een stem. Je moet op een scherm aanwijzen wat je komt doen en die stem leidt je dan rond door het gebouw, zonder dat je een mens tegenkomt. Heel bijzonder.”

“Druk je op een knop, dan krijg je een callcenter aan de lijn.”

IMG-5070“We zijn ook in de wijken geweest waar de arbeiders wonen die zorgen dat Dubai gebouwd wordt. Op een politie-trainingsterrein heb ik meegedraaid met een VIP beveiligingsunit voor vrouwen: dat is een unit die uitsluitend bestaat uit vrouwen en ook vrouwen bewaakt: bijvoorbeeld de vrouwen van het Koninklijk Huis en de vrouwen van sjeiks.
In Kenia was ik de enige blanke politieagent, dan ben je een bezienswaardigheid.
Israël is een land dat al honderd jaar in oorlog is, dat is daar ook voelbaar. Ik zou overigens dolgraag ook eens aan de Palestijnse kant mee willen draaien. Ik oordeel overigens niet over de achtergrond. Dat is ook niet aan mij. Ik draai alleen mee met mijn collega´s.”

“Het maken van het programma is voor mij een groot cadeau geweest. Het is zo ongelofelijk bijzonder om mee te maken, dat je ondanks een dag hard werken toch niet moe bent: zo veel energie kreeg ik er van. Soms was er ook wel even wat gedoe hoor, in de ploeg. Dat kwam omdat we dan zestien uur op de been waren geweest, maar dat was dan te begrijpen. Ik denk dat het een hele mooie serie is geworden, waarin ik de kijker meeneem in het werk van de teams. De verwachtingen rondom het programma zijn hoog gespannen.”

IMG-5069Drugspanden, mensensmokkel, kinderprostitutie… heb je wel eens moeite gehad om in slaap te komen?
“Weet je, het is heus niet zo dat ik mijn schouders er voor ophaal. Het doet me echt wel wat. Ik ben immers ook maar een mens. Wat me vooral aangreep was om te zien is waar mensen toe kunnen verworden, door geboren te worden op een bepaalde plek. Letterlijk op het vuilnis leven, geen ouders hebben, lijm snuiven, prostitueren om aan eten te komen. Ook schrijnend is de verslavingsproblematiek. Sommige dingen kun je niet uitzenden, bijvoorbeeld de geur die in zo´n pand hangt. Dat kan ik je niet uitleggen. Sommige mensen hebben al drie jaar niet gedoucht. Aan het einde van de dag ging ik dan douchen en eten met de ploeg, maar daarna rook ik die geur nog steeds. Dat blijft wel even bij je.”

“We nemen de kijker mee in het werk.”

IMG-5060Men heeft jou bewust geen presentatietraining gegeven voor het maken van dit programma, las ik in een artikel in de Volkskrant. De programmamakers wilden dat je zo jezelf bleef: Puur Ellie. Dat is wel een heel mooi compliment, toch?
“Ja, absoluut. Gerard Baars (AVRO TROS) zei tegen mij nadat hij een proefaflevering gezien had: “Ellie, beloof me dat je nooit een presentatiecursus gaat doen.“. Joep (de cameraman) en Maarten (de geluidsman) zijn ontzettend ervaren. Ik kwam voor het eerst in Colombia: zij zijn daar voor hun werk al tig keer geweest. Zij gingen mee met programma’s zoals het voormalige Vermist, Peter R. de Vries, Spoorloos, Kees van der Spek. Zij hebben me echt geholpen. Dan zeiden ze tegen mij: “Ellie, vertel me wat er gebeurt, waarom gaat dit zo?”. Zo nemen we de kijker mee in het werk, maar ook in het vakjargon. Dat is overigens wel een dingetje sinds de hype rondom mijn uitleg over etherdiscipline in Wie is de Mol?, haha.”

Haha, daar wilde ik al niet over beginnen. Maar dat vakjargon is voor de leek wel leerzaam, want wij weten doorgaans niks af van die termen.
“Precies. Ik probeer mensen een beter beeld te geven van het politiewerk, en daar hoort het jargon nu eenmaal bij.”

IMG-5059

Hoe ga je de eerste uitzending kijken?
“We gaan de eerste aflevering kijken bij Medialane (producent van Ellie op Patrouille), samen met zo veel mogelijk mensen die hebben meegewerkt aan het programma. Ook mijn vrouw Boukje, zus Marja en haar vrouw zullen er bij zijn. Ik vind het heel mooi om dit zo te doen. Ook spannend trouwens.”

Hoe vinden jouw collega’s het dat jij beroemd bent?
“Veel collega´s vinden het leuk. De politie heeft me ook de ruimte gegeven om dit programma te kunnen maken. Verder is er geen samenwerking geweest met de Nederlandse politie: ik heb dit programma op persoonlijke titel gemaakt.”

Hoe gaat Boukje om met jouw bekendheid en werk?
“Boukje en ik hebben sowieso elke dag contact, altijd. Ze gunt mij dit enorm, maar natuurlijk is ze ook blij als ik weer veilig thuis ben. Het scheelt dat wij elkaar al kennen sinds de tijd dat ik op straat werkte in Amsterdam: zij is in alles met me mee gegroeid. We hebben samen kunnen wennen aan het feit dat mijn gezicht steeds bekender werd. Vanaf het moment dat je op televisie komt verandert je buitenwereld, maar aan mijn binnenwereld is niets veranderd: gelukkig maar. Ik geef naast mijn werk als politiewoordvoerder ook lezingen en ben in te huren als dagvoorzitter: Boukje helpt me daarmee, bespreekt zaken voor, maakt presentaties, enzovoorts.”

IMG-5058

“Boukje en ik hebben iedere dag contact. Ze gunt mij dit enorm, maar is ook blij als ik weer veilig thuis ben.”

Je tweelingzus Marja werkt ook bij de politie. Je hoort wel eens dat tweelingen het `voelen´ op afstand, als er iets mis is met de ander. Hebben jullie dat ook?
“Nee, dat hebben wij niet. We zijn wel heel bezorgd om elkaar. Het ergste wat je kan meemaken is volgens mij als de mensen waarvan je het meest houdt iets overkomt. Daar zit dus ook mijn kwetsbaarheid. Ik kan alles aan, zolang het maar goed gaat met de mensen waar ik van hou. Boukje, Marja, mijn broer, neef en mijn allerliefste vrienden: als het daar goed mee gaat, kan ik de hele wereld aan.”

Tijdens je opleiding speelde je volleybal op topniveau. Speel je nog, of heb je daar geen tijd meer voor?
“Ik speel niet meer. Dat hoorde bij die periode. Het was overigens een fantastische tijd waar ik mooie vriendschappen aan over heb gehouden. Af en toe heb ik nog etentjes met de vrienden uit die periode. We pakken dan altijd de draad weer op waar we gebleven waren. Heel leuk is dat. Die periode in de topsport was ook heel intens. We hoeven de deur ook niet plat te lopen om in elkaars leven te blijven: daar is WhatsApp overigens ook heel handig voor.”

IMG-5063Je lijkt altijd heel gefocust en in charge. Schiet je wel eens in de stress?
“Ja, maar mijn stress is van mij. Die houd ik dus ook bij mij. Als ik aan het werk ben, mag je van mij verwachten dat ik mijn hoofd er bij houd. Dat is mijn beroepshouding. Als mensen de politie bellen, mogen ze iets van ons verwachten. Werken ze niet mee, dan ben ik ook zo weer weg, hoor. Daar kan ik niets mee. Ik zeg wel vaker: U belt de politie, maar als u niet geholpen wilt worden, dan gaan we weer weg. Er is maar een versie van mij. Of je mij nou in Wie is de Mol? of in Ellie op Patrouille ziet: er is maar één Ellie. Ik speel nooit een rol.”

Wat zijn jouw doelen voor de komende jaren?
“Dat is altijd moeilijk om te plannen, morgen is immers niemand beloofd. Ik zou wel dolgraag een tweede serie maken van Ellie op Patrouille.”

Even iets heel anders: Ik zag op Instagram dat jullie ook een super snoezige hond hebben, Loetje.  Ik begreep dat jullie Loetje in Frankrijk ontmoetten, en dat jullie zelfs naar Frankrijk terug zijn gereden om hem op te halen. Dan was het echt liefde op het eerste gezicht?
“Ja! We ontmoetten Loetje tijdens een vakantie. Hij kwam letterlijk telkens aan onze deur en bleef de hele week iedere dag bij ons terug komen. De familie bij wie hij woonde, wilde hem terugbrengen naar de fokker. Ze hadden geen tijd voor hem. Wij hoorden dat toen we weer in Nederland waren, dus reden we inderdaad 1200 kilometer terug om hem te halen. Een van de beste beslissingen die we ooit genomen hebben. Weet je wat zo mooi is aan Loetje? Dan kom ik terug van een reis en heeft hij geen idee van wat ik heb gedaan: hij is alleen maar ontzettend blij dat ik er weer ben, klimt in me. Nou, dan smelt je toch. Home is where the heart is, en dat klopt.”

Jullie hadden ook nog twee katten?
“Ja, maar toen een van de poezen is overleden hebben we de andere poes bij vrienden ondergebracht, die een kat hebben verloren. Loetje nemen we overal mee naar toe, dus voor Josje is het prettiger bij hen: zij werken allebei niet meer dus zijn ze veel vaker thuis. Tevens zijn zij ons oppas adres voor Loetje: zo zien ze elkaar af en toe toch nog.”

IMG-5065Aanstaande dinsdag zie je Ellie in de eerste aflevering van haar programma Ellie op Patrouille op NPO1.

Wil je meer weten over Ellie, ga dan naar haar website: www.ellielust.nl

Bron foto’s: AVRO TROS

 

Interview met Aisha Scheuer van DIWMOTZ: “Ik kan heel goed loslaten.”

diwmotz
Ze is bedenker en oprichter van de populaire Facebook pagina DIWMOTZ (Dit Is Waarom Mensen Op Twitter Zitten, 116.000 volgers): Aisha Scheuer, een vrouw met een modern gezin, een neus voor grappige tweets, zakenvrouw met twee bedrijven, een achtergrond in de kinderopvang en een – tot voor kort verborgen – talent voor (slaap)coachen. Toch mag ik haar geen powervrouw noemen, tenzij ik succesvolle mannen ook powerman ga noemen. 

Hoe is het idee ontstaan voor DIWMOTZ?
DIWMOTZ is oorspronkelijk ontstaan als een grap. Ik werkte in die tijd nog in de kinderopvang. Ik ontdekte Facebook en op een gegeven moment ook hoe je een Facebook pagina kan starten. Voor de grap verzamelde ik grappige tweets en plaatste deze op mijn pagina. In het begin had de pagina maar 50 likes, voornamelijk van vrienden en familie. Maar opeens ging één van die tweets viraal, en kreeg de pagina in een paar dagen tijd 20.000 volgers.

Opvallend: op Facebook hebben jullie meer volgers dan op Twitter. Moet er dan niet ook een DIWMOFZ komen?
Het is wel eens door mijn hoofd gegaan. Mensen zeggen ook wel eens: “Moet je nu niet ook een pagina maken met Dit Is Waarom Mensen op Instgram of Facebook Zitten?”. Maar ik heb de pagina nooit zo willen uitbreiden. Daarbij vind ik dat ik dan van het begin af aan de pagina “Dit Is Waarom Mensen Op Internet Zitten” had moeten noemen.

Beheer je je pagina en website (www.diwmotz.nl) in je eentje?
In het eerste jaar deed ik alles alleen. Dat was op een gegeven moment niet meer te doen. Inmiddels werk ik met drie freelancers samen, waarvan één mijn vriendin Marleen is. Zij schrijven ook veel van de webcontent. Ik heb geen journalistieke achtergrond, het echte schrijfwerk moet je niet aan me overlaten: ik beleef daar ook niet echt plezier aan.

Werk je nog in de kinderopvang?
Nee. Sinds 31 december 2016 ben ik gestopt met mijn werk in de kinderopvang. Toen ben ik me gaan richten op de website en Facebook pagina. Daarnaast ben ik sinds kort aan de slag gegaan als slaapcoach. Een vrouw op Twitter vertelde dat haar zoontje zo slecht sliep. Ik had hier persoonlijk veel ervaring mee, vanuit mijn werk in de kinderopvang maar ook doordat mijn eigen zoon als baby ook erg slecht sliep. Hiervoor heb ik toen een slaapplan opgesteld, wat direct werkte. Voor de vrouw op Twitter heb ik een slaapplan opgesteld;  dit werkte ontzettend goed. Daarna ben ik steeds meer ouders gaan coachen. Het coachen is waar mijn talent ligt. Ik coach ouders overigens op afstand, telefonisch of via e-mail. Dit is de meest effectieve methode: ouders zitten er meestal niet op te wachten dat ik mee kom kijken. Bovendien werkt de aanpak erg goed. Ik ben me gaandeweg steeds meer in slapen en coaching gaan verdiepen, startte met een opleiding tot coach. Overige inkomsten genereer ik uit de website.Voor mij is het een combinatie die goed werkt. Af en toe geef ik social media trainingen, waarbij ik mensen inspireer met mijn levensverhaal.

080372ef-1f4d-4b7f-8085-02e30a96c5cfOp je website staat dat je ook in te huren bent om zalen leeg te laten lopen, haha.
Ja, haha, dat klopt. Dit is ook nog eens serieus zo overgenomen door een grote website: Aisha is in te huren voor feesten en partijen, haha. Ik werd ook eens genomineerd voor de VIVA400 award, als powerwoman. Ik las het laatst al op Twitter, waar iemand zei: zodra een vrouw iets bijzonders presteert is het opeens een powervrouw. Terwijl je nooit iets hoort over een powerman: succesvolle mannen noemen ze gewoon man.  Daar kan ik me ook echt over verbazen.

Je bent ook columnist voor KEK mama en LindaNIEUWS.
Klopt. Voor LindaNIEUWS schrijf ik geen columns, ik maak er overzichten voor van de leukste tweets. Voor KEKmama schrijf ik columns over mijn privéleven en ervaringen als moeder. Dit gaat bijvoorbeeld ook over de manier waarop Shai verwekt is: via een bekende donorvader. Mensen zijn vaak wel heel nieuwsgierig hoe dit dan in zijn werk gaat, maar durven het niet te vragen. Ik heb daar geen moeite mee: ik heb er nooit geheimzinnig over gedaan, ook naar Shai toe niet. Uiteraard bepaalt ieder koppel dit voor zichzelf.

Hoe ziet een gemiddelde doordeweekse dag er voor jou uit?
Sinds kort heb ik een kantoor. Daarvoor werkte ik vanuit thuis. Ik vind het prettig om een eigen kantoor te hebben: daar zit ik elke dag van negen tot vijf. De freelancers werken op afstand mee. Mijn kantoor is echt mijn eigen domein: door daar te werken creëer ik rust en afstand, een duidelijker afscheiding tussen werk en privé. Het coachen gebeurt ook vanuit mijn kantoor.

Doe je met jouw kanaal ook dingen voor de LGBT community?
Nee. Ik zie dit los van elkaar. Toen de pagina zo groot werd, heb ik nagedacht over welk standpunt ik ging innemen. Het enige waar ik nog wel eens een standpunt over kan hebben is bijvoorbeeld over Trump. Ik zal niet snel een politieke mening geven. Mijn site gaat over humor, over luchtige zaken. Politieke standpunten horen daar zo min mogelijk thuis, wat mij betreft.

Als je vanaf morgen nog maar één van je werkzaamheden mocht verrichten, welke zou dat dan zijn?
Het coachen. Oh, dat kwam er wel heel snel uit hè? Ja, het coachen is echt mijn talent. Mijn vriendin zei laatst trouwens, dat ik altijd heel kort en bondig antwoord kan geven en snel kan beslissen. Ik durf inderdaad duidelijk te zijn. Ik heb een burn-out gehad ten tijde van de geboorte van mijn zoontje. Misschien heeft dat er ook mee te maken: Ik heb geen geduld meer om lang te twijfelen. Je wordt ook nooit meer de oude volgens mij, na een burn-out.

Moet je dat willen dan?
Nee, ik denk van niet. Je bent immers niet voor niets in een burn-out terecht gekomen. Als je het niet nog eens wilt krijgen, zul je dingen moeten veranderen. Ik hak nu veel gemakkelijker knopen door.

Wat heeft de burn-out gedaan met jou als moeder?
Mensen doen soms zo hysterisch over hun kind. Ik vraag me dan altijd af:  hoe kun je die energie opbrengen? Ik heb niet de energie om alles zo perfect te doen. Ik ben ook heel open tegenover mijn zoon. Ik maak het leven niet mooier dan het is. Als ik druk in mijn hoofd ben, vertel ik hem dat. Dat hoort ook bij het leven. Ouders doen vaak richting hun kinderen alsof ze alles aankunnen: daarmee geef je zo´n vertekend beeld van het leven aan je kind. Hierdoor creëer je een generatie die denkt dat iedereen alleen maar altijd gelukkig moet zijn en dat alles altijd perfect hoort te zijn. Als je naar social media kijkt, zie je vaak ook alleen de mooie buitenkant. Maar schijn bedriegt: de realiteit is nu eenmaal vaak hard.

IMG-4932Daar heb je helemaal gelijk in! Om nog even terug te komen op je website en pagina. Om welke tweet moest jij zelf het hardst lachen?
De tweet van Arjen Lubach, over een uitje fruiten. En het gedichtje over pijnboompitten. Ik zal ze je doorsturen, wacht, ik app ze je nu direct even door. Daarnaast vind ik tweets over kinderen erg leuk. Op Twitter lijken mensen (goddank) veel eerlijker te zijn over opvoeden. Ik vind dat verfrissend en vaak hilarisch.

Je hebt een vriendin, Marleen. Samen met je ex heb je een zoon, Shai. Jullie zijn dus een echte ‘modern family’. Loop je tegen veel vooroordelen aan, of valt dat wel mee?

05bf4404-33a5-4f19-b187-8ad582eaf5fa

Aisha met haar vriendin, Marleen

Iedereen in onze omgeving weet hoe het zit, dus dat valt gelukkig erg mee. Toen ik nog in de kinderopvang werkte kreeg ik af en toe nieuwe collega’s; dan was het soms wel grappig om te zien hoe men reageerde als ze vroegen of ik een vriend had, en ik daarop antwoordde dat ik een vriendin had. Dan kwam ook ter sprake dat ik een zoontje heb: op dat punt werd het soms wat ingewikkeld. Toen ik een keer zei dat mijn vrouw zwanger was, kreeg ik wel eens een reactie van een heel gelovige collega,die zei dat ze daar vanuit haar geloof niets mee kon. Dat vond ik wel erg lomp: dan zeg je eigenlijk dat je vindt dat wij geen ouders zouden mogen zijn. Shai is het beste wat me overkomen is, dus daar raak je me dan wel mee, ja.

gaykrant-vlag-sloganZou je ook eens een gastblog willen schrijven voor de Gaykrant?
Oh, dat lijkt me heel leuk!

 


Waar loop jij trouwens als vrouw zijnde tegenaan in het zaken doen?
Ik heb twee bedrijven en waar ik tegenaan loop, is dat ik vind dat ik eigenlijk nog te soft ben. Ik heb geen zin om bijvoorbeeld mensen rond te commanderen. Dat zit niet in mijn aard. Ook onderhandelingen vind ik moeilijk. Vrouwen durven vaak niet te onderhandelen, heb ik gemerkt. Maar weet je wat het ook is: vrouwen die zichzelf ondergewaardeerd voelen gaan vaak zodanig uit hun plaat dat mannen daar van slag raken van raken en daar niets meer mee kunnen. Emotioneel gezien ben ik echt een vrouw, ik ben heel sensitief. Maar op het moment dat ik bij Marleen voel dat er wat gaande is en als ik dan vraag of er iets is en ze zegt nee, dan ga ik ook gerust slapen. Dat is dan misschien weer heel mannelijk van me, haha. Vrouwen wisselen vaker in hun emoties dan mannen. Als je qua emoties vijf lijnen hebt, zitten mannen meestal mooi op de middelste lijn. Vrouwen schommelen heel veel tussen de bovenste en de onderste lijn. Op het moment dat je helemaal onderin die lijn schiet heb je veel meer last van zaken zoals schaamte en schuldgevoel.

Hoe ga jij om met je eigen emoties?
Ik kan heel goed loslaten. Ik kon het altijd al best aardig, maar toen ik bewust werd van de stappen die je daarvoor moet zetten, werd ik er steeds beter in. Stel, je zit in een relatie en je wil loslaten maar je krijgt de boel niet veranderd, dan stop je met de relatie omdat je niet verder kan. De kunst is dan om dit te blijven volhouden, niet terug te krabbelen en diegene los te laten.  Veel mensen blijven veel te lang denken: ja, maar als dit nu verandert, dan zou het misschien toch kunnen werken.. terwijl dat meestal niet kan.

39a40fe8-f1cf-41f6-bd10-969553d72c3eTen slotte: als je het stokje moest doorgeven, wie zou je aanraden om als volgende te interviewen? Waarom?
Ik was al aan het hopen dat je dat zou vragen! Zjos Dekker, zij is zo ontzettend leuk. Ze is autistisch, lesbisch, depressief: over het laatste wil ze graag vertellen. Zjos wil namelijk dat er meer ruimte komt voor mensen die depressief zijn en het is haar missie om zich er hard voor te maken dat mensen op een goede manier worden geholpen. Ze schrijft heel open over haar depressie. Ze is bovendien ook echt een leuk mens. Ik ga met haar midgetgolfen in het donker binnenkort.

Meer over Aisha of DIWMOTZ? Ga naar www.diwmotz.nl of naar de gelijknamige Facebookpagina.

Wie dit leest moet iets doen!

Tikkie, jij bent hem!

Hallo!

Je leest dit artikel, omdat je uitgenodigd bent voor een spelletje. Ja, je leest het goed: een spelletje! Ik, Chrisje, nodig jou – en iedereen om je heen – uit om mee te doen. 

img_2780

“Smartphones worden steeds slimmer en slanker, in tegenstelling tot hun eigenaren.”

Grote kans dat je dit artikel op je mobiele telefoon leest. We raken immers behoorlijk verslaafd aan onze smartphones. Onderzoeksresultaten  liegen er niet om. Tegelijkertijd loopt het aantal burn-outs en depressies onder alle leeftijdsgroepen op.

Meer stress, depressie, burn-outs en overgewicht: we worden letterlijk ziek van onze telefoons. Tijd voor actie!

Ik start hierbij de spel-actie: Wie dit leest moet iets doen (hashtag #wieditleest).

En jij mag meedoen!

Hoe werkt deze actie? 

Het is een leuk spel, met hele simpele spelregels. Je komt er zelf van in actie én je maakt ook nog een positief verschil in het leven van de mensen in je omgeving: win-win dus!

play-fun-blocks-block-591652

De spelregels zijn simpel!

De vier Spelregels: 

  1. Zodra je dit gelezen hebt, ga je direct een actie ondernemen.Dat mag van alles zijn: als je maar actief bent! Denk aan een wandeling, een bordspel, iets schoonmaken of opruimen, shoppen, je nagels lakken, touwtje springen, stofzuigen of gaan sporten.
    1. Vervolgens maak je een foto van je activiteit (of je laat iemand anders een foto maken), plaatst deze onder het Facebook bericht
    2. Je tagt meteen je vrienden, vriendinnen of familieleden. Hierbij schrijf je alleen: “Jij bent aan de beurt! Lees dit artikel.”
    3. Deze persoon is dan aan de beurt om in actie te komen, en doet hetzelfde!
       

    Heel veel succes en vooral plezier! Ik ben benieuwd naar je actieve foto!img_2712-2

    Groetjes,

    Chrisje

    Interview met Trendwatcher Lieke Lamb

    27751709_1996612403688422_2558537857180198047_n

    Trendwatcher Lieke Lamb voor RTL nieuws

    Ik sprak met Nederlands bekendste Trendwatcher: Lieke Lamb. Een veelzijdige vrouw: spreker, trendwatcher, radiobekendheid, columnist en mede-eigenaar van het bedrijf Trendwatcher.com, dat zij samen met haar man Richard runt. Daarbij is ze moeder van vier kinderen en hoofdredacteur van de websites www.balancebabes.com en mama.nl. Geboren in Rotterdam in 1973, werkend en wonend met Richard en hun vier kinderen in Wassenaar. Een getalenteerde zakenvrouw met een neus voor trends, maatschappij en technologie. 

    Je bent een veel gevraagd spreker. Hoe verliep jouw weg naar het podium?

    “In de begin periode van ons bedrijf ging ik zelf het podium niet op. Ik vond dat niets voor mij. Er kwamen echter steeds meer aanvragen binnen voor lezingen over vrouwenzaken, waarop ik besloot het toch te doen. Mijn eerste lezing was meteen een grote: een zaal vol vrouwelijke CEO’s; de lezing moest bovendien in het Engels gegeven worden. Een echte sprong in het diepe dus, ontzettend spannend om te doen. Richard heeft me hier vanuit zijn ervaring in begeleid; ik heb er geen trainingen voor gevolgd. Na een heleboel lezingen te hebben gegeven over vrouwenzaken zoals het glazen plafond, ben ik ook langzaam steeds meer lezingen gaan geven met een technische achtergrond: ook over zaken waarmee ik vanuit mijn andere werkzaamheden (bijvoorbeeld adviestrajecten) te maken had.  Richard heeft aan de TU Delft gestudeerd: hij heeft van huis uit die technische achtergrond. Ik ben veel praktischer ingesteld en maak de vertaalslag naar de maatschappij: wat betekenen al deze ontwikkelingen voor het dagelijks leven? Hoe passen we de nieuwe technologieën toe?”
    img_4705

    Hoe heeft jullie bedrijf zich ontwikkeld?

    “Als bedrijf zijn we snel gegroeid maar tegelijkertijd ook bewust klein gebleven. Er deden zich mooie kansen voor om ons bedrijf groter te maken, met een groter pand en personeel. Toch hebben we hier niet voor gekozen, ook vanwege onze vier kinderen. Ik ben naast zakenvrouw ook echt een familiemens. Mijn gezin staat voor mij altijd op één. Ik heb regelmatig nee gezegd tegen mooie carrière kansen. Ik zou dan zo veel in het buitenland moeten verblijven dat ik mijn kinderen amper zou zien. Dit was voor mij geen optie. Richard liet me hier overigens geheel vrij in: hij support alles wat ik wil doen.

    16105560_1552721784744155_8533150096816045241_n

    Lieke bij Omroep Max

    Je gezin staat dus echt altijd op nummer één.

    “Absoluut. Onze oudste dochter valt bijvoorbeeld buiten het onderwijssysteem. Wij hebben er een tijd voor gekozen haar toch zelf vanuit thuis  te gaan scholen. Dit jaar doet zij eindexamen aan het VMBO. Dat we haar op deze manier kunnen begeleiden kostte weliswaar veel tijd, maar ik zou het allemaal exact zo overdoen. Vanuit deze ervaring heb ik overigens ook de drive gevonden om het onderwijssysteem te wijzen op mogelijke verbeteringen. We moeten er voor vechten om kinderen die hun eigen manier van leren hebben, toch te laten leren.” 

    14947892_1461215817228086_5988439113813996392_n

    Samen wonen én werken. Is dat niet lastig? 

    “Toen Richard en ik elkaar leerden kennen was hij al bezig met het oprichten van een eigen bedrijf, ik ben er dus vanuit mijn studententijd direct in mee gegroeid. We gingen samenwonen vlakbij een bedrijventerrein, waar we letterlijk briefjes in de brievenbus stopten van bedrijven, met de mededeling dat ze een website moesten hebben en dat wij die konden maken. Achteraf zo leuk om aan terug te denken! Richard en ik werken goed samen, onze huiskamer is ingericht in een L-vorm, waarbij de punt van de L met een glazen deur is afgescheiden: daarin zit onze werk-cockpit zoals we deze altijd noemen. Hierin werken wij samen. We weten altijd precies met welke projecten de ander bezig is, we vullen elkaar goed aan. Richard geeft me alle ruimte om te groeien. Ook met het betreden van het podium voor lezingen heeft hij me altijd gestimuleerd en gemotiveerd. Hij is dan heel trots. Ik heb geen trainingen gevolgd in het geven van lezingen, maar voordat ik het podium zelf betrad had ik wel al talloze lezingen bijgewoond en geanalyseerd, van Richard en andere sprekers. Toch is het dan weer anders om het zelf te gaan doen! Op een podium staan is confronterend; je kunt last krijgen van je eigen onzekerheden. Ik ben over die onzekerheid heen gegroeid, enerzijds door het opbouwen van steeds meer expertise en kennis, maar ook door het simpelweg te blijven doen. Wat mij in het begin hielp, was doen alsof ik een actrice was die speelde dat ze een spreker was met jarenlange ervaring. Klinkt gek, maar dat werkte onwijs goed.”

    22688887_1866740123342318_2409836117543477088_n - kopie

    Wat is jouw grootste talent?

    “Met humor kort en krachtig informatie overbrengen. Daarnaast ben ik goed in het toepassen van de informatie op de luisteraar. Ik weet snel voor welk publiek ik spreek, wie mijn doelgroep is. Ik praat gemakkelijk, dat helpt. Ik zet de boodschap altijd duidelijk neer met concrete voorbeelden.”

    Je bent van heel veel markten thuis en doet ontzettend veel. Als je vanaf vandaag nog maar één ding mocht blijven doen, wat zou dat dan zijn?

    In het leven: Mijn kinderen begeleiden. Op werkgebied: Spreker zijn. Televisie maken is heel leuk maar ook eng: voor een zaal staan is veel fijner dan ik vroeger ooit zou hebben gedacht. De energie die je direct uit de zaal krijgt, de interactie met het publiek en daarop inspelen. Dat blijft uitdagend, ontzettend leuk en leerzaam. Een zaal meekrijgen geeft elke keer weer een enorme kick.”

    Je richt je in je werk ook op trends rondom de feminisering van de maatschappij. Waar moeten we dan aan denken?

    “Ik heb ontzettend veel lezingen gegeven over feminisering: lezingen over het glazen plafond en de work life balance. In eerste instantie was ik niet zo geëmancipeerd: ik was bijvoorbeeld de eerste van mijn vriendinnen die trouwde, ik nam Richards achternaam aan en startte als eerste met een gezin. Wel had ik een geëmancipeerde familie. Een van mijn tantes was zelfs een van de eerste gynaecologen in Nederland. Mijn moeder hamerde er ook altijd op dat vrouwen hun eigen broek moesten kunnen ophouden: mijn zus ging dan ook medicijnen studeren en werd huisarts. In de loop der jaren ben ik gegroeid in mijn emancipatie; door de lezingen die ik bijwoonde én zelf gaf, ging ik steeds meer nadenken over feminisering. Ik vind het belangrijk om onderwerpen bespreekbaar te blijven maken. Ik ben daar ook ontzettend mee aan de slag gegaan in de periode dat ik lezingen over deze onderwerpen gaf en heb een enorme liefde voor vrouwen vanuit de historie die iets groots hebben gepresteerd. Deze voorbeelden gebruikte ik dan ook in mijn lezingen. De maatschappij richt zich op een bepaalde manier in; ik vind het dan interessant om te kijken naar of iets heel gefeminiseerd of juist heel onderdanig is? Waar ligt de grens?”

    23905636_1907024252647238_3138319992146646327_nWat is jullie toekomstvisie?

    “Elk jaar geven wij een trendverwachting uit (gratis te downloaden op Trends2018.nl) waarin we ontwikkelingen samenvatten en op papier zetten. Richard en ik worden vaak geleefd door ons bedrijf en gezin. Eigenlijk willen we graag voor ons eigen bedrijf eens een heidag organiseren om met zijn tweeën onze toekomstvisie ook helder in kaart te brengen, maar het komt er tot nu toe nog niet van. Van de andere kant zijn we allebei ook erg flexibel en blij met hoe goed we kunnen inspelen op de behoefte vanuit de markt. Daar ligt ook onze kracht: we kijken wat er op ons pad komt. Zo vond ik het bijvoorbeeld fantastisch toen ik  politici mocht onderwijzen over wat er op technologisch gebied gebeurt: dit was echt onwijs gaaf om te doen en leverde weer een bak aan kennis en ervaring op. Onze manier van werken in combinatie met dat we klein zijn gebleven, maakt ons erg flexibel en snel. 

    Die flexibiliteit past dus echt bij je bedrijf.

    “Absoluut. Ook op persoonlijk vlak bleken we overigens enorm flexibel te zijn:  Vorig jaar hadden we een grote brand in ons huis, waardoor we acht maanden lang met ons gezin en bedrijf in andere huizen moesten bivakkeren. We hebben in die periode echt per dag geleefd. We moesten wel: iedere dag was het weer afwachten of het huis waar we in woonden nog wel beschikbaar zou zijn. Het was lange tijd ook maar afwachten wanneer ons eigen huis weer bewoonbaar zou zijn. Mijn kracht is om daar dan ook weer iets leerzaams uit halen. Ik vond het een waardevolle ervaring om mee te maken. Ik heb Syrische mensen Nederlandse les gegeven, die alles achter hadden moeten laten. Pas toen ons eigen huis in brand vloog, we onze eigen spullen kwijt waren, voelde ik zelf hoe je blijkbaar dus toch hecht aan je huis en spullen. Hier heb ik heel veel met de Syrische mensen over gepraat: zij lieten niet alleen hun huis achter, maar maakten daarbij natuurlijk ook nog verschrikkelijke dingen mee. Het relativeert je eigen situatie.”

    Wat kunnen we nog verwachten? 

    “We zijn momenteel bezig met de opstart van www.Trendwatcher.TV, omdat we zien dat veel kleine bedrijven zoeken naar een uitlaatklep in de media om zich te uiten. We willen via een eigen kanaal, Trendwatcher TV, bedrijven de kans geven om hun verhaal te doen.”

    Voor meer informatie over Lieke en haar werk kun je terecht op haar website, www.liekelamb.nl

    De Vooruitgang Eindhoven: bijna 24/7 genieten!

    Ik ben de afgelopen jaren twee keer in Eindhoven geweest met vriendinnen: met de gezellige markt, vele eet- en uitgaansgelegenheden is er altijd wel iets leuks te doen.

    Maar gedurende mijn twee bezoeken aan deze gezellige én grootste Brabantse stad viel me op dat er op de markt een gelegenheid is waar je bijna vierentwintig uur per dag terecht kunt voor wat je maar wilt: De Vooruitgang.

    En met wat je maar wilt bedoel ik wat de gemiddelde toerist maar wilt:

    • Ontbijt
    • Lunch
    • Avondeten
    • Terras
    • Loungen
    • Stappen

    In het weekend kun je er van 10.00 tot 03.00 terecht voor al het hierboven genoemde.

    Het terras is al erg gezellig met een mooi uitzicht op de markt, maar als je naar binnen gaat blaast het interieur je wel van je sokken.

    Het is van binnen op zijn zachtst gezegd ontzettend groot, maar toch nog steeds heel gezellig ingericht. De bediening is bovendien erg vriendelijk en professioneel.

    Het eten dat – zonder lang te wachten – de keuken uit komt is overigens ook aan te raden: of je nu een salade wilt eten, een uitsmijter, nacho’s of een uitgebreid avondmaal: alles is meer dan smakelijk.

    In de avonduren worden de tafels aan de kant gezet en wordt plaats gemaakt om te dansen: de DJ staat naast de bar paraat. Zelfs tijdens de drukste uren hoef je aan de bar niet langer dan nodig te wachten op je drankje.

    De Vooruitgang heeft wat mij betreft alle ingrediënten van een succesvolle uitgaansgelegenheid, het personeel dat daarbij past en er heerst een sfeer waardoor je vanzelf weer terug wilt komen.

    Bezoek hier de Facebook pagina van De Vooruitgang.

    Whatsapp versus Telegram: welke app is fijner?

    Voor chatten gebruik ik twee apps: Whatsapp en Telegram. De meeste mensen gebruiken Whatsapp, maar persoonlijk vind ik Telegram veel fijner.

    De opties van Telegram zijn bovendien uitgebreider: zo kun je in deze app werken met usernames, niet alleen spraakberichten maar ook videoberichten sturen (met geluid) en geheime chats gebruiken. Ook zijn er meer smiley soorten die je kunt gebruiken.

    Wel heb ik gemerkt dat Telegram “zich vaker ophangt” dan Whatsapp.

    Ik ben wel benieuwd: Welke app gebruiken jullie het liefst? En waarom? Laat het me weten in een reactie!

    💋💋💋

    Chrisje

    Waarom mannen vrouwen niet begrijpen

    Sorry dames, maar ik snap wel waarom mannen vrouwen soms niet begrijpen. Mannen zijn over het algemeen wat rationeler ingesteld en vinden duidelijkheid prettig. Zeg nou zelf: Een demonstratief geplaatste toiletrol op de trap is toch vooral leuk om overheen te springen?

    Mannen willen gewoon dat vrouwen duidelijk zijn. Duidelijke vragen stellen. Dan zeggen zij daar ja of nee op. Niet zo moeilijk, toch?
    En wat doen wij vrouwen?
    Wij stellen geen duidelijke vragen. Wij geven HINTS.

    We gaan op de bank zitten, het ene been over het andere, wiebelen onrustig heen en weer. En we zuchten. We zuchten wat af. We zuchten net zo lang en net zo hard, totdat de man wel moet opkijken van zijn gadget.

    Dan vraagt de man, terwijl zijn laatste Angry Bird door de lucht vliegt: “Is er iets?”
    Als we het echt op onze heupen hebben, zeggen we dan eerst: “Nee, er is niks, hoor.” met bijbehorende pruillip en blik richting parketvloer of nagels.

    De man denkt dan: Mooi. Er is niks. En katapulteert vrolijk weer een vogel op zijn touchscreen. Ondertussen ontploffen wij bijna, want natúúrlijk is er wel iets, ziet hij dat dan niet?

    Nee, dat ziet hij niet.
    Hij werd gestoord omdat we wat harder ademden, maar toen hij ons vroeg of er iets was, zeiden wij nee. Daarmee is de kous af.
    En natuurlijk is die kous niet af.
    We HINTEN. We hopen dat hij onze lichaamstaal leest, dat hij in de oeverloze diepte van onze ogen kijkt en zegt “Schat, lieverd, ik zíe aan je dat er iets is, hoe kan ik je dag op empatische wijze weer goed maken?”

    Maar dat doet hij meestal niet. Niet omdat hij niet wil: hij is zich gewoon van geen kwaad bewust. En dat Kwaad, waar hij zich niet van bewust is, zit naast hem op de bank, te wiebelen met haar pumps. Het wordt steeds kwader. Als we dan nog niet snappen hoe mannen communiceren, zuchten we nog eens heel diep, staan we demonstratief op, lopen we – onze hakken in het parket borend –  naar de keuken, waar we luidruchtig de vaatwasser gaan staan in- of uitruimen. Daarbij laten we pannen extra hard in de kast kledderen, kijken we van hoe ver af we het bestek in de besteklade kunnen mikken, en als we écht irritant zijn – en dat zijn we soms – mompelen we ook nog wat binnensmonds, net hard genoeg dat hij het kan horen, maar te zacht om te verstaan.

    Soms schrikt de man dan op van zijn Angry Birds spelletje, door zijn eigen vleesgeworden angry bird, die in de keuken smijt met pasta-tangen en bakjes. Hij denkt dan, huh, er was toch niks, waarom is ze dan zo luidruchtig bezig? en krabt zich eens achter zijn oor. Als hij niet al te bang aangelegd is voor lichamelijk letsel, brengt hij zijn gadget in veiligheid en durft hij de keuken in te komen lopen om te vragen of het gaat.

    En dan, nou, dan is het prijs.
    De man staat niets vermoedend te kijken terwijl de tsunami achter hem opdoemt en losbreekt. Een stortvloed van verwijten, die zich uren, dagen, weken, of zelfs jarenlang hebben opgehoopt, wordt in één keer op die arme kerel losgelaten. “Natuurlijk gaat het niet!” schalt het door de keuken, gevolgd door een stroom van verwijten, meestal opgebouwd in de loop van de dag – en als we het echt op onze heupen hebben, zit in de stroom van verwijten nog een aantal verwijten van vorige week, vorige maand, die ene keer dat hij flirtte in de Efteling, of een oude koe van tien jaar geleden.

    De man vraagt zich af waar dit alles in godsnaam vandaan komt, en hoe het kan dat zijn anders toch best lieve en redelijke vrouw nu door de keuken raast als een oververhitte vrouwelijke Donald Trump. Hij snapt niet waar ze het vandaan haalt, al die verwijten, en wat hij in vredesnaam misdaan heeft. Bovendien had hij bijna level 32 van Angry Birds gehaald, en dat wil hij eigenlijk graag af gaan maken.

    Maar de vrouw interesseert zich niet voor zijn gadget of vogels; zij weet weet wél wat hij misdaan heeft. Ze zal het hem eens haarfijn uitleggen, nu ze toch bezig is. Aan het einde van zo’n tsunami – die opvallend vaak voorkomen tijdens de hormonale, maandelijkse death wish dagen – laat ze de man verbouwereerd achter, terwijl ze haar heus gaat snuiten op het toilet, en vraagt hij zich af hoe zijn leven er uit zal zien als vrijgezel. De vrouw echter, is de tsunami kwijt, voelt zich wellicht ook een tikkeltje schuldig, want zo kwaad had ze het nou ook weer niet bedoeld.

    Mannen zeggen meestal direct wat hen dwars zit. Ik vind dat heerlijk.
    Vrouwen zijn daar soms een beetje jaloers op. Want de hele week rondlopen met zo’n opgebouwde tsunami van in je buik, dat is niet fijn hoor. Dat blijft borrelen, en ten slotte, tja, dan moet-ie er uit. De vraag is alleen wanneer. Vrouwen spelen fervent hints met mannen, maar het spelletje wordt nooit echt begrepen aan de andere kant.
    Als wij zeggen “Pffff, de zolder moet weer eens opgeruimd worden.” denken mannen “Daar heeft ze gelijk in.” en hij gaat verder met zijn denkbeeldige vechtscène in Modern Warfare.

    Hij gaat echter op geen enkele wijze er van uit dat wij daar mee bedoelen “JIJ moet de zolder weer eens opruimen. En met weer eens bedoel ik NU.” Aangezien we geen vraagteken achter de zin zetten, voelt hij zich in het geheel niet aangesproken. En als we heel eerlijk zijn, is dat ook niet zo gek. Want als we willen dat hij iets doet, waarom vrágen we het dan niet gewoon? Hij denkt dat we gewoon een feit constateren. En mannen zijn de flauwste niet: dat mag!

    Enfin. Om een lang verhaal niet nog langer te maken, snap ik dus wel, dat mannen ons soms niet begrijpen. Godzijdank kunnen we ondanks alle emancipatie toch nog best lief zijn, die andere 28 dagen van de maand. Genoeg tijd voor de man om weer op te laden en de vrouw om verwijten te verzamelen voor de volgende keer.

    Verslag van De Luizenmoeder, aflevering 4: Laat ze maar glanzen!

    Voor Luizenmoeders en andere wezens die de laatste aflevering van De Luizenmoeder gemist hebben, hier de samenvatting:

    De nieuwe snuffelstagiaire, Bobby, mag de hele dag meelopen met de directeur. Want, zoals Anton zelf zegt: Kinderen zijn ruwe diamanten die we mogen slijpen tot blinkende, glimmende kanjers. Bobby hangt letterlijk aan zijn lippen, maar met haar neus valt ze in de boter, want: de tienminutengesprekken zijn vanavond! Anton regelt zelfs, als de glanzende kanjer die hij is, met haar thuisfront dat ze tot ruim na haar bedtijd mag blijven vandaag, zodat Bobby mee mag genieten van de allernieuwste onderwijsmethode: de glansmethode. Zo kan hij haar de hele dag laten meegenieten van al zijn zorgvuldig opgebouwde, oeverloze kennis en ervaring. En als kers op de taart natuurlijk van zijn geweldige people skills.

    luizenmoederLief-en-leedpotje
    Ondertussen wordt op het schoolplein druk geroddeld over het lief-en-leedpotje. Terwijl ze dat absoluut niet wil, wordt Hannah verantwoordelijk gemaakt voor dit potje. Terwijl Anton snuffelBobby de nieuwe glansmethode aan elkaar laat nieten terwijl ze over de tafel heen bukt, kijkt hij toe vanuit zijn stoel en praat hij haar bij over hoe jong hij innerlijk nog is. Juf Ank verstoort op brute wijze de ontluikende romance door snuffelBobby te attenderen op haar eigen truitje. Als Juf Ank de glansmethode weigert te gebruiken, ontsnapt snuffelBobby uit het kantoor van Anton.

    Scheiding in het klaslokaal
    De ouderraad maakt zich ondertussen vreselijk onnodig druk om futiliteiten rondom de tienminutengesprekkenavond. Juf Ank krijgt privé bezoek op haar werk; haar echtgenoot – Bert – komt haar vlak voor het begin van de schooldag vertellen dat hij haar niet meer wil. Wat hij wel wil, is werken aan zichzelf. Zonder haar. Juf Ank sterft een beetje af van binnen, terwijl de ouders versteld staan van het feit dat juf Ank überhaupt een man heeft. Met priemende ogen in haar rug bespreekt juf Ank haar huwelijksproblemen, seconden voor de klas vol zal stromen met glanzende, blinkende kanjers. Terwijl haar echtgenoot af taait en juf Ank van binnen nog een beetje meer afsterft, heet ze de kinderen welkom met haar welkomstliedje. “Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent…”

    SnuffelBobby
    Anton zoekt achter zijn geslachtsdeel aan naarstig naar snuffelBobby, zodat hij haar nog meer imponeren met zijn oeverloze kennis. Ondertussen probeert hij Nancy af te schudden, die er over klaagt dat niet iedereen luistert als zij mensen haar wil de strot af probeert te duwen. Hannah komt haast niet weg van het schoolplein, terwijl ze uitgehoord wordt over de nieuwe vriendin van haar ex, die vanavond plots ook bij het tienminutengesprek aanwezig zal zijn. Anton vindt ondertussen zijn Bobby weer terug: ze heeft zich inmiddels helemaal verdiept in de glansmethode! In snuffelBobby vindt Anton eindelijk wat hij verdient: een aanbiddende stagiaire die hem wel nog aanbidt en die bovendien zijn nieuwe methode wel serieus neemt, terwijl hij dat laatste stiekem bij haar wil doen.

    Empathie
    Hannah wordt ondertussen verder bedolven onder ongevraagde empathie op het schoolplein, omdat iedereen al heeft gehoord dat de nieuwe vriendin van haar ex mee komt vanavond. Anton vertelt snuffelBobby in een intiem één op één gesprek dat ze mag Glanzen. “Glans maar,” zegt hij bemoedigend, waarna snuffelBobby zichzelf op hem werpt, omdat ze zich logischerwijs niet langer kon beheersen. Gelukkig wordt deze pijnlijke integriteitskwestie net op tijd in de kiem gesmoord: Volkert komt binnen. SnuffelBobby is er helemaal stuk van, maar Anton lost dit op subtiele wijze op door haar schouder half uit de kom te slaan in een poging om haar gerust te stellen. Als Anton handig door Volkert gechanteerd wordt tot het afwijken van de traditie, wordt besloten dat er dit keer een bar en live muziek zullen zijn tijdens de tienminutengesprekkenavond, verklaart hij dit aan de ouderraad door te vertellen hoe belangrijk hij gezelligheid vindt op school.

    Bipolair en de eierwekker
    Tijdens de tienminutengesprekken vertelt een moeder in tranen over haar bipolaire stoornis en eenzaamheid. Dit is natuurlijk een ideaal moment voor Anton om indruk te maken met zijn glansmethode. Op ongepaste wijze neemt hij het gesprek over, door moeder te stimuleren om te glanzen. Helaas krijgt deze huilende moeder niet lang de kans om lang te glanzen, want na een minuut gaat de eierwekker al. De tijd is om! SnuffelBobby begint zich langzaam af te vragen in wat voor situatie ze terecht gekomen: de glans begint al wat van Anton af te gaan.

    Held juf Ank
    Hannah gaat met frisse tegenzin rond met het lief en leed potje, waarbij ze onverwacht veel geld ophaalt, omdat iedereen haar zielig vindt. Terwijl ze dit doet, verschijnen achter haar de Ex en zijn nieuwe Liefste ten tonele. De ouders nemen het unaniem voor Hannah op. Tijdens het volgende tienminutengesprek dat Anton voert, samen met zijn snuffelBobby, komt hij er na veel te veel privé gegevens te hebben gedeeld achter dat het niet over het kind van die vader gaat. Over het echte kind kan echter niet meer gesproken worden, want de eierwekker gaat. De tijd is om!
    Juf Ank houdt het tienminutengesprek met Hannah en haar Ex-met-nieuwe-Liefde. Als de Ex wat dingen vertelt over Floor (dus niet Floortje, nee, Floor), neemt juf Ank het voor Hannah op, door Ex er op te wijzen dat Floor misschien wel ander gedrag laat zien omdat ze bang is om voor een tweede keer haar vader te verliezen. Terwijl haar ogen vuur spuwen, vertelt juf Ank aan Ex dat Floor misschien wel zo lief doet, omdat haar vader een nieuwe vriendin heeft en wil doen alsof alles goed gaat, omdat hij zich niet schuldig wilt voelen. Hannah blijft verbaasd achter, terwijl Ex afdruipt met zijn verbouwereerde nieuwe liefde.
    Juf Ank sterft nog steeds een beetje van binnen, tussen de gesprekken door.

    Eind goed, al goed
    SnuffelBobby sluit haar snuffelstage verrassend genoeg af met een acht, of nee, toch een negen! Ze is kei-trots op haar prestatie, en bovendien blij met de vele mensen die haar vandaag gecomplimenteerd hebben om haar strakke truitje. Door de aanwezigheid van een bar en de overall compleet andere aanpak van de tienminutengesprekkenavond, is er een flink rommeltje ontstaan, maar dat is niet erg: Volkert besluit dat Anton dit wel kan opruimen. Dit wil Anton natuurlijk niet, maar het moet, omdat Volkert hem chanteert nadat hij hem betrapte met zijn op verkeerde plekken snuffelende stagiaire.
    Hannah vindt ten slotte een goede bestemming voor het lief en leed potje: juf Ank. Met een bos bloemen en een fles wijn bedankt ze juf Ank voor haar moedige actie.

    img_3512Volgende week: Sinterklaas wordt aangepast tot Winterklaas!

    Zorgvuldig voor u samengevat door: Chrisje. 

    2B06A40F-3780-4EE8-9FAF-B8051E1A6025

    Zo herken je een manipulator

    Manipumanipulatorleren. Het gebeurt zo slinks, dat je het vaak niet eens in de gaten hebt. Daarbij heb je het vaak pas door als het te laat is: Mensen die graag en veel manipuleren  pikken jou er uit in een ruimte vol mensen. Daar hoef je overigens geen woord voor te zeggen: Je hulpvaardige, zorgzame en vriendelijke uitstraling hebben daar waarschijnlijk al voor gezorgd voordat jij hallo zegt.

    Iedereen manipuleert wel eens. Iedereen liegt ook wel eens. Maar waar een weldenkend mens last krijgt van zijn of haar geweten als dit te ver gaat, gaat een echte manipulator onverstoorbaar door. Als je niet op let, vreet het jouw energie weg, net zolang totdat deze op is of je het door krijgt.

    Manipulators kom je overal tegen: dat kan op je school, werk of in je privé situatie zijn. Ze kunnen bovendien gemakkelijk diverse gedaantes aannemen: lief en charmant, maar ook verwijtend of zelfs boos: dit hangt af van wat men precies van jou gedaan wil krijgen én hoe ze dat het best denken te bereiken. Waar manipulators in uitblinken, is het uitbuiten van situaties en mensen. Meestal smeren ze je veelvuldig stroop om de mond en word je op handen gedragen: ze willen immers iets van je.

    Jij hebt iets wat zij willen, dus zetten ze een uitgebreid charme offensief in.

    Dit doen ze net zo lang als nodig is. Net zo lang totdat het werkt. Doorzie je dit niet tijdig, dan heb je een groot probleem. Plotseling kun je jezelf in een situatie bevinden waar je uit jezelf nooit in zou zijn gestapt. Vaak heb je het echter pas door als het al te laat is. Het herkennen van manipulatie is daarom ontzettend belangrijk, vooral voor hulpvaardige, empathische mensen met een groot hart.

    We kennen ze allemaal wel: energiezuigers. Mensen die continu van hun probleem jouw probleem proberen te maken. Dit kunnen ze overigens ook onbewust doen: vaak is het een gedragspatroon dat ingesleten is omdat het ooit bleek te werken. 

    Manipulatoren maken van hun probleem jouw probleem met verschillende redenen:

    • De manipulator wil jouw aandacht, dus bedenkt hij een probleem, zodat jij dat op kan lossen. Als je dit vaak meemaakt, spreekt de manipulator jou aan op jouw hulpvaardigheid en empathie. Overkomt dit jou, dan is het goed om in gedachten te houden dat volwassen mensen stuk voor stuk verantwoordelijk zijn voor hun eigen problemen. Natuurlijk kun je mensen wel eens met iets helpen. Maar als iemand problemen op jou af blijft vuren met de verwachting dat jij het voor hem oplost, heb je vaak te maken met een manipulator. In dat geval kun je best even adviseren, maar je hoeft helemaal niets op te lossen: het is immers niet jouw probleem. Je kunt betrokkenheid tonen, en toch de verantwoordelijkheid daar laten liggen waar die thuis hoort.
    • Hij wil dat je iets voor hem doet, dus vertelt hij jou hoe ontzettend goed jij bent in juist dat ene ding, en hoe slecht hij er in is…. dus… zou jij dit misschien willen doen? Als dit eenmalig gebeurt, is er vaak niets aan de hand. Maar als je dit met één persoon wel erg vaak meemaakt, heb je meestal te maken met een manipulator die jouw ego streelt om te krijgen wat hij wil:
      • dat jij zijn werk voor hem doet,
      • dat jij zijn probleem oplost (zie punt 1) of
      • dat hij zijn zin krijgt.

    Hij maakt daarbij dankbaar gebruik van jouw inlevingsvermogen en streelt tegelijkertijd je ego zodanig, dat het moeilijk wordt om nog nee te zeggen. Toch is nee zeggen altijd een optie. Dit kan ook in de vorm van een spiegeltechniek: “Goh, dat klopt, ik ben daar inderdaad goed in. Maar ik weet zeker dat het jou ook gaat lukken. Ik heb het mezelf immers ook geleerd door te oefenen.” En hop, zo leg je de bal weer terug. Jij bent immers (zie punt 1) alleen verantwoordelijk voor jouw eigen leven en jouw eigen verantwoordelijkheden.

    Als je merkt dat je vaak het werk van anderen op aan het knappen bent of dat problemen jouw kant uit geschoven worden, heb je waarschijnlijk te maken met mensen die donders goed weten hoe lief en zorgzaam jij bent, en daar dankbaar gebruik (of misbruik) van maken.

    Een simpele truc om te testen of je met een manipulator te maken hebt?
    Los eens een paar weken geen enkel probleem meer voor hem op. Hoor je na een paar weken steeds minder? Dan heeft de manipulator waarschijnlijk gemerkt dat hij bij jou geen antwoord meer krijgt en al een nieuw slachtoffer gevonden, die er wel nog intrapt.

     

    Hoe goed kun jij tegen kritiek?

    Kritiek: we geven het graag, maar kritiek krijgen, dat is vaak een heel ander verhaal.

    Overal waar je komt kun je kritiek krijgen: thuis, van je partner, op je werk, of zelfs van vreemden in het openbaar. Kritiek krijgen kan een vervelend gevoel oproepen: met name als deze niet zo prettig gebracht wordt.

    Jezelf ontwikkelen

    Toch is het goed leren ontvangen van kritiek een manier om jezelf positief te ontwikkelen. Niet alle kritiek is terecht; het is dan ook goed om kritisch (haha) te bepalen van wie je kritiek wil ontvangen.

    Herhaalde kritiek

    Als je bepaalde kritiek meerdere keren te horen krijgt, bijvoorbeeld dat je slecht luistert, dan is dit vaak een teken dat je daar bijvoorbeeld toch beter wel naar kunt luisteren.

    Dat doe ik helemaal niet!

    Veel mensen zijn geneigd bij het ontvangen van kritiek meteen in de verdediging te gaan. Dit is een menselijke, maar emotionele reactie op het gevoel dat je aangevallen wordt. Het is goed om je op zo’n momenten af te vragen:

    1. Word ik echt aangevallen?
    2. Zit er een kern van waarheid in de kritiek die ik krijg?
    3. Reageer ik nu op een redelijke manier of vanuit emoties?

    Koop tijd

    Weet je niet goed wat je aan moet met de ontvangen kritiek? Dat is helemaal niet erg. Bedank je gesprekspartner voor zijn eerlijkheid en geef aan dat je even wilt nadenken over wat je te horen hebt gekregen. Zo voorkom je dat je vanuit een emotie over-reageert en kun je er op een rustig moment even over nadenken.

    Je hoeft niet altijd direct te reageren.

    Oneens?

    Zo veel mensen, zo veel meningen. Ben je het – ook na een moment van reflectie – oneens met de ontvangen kritiek? Je kunt er dan voor kiezen om de ontvangen kritiek naast je neer te leggen, of om de kritiek gever aan te spreken om desgewenst te onderbouwen waarom jij het oneens bent. Vraag je hierbij wel af, of je eerlijk en neutraal naar jezelf gekeken hebt: dit is namelijk heel moeilijk voor mensen; hun eigen gedrag objectief beoordelen. Vraag als je daar behoefte aan hebt de verzender om nadere toelichting. Misschien berust de kritiek wel op een misverstand, dat je gemakkelijk uit de weg kunt helpen.

    Onterechte kritiek

    Soms is kritiek echt onterecht. Sommige mensen zijn geneigd veel kritiek te gaan uiten op mensen met eigenschappen die hun jaloezie opwekken, of die gedrag vertonen dat ze zelf benijden. Als je merkt dat iemand vooral kritiek geeft om het kritiek geven, kun je wederom de kritiek naast je neerleggen, of zelf kritisch doorvragen bij de verzender wat nu precies het probleem is. Hoe ga jij om met kritiek? Geef je zelf veel kritiek aan anderen? Reageer jij verdedigend vanuit emotie op ontvangen kritiek? Laat het weten in een reactie!

    Ik werd gepest: Geef meer positieve aandacht aan pestende kinderen!

    pestenIk werd als kind gepest. Jaren lang. Op de basisschool.

    Wat dit met me deed als kind, is moeilijk te beschrijven: het is ook lastig uit te leggen aan iemand die nooit gepest werd. Structureel gepest worden zorgt er voor dat je je als kind (of volwassene) nooit helemaal veilig voelt in je omgeving, waar je vijf dagen per week verblijft.

    Alsof je verplicht wordt vijf dagen per week de hele dag een dreiging te voelen. Wanneer begint het weer? Ben ik wel veilig in de pauze? Wat gaan ze nu weer doen? Je voelt je ongemakkelijk, ongewild, intens ongelukkig en in het beste geval niet welkom in je omgeving. Pesten maakt heel wat kapot, en als het tijdens je jeugd gebeurt vormt het je, want het overkomt je immers terwijl je zelf letterlijk nog in ontwikkeling bent.

    Een op de tien kinderen in Nederland wordt gepest. Scholen zijn wettelijk verplicht om pesten tegen te gaan. Toch gebeurt het nog steeds, en beperkt het zich lang niet alleen tot het schoolplein: met de komst van de mobiele telefoon heeft het pesten zich verplaatst naar de cyber-omgeving, wat het nog moeilijker maakt om deze vorm van geweld (want dat is pesten) te herkennen en aan te pakken.

    Ik kan me herinneren dat ik op zondag vaak de hele dag op zag tegen maandag. Het idee dat het gepest de dag er na weer zou beginnen, zorgde er voor dat ik op zag tegen maandag, uit keek naar weekenden en vakanties, en in mijn bed stiekem lag te wensen dat er een magische oplossing zou komen voor mijn probleem. Ik praatte er thuis ook niet over: ik was bang dat mijn ouders dan naar school zouden stappen en dat zou het alleen nog maar erger maken, dacht ik.

    Het beste kon ik er maar over zwijgen en het ondergaan.

    Veilige omgeving
    Toen ik naar de middelbare school ging, veranderde alles. Plotseling kwam ik in een hele andere omgeving terecht. Die kinderen wisten niet dat ik gepest werd op mijn vorige school. Ik voelde me alsof ik ontsnapt was uit een gevangenis, zo blij. Hier was ik niet het gepeste kind, hier kon ik opnieuw beginnen! En dat deed ik. Mijn middelbare schooltijd was een van de mooiste periodes uit mijn leven. Ik maakte veel vrienden en vriendinnen, zat bij toneel, de redactie van de schoolkrant, zong zelfs in een band terwijl ik niet kon zingen. De middelbare school was een geweldige plek, omdat mijn zelfvertrouwen daar eindelijk kon groeien. Omdat ik me er thuis voelde, welkom én veilig.

    Dé oplossing tegen pesten bestaat niet
    Er is niet één pasklare oplossing tegen pesten. Er is geen magische sleutel die alles oplost. Kinderen (en sommige volwassenen..) hebben simpelweg nog niet het inlevingsvermogen ontwikkeld om te voelen wat ze een ander kind aandoen met hun pesten. Ze zien het als een spelletje: die ga ik pesten want die is heel lief, dus die huilt snel. Of: die ga ik pesten want dan leid ik de aandacht af van dat ik zelf onzeker ben. Heel basaal. Want het inlevingsvermogen om te voelen wat je slachtoffer voelt, dat is er simpelweg (nog) niet.

    Pesten is een symptoom
    Het is goed dat de overheid scholen wettelijk verplicht pesten aan te pakken. Ook ouders hebben hier in een taak en verantwoordelijkheid. Niemand wil dat zijn kind pest, en niemand wil dat zijn kind gepest wordt: beide situaties zijn voor ouders ook niet fijn. Oplossingen in de vorm van een goede communicatie tussen ouders en school, de leerkracht zelf die pesten signaleert en aanpakt, de overheid die er op toe ziet dat scholen hun wettelijke plicht nakomen, zijn goed en belangrijk. Maar het dekt de lading nog niet helemaal.

    Geef meer aandacht aan het pestende kind!
    Hoe tegenstrijdig het ook klinkt, aangezien ik zelf slachtoffer van pesten ben: ik wil het opnemen voor het pestende kind. Niet alleen het slachtoffer van pesten heeft aandacht nodig, het pestende kind heeft minstens net zo veel aandacht nodig. Besteed dus meer aandacht aan het pestende kind, en het pesten stopt. Dat klinkt misschien raar. Toch meen ik ieder woord er van. Pestende kinderen hebben namelijk die positieve aandacht het hardst nodig.

    Auto-ongeluk
    Als er een auto-ongeluk gebeurt, gaat er in de crisis meteen alle aandacht naar de slachtoffers. Zij moeten immers in veiligheid gebracht worden, of acuut verzorgd worden. Dit is goed. Maar geen positieve aandacht besteden aan de pester, is hetzelfde als honderd ongelukken opruimen en niet kijken naar de verkeerssituatie: je lost het probleem achter het probleem niet op, dus blijven er botsingen plaatsvinden.

     Pesten is niet meer en niet minder dan een symptoom
    Als er kinderen gepest worden, gaat dus vaak automatisch alle aandacht naar het slachtoffer. Dat is begrijpelijk, en het gepeste kind heeft die (na)zorg ook hard nodig.

    Maar ook het pestende kind heeft zorg nodig.

    Het pestende kind, daar weet men niet zo goed mee om te gaan. Ouders van het pestende kind schamen zich wellicht, of weten niet goed wat ze kunnen doen omdat het kind thuis gewoon lief is. Het ligt vaak heel gevoelig en is een pijnlijke kwestie. We stoppen het het liefst weg.

    We weten niet goed hoe te reageren, behalve boos en straffend. Terwijl juist dat het pesten alleen maar erger maakt.
    Een pester met weinig inlevingsvermogen of een laag zelfbeeld zal daarna alleen maar denken: door hem of haar (het gepeste kind) heb ik nu straf gekregen. En in het ergste geval denkt het kind: dit (straf) overkomt mij door hem of haar, dus die zal ik eens een lesje leren. En zo begint het hele probleem weer van voren af aan.

    Terwijl juist dáár de kracht ligt van het terugdringen van pesten. Een kind dat pest heeft óók een probleem. Minstens net zo groot als dat van het slachtoffer. Het enige wat het pestende kind doet, is zijn probleem proberen door te geven aan een slachtoffer. Blijkbaar weet het niet hoe het zelf zijn probleem moet oplossen, dus gaat het negatief aandacht vragen. Wat het probleem is van het pestende kind, kan variëren: Het kan thuis problemen hebben, zelf ooit gepest zijn en nu zelf pesten als tegenreactie, het kan heel onzeker zijn, zich lelijk voelen en een knap kind gaan pesten, zich dom voelen en uit jaloezie een slim kind gaan pesten, het kan wat hulp nodig hebben met het  ontwikkelen van zelfvertrouwen.

    Dus in plaats van het kind dat gepest wordt alle aandacht te geven, zeg ik als slachtoffer: verplaats een groot deel van die aandacht op een positieve manier naar de pester, en je dringt vanzelf het pesten terug. Pesten is niets meer en niets minder dan op een negatieve manier aandacht vragen.

    Als daar mee omgegaan wordt op een consequente maar liefdevolle manier, wordt het probleem van het pestende kind opgelost of beter te hanteren. Als het pestende kind zich prettiger gaat voelen, zal het het pesten niet meer nodig hebben. 

    Burn-out is voor people-pleasers die geen prioriteiten kunnen stellen

    Mensen met een burn-out komen vaak met één harde klap tot stilstand. Als een auto waar te lang niet mee getankt werd: opeens is de brandstof op. Het is acuut: opeens kun je nergens meer naar toe, totdat op zijn minst de energie wordt aangevuld.

    Op het moment dat het mij overkwam, gebeurde precies dat. Mijn breinkneuzing, noem ik het wel eens gekscherend. Maar in feite is dit geen grapje, want zo heb ik het echt ervaren: alsof mijn brein gekneusd was. Ik had al een paar dagen een forse hoofdpijn en last van duizeligheid, toen mijn benzinetank definitief leeg bleek te zijn. Ik wankelde ook al een paar dagen letterlijk op mijn benen: ik moest soms letterlijk houvast zoeken: tafels, stoelen en muren om tegen te leunen – om overeind te blijven staan. Een hele vreemde gewaarwording, waar ik op dat moment totaal niets van begreep: dit had ik nog nooit meegemaakt.

    Opeens was de tank leeg. Prompt viel al mijn jarenlang geoefend, sociaal wenselijk gedrag weg. Ik kon letterlijk niet meer op mijn benen blijven staan, geen vraag meer beantwoorden.

    En dan zit je thuis, met je goede gedrag
    Dus daar zat ik dan, met mijn goede gedrag: thuis, volkomen overstuur. Ik had geen idee wat ik moest doen. Ik zag het leven overigens wel nog zitten; depressief heb ik me niet gevoeld. Sterker nog, ik leef echt graag. Ik hou van het leven. En ik hou van mensen. Sterker nog; ik leef zo graag en hou zo van mensen, dat ik mede daardoor burn-out raakte. Ik ben van nature een positief, vrolijk en energiek mens. Hoe kwam ik dan in vredesnaam opeens thuis te zitten? Hoe kon het dat ik in een klap van moeiteloos multi-tasken naar volledig opgebrand op de bank was gegaan?

    Hoe kon het dat ik – als liefhebber van mensen – opeens totaal geen mensen meer kon verdragen?

    Ik begreep er werkelijk helemaal niets van. Ik probeerde naar de supermarkt te gaan, maar alleen al het licht, de geluiden en de mensen: allemaal te veel. Ik was letterlijk bang, puur omdat mensen met me zouden kunnen komen praten. Ik voelde me de eerste tijd constant opgejaagd, alsof ik elk moment een marathon moest gaan rennen en in de startblokken stond, vol adrenaline.

    Prioriteiten en assertiviteit
    Mensen die een burn-out krijgen, werken vaak te hard aan de verkeerde dingen, voelen zich te verantwoordelijk voor problemen (of mensen) waar ze helemaal niet verantwoordelijk voor zijn. Mezelf meegerekend zijn mensen die een burn-out krijgen stuk voor stuk te harde werkers met een te groot verantwoordelijkheidsbesef.

    Peoplepleasers dus, die twee essentiële eigenschappen missen: prioriteiten kunnen stellen en assertiviteit.

    Mensen die voor zichzelf op komen en prioriteiten kunnen stellen, raken niet (zo snel) burn-out als mensen die dat nog niet geleerd hebben. Een burn-out kan dan wel getriggerd worden door grote gebeurtenissen, zoals echtscheiding, verhuizing, verlies van een naaste of het verkeerde beroep, maar als je geen prioriteiten leert stellen en geen nee leert te zeggen, heb je – ook na het verwerken van deze gebeurtenissen – grote kans op een terugval.

    Spiegel
    Mensen geven altijd liever anderen de schuld van hun problemen. Dat is menselijk, want je eigen probleem onder ogen zien is niet zo gemakkelijk en voelt heel onprettig. Dus geef je eerst liever zo lang mogelijk een ander de schuld. Naar een ander kijk je gemakkelijker dan naar jezelf. Dat heb ik overigens wel gedaan – letterlijk. Ik stond op de badkamer en keek voor het eerst sinds lange tijd écht naar mezelf in de spiegel.

    Daar stond ik dan, en ik keek naar mij. Het beviel me maar niets wat ik daar zag. Ik was bleek, zag er vermoeid uit en mijn lach was weg. Mijn schouders waren gespannen. ´Zo wil ik niet meer zijn,´ zei ik hardop tegen mezelf.

    Ik wilde ook niet meer zo zijn.
    Ik wilde niet meer met een masker op leven: overal ja op zeggen, omdat mensen me anders niet meer aardig zouden vinden. Ik wilde niet langer dingen doen omdat ik dacht dat ´men´ dat verwachtte. Ik had letterlijk geen enkele energie meer over om nog maar een seconde langer te doen alsof.

    Eerlijk
    Als mensen me vroegen hoe het met me ging, zei ik eerlijk dat het niet goed met me ging. Dat is eng, maar ook verfrissend. Mensen reageerden helemaal niet negatief, waar ik altijd zo bang voor was geweest, als ik echt mezelf zou zijn. Integendeel zelfs. Ze gaven me opeens een knuffel, lieten inlevingsvermogen zien, boden me hun hulp aan of vertelden me dat zij dit ook hadden meegemaakt – of nog mee maakten. Dat bood ontzettend veel troost: weten dat je niet de enige bent.

    Doordat ik geen kracht meer had om te doen alsof, deden anderen dat plots ook niet meer.

    Als je letterlijk niets meer kunt, terwijl je al je hele leven gedacht hebt dat mensen met je omgaan vanwege de dingen die je doet, kom je er achter wie in je leven is vanwege wie je bent. Als je niemand meer kunt helpen, komen de mensen die echt om je geven vanzelf naar jou toe, om je te steunen. Dat was een nieuwe, maar ook ontroerende ervaring voor me. Plotseling bleek dat mijn vrienden onvoorwaardelijk in mijn leven zijn, zelfs als ik helemaal niets behalve mijn aanwezigheid te bieden heb. Zelfs als ik niets kan doen, behalve er bij zitten. En zelfs ook als ik dat niet eens kan. Dat ik er ben is voor hen genoeg. Het besef dat ik al die jaren keihard gewerkt had voor iets wat helemaal niet nodig was, kwam hard binnen.

    Waarom dacht ik altijd dat ik dingen moest doen in ruil voor aardig gevonden worden?

    Waarom moest ik altijd zo veel van mezelf? Waarom legde ik die lat altijd zo hoog dat ik er niet bij kon? Waarom was goed niet goed genoeg?

    Voor en sinds: de positieve kant van een burn-out
    Mijn leven is sinds de burn-out drastisch aan het veranderen, in de positieve zin. Ik ben nog steeds een vrouw, moeder, vriendin, schrijfster en werknemer. Voor mijn burn-out stond ik midden in het leven en ontmoette ik heel veel mensen, wiens problemen ik probeerde op te lossen in ruil voor hun vriendschap of waardering.
    Sinds mijn burn-out stopte dat voor-wat-hoort-wat-gedrag, maar er kwam iets mooiers voor in de plaats: ik ontmoette mezelf en ging eindelijk met mijn eigen problemen aan de slag. Voor mijn burn-out had ik altijd heel veel mensen en drukte om me heen omdat ik lief en zorgzaam was: sinds mijn burn-out zoek ik meer de stilte op, ben ik bevriend geraakt met mezelf en zorg ik beter voor mij.

    Vroeger steunde ik altijd alles en iedereen: nu heb ik steun durven terug vragen en accepteren.

    Dat is een van de lessen die ik geleerd heb door mijn burn-out: dat zorgen voor anderen geen must is – dat kunnen ze doorgaans zelf prima! – en dat steun bieden geen eenrichtingsverkeer is; je mag het ook terug vragen. Mijn burn-out is dus zeker ook positief, ook al voelt mijn gekneusde brein niet bepaald prettig. Daarmee komt het wel goed, maar het is nog niet wat het moest zijn: mijn concentratie, geheugen en energie hebben een flinke tik gekregen.

    Doordat ik beperkte energie heb, werd ik gedwongen prioriteiten te leren stellen: ik kijk dag voor dag wat ik kan én wil doen, en met wie.

    Om te eindigen met die auto langs de kant van de weg: iedere dag kijk ik even op mijn dashboard hoe het er voor staat met de brandstof: sommige dagen kan ik halverwege de dag nog maar vijf kilometer, sommige dagen twintig. Daar pas ik mijn dag op aan. Veel verder dan vandaag kijk ik niet meer vooruit: wie iets met me wil plannen mag dat proberen, maar het is altijd onder voorbehoud. Dat heeft ook met eerlijkheid te maken: ik weet vandaag immers nog niet hoe veel brandstof ik morgen heb.

    Ik denk dat ik dat dashboard controleren maar blijf doen voortaan, zodat ik nooit meer leeg en zonder brandstof langs de weg beland.

    Eerlijkheid duurt het kortst!

    Over het algemeen duurt eerlijkheid natuurlijk – gelukkig! – altijd het langst.

    Maar in gesprekken duurt eerlijkheid vaak het kortst.

    Let er maar eens op: mensen doen er veel langer over om te liegen, dan om de waarheid te spreken. Kijk maar eens naar de volgende voorbeeldvragen en -antwoorden.

    “Heb je even tijd voor me?”

    Leugen: “Ja, maar ik heb een hele drukke dag vandaag en ik moet zo nog weg, maar het kan wel even.”

    Waarheid: “Nee.”

    “Hoe gaat het met jou?”

    Leugen: “Ja, wel goed, het gaat zijn gangetje, wat druk op het werk en weinig tijd, en de kinderen zijn wat lastig te handelen de laatste tijd, maar ja, waar is dat niet hè?”

    Waarheid: “Niet zo goed. Het is me te druk.”

    Wie de waarheid niet spreekt, heeft veel woorden nodig.

    Het gevoel zegt nee, dus het brein zoekt naarstig naar uitvluchten of andere redenen waarom iets niet kan, omdat we zelf niet durven te zeggen wat we echt bedoelen.

    Of het brein zoekt paniekerig naar manieren om recht te praten wat krom is. Dat kost tijd en veel woorden.

    Soms is het zelfs de vraag of we met al die woorden eigenlijk wel de ander willen overtuigen, of onszelf.

    Sinds ik overspannen ben geraakt heb ik geleerd te zeggen wat ik écht voel en denk. Respectvol, maar duidelijk. Daarmee leer ik mezelf te beschermen: Tegen een agenda die te vol is, bijvoorbeeld, tegen dagen die te veel drukte hebben, tegen mensen die mij hun probleem in de schoenen schuiven- en vooral om mezelf meer rust te gunnen. Door eerlijk te leren zijn tegen anderen ben ik liever geworden voor mezelf.

    Eerlijk zijn werkt bijzonder verfrissend. Mensen kunnen best goed tegen de waarheid, merkte ik. En soms is het ook goed als sommige mensen er niet tegen kunnen, want:

    Als iemand mijn grenzen niet kan of wil respecteren, wil ik zo iemand dan überhaupt in mijn leven?

    Ik stond in de supermarkt, van de week. Ik was aan de beurt toen een man voorkroop om tussendoor nog snel een los item te betalen. Schijnbaar was hij al aan de kassa geweest, en was hij dit item vergeten. Hij vroeg echter niet aan me of hij even tussendoor mocht komen: waarschijnlijk had ik hier overigens geen punt van gemaakt- als hij het gevraagd had. Maar hij vroeg niets, hij deed het gewoon. Vervolgens begon hij luidkeels grappen te maken en wilde hij zijn eigen gedrag vergoelijken door tegen mij te bulderen: “Wel onbeleefd van mij hè, dat ik zomaar voorkruip? Hahaha!”. Vroeger zou ik gezegd hebben “Ach, kan gebeuren.” Of “Geeft niks hoor.” Maar tijden veranderen: vroeger was ik immers ook niet eerlijk naar mezelf toe en kwam ik zelden voor mezelf op.

    Dus keek ik hem aan en zei ik simpelweg “Ja.”

    Want tja, het wás ook onbeleefd.

    “Hahaha, haha, ha, eh, oh.” stamelde de man, terwijl hij mijn bevestigend antwoord liet inwerken. Ik bleef hem rustig aankijken, toen tot hem doordrong dat ik bevestigde dat het onbeleefd van hem was. Hij liep wat rood aan, liet zijn kleingeld van ongemakkelijkheid bijna uit zijn portemonnee rollen en maakte zich snel uit de voeten. De caissière wachtte tot hij weg was, knikte toen naar me en zei “Goed gezegd!”.

    Die man wist zelf ook donders goed dat zijn actie onbeleefd was, anders had hij het zelf niet benoemd. Waarom zou ik het dan voor hem moeten vergoelijken?

    Het kost veel tijd om te liegen. Eerlijk zijn kost weinig tijd, maar wel wat moed. Bovendien maak je met iedere leugen niet alleen anderen, maar uiteindelijk ook jezelf wat wijs.

    Hoe groter de leugens of hoe vaker je liegt, des te verder raak je verwijderd van jezelf. En van een fijn leven.

    Dan verzamel ik liever elke dag een paar keer wat moed.

    Your Story: Fotografe Sandra: “Fotograferen heeft me beter gemaakt”

    Voor Your Story sprak Chrisje met veelbelovend fotografe Sandra Gorissen (31) uit Limburg, die onlangs haar eigen bedrijf startte: Sandra Gorissen Photography.

    “Toen ik jong was had ik de droom om fotografie te gaan studeren, maar mijn moeder zei dat ik daar mijn geld niet mee kon verdienen, dus besloot ik dat ik met kinderen wilde werken. Ik studeerde af als kleuterjuf en werk(te) in de klas. Op mijn vijfentwintigste begon het echter toch weer te kriebelen en schreef ik me in voor een fotografiecursus. Ik behaalde vijf certificaten en schreef me in voor de opleiding tot fotograaf. Deze heb ik afgemaakt. Nu kriebelt het weer, om als fotograaf met mijn bedrijf verder te groeien.”

    Ik fotografeerde mezelf uit een burn-out

    “Een tijd geleden had ik een burn-out. Door me in te schrijven voor de opleiding tot fotograaf, ben ik voor mijn gevoel weer op het juiste pad gekomen. Ik ben dankbaar dat ik dit kan en mag doen. Het heeft lang geduurd voordat ik in mezelf ging geloven. Er waren al vaak mensen die me complimenten gaven, maar ik was daarvoor zelf nog te onzeker om in mijn eigen talent te geloven.”

    Toch zelfstandig

    “In 2018 heb ik dan toch eindelijk de stap gezet om voor mezelf te beginnen. Of ik succesvol word weet ik niet, maar genieten ga ik zeker. Genieten, omdat ik het nu durf en kan. Ik wil ook anderen stimuleren om knopen door te hakken en te gaan voor hun doel.”

    “Veel mensen denken “Ooit doe ik het wel”, maar vaak wordt het dan vergeten of toch niet gedaan. Je leeft niet in de toekomst, maar nu. Als je een droom hebt, moet je die achterna gaan. Beter teleurgesteld zijn in wat je wél gedaan hebt, maar misgelopen is, dan spijt hebben van wat je niet gedaan hebt.

    Dat is trouwens ook mijn boodschap voor de mensen die in een diep dal zitten. Zoek naar die dingen die jou positief en blij maken. Die dingen helpen je om jezelf terug te vinden.

    Ik heb leren genieten van de kleine dingen. Dit heb ik met name door mijn camera geleerd. Ik ben zelf een chaotisch persoon: ik wil wel eens iets te veel hooi op mijn vork nemen. Ik wil alles goed doen: dit gaat niet altijd. Ik leg de lat van nature hoog voor mezelf. Dat helpt me in mijn werk, maar kan ook een valkuil zijn. Ik probeer dus vooral te ontstressen door te fotograferen: hier haal ik ontzettend veel voldoening uit. Ik blijf mogelijkheden zien om mezelf te verbeteren, elke keer nog beter mijn best te doen. Maar ondanks alles ben ik blij dat ik de kans gegrepen heb om dit te kunnen ondervinden en ook écht te gaan doen!”

    Nooit meer zonder creativiteit

    “Creativiteit kan en wil ik niet missen in mijn leven. Creatief zijn past bij me: het geeft me een boost. Die boost geeft me het enthousiasme om elke keer een stapje verder te gaan. Mensen om me heen zien ook dat enthousiasme terug in mijn werk. Fotograferen brengt me rust, voldoening, enthousiasme en erkenning. Tevens help ik mensen er mee: ik leg hun mooiste herinneringen vast voor later. Dat is zo bijzonder om te doen!”

    “Zo heb ik bijvoorbeeld meerdere bruiloften mogen fotograferen. Prachtig om te doen en zo mooi om die liefde vast te leggen. Ik neem mensen graag mee in mijn verhaal. Zo hou ik bijvoorbeeld ook van fotograferen op verlaten plekken. Ik zoek meestal wel het verhaal op van de locatie; zo kunnen mensen met mij mee kijken, zien ze het verhaal als het ware door mijn lens.”

    Volg Sandra op social media:

    https://www.facebook.com/SandraGorissenPhotography/

    Wil jij ook jouw bijzondere verhaal vertellen aan Chrisje voor het project Your Story? Neem dan contact op!

    Wie niet horen kan, moet maar voelen! De Horen, Zien en Zelf Ervaren-methode voor anders lerende kinderen

    Wie niet horen kan, moet maar voelen. Dat werd vroeger – toen dat nog normaal gevonden werd – vast ook vaak gezegd tegen anders lerende kinderen. Maar wat ik te vertellen heb, komt op een positieve manier neer op exact die woorden; alleen – geen zorgen! – wel met een tegenovergestelde betekenis.

    Mijn brief “Sorry, lief kind” werd duizenden keren gedeeld. Honderden reacties kwamen binnen; vooral van ouders, maar ook van leerkrachten en begeleiders die zich zorgen maakten. Vooral veel herkenning, maar ook veel verdriet en wanhoop. Ouders die niet meer wisten wat ze moesten doen. Leerkrachten die hun zorgen uitten. In deze blog deel ik mijn persoonlijke mening en mijn eigen methode die ik uit persoonlijke ervaringen ontwikkelde: de Horen, Zien en Zelf Ervaren methode. Ik hoop hiermee te bereiken dat meer ouders en leerkrachten gaan werken op deze manier, waardoor anders lerende kinderen makkelijker op hun unieke manier kunnen blijven leren en opgroeien, binnen hun eigen vertrouwde omgeving.  blog horen zien voelen methode

    Kijk me aan als ik tegen je praat!
    Een anders lerend kind verwerkt prikkels en informatie anders. Kinderen met bijvoorbeeld autisme en ADHD hebben moeite met concentreren. Ze worden vaak dromerig, snel afgeleid, (te) beweeglijk of storend genoemd.

    De leerkracht kan zijn of haar werk voor de hele groep bijvoorbeeld niet naar behoren doen, omdat het kind met de prikkelverwerkingsproblemen met zijn of haar drukke gedrag de aandacht van andere leerlingen afleidt.

    anderslerendkindWat gebeurt er dan in de regel? Ieder kind wil in de kern graag leren. Toch wordt het anders lerende kind helaas verkeerd begrepen en wordt het drukke of afgeleide gedrag enkel bestraft. Leerkrachten zijn mensen die ontzettend hard werken en hart hebben voor kinderen, anders waren ze dit belangrijkste beroep niet gaan uitvoeren. Maar het werken met anders lerende kinderen, zoals kinderen met bijvoorbeeld autisme of ADHD, is óók anders en soms moeilijker, want; als je iemand iets wil vertellen, heb je als leerkracht misschien graag dat het kind je ook aankijkt. Als je een groep iets wil vertellen, heb je een nog grotere klus. Dat kind dat continue afgeleid is of anderen afleidt met zijn beweeglijkheid, kan voor de leraar een pittige uitdaging worden om aan het eind van de dag zijn taak te volbrengen.

    Maar moeten we dan het kind forceren zich aan te passen aan de lesmethode, of de lesmethode aanpassen aan de kinderen?

    anderslerendkind2Scholen, leraren en ouders: we willen allemaal graag dat het kind zichzelf kan zijn. Toch kunnen veel anders lerende kinderen dit nog niet (genoeg) zijn, simpelweg omdat het onderwijs methode of de opvoedmethode nog niet voldoende is ingericht op hun manier van leren. Dus stroomden de laatste jaren ontelbare kinderen door naar het speciaal basisonderwijs. Met speciaal basisonderwijs is absoluut niets mis, maar de vraag is wel of dit echt altijd noodzakelijk is. Natuurlijk is in het geval van ernstige gedragsproblematiek en bij kinderen met bijvoorbeeld een chronische ziekte speciaal onderwijs noodzakelijk. Toch blijft dan de vraag over: zou het gros van de anders lerende kinderen niet veel vaker in het regulier onderwijs kunnen blijven, als we de boodschap simpelweg beter geschikt maken voor anders lerende kinderen?

    anderslerendkind8Beelddenkers en bewegers
    Veel anders lerende kinderen zijn beelddenkers. Zij denken en leren in plaatjes, beelden. Vertel het me en ik vergeet het; laat het me zien of (beter nog) ervaren, en ik onthoud het. Dus in plaats van een enkel verbale, theoretische instructie die juist daardoor gemist wordt door anders lerende kinderen, hou je als school door simpelweg visuele en praktische hulpmiddelen direct bij die theoretische boodschap in te sluiten ook je anders lerende kinderen bij de les.

    Anders lerende kinderen leren niet door te luisteren, zij leren door te zien of te doen. Geef die kinderen die zo prettiger leren letterlijk iets te DOEN tijdens de instructie, en je hebt hun aandacht. Iets doen kan zijn iets bekijken, iets aanraken, iets zien bewegen, iets ruiken. Iets doen kan ook zijn: uitleg geven door vragen te stellen aan het anders lerende kind. Iets doen kan ook zijn: het anders lerende kind positief betrekken bij de boodschap door het een taak te geven. Geef het anders lerende kind een activiteit bij de theorie en het kan zich veel gemakkelijker concentreren. Toon altijd een praktisch voorbeeld tijdens je theoretische uitleg, en je hebt ook de aandacht van anders lerende kinderen.

    anderslerendkind7Laat de boodschap altijd aansluiten bij meer zintuigen!
    Een praktisch voorbeeld: Een kind met autisme heeft moeite met oogcontact maken en lang naar het gezicht van de leerkracht kijken tijdens instructie momenten. Dit vergt van een kind met autisme enorm veel energie: daarbij wordt het kind afgeleid door bijvoorbeeld interessantere details, zoals bewegende wenkbrauwen, een knoop die iets scheef zit, of een ring die mooi glinstert: zelfs als het kind wel naar de leerkracht kijkt is het dus nog maar de vraag of de verbale informatie binnen komt.

    anderslerendkind10

    Lang moeten luisteren: Boooooring, en niet alleen voor kinderen!

    Zelf val je als volwassene toch ook wel eens bijna in slaap tijdens verbale presentaties die te lang duren? Lang stilzitten en niks kunnen (of mogen) doen zorgt voor onrust en gebrek aan concentratie. Heus niet alleen bij anders lerende kinderen. Dat heeft niets te maken met de inhoud van de boodschap, en alles met hoe de boodschap gebracht wordt. Daarbij heeft een kind doorgaans nog een veel kortere aandachtsboog dan een volwassene.

    Voetjes van de vloer
    Een leerkracht op de basisschool van mijn dochter had een hele goede en leuke manier gevonden: als hij merkte dat de groep onrustig werd of dat de aandacht verslapte, deed hij een korte beweegoefening met de klas. Hup, allemaal opstaan, en even een aantal keren springen en klappen. Niet alleen de anders lerende kinderen hadden er baat bij (want zij konden hun energie even kwijt en konden zich daarna weer makkelijker concentreren), ook de andere kinderen vonden het fantastisch. Om het hoofd te legen moet het lijf bewegen. Dat helpt niet alleen anders lerende kinderen, dat helpt de hele klas. Op een andere basisschool die ik ken hebben ze praktische buiten oefeningen in het standaard lesprogramma opgenomen, met fantastische resultaten. Laat kinderen bewegen en actief deelnemen, en ze leren sneller.

    anderslerendkind9Horen, zien en zelf ervaren – Spreek zo veel mogelijk zintuigen aan!
    Ik rende maanden lang achter mijn anders lerende kind aan met haar fietsje, toen ze zonder zijwieltjes leerde fietsen. Het probleem was alleen dat ze het niet leerde. Ik deed exact wat ik andere ouders altijd had zien doen, en toch zorgde het bij mijn kind voor paniek. Wat ik ook probeerde en hoe vaak ik ook met haar ging oefenen, het lukte niet. Ik was ondertussen radeloos.

    Op dat moment besloot ik kritisch te gaan kijken naar mijn eigen aanpak, me verplaatsend in haar belevingswereld.

    Daarop besloot ik mijn aanpak aan te passen: Ik ging niet meer met haar naar buiten; ik liet haar enkel een filmpje zien van een kind dat leerde fietsen. Ze bekeek het filmpje van drie minuten, keek me aan en zei `Oh, nu kan ik het!´Ik liep met haar naar buiten en tot mijn grote verbazing stapte ze – zonder nog maar een greintje angst!-  op en fietste weg. Ze had gezien wat het kind in het filmpje met haar voeten deed, iets waarvan zij tot dat moment nog niet wist dat dat kon. Ik had het haar wel verteld, maar dat hoorde ze niet want ze had paniek en ik bood haar alleen maar telkens dezelfde auditief informatie, terwijl zij visueel leert! Ik paste dus mijn leermethode aan (de eerste manier leidde alleen tot weerstand en angst), en door te kijken wat aansloot bij haar manier van leren, leerde ze het verbazingwekkend gemakkelijk.

    Als een kind moeite heeft met luisteren, kunnen we er heel lang over gaan mopperen dat het moeite heeft met luisteren. We kunnen het kind zelfs straf geven omdat het niet luistert. Maar wat we ook kunnen, is even diep ademhalen, het probleem omdenken en zoeken naar manieren waarop de boodschap het kind wél bereikt.

    Dit wiel hoeft helemaal niet individueel telkens uitgevonden te worden: de boodschap moet structureel veranderen. Als op alle leermomenten (op school, maar ook thuis) de zintuig-methode Horen, Zien en Zelf Ervaren toegepast wordt gaat het anders lerende kind doen én vertrouwen krijgen in wat het kan: op zijn eigen manier leren.

    Wie vroeger niet horen wilde, moest maar voelen. Wie vandaag de dag niet horen wil, kan misschien wel zien, ervaren, proeven, ruiken, aanraken, en op die manier hetzelfde leren. 

    It’s okay to be gay? Nederland is nog lang niet zo tolerant

    Nederland is nog lang geen tolerant land

    Als ik mensen vertel dat ik lesbisch ben, is de eerste reactie vaak: ongeloof. Met mijn lange blonde haren, rokken en hakken, kan het schijnbaar niet zo zijn dat ik echt lesbisch ben: ik heb naar verluidt een “hetero hoofd”. Er werd zelfs hardop gezegd dat ik vast “gewoon de mannen beu ben” of biseksueel, want voor een lesbienne ben ik veel te vrouwelijk.

    Schijnbaar hoor ik voor de buitenwereld pas echt “bij de lesbiennes”, als ik mijn rok verruil voor een baggy broek, mijn hakken verruil voor Timberlands, met een zwaardere stem zou spreken en mijn haren minstens aan één kant weg laat scheren.

    Ik heb het even overwogen hoor: hup, mijn hakken aan de wilgen hangen. Een paar keer heb ik vertwijfeld staan kijken naar de tondeuse. Schijnbaar moest ik daar immers iets mee van de maatschappij, omdat ik er niet lesbisch genoeg uit zie. Whatever that may be.

    Dat ongeloof uit zich overigens op de vreemdste manieren. Dan kom ik bijvoorbeeld uit de kast bij een kennis, wat best spannend is om te doen, en dan reageert men in eerste instantie heel relaxed. Om me vervolgens drie weken later te wijzen op die ene “leuke vrijgezelle kerel”, voor “als je toch terug gaat naar de mannen”.

    Wait, what? 

    Ongeloof overheerst. Vooroordelen doen dat ook.

    Nederland is nog lang niet zo tolerant en open minded als we zeggen – of hopen – te zijn. 

    De realiteit maken we dagelijks mee. Helaas blijkt die tolerantie in de praktijk vaak te gelden, totdat het ongemakkelijk wordt of te dichtbij komt. Van ver af en in theorie blinken Nederlanders er in uit. Als het dichterbij komt, verandert dat vaak de zaak.

    Dus nee, ik verruil mijn hakken niet. En nee, ik scheer mijn haren niet van mijn hoofd. Ik vind het prachtig bij andere vrouwen, die stoere look, (ook bij hetero vrouwen!) maar het hoort niet bij mij. Ik blijf mezelf: een vrouwelijke, lesbische vrouw. Ik ga niet mee in de vooroordelen, ik laat mensen net zo lang ongelovig reageren tot ze het normaal gaan vinden dat ook een zich minder stoer kledende vrouw net zo lesbisch kan zijn. En dat blijf ik doen.

    Want nee, zolang homo’s en lesbiennes die hand in hand lopen nog nageroepen of in elkaar geslagen worden en zolang men nog voor jou denkt te kunnen bepalen wat jouw geaardheid is aan de hand van stereotypes, zijn we in dit land nog niet tolerant genoeg.

    Chronisch tijdgebrek? Lees dit!

    Iedereen is tegenwoordig druk, drukker, drukst. Deze tips gaan jou ontzettend veel tijd besparen!

    Een tijdje geleden zag ik voor het eerst dit magische filmpje over problemen op YouTube. Het is een filmpje van een paar minuten, maar de boodschap is zo krachtig dat het ook niet langer hoeft te duren. Kijk zelf maar: Why Worry. Als je geen zin of tijd hebt om op de link te klikken: Kort samengevat komt het filmpje neer op de volgende boodschap: Mensen spenderen veel te veel tijd aan piekeren. Terwijl piekeren nooit nodig is, want:

    Heb je een probleem?

    A) nee —> waarom zou je dan piekeren?

    B) ja —> Kun je er iets aan doen?

    A) ja —> waarom zou je dan piekeren?

    B) nee —> waarom zou je dan piekeren?

    Kort en krachtig vat dit filmpje dus samen dat het eigenlijk nooit nut heeft om (overmatig) te piekeren over je problemen.

    Maar daar komt nog een belangrijke les bij, die jou ook veel tijd kan besparen.

    We hebben allemaal best veel problemen, vinden we. Maar ís dat ook echt zo? Of zijn het problemen die we ons laten toebedelen?

    Maak eens een lijstje van je problemen. Vraag je dan eens af, welke problemen écht van JOU zijn.

    Heb je bijvoorbeeld problemen die je door een ander in de maag zijn gesplitst, omdat die ander geen zin, tijd of energie had om het op te lossen, of omdat jij te gemakkelijk ja zegt, dan kun je dat probleem terug geven aan de rechtmatige eigenaar.

    Heeft iemand je bijvoorbeeld opgezadeld met iets wat hij zelf net zo goed kan oplossen: geef het probleem terug.

    Heeft iemand jou gevraagd een oplossing te bedenken “want ik weet het allemaal niet meer hoor en jij bent daar zó goed in!”: besef dan dat diegene jou misschien voor zijn karretje probeert te spannen of (on)bewust probeert te manipuleren, want diegene doet vaak niet voor niets een beroep op jou!

    De combinatie van hulpvaardigheid, inlevingsvermogen en gebrek aan assertiviteit is een gevaarlijke, waar mensen die gewoon liever lui dan moe zijn graag slim gebruik van maken.

    Stel jezelf elke dag de twee simpele vragen:

    Welke problemen ervaar ik en welke daarvan zijn echt van mij?

    Welke problemen zijn van een ander? Geef die problemen terug aan de afzender.

    Als je dit toepast zul je er versteld van staan hoe veel tijd je terug krijgt voor jezelf.

    Afvallen is een Hoofdzaak!

    pexels-photo-723031.jpegAfvallen: het lijkt zo simpel. Je eet minder en/of beweegt meer: je valt af. Simpel, toch? Waarom lukt het dan zo veel mensen maar niet om gewicht te verliezen of hun streefgewicht te behouden? 

    Diëten zijn er genoeg. Diëtisten ook. Afslank goeroes. Diëetboeken. Afslankpoeders. Shakes….. het aanbod van manieren om af te vallen is enorm: waarom zijn dan nog steeds zo veel mensen (ondergetekende meegerekend) te zwaar? 

    Verkeerde focus?
    Veel mensen gaan tijdelijk anders eten. Of ze gaan tijdelijk heel fanatiek sporten. Of allebei! Vol motivatie vliegen al snel de eerste kilo’s er af. Ja! Het werkt! Maar lange termijn afvallen houdt veel meer dan alleen minder eten en meer bewegen: een blijvend effect wordt alleen bereikt als je een samenwerking tussen je hersens en je lichaam bewerkstelligt. Head first, body follows!

    Wie niet voldoende aandacht besteedt aan de psychologische kant van het over-eten, gaat op een dag geheid voor de bijl.

    Want: oude gewoontes sluipen er vanzelf weer in. Jojo-en is niet voor niets zo’n bekend fenomeen. Er gebeurt iets naars en hup – voor je het weet zit je weer met die zak chips op de bank.

    Blijvend afvallen: Hoofdzaakgirl-woman-beach-female-157662 (1)
    De enige mensen die ik blijvend gewicht heb zien verliezen, pakten ook de psychologische redenen voor hun overgewicht aan. Gezonde, degelijke lifestyle programma’s (dus geen crash diëten!) hebben dit goed gezien en nemen in hun langdurige programma dan ook altijd een psycholoog of coach op, die samen met de cliënt gaat kijken naar het psychologisch aspect van het over-eten.

    Gedragspatronen vanuit je verleden
    Emo-eten. Stress-eten. Je kent al die uitdrukkingen wel. En ze spreken boekdelen: eten is vaak een reactie op emoties; met eten we nare gevoelens te onderdrukken. Ook cultuur en opvoeding spelen mee. Assertiviteit heeft er zeker ook mee te maken, want: hoe vaak zwicht je onder de groepsdruk als op een verjaardag drie keer er op wordt aangedrongen dat je toch gezellig een stuk taart mee moet eten?pexels-photo-799255.jpeg

    Verlies het probleem achter je eetprobleem

    Trauma’s uit je jeugd, een ongelukkige relatie, te veel stress of een ongezond zelfbeeld: allemaal redenen die er voor kunnen zorgen dat je na een paar dagen of drie weken weer terugvalt op je oude, ongezonde eetpatroon.

    Ik durf dan ook te stellen: Wil je afvallen? Dump dan dat ongezonde crashdieet en ga op zoek naar een goede coach of psycholoog!

    Heb jij ervaring met blijvend afvallen? Hoe is het jou gelukt? Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen! 

     

    Scheiden doet lijden: getrouwd blijven vaak nog erger

    Je kent het gezegde wel: scheiden doet lijden. Ik ben het daar voor een groot deel absoluut niet mee eens. Ongelukkig getrouwd blijven, dát doet vaak pas lijden.

    Massaal vragen Nederlanders zich af: moet ik scheiden of blijven? Het blijft een moeilijk vraagstuk. Want: Heb je alles geprobeerd? Heb je gedaan wat je kon om je relatie te herstellen? Heb je relatietherapie geprobeerd? De keuze is reuze. Er bestaat geen quick fix. Er staat veel op het spel: wonen, financiën, het “ideale plaatje” richting de buitenwereld.

    Ja. Scheiden doet soms lijden, maar dit hangt er grotendeels van af hoe volwassen je er mee om gaat. Steeds meer ouders doen anno 2018 hun uiterste best om op een vreedzame manier uit elkaar te gaan, vanwege de verdrietig genoeg enige – maar oh zo belangrijke! – liefde die onder de streep nog over blijft als het huwelijk of de relatie strandt: de liefde voor hun kinderen. Compromissen worden gezocht. Trots wordt ingeslikt. De middenweg wordt gezocht. Scheiden is dus niet altijd die gruwelijke lijdensweg die je ziet op televisie, voor het woord scheiding komt steeds minder het woord vecht te staan.

    Mediators worden steeds meer ingeschakeld om de stormschade na de storm die echtscheiding heet te beperken, met als doel om het huwelijk voor de kinderen op een zo ruzie-vrij mogelijke manier te beëindigen. Dit getuigt niet alleen van heel veel moed, volwassenheid en redelijkheid; het getuigt ook van een hele grote liefde voor de kinderen en het bereid zijn om – van beide kanten – het ego opzij te zetten, om de kinderen leed te besparen.

    Getrouwd blijven doet vaak ook lijden. Dit onderwerp wordt echter lang niet genoeg belicht. Ongelukkig getrouwde ouders zorgen -of ze dat willen of niet- met hun ruzies, onderlinge spanning en de vervelende sfeer voor een mijnenveld-huishouden.

    Kinderen voelen het intuïtief feilloos aan, als ouders niet meer van elkaar houden. Vaak hebben kinderen het al langer in de gaten dan de ouders zelf. De schade die aangericht wordt als je ouders niet meer van elkaar houden, wordt echter vaak jaren later pas zichtbaar: als het kind niet weet hoe een gezonde, respectvolle relatie er uit ziet en onbewust ongezonde partners uitzoekt, omdat die emotionele onveiligheid in de jeugd een vertrouwdheid heeft gekregen.

    Als kind voel je je loyaal aan beide ouders. Als beide ouders ongelukkig in een huis blijven leven, langs elkaar door of ruziënd, voelen kinderen dagelijks deze ongezonde sfeer, de spanning, de ongemakkelijkheid, het ongeloof als er visite komt en er opeens wel leuk gedaan kan worden. Geen gezonde lessen voor een kind van hoe een gelukkige relatie hoort te zijn.

    Scheiden doet lijden, maar ongelukkig getrouwd blijven voor de lieve vrede, het geld of de buitenwereld richt vaak nog veel meer schade aan.

    Deze gaat echter verhuld achter een façade, een masker dat naar buiten toe wordt vastgehouden in de vorm van op elkaar geklemde kaken op de gezinsfoto: even lachen naar de camera jongens, we zijn verdomme een gelukkig gezin.

    Kastjes, muren, bomen en het bos: de zoektocht van ouders voor anders lerende kinderen in het doolhof van mogelijkheden

    In mijn brief “Sorry, lief kind” sprak ik met en over het anders lerende kind. Honderden emotionele reacties van moeders uit alle uithoeken van Nederland waren een gevolg van het moment waarop ik aan de keukentafel simpelweg een eerlijke brief schreef aan het kind in mezelf.

    De moeders van deze anders lerende kinderen hebben het vaak best zwaar: zij leveren dagelijks een strijd om hun kind te laten leren en groeien; een strijd die voor andere moeders wellicht niet in te beelden is.

    De zoektocht is vaak vermoeiend, want: waar moet je naar toe als je kind niet “mee kan met de meute”? Waar begin je? Logopedie? Ergotherapie? Kinderpsycholoog? Naar de huisarts? Een psychiater? Een kindercoach? De keuze is reuze. Vaak veel té reuze zelfs.

    Het web van zorgaanbieders en mogelijkheden is voor de nietsvermoedende moeder vaak simpelweg ingewikkeld. Soms zelfs overweldigend. Niet altijd schakelt de huisarts de juiste hulp in, niet altijd wordt de juiste diagnose gesteld, niet altijd helpt de diagnose ook richting de juiste hulp. Waar mensen werken worden immers ook wel eens fouten gemaakt.

    Terwijl de ontwikkeling op gang komt richting het vinden van de juiste hulp voor je kind, kan deze zich helaas ook tegen je keren. Misdiagnose, van het kastje naar de muur gestuurd worden; moeders en vaders rijden vaak urenlang stad en land af op zoek naar de juiste begeleiding, of dit nu op medisch gebied is of op het gebied van gedragsproblemen en leerproblemen, soms gecombineerd.

    Ik werd bijvoorbeeld eens voor mijn kind naar een organisatie gestuurd die haar zouden kunnen begeleiden met een specifiek leerprobleem. Ik nam verlof, reed er naar toe, praatte anderhalf uur met de mevrouw van die organisatie, waarna we tot de conclusie kwamen dat ik totaal verkeerd terecht was gekomen: zij boden helemaal geen leerbegeleiding, zij boden gezinsbegeleiding.

    Na dat uur wist die mevrouw net zo zeker als ik dat dat niet was wat wij specifiek nodig hadden. Haar collega had toen ik belde ook niet goed geweten wat ze met mijn kritische vragen moest, want ze hadden net een reorganisatie achter de rug en er was een hoop onduidelijkheid. Niets ten nadele van die mevrouw – ze leek me kundig in haar werk – wilde ik als moeder zijnde al niet meer met deze organisatie samenwerken, als zij zelf nog niet eens precies wisten wat hun zorgaanbod was.

    Als ouders moet je tegenwoordig behoorlijk mondig zijn om je staande te houden in de zoektocht naar hulp voor je kind. Meedenken moet je sowieso, dat is je taak als ouder, vind ik.

    Veel ouders zoeken, zoeken, zoeken en zoeken nog eens. Het kind krijgt vaak onderweg diverse labels opgeplakt, diagnoses worden herroepen, wat het taboe rondom diagnoses (in de volksmond etiketjes en labels) helaas ook alleen maar doet groeien. Toch zoeken ouders door, hopend op het moment dat hun kind eindelijk de hulp krijgt die nodig is, op welk gebied dat dan ook is.

    Zorgaanbieders concurreren, reorganisaties binnen grote organisaties volgen elkaar in een rap tempo op en terwijl dat allemaal gebeurt, groeit de onduidelijkheid voor de ouders – en daarmee hun kinderen – alleen maar door.

    Moeders en vaders van Nederland worden “zorgmoe”, juist door die talloze kastjes en muren, het doolhof waar ze vol goede bedoelingen in waren gelopen, maar niet meer uit weten te komen. Dus wat doen we dan? In eerste instantie zoeken we door, blijven we dwalen en hetzelfde rondje door het doolhof herhalen, net zo lang totdat we hopelijk ergens per geluk toch struikelen over de juiste zorgaanbieder. En als dat te lang duurt, doen we wat ieder mens wil als het zich gevangen voelt zonder uitzicht: we vluchten. We willen geen hulp meer zoeken, want het zoeken putte ons uit.

    En als we die juiste hulp eindelijk wel vinden, nou, dan houden we daar stevig aan vast. Een ergotherapeut die ik erg goed vond zei eens: mijn eerste en belangrijkste doel wordt ontdekken: hoe leert jouw kind.

    Hèhè, eindelijk! Eindelijk, dacht ik, eindelijk iemand die zich daar echt in gaat verdiepen. Dat deed hij, en met succes. Ook de logopedist waar we uiteindelijk bij eindigden ging kalm en gestaag te werk, met succes.

    Alleen vond ik het ergens ook best wel verdrietig, want: zou dat niet ook al op scholen moeten gebeuren? Moeten we niet juist meer investeren in de basis? De basis zijnde: het onderwijs en de opvoeding? Het aantal leerlingen per leerkracht? Waarom is de conclusie landelijk nog niet getrokken dat de grens van dertig kinderen in een klas de lat voor leraren én kinderen veel te hoog legt?

    Het probleem van het anders lerende kind komt nu terecht in een doolhof van zorgaanbieders, en waarom? Is dat omdat scholen doorgaans niet voldoende middelen krijgen om ook anders lerende kinderen binnen boord te houden?Is het omdat de klassen te vol zijn en leraren overspoeld worden? Is er niet voldoende geld voor bijscholing van leraren? Of krijgen leraren wel voldoende bijscholing, maar simpelweg niet voldoende tijd om het geleerde ook op individuele basis te investeren?

    Is het omdat ouders goedbedoeld verdwalen in de zoektocht naar hulp, terwijl concrete en praktische informatie voor het opvoeden van een anders lerend kind ook al heel veel problemen kan voorkomen?

    Misschien ligt het antwoord op deze zoektocht wel precies in de wanhoop die zo veel ouders voelen: je ziet door de bomen het bos niet meer, je wilt je kind dolgraag helpen, maar je weet op een gegeven moment simpelweg niet meer hoe. Er is te veel keuze, er zijn te veel experts die allemaal hun eigen mening hebben. Iets met bomen en een bos zien.

    Ik stel me graag een toekomst voor waar alle kinderen, anders lerend of niet, terecht kunnen op één school, in een klas waarin het niet noodgedwongen maar een nummer is, waarin de leerkracht voldoende rust en tijd krijgt om niet alleen in groepsverband, maar ook een op een meer te kunnen praten met het kind.

    Dat laatste wordt overigens helaas nog veel te vaak vergeten: praten met het kind zelf. Zorgaanbieders, ouders en leerkrachten roepen met de beste bedoelingen over het kind heen, wijzen zelfs vaak met de vinger naar de ander. Helaas, want ik als ouder zie bij de gesprekken over ons kind gelukkig uitermate betrokken professionals die niet alleen beroepsmatig maar ook persoonlijk het beste met ons kind voor hebben.

    Ik vraag me te midden van al die bomen, bossen, kastjes en muren af, wie tegenwoordig nog er aan denkt om aan het kind zelf te vragen wat het nodig heeft.

    Anders lerende kinderen zijn vaak namelijk uitermate eerlijk en creatief, maar als ze de vraag niet krijgen, zullen ze wellicht zelf ook niet altijd met een antwoord komen.

    Als je er naar vraagt, zullen de antwoorden gegarandeerd verbazen, vermoed ik zomaar.

    Creëren we mobielverslaafde, slechtziende kinderen?

    Vier en een half uur per dag zit een kind op zijn mobiel apparaat. Gemiddeld, in Amerika. Maar volgens deze universiteitshoogleraar zal dat gemiddelde in Nederland niet veel lager liggen.

    Vier en een half uur per dag.

    Dat zijn tweehonderdzeventig minuten.

    Per dag.

    Nu kan ik wel heel gemakkelijk met het vingertje gaan wijzen, maar dat doe ik niet, want ik vraag me direct af: hoe veel minuten per dag zit mijn kind op haar mobiel of tablet?

    Als ik heel eerlijk ben: waarschijnlijk ook al te veel. Maar ik ben er de laatste tijd ook meer op gaan letten, sinds ik hoorde dat steeds meer kinderen slechtziend of blind worden er van.

    Ik wil geen mobielverslaafd kind creëren, en ook niet dat mijn kind slechtziend of zelfs blind wordt door te veel beeldschermtijd.

    Maar… Wat te doen? Het is soms natuurlijk wel gemakkelijk. Want: iedereen heeft het druk, spelletjes zijn vaak leerzaam en soms is het gewoon gemakkelijk.

    Hoe beperk je dan dat beeldscherm gebruik?

    1. Vaste tijdstippen op een dag waarop het apparaat voor bepaalde tijd gebruikt mag worden;

    2. Kinderen zo veel mogelijk buiten laten spelen: meer speeltuinen, meer er op uit trekken, meer fietsen, wandelen, buitenspellen bedenken, skates, skateboards, gaan dansen, zwemmen, schaatsen!

    3. Kinderen die afspreken na school meer stimuleren om samen naar buiten te gaan (als straat niet veilig is in de tuin)

    4. Kennis is macht: kinderen informeren over wat te veel op een beeldscherm kijken met je ogen kan doen!

    Ik ben erg benieuwd naar jullie creatieve ideeën en oplossingen.

    Liever een gebroken been deel 2: Zo help je een naaste met een depressie / burn-out

    Als iemand een gebroken been heeft, kun je als naaste helpen door hem of haar naar de dokter te rijden, door te helpen met praktische zaken. Maar wat kun je doen als je naaste een depressie of burn-out heeft?

    Een paar jaar geleden schreef ik de blog Liever een gebroken been: over depressies, burn-out en andere psychische klachten. In deze blog beschreef ik dat de goedbedoelde tips en adviezen zoals “Trek het je niet zo aan.” en “Misschien moet je dit eens proberen!” vaak helaas averechts werken.

    depression3Maar wat kun je dan als naaste wel doen, als iemand van wie je houdt een depressie of burn-out heeft? Je leeft immers mee en wilt diegene graag helpen. Hieronder lees je hoe je dat kunt doen. 

    Toon begrip
    Sleutelwoord is begrip: ook al heb je het zelf nog nooit meegemaakt, je kunt wel begrip tonen en proberen je in te leven. Ook als je niet weet hoe het voelt. Je naaste zal zich hierdoor in elk geval minder alleen voelen. Dat is belangrijker dan welk goedbedoeld advies dan ook.

    Aanwezigheid, op afstand of dichtbij
    Wees aanwezig. Dit hoeft niet altijd fysiek te zijn, maar je kunt vragen of je mag langskomen. Laat je horen, bel, stuur eens een berichtje, om te laten weten dat je aan hem of haar denkt. Soms hebben mensen die in een depressie of burn-out zitten geen behoefte aan gezelschap, maar aanbieden kan altijd. Laat weten dat je er bent, als hij of zij wil praten. Misschien gebeurt dat niet meteen, maar als de tijd dan rijp is, weet hij of zij in elk geval dat het kan. Een lief kaartje of een mooie brief doen ook vaak al wonderen, als iemand diep zit.  depression4

    Luisteren
    Je naaste zit in een depressie of burn-out, dus wil je graag helpen. Je houdt van hem of haar, dus wil je opvrolijken en problemen oplossen. Dat is heel begrijpelijk en menselijk. Maar hoe goed dit ook bedoeld is, dit kun jij niet voor hem of haar doen.In feite is iemand vaak al erg blij als er simpelweg geluisterd wordt. Luisteren lijkt heel simpel, maar dat is het niet. Luisteren zonder oordeel en zonder meteen met oplossingen te komen is best moeilijk. Maar luisteren is wel bijzonder behulpzaam voor de ander, want waar jij rustig luistert zonder oordeel voelt de ander zich veilig, kan hij of zij gevoelens uiten. Praten lucht op. Wees dus een klankbord. Dit is vaak al genoeg.

    Wees geen hulpverlener
    Bovendien ben je geen hulpverlener, je bent zijn of haar vriendin, zus, moeder, etc.
    Je kunt en hoeft het probleem niet op te lossen; dat is niet jouw verantwoordelijkheid. Voor professionele hulp en begeleiding zijn deskundigen, die emotioneel verder af staan van jouw naaste, en alleen al daardoor vaak beter kunnen helpen.

    Hulp
    depressionAls jouw naaste (nog) geen hulp heeft gezocht voor zijn of haar klachten, is dit wel handig om aan te raden / te adviseren. Een gesprek met de huisarts of praktijkondersteuner kan voor jouw naaste de juiste hulp op gang brengen. Je kunt aanbieden om mee te gaan naar de huisarts, als dit de drempel lager maakt.
    Als je je zorgen maakt om je naaste, is het goed om te benadrukken dat hulp nodig is: mensen met een depressie of burn-out komen hier vaak zonder begeleiding niet zelf uit.

    Heb je zelf een depressie of burn-out klachten? Ga dan naar je huisarts, hij of zij zal je verwijzen naar de juiste hulpverlener. depression

    Sorry, lief kind. (Een brief voor alle onderwijzers, ouders en begeleiders van Nederland)

    Deze brief heb ik geschreven aan het kind in mij, maar deel ik voor alle ouders, begeleiders en onderwijzers, zodat er meer begrip en begeleiding komt voor het anders lerende kind in het onderwijs van vandaag.

    Lief innerlijk kind,

    Ik zie je wel hoor. Je zit dan wel opgesloten en soms zorgvuldig weggestopt in een volwassen lijf met een volwassen brein, maar je bent er nog steeds. 

    Ik zie je. 

    Ik maak dan wel soms grapjes over je, als ik te hard lach of te enthousiast begon te dansen op een feestje; dan gaf ik jou de schuld. “Mijn innerlijke kind komt naar boven hoor!”. Maar dat ik grapjes over je maak betekent niet dat ik je uitlach, lief innerlijk kind. Ik maak namelijk meestal grapjes over mensen waar ik van hou.  

    Wat heb je het soms zwaar gehad.

    Je gebrek aan concentratie werd zo vaak verkeerd opgevat; men noemde dat vaak “geen zin”, “dromerig” of “met haar hoofd in de wolken”.

    Men vond dat je “eerst moest denken, dan doen.” Maar wat begrepen ze jou verkeerd; door te doen dacht jij. Je kon niet slecht leren, je leerde anders. Eerst de praktijk, dan de theorie.

    Verkeerd om! zei de wereld.
    Andersom! zeg ik je nu.
    Jij kende geen andere volgorde; toch werd jou verteld dat jouw volgorde verkeerd was en die van de wereld goed.

    Je kon niet goed studeren, zei men, wegens dat gebrek aan concentratie. Je werd een dromer genoemd, een zwever, te druk, te beweeglijk, je moest eens met beide voeten op de grond belanden. Dat jij tijdens het dromen de informatie verwerkte die je daarvoor al snel had gelezen of gehoord, wisten ze niet. Jij zelf wist dat ook niet, want daar was je te jong voor. Je wist alleen dat je wel je best had gedaan.

    En dat was ook zo.

    Wat had je het soms moeilijk, als je uit het raam staarde en daarop betrapt werd, terwijl je niet eens wist dat dat verkeerd was, of waarom. Dat je uit het raam staarde maar in gedachten rekensommen maakte of geschiedenisverhalen voor je ogen zag gebeuren, wist men niet. Of dat je uit het raam staarde omdat je hoorde dat een ander kind gepest werd en jij een oplossing daarvoor zocht. Ook dat zag men niet.
    Het naar buiten staren was alleen een andere manier van informatie verwerken, die voor jou goed werkte.

    Wat was het fijn geweest als meer onderwijzers of begeleiders jou hadden begrepen. Als iemand had gezien dat jouw manier van leren gewoon anders was, niet meer en ook zeker niet minder. Wat had het je veel ellende gescheeld als men jouw “afwezigheid” tijdens uitleg in de klas niet ten onrechte had geïnterpreteerd als desinteresse. Want dat je niet de goede kant uit keek, betekende lang niet altijd dat je niet luisterde.

    Lief kind, wat heb je het moeilijk gehad. Je werd door al deze dingen naar een vervolgopleiding gestuurd die op een lager niveau lag dan wat jij aankon, dus zette de verveling door. Je bladerde door de boeken en dacht; waarom is dit zo saai? Je motivatie zakte tot een dieptepunt, dus ging je je afzetten, door bijvoorbeeld helemaal niet meer te leren, want waar bleef toch die uitdaging?

    Je motivatie ging langzaam verloren ergens tussen verbale, theoretische uitleg en mensen die jou hun beperkende overtuigingen opdrongen. Helaas net zo lang totdat jij ze zelf ging geloven.

    Je was geen kind dat braaf uren studeerde: Je klom in bomen, bouwde dingen, schreef verhalen of maakte muziek. Je vormde melodieën in je hoofd, schreef liedjes, teksten, gedichten, of bedacht hele nieuwe dingen met je handen. Men noemde dat afkeurend dromerig, zelfs dom of in elk geval ongeïnteresseerd, terwijl je in werkelijkheid creatief was.

    De wereld gaat uit van leren op basis van theorie: pas als je die beheerst mag je in de praktijk gaan uitproberen, voelen, zien, aanraken. Jij leerde juist door eerst uit te proberen, voelen, zien en aanraken; daarna werd de theorie vanzelf behapbaar. Dat maakte je niet minder slim (wat ze ook zeiden!); je was gewoon een beelddenker, heel visueel ingesteld. Laat het me zien, dan begrijp ik het. 

    Lief kind, wat heb je moeten worstelen om je te bewijzen, omdat je wel wou maar niet mee kon met de meute. Wat was je jaloers op die kinderen die blijkbaar heel gemakkelijk de theorie tot zich namen. Wat benijdde je die kinderen, die uren lang met hun neus in de boeken konden zitten. Je voelde je heel vaak onbegrepen.

    De onmacht die ontstaat omdat mensen er van uitgaan dat je niet wilt, is groot. Zo groot, dat je hem mee zult nemen in je volwassenheid, als er geen begeleider komt die begrijpt hoe jouw brein werkt.

    Nu ben ik volwassen, lief kind. Ik ben nu een vrouw van 37 jaar en ik zeg namens alle volwassenen sorry tegen jou, lief kind. Je was gewoon een hartstikke leuk Pipi Langkous kind: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”.

    Je was een doener, een maker, een oplosser, een bedenker. Je nam niet alles zomaar aan, je verzette je er zelfs tegen als je iets niet logisch of rechtvaardig vond, of dacht dat het beter kon. Nog zoiets waar niet alle begeleiders van kinderen goed tegen kunnen: kritiek van een kleiner mens.

    Sorry lief kind, namens alle volwassenen, die jou niet geloofden, niet vertrouwden, niet begrepen of je standjes gaven. Je was anders dan de rest, je paste niet in het keurslijf van de meute, dus propte men net zo lang aan je tot je er in paste, alhoewel dat was alsof je een vierkant in een cirkel propt; het kan er wel in, maar het past nog steeds niet.

    Je deed alles andersom, ondersteboven, vroeger of later; maar dat maakte het allemaal nog steeds niet verkeerd.

    P.S.: Wat was het fijn hè, die ene leraar die niet op je foeterde als je uit het raam keek, maar jou juist een “creatief kind” noemde.
    Of die leerkracht die jouw talent zag en je stimuleerde om er meer mee te doen. Die mensen die wél zagen wat je kon, en je op jouw manier lieten leren. Waren er daar maar meer van geweest.

    Liefs,

    Chrisje

    img_1109-1

    Vind mij maar niet meer aardig

    Mensen willen over het algemeen graag aardig gevonden worden. Dat hoort ook wel bij onze natuur: we horen graag bij een groep. Dus doen we ook wel eens consessies. Niks mis mee!

    Toch is aardig gevonden willen worden ook een gevaarlijk iets, als je er niet zorgvuldig mee omgaat.

    Ik heb in mijn leven talloze dingen gedaan tegen mijn zin in, om aardig gevonden te worden.

    Ja gezegd terwijl ik iets niet wilde doen, bijvoorbeeld. Bij kleine dingen is dat niet zo erg, maar bij grote dingen kan het van levensgrote invloed zijn.

    Moeten we immers echt door iedereen aardig gevonden willen worden? Waarom?

    Vinden wij zelf ook iedereen aardig dan?

    Sommige mensen hoeven mij niet meer aardig te vinden. Dat heb ik onlangs besloten en ik ben nog volop aan het oefenen.

    Soms komt juist hetgeen je zegt dat niet aardig is wel beter aan bij de ander. Hard op de inhoud, zacht op de mens, zei een inspirerende collega ooit. Je mag best je mening geven, ook al is die anders.

    Als je bang blijft om te zeggen wat je wilt, vindt of nodig hebt uit angst dat anderen je dan niet meer aardig vinden, ga je in verkrampte toestand leven. Ik kan het weten.

    Oh, en trouwens: mensen die je niet meer aardig vinden omdat je een mening hebt, daar kun je sowieso maar beter bij weg blijven.

    Ik schreef deze blog op doktersadvies

    Als je dit leest is de kans groot dat je me kent van mijn Facebook pagina of website Chrisje, waarop ik meestal grappige (hoop ik dan) quotes en blogs schrijf.

    Ik schrijf al van kinds af aan, omdat ik het een gemakkelijke en veilige manier vond om mijn gevoelens te uiten, en later ook te delen. Al snel kwam ik er achter hoe fijn het is om mensen aan het lachen te maken met mijn schrijven. Dat vond ik zelfs zo fijn dat ik er meer mee ging doen: zo ontstond de Facebook pagina en de website. Het lijkt op mijn pagina en website misschien alsof ik één en al plezier ben, door wat ik publiceer. Het thema achter veel van wat ik schrijf is dat lachen gezond is en jezelf eens grondig uitlachen nog gezonder.

    Maar in realiteit ben ik overspannen.

    Hoe ik me de laatste tijd voel is verre van grappig. Er valt niet veel aan te lachen, als je plotseling niet meer weet hoe je in vredesnaam van A naar B moet komen, terwijl je dat eerder altijd zonder enige moeite kon.

    Toch deel ik dit met je, omdat ik wil laten zien dat niet altijd alles is wat het lijkt, van buiten af.

    Ja, ik schrijf grappige blogs en quotes, ik sta breed lachend op de foto en het lijkt alsof ik het best allemaal voor elkaar heb. Ik héb ook een mooi leven, een prachtig kind, lieve vrienden en familie. Toch ben ik er niet minder overspannen door.

    Er is nog een reden waarom ik al jaren schrijf: ik help graag mensen. Ik neem mensen graag mee in mijn gedachtenwereld omdat ik zelf over dingen nadenk én graag anderen help, al is het maar omdat ze herkennen wat ik voel of denk en zich daardoor minder alleen voelen.

    Daarom dat ik dit – hoe persoonlijk ook – deel. Want ook dit hoort bij mij. En al kan ik nog zo lachen en grapjes maken en lollig doen, ook ik ben dus een mens met gevoel en ook ik kan overspannen raken.

    Ik schaam me er bewust niet voor om dit te zeggen, omdat er al te veel taboe heerst over psychische klachten.

    Mijn huisarts vroeg mij een paar weken geleden – toen ik huilend tegenover hem zat – wat mij ontspanning brengt. “Wandelen met mijn hond… en schrijven.” waren de eerste twee dingen die ik noemde.

    “Dan doe dat, als het je lukt.” zei de huisarts.

    Bij deze.

    Stiller nieuwjaar ❤️

    Voor 2018 wens ik jou wat ik mezelf ook wens: Een jaar dat rust brengt, overzicht en duidelijkheid om keuzes te maken.

    Ik wens je een jaar waarin social wint van media, waarin echte gesprekken winnen van tags en likes.

    Een jaar waarin kinderen meer buiten spelen dan dat ze op hun tablet blind zitten worden.

    Een jaar waarin groenten winnen van smaakstoffen, waardering wint van kritiek en rust wint van lawaai.

    Een jaar waarin ruzies worden uitgepraat aan tafel, in plaats van opgeblazen via whatsapp.

    Een jaar waarin het bos wint van de binnenspeeltuin en weerstand van antibiotica.

    Een jaar waarin seks hebben en liefde bedrijven wint van porno, second love en sexting.

    Een jaar waarin de deurbel wint van de whatsapp melding op je telefoon en waarin bellen wint van appen.

    Een jaar waarin met je collega gaat praten wint van mailen.

    Een jaar waarin samen koken wint van thuisbezorgd en waarin aan de eettafel eten wint van dineren voor de televisie.

    Ja, ik wens je een jaar waarin langzaam wint van snel, lachen wint van zeuren, liefde wint van ego.

    Een jaar waarin rouwen om verlies wint van wegstoppen en doorgaan.

    We denken al zo veel, dat we geen tijd meer hebben om te voelen.

    Dus ik wens je een jaar waarin even stilstaan en voelen wint van jakkeren en jagen.

    Een stiller jaar dus, waarin je tijd en rust kunt nemen om te onderzoeken wat je echt nodig hebt en wat je wilt, want met alle hulpmiddelen en hectiek van nu zijn we vooral dat laatste kwijt geraakt.

    Yogastress

    Ik ging ooit eens op yoga. Heerlijk, even ontspannen. Hoe moeilijk kon het zijn? Toch?

    Vrolijk liep ik het lokaal in en snoof ik de wierooklucht op. Ahhh, ik voel me acuut zen worden.

    Ik pakte een matje, legde mijn handdoek er op en ging in kleermakerszit zitten. “Namasté.” zei de yoga juf. Ik keek om me heen wie zijn hand op zou steken, maar het bleek iemand te zijn die deze les niet gekomen was.

    Namasté had gewoon ook moeten komen, dacht ik, want ik ben nu al ontspannen, en ik sloot mijn ogen weer.

    De yogajuf zette een muziekje aan. Ik hoorde een dolfijnengeboorte, denk ik. En een walvis. Oeh, walvissen! Dat doet me aan vorige zomer denken, toen ik door die forse golf aanspoelde op het strand. Grappig was dat.

    “Alle gedachten mogen er zijn,” zei de yogajuf. “Laat ze komen, bekijk ze even, en laat ze weer gaan.”

    Wat heerlijk zeg, normaal laat ik gedachten alleen komen, en pieker ik er drie maanden over.

    “Laat jezelf helemaal ontspannen, adem vanuit je buik. Wsshhhhhh…”

    Dit is fijn zeg. Wsssshhh. Oh, dit doet me denken aan mijn bevalling. Toen moest ik ook zo ademen. Nu we het toch over ademen hebben: mijn buurvrouw lijkt daar weinig aan te doen. Sterker nog, ik hoor haar helemaal niet meer.

    Voorzichtig doe ik één oog open en kijk naast me. Mijn buurvrouw ligt plat op haar rug en verroert zich niet.

    Oh lieve help, zou ze niet meer ademen? Ze ademt echt niet meer! Wsshhhh! Ik laat elke gedachte komen, en gaan.

    Komen, en gaan.

    In tegenstelling tot haar ademhaling! Die komt niet meer. Heb ik weer natuurlijk! Zou de yogajuf het doorhebben?

    Ik open mijn andere oog en kijk naar de yogajuf. Die zit volledig in trance met haar ogen dicht te chillen.

    Zij wel. Hier ligt gewoon iemand die besloten heeft te stoppen met ademen, zou zij dit niet in de gaten moeten houden?

    Maar als ik nu iets er van ga zeggen, dan verbreek ik ieders eh, derde chakra, of zonnevlecht. Wat als ze gewoon iemand is die genoeg heeft aan drie ademhalingen per dag? Bestaat zo iemand? Zou dat kunnen?

    Nee, ontspan. Hou je kop, en ontspan, verdomme! Gewoon niet concentreren op haar, maar op jezelf, Chrisje. Focussss. Wssshhhhhh. Wssshhhhhh…. oh, dit gaat best aardig. Kijk mij eens ontspannen!

    Jemig, zo ontspannen ben ik zelden geweest. Dit is uniek. Hier moet ik eigenlijk eens selfie van maken.. Oh nee. Wsssshh… wsshhhhh… wsshhhhhhalleluja mens, ádem! Laat je horen!

    Ik kijk weer naast me. Nog steeds ligt de vrouw er verdacht roerloos bij.

    Dit kan toch niet menselijk mogelijk zijn, zo lang in één houding liggen? Wat als er echt iets mis met haar is? Wat als ze echt niet meer ademt? Wat als ik het nu gewoon heel zachtjes ga zeggen tegen de yogajuf? Dan verstoor ik de wsssshhh van de rest tenminste niet.

    Ik besluit soepel en geruisloos op te staan, en begin als een ninja op mijn tenen de tocht richting de yogajuf. Ik kijk om me heen en zie dat iedereen nog in diepe rust verkeert.

    Zie je, ik kan dit heel subtiel. Ik kan dit – ik ben volkomen zen, ik voel mijn zonnevlecht bijna wapperen in de wind- waar blijft mijn voet nu achter steken? Waarom lig ik op de grond? En wat was in vredesnaam dat hels kabaal?

    Vanaf de grond zie ik opeens allemaal geschrokken gezichten boven me. “Een een twee!” roep ik nog hard, net voordat ik registreer dat de ademloze vrouw me ook geschrokken bestudeert van boven af. “Zij ademde al een uur niet meer..” prevelde ik nog, maar mijn wijsvinger stond wat onnatuurlijk er bij, dus ik wees maar niet.

    Ik sloot de deur van de yoga zaal zachtjes achter me.

    Ja, het beviel best goed, voor een eerste keer. Morgen even de verzekeringsmaatschappij bellen om te kijken of ze ook stereo-installaties van yogajuffen vergoeden. En een free Willy CD.

    Ik ben in elk geval toch wel ontspannen.

    Wsshhh… ik ga dit thuis ook doen, mediteren. En zodra ik weer mag terugkomen van de yogajuf, ga ik zeker weer.

    Schaamtevol

    Ik besloot ooit eens – vlak na kerst en nieuwjaar – om mijn papieren sportabonnement weer eens in de praktijk uit te gaan voeren. Ik ga van stille donateur naar actieve sportieveling! besloot ik, dus wurmde ik mezelf vrolijk in een sportbroek uit betere tijden en besloot ter plekke dat ik ook best zonder te ademen moest kunnen sporten.

    “Hallo allemaal!” zei ik amicaal, terwijl ik de sportschool binnen wandelde, “..daar ben ik weer hoor, alles goed?” Ik knikte naar de receptioniste van de sportschool, die een wenkbrauw op trok, want geen flauw idee wie ik was, omdat in 2015 nog een hele andere receptioniste in de sportschool werkte. Een high five geven wilde ze ook al niet. Dat vond ik wel flauw, maar ik liet me hierdoor natuurlijk niet uit het veld slaan. Ook niet door het poortje dat opeens niet meer open ging, waardoor ik een vaginale kneuzing opliep omdat ik dacht dat ik soepel door zou kunnen lopen. Ik hapte even naar adem, en liep toen vrolijk met mijn pasje terug naar de receptioniste. “Het pasje doet het niet.” Ik overhandigde haar het pasje. “Oh, dat is nog een oude.” zei de receptioniste. Ze gaf me een nieuw pasje. Een glimmend en sterker exemplaar: passend bij hoe ik er vast over drie weken (of liefst morgen) al uit zou zien, dacht ik content.

    Vrolijk hupste ik met mijn nieuwe pasje, mijn te strakke sportbroek en mijn oude handdoek naar de kleedkamers, om mijn tas op te bergen. Ik had haast om te beginnen, dus rende ik best hard de kleedkamers binnen. Wat is het hier warm zeg, en waarom is iedereen eigenlijk bezweet en naakt? De kleedkamers bleken een sauna te zijn geworden. En de mensen die daar in zaten hadden een lijf waarvan ik prompt verdrietig werd. “Sorry, verkeerd verbonden!” lachte ik, maar ze lachten niet terug. Flauw. Ik kreeg het er maar warm van, dus liep ik snel terug de grote fitness ruimte in, op zoek naar het kleedlokaal.

    Hoe moeilijk kan het zijn om een kleedlokaal te vinden? Niet moeilijk toch? Moedig bleef ik rond lopen, en zelfs toen ik een soort stenen bowlingbal op volle kracht tegen mijn scheenbeen kreeg omdat ik toevallig even de andere kant op keek en iemand me blijkbaar for no reason dood wou hebben, bleef ik vrolijk doch mankend verder zoeken naar het kleedlokaal.

    Ik weet niet meer precies of het gebeurde vóór of nadat iemand me behulpzaam aansprak met “Als u de diëtiste zoekt, die zit boven!”, maar opeens voelde ik me weer als de brugpieper op de eerste dag van de middelbare school: Klamme handjes, molliger dan de rest, precies de verkeerde kleding en een veel te zware tas, waarvan ik nog steeds niet wist waar ik die moest laten.

    Ik was al wat vermoeid geraakt van het rondlopen door die sportschool, en mijn scheenbeen begon te roepen om amputatie, toen ik een milde, allerverwoestende paniekaanval voelde opkomen. Ik liet ik mezelf dus maar even op de grond zakken met mijn rug tegen de waterautomaat, in elk geval totdat de sterretjes zouden verdwijnen.

    “Mevrouw?”

    Wel ja, noem me ook nog mevrouw, dacht ik, dat kan er ook nog wel bij. Het klonk ver weg, maar ze stond dichtbij, want ik zag haar roze hippe sportschoentjes, maat 35 of zo.

    “Ja?”

    “Gaat het een beetje?”

    “Ja hoor. Ik moet alleen even bijkomen.”

    “Oh, heeft u te intensief gesport? Of te weinig eiwitten gehad soms?”

    Nou, ik weet niet waar zij het over had, want ik had al heel lang geen broodje ei meer gehad. En ik doe het prima zonder. Alhoewel het nu wel zou smaken, met wat mayonaise er op.

    “Ik eh, ik werd een beetje overweldigd..”

    Ik keek omhoog. Het meisje keek me wat bevreemd aan. De sterretjes dansten drukker en drukker voor mijn ogen. Waarom stond ze niet gewoon even stil?

    “Ik heb al lang niet meer gesport.”

    “Ja, dan is het even wennen hè? Om weer te beginnen.”

    “Ja, ik moet alleen even op adem komen…”

    Ik hoorde haar nog iets antwoorden, maar ze klonk steeds verder weg. Ik dacht nog dat ze geen zin meer had in het gesprek en gewoon weg begon te lopen tijdens het praten zodat ik niet zou merken dat ze zich langzaam terug trok, wat ik zou begrijpen.

    Maar toen ik een keer met mijn ogen geknipperd had, was ik opeens ergens anders.

    “Waar ben ik?”

    “U bent in de personeelskantine van de sportschool. U bent flauwgevallen, waarschijnlijk van te intensief sporten. We geven u even een banaan om weer op krachten te komen.”

    Hm, dat smaakt wel, een banaan. Ik nam een paar happen en terwijl ik hap drie doorslikte besefte ik dat ik zojuist was flauwgevallen van NIET sporten. De schaamte kwam omhoog terwijl de banaan door mijn keel omlaag wilde: ze maakten even ruzie met elkaar, waardoor ik uiteraard ook nog bijna stikte.

    “Ik eh, ik zal maar eens gaan.” zei ik, nadat een veel te jonge fitness instructeur me heel ongemakkelijk weer tot leven had gebracht met de heimlichmanoeuvre.

    Terwijl ik weg liep, liet ik heel terloops mijn blinkende pasje in een prullenbak glijden, samen met mijn bananenschil, terwijl ik bedacht hoe hard ze zouden lachen als ze op camerabeelden zouden gaan terug kijken waar ik dan precies van was flauwgevallen, om er achter te komen dat het van helemaal niks doen was.

    De frisse lucht was zalig toen ik buiten kwam. De schuifdeuren van de sportschool schoven definitief achter me dicht. De receptioniste had nog gezegd dat er op dinsdagavond een gymnastiekles was die gecombineerd werd met voedingsadvies, en ik heb haar daar verbaal heel vriendelijk voor bedankt en mentaal drie keer met haar kop op de balie geramd.

    Ik wandelde naar mijn auto, mijn sportbroek was inmiddels één geworden met mijn vlees. Terwijl ik er naar toe wandelde, hoorde ik om me heen vogeltjes fluiten, ademde ik diep de frisse lucht in en voelde ik me opeens een stuk beter. Ja, wandelen, dat is veel beter, dacht ik. Dat ga ik doen.

    Waarom je beter een hond kunt hebben dan een man

    Eigenlijk kun je beter een hond hebben dan een man. Huh? Hoor ik je denken. Maar wacht. Ik heb daar meerdere redenen voor.

    Trouw en loyaal

    Een hond is altijd blij om je te zien. Hij wacht trouw op je, gaat niet terwijl jij werken bent stiekem achter loopse teefjes aan. Als hij dat al doet, doet hij het waar jij bij bent, aan de riem, zodat je hem ter plekke kunt corrigeren.

    Geen telefoon

    Ook heeft een hond geen telefoon, waarmee hij stiekem andere baasjes gaat zoeken, terwijl hij naast je op de bank ligt. Nee, een hond ligt gewoon naast je en slaapt.

    Geen aanstel

    Als een hond pijn heeft, zal hij dat niet snel laten merken. En als hij dat wel doet en hij doet zielig, dan is hij ook echt zielig. Dan moet je hem verzorgen omdat hij pijn heeft en niet alleen maar omdat hij heel zielig doet voor de aandacht.

    Dankbaar voor eten

    Als je een hond zijn eten geeft, is hij altijd dankbaar en blij. Hij kwispelt en rent er enthousiast op af. Hij legt zijn telefoon niet naast de voerbak. Nee, hij geniet van wat jij hem gegeven hebt.

    Dankbaar voor activiteiten

    Als je met je hond gaat wandelen of iets leuks gaat doen, dan wordt hij ontzettend blij en enthousiast. Hij vindt het ook leuk om met andere honden te spelen, maar jij mag er altijd bij zijn van hem. Hij zeurt niet na een uur wandelen of we al naar huis kunnen. Jij gooit een stok en hij brengt hem netjes terug. Simpel, gezellig en leuk.

    Duidelijke communicatie

    Oh ja. Nog zoiets: aandacht. Als een hond je aandacht wil, dan komt hij die gewoon aan je vragen. Hij legt een bal op je voet, springt op je schoot of blaft. Heerlijk duidelijk: baas, ik wil aandacht, nu graag. Hij gaat niet ongeïnteresseerd tegen jou doen maar dan wel op het grasveld de pias uithangen. Wat hij buiten doet, doet ie ook binnen. Maar het meest nog bij jou, want jij bent zijn baasje en die vindt hij nou eenmaal het leukst.

    Als een hond boos wordt, gromt hij meestal een tijdje voordat hij bijt. Hiermee waarschuwt hij je, dat je iets doet wat hij niet fijn vindt. Hij geeft duidelijk zijn grens aan en doet dat op het moment zelf.

    Ook zal hij jou nooit bijten omdat een andere hond hem overdag op het werk heeft geïrriteerd. Degene die hem irriteert, daar wordt naar gegromd.

    Ja, doe mij maar een hond. Je kan er dan wel verder romantisch gezien helemaal niks mee, maar gezien mijn geaardheid is dat ook helemaal niet nodig, en laten we eerlijk zijn: de meeste relaties eindigen uiteindelijk in hooguit wat geknuffel op de dinsdagavond.

    Ja, ik raad het iedereen aan, een hond als levensgezel. Ze worden dan niet zo oud, maar toch kun je vaak meer jaren op hun liefde rekenen dan bij de menselijke variant.

    Ik zie ik zie wat jij niet ziet: over Hoogsensitieve mensen

    Je kent het spelletje van vroeger wel: ik zie ik zie wat jij niet ziet. En het is…… blauw! Hoogsensitieve mensen (ook wel HSP’ers genoemd, omdat mensen lange woorden combinaties nu eenmaal graag afkorten) nemen gedetailleerder waar. Ze pikken details op die anderen met het blote oog niet zo snel zien. Deze details komen zonder filter binnen.

    Een op de vier mensen is hoogsensitief. Er bestaan veel andere namen voor, maar het komt op hetzelfde neer: deze mensen zien wat anderen vaak niet zien.

    En met zien bedoel ik niet altijd het soort zien dat je visueel doet: het is meer waarnemen: soms voel je het letterlijk in je lijf, soms proef je het, soms weet je het gewoon met elke vezel in je lichaam. Bijvoorbeeld: Iemand komt in je buurt en je weet acuut dat het niet goed gaat met diegene. Je weet bij andere mensen vaak ook al wat er aan scheelt, zelfs (lang) voordat diegene zelf er achter komt. Dit kan voor de hoogsensitieve persoon zelf heel naar zijn, maar ook voor de mensen er om heen. Want vaak zijn mensen er nog (lang) niet aan toe om te ontdekken wat jij in twee seconden al aanvoelde toen je hen zag.

    Veel mensen weten van zichzelf niet eens dat ze hoogsensitief zijn, of weten het wel maar hebben nog niet geleerd hun grenzen te bewaken. Omdat je als je hoogsensitief bent zo gemakkelijk de energie (ook negatieve!) van anderen oppikt, kan dit veel stress veroorzaken.  Het is dan ook – zeker voor hoogsensitieve mensen – heel belangrijk om te leren hoe je omgaat met al die informatie die bij je binnenkomt – en wat je er aan kunt doen om het niet allemaal bij je binnen te laten komen.

    Ben jij zelf hoogsensitief? Hoe heb jij geleerd hier mee om te gaan, of ben je nog zoekende? Ik ben heel benieuwd naar jullie reacties!

    Help SOS wij hebben een terreurkitten

    Ik liep de gang in en ontdekte dat ons kleine terreurkitten Mimi met hele belangrijke zaken bezig was: Het eeuwenoude traditionele spel van Kat en nepMuis. nepMuis is, tja, nep, maar dat vindt Mimi helemaal niet zo erg. Ze speelt er immers mee alsof hij echter dan echt is.

    Als Mimi met nepMuis speelt, dan haalt het hele huishouden even opgelucht adem. Haar spelletjes met hem geven ons zeg maar wat ruimte en lucht, want sinds ze bij ons woont is de sfeer in huis wat veranderd.

    Ook speelt ze goddank nog haar dagelijkse spelletje OHMYGODIKHEBEENSTAART. Dat is een van haar minder gevaarlijke spelletjes, voor ons dan. Of het spelletje “sjoelen met de brokken van de hond”. Dan pakt ze brutaal een brokje uit de voerbak van de hond, die op zijn aller simpelst er naast staat te kijken want hij heeft last van zijn eigen trauma genaamd OHMYGODDEKATHEEFTNAGELSDIEMIJNNEUSPIJNDOEN. Die weet inmiddels wel beter dan dat hij ons terreurkitten gaat tegenhouden.

    Zij is de baas en dat weet hij. Zij weet dat ook. Ook Kind weet inmiddels dat ons huiskitten de baas is, want die loopt “écht niet meer” op blote voeten rond, sinds haar tenen plots bruut werden aangevallen van onder de bank tijdens een kittenterreur ambush.

    Ja, als ik er zo over nadenk heeft Mimi eigenlijk wel het hele huishouden een beetje onder controle. We gaan nog net niet te gebukt onder de angst, maar je voelt het zoals gezegd wel een beetje in huis hangen.

    Niemand weet wanneer de volgende weer aan de beurt is, dat maakt het nog het akeligst eigenlijk. Wie zal het zijn? Zal het de hond zijn, wiens neus een veeg met nagels krijgt? Zal het de kerstboom zijn? Zal het een onaangekondigde beklimming zijn van mijn been, waarbij haar vlijmscherpe nageltjes zich door mijn jeans haken? Zal het de hand van Kind zijn, of een ritssluiting? Je weet het nooit, wie de volgende is.

    Je ziet het ook eigenlijk al hè, aan haar onverschrokken blik. Als je die al te zien krijgt, want vaak verblijft ze in haar schuilplaats, van waar uit aanvallen worden gepland.

    Wij liggen er soms wakker van.

    Het leek zo leuk, een kitten. Maar eh, ja, nou, wij vinden het vooral spannend.

    De hond is ook vaker verdrietig, want zelfs zijn speeltjes zijn niet meer helemaal van hem. Soms wil zij er mee spelen, gewoon, zodat hij lijdzaam moet toekijken.

    Als ze moe is van het terroriseren van het huishouden, dan kunnen we allemaal ontspannen. Dan kruipt ze op schoot en knort ze alles bij elkaar. Dan wil ze aaitjes. Die geven we haar dan ook, uiteraard, want tja, we willen haar met zijn allen immers vooral niet boos maken.

    Stop met onnodig sorry zeggen!

    Ik kwam op Twitter een te herkenbare tweet tegen. Iemand bekende dat ze sorry had gezegd tegen een verkoopster omdat ze kleding had gepast, maar toch niet ging kopen. Oh, oh, oh! Wat is dát the story of my life. Ik zeg veel te vaak en veel te onnodig sorry. Ik ben de Koningin van de Sorry!

    Ik zeg sorry als iemand veel te dicht bij gaat staan als ik moet pinnen. “Sorry, maar kunt u even iets afstand nemen?”

    Ik zeg zelfs sorry als iemand me asociaal omver ramt tijdens het spitsuur in de winkel. Zelfs als ik zie dat ze het bewust doen! En daarna ben ik kwaad op mezelf omdat ik sorry zei, terwijl die aso gewoon met z’n neus in de lucht door loopt.

    Waarom zeg ik in vredesnaam sorry voor dingen die ik helemaal niet verkeerd heb gedaan? Het frustreert me. Ik wil het niet meer. Mensen wijzen me er ook wel eens op, dat ik niet zo vaak sorry hoef te zeggen. Dan zeg ik meestal sorry daarvoor.

    In een serie hoorde ik eens de spreuk “Je hebt twee soorten mensen in de wereld: Er zijn de mensen die sorry zeggen als je per ongeluk tegen elkaar aan knalt, en je hebt mensen die direct beginnen te schelden.”

    Zou dit waar zijn?

    Als dit waar is, dan wil ik een derde soort mensen creëren. Het soort dat bij onbedoelde botsing niet meteen sorry zegt of scheldt, maar gewoon “oeps” zegt. Want als beiden partijen geen blaam treft, hoeft geen van beiden sorry te zeggen of te schelden.

    Ja! Dat is het! Ik begin vanaf vandaag mijn eigen soort: de oeps-soort. Generatie Oeps. Zonder ruzie te maken met alles en iedereen, maar ook zonder constant te verontschuldigen voor dingen die onze schuld niet zijn.

    Een laatste sorry wil ik wel nog zeggen: tegen mezelf, voor de ontelbare keren dat ik sorry zei tegen al die mensen die gewoon asociaal en gemeen tegen me waren.

    Mensen die me omver maaiden, onnodig bits deden of me gebruikten voor hun eigen plezier, om zich beter over zichzelf te voelen. Ze verdienden mijn sorry helemaal niet. Sorry, ik!

    En nu moet ik verder, mijn eigen soort, generatie Oeps, oprichten. Als je er bij wilt: ik zal aanmeldformulieren maken. Wordt vervolgd!

    Killer Clown Mama? 🤡

    Bliep!

    Een appje. “Help!” zegt het beeldscherm van mijn telefoon. Het is de vriendin die me onlangs de foto van haar ontplofte woonkamer appte.

    Mijn kind kwam naar me toe en zei, heel trots, mama ik heb je getekend!” En kijk wat ze getekend had!

    Bliep! Een afbeelding komt binnen. Ik open de afbeelding en sproei van het lachen mijn thee over het aanrecht.

    Als ik klaar ben met lachen, stuur ik een berichtje terug.

    Spre-kend! Hahaha!”

    Bliep!

    Ik sta geportretteerd als een psycho clown met statisch haar!

    Plotseling herinner ik me het eerste mama-portret dat ik van mijn Kind ontving. Volop glimlachend nam ik nietsvermoedend een tekening in ontvangst, waarop ik zei “wat een mooie lichtgevende aardappel heb je getekend, schat!“.

    Waarop Kind zei “Nee, niet aardappel, máma!

    Mijn kind had me getekend als een neon kleurige, vormeloze aardappel.

    Geen nood!” bliepte ik terug. “De portretten gaan steeds meer vorm en gelijkenis krijgen, hou vol.

    Maar lijk ik dus niet echt op een statische killer clown?

    Nee!” bliepte ik terug, gevolgd door een aantal voorbeeld portretten die ik sinds de neonkleurige aardappel had gekregen.

    Zie! Er is hoop! Ik ging van neonkleurige aardappel naar half-giraf half-mens!” bliepte ik bemoedigend verder.

    Oké, dan verlies ik nog even geen moed.

    Altijd fijn, om je medemoeders gerust te stellen. Ik ben ook wel heel benieuwd naar jullie portretten!

    Wat je beter niet kunt zeggen tegen single mensen 🤣

    Van sommige opmerkingen wil je als single persoon echt spontaan gaan bungeejumpen, maar dan zonder bungee, ook al zijn ze nog zo lief en goed bedoeld. Wil je weten welke dingen? Lees hieronder de dooddoeners en de mogelijke antwoorden, en bespaar jezelf en je single vrienden ongemakkelijke momenten!

    Er zijn nog zoveel visjes in de zee!

    Dat weet ik, maar ik val niet zo op tonijn. Of zalm. Bovendien ga je er vanzelfsprekend vanuit dat ik alleen zijn niet ook prima vind. Heb ik dat gezegd?

    Volgend jaar wordt vast jouw jaar!

    Dit jaar was ook best wel mijn jaar hoor. Ik heb van alles bereikt en beleefd. Of, wacht, tellen de jaren die je als single leeft niet mee? WAAROM heeft niemand me dit gezegd? Wacht, dan pas ik snel even ten gunste mijn leeftijd aan, dan haal ik nog iets positiefs aan je opmerking!

    Je komt jouw wederhelft vast snel tegen hoor. Op ieder potje past een dekseltje!

    Natuurlijk. Hoe goed past jouw dekseltje eigenlijk? (Wacht op de meestal ongemakkelijke stilte!)

    Ben je nog stééds alleen?

    Ben jij nog steeds bemoeizuchtig en kortzichtig?

    Niet alle singles zijn hulpeloos, wanhopig en zielig. Sommigen genieten er zelfs best wel van om alleen te zijn. Dus voordat je een dooddoener het gesprek in torpedeert: Check even of de single het wel erg vindt!

    DELEN HELPT VELEN!

    80% minder appen en mailen: je lost veel op!

    Ga eens na bij jezelf: hoe vaak kom je in een conflict terecht door geschreven gespreksvormen zoals Whatsapp en e-mail, en hoe vaak gebeurt dat via een live gesprek (tijdens een telefoongesprek of persoonlijke ontmoeting)?

    Hoe handig de moderne technologieën ook zijn en hoe efficiënt en kostenbesparend ze ook lijken, e-mails en whatsapp worden helaas ook steeds vaker gebruikt als een middel om je achter te verschuilen.

    Ik durf het niet zo goed live te zeggen, dus app ik het maar. Dat is vaak de reden achter dit gedrag. Conflict vermijding is dan vaak onbewust de bedoeling, maar de methode werkt vaak averechts.

    Ik heb dat zelf ook geleerd uit eigen ervaring: Als ik iets moeilijk vind om “live” te zeggen, mail of app ik het. Dat is niet goed. Het is menselijk, en ook wel begrijpelijk, maar niet goed. Want als je het niet rechtstreeks zou durven zeggen, waarom dan wel via een tekstbericht?

    Bij een tekstbericht dat binnenkomt zie je geen gezicht. Je hoort geen intonatie. Je hoort geen humor. Je kunt niet direct reageren. Een tekstbericht – in welke vorm dan ook – komt vaak hard en onpersoonlijk binnen; harder dan de afzender eigenlijk bedoelt.

    Maar ook in positieve zin krijg je veel meer voor elkaar door live contact. Als je op je werk iets wil regelen en je stuurt een e-mail, kan het makkelijk een week duren eer je collega jouw verzoek leest. En dan is er ook nog de vraag of hij er iets mee doet. Zoek je hem op, of bel je, dan heb je direct een menselijker contact. Dan maak je het persoonlijk, hoor je elkaars stem, kun je een leuk ongepast grapje maken over, of vragen hoe het gaat met – ik noem maar wat – zijn vrouw. Doe je dat via mail, nou, dan komt dat heel anders over.

    We verschuilen ons met zijn allen letterlijk achter ons scherm. Of dat nu een telefoonscherm is of een pc scherm. Verschuilen is nooit goed. En natuurlijk is het soms noodzakelijk. Maar voor de relatie die je met mensen onderhoudt, is het altijd beter om menselijk contact te verkiezen boven techniek.

    Maar het is ook een gewoonte. En we hebben het ook zo druk!

    Dat klopt. Maar je kunt je wel aanwennen om jezelf bij contact momenten af te vragen:

    – kan ik naar hem of haar toe gaan?

    – zo niet, kan ik hem of haar dan bellen?

    – als je echt niet anders kunt dan een tekstbericht via telefoon sturen, is een spraakbericht nog altijd een beter alternatief. De ander kan dan misschien niet meteen reageren, maar hoort wel je stem.

    Deze vragen probeer ik mezelf te stellen de laatste tijd, en de resultaten hiervan zijn ongelofelijk. Ik heb betere contacten, zowel zakelijk als privé. Ik krijg meer dingen geregeld en door het menselijk contact heb ik meer plezier. Ik zet me over mijn angst voor conflicten heen en verschuil me niet meer achter mijn scherm. Maar daardoor word ik voor anderen ook letterlijk zichtbaar; mijn persoon, mijn kwaliteiten en mijn humor. Dat helpt vervolgens als je weer eens iets moet afhandelen samen.

    Een heleboel misverstanden ontstaan simpelweg door geschreven tekst. Dingen die je schrijft kunnen verkeerd worden geïnterpreteerd. Dat kan ook gebeuren in een live gesprek, maar dan kun je dat zien gebeuren bij de ander en ingrijpen, uitleg geven of context.

    Helemaal zonder de techniek leven is waarschijnlijk onmogelijk. Maar dat de techniek bestaat, wil niet zeggen dat we deze altijd moeten gebruiken. Dat is als een brief schrijven aan je buurvrouw: het kan, maar het is beter, sneller en handiger om er gewoon naar toe te lopen.

    Ik ben hier zo van overtuigd dat ik het jullie liefst allemaal persoonlijk zou vertellen!

    Maar aangezien dat niet kan, hieronder een filmpje dat het heel treffend weergeeft:

    https://youtu.be/XZtD4p5p7ec

    Ontplofte kinderkamer 

    Mijn telefoon roept dat ik een whatsapp heb. Ik open het scherm.

    “Zeg!!”

    Het is vriendin Kim die aan de andere kant van het land woont. 

    “Zeg het eens?”

    “Had je me niet even kunnen waarschuwen?”

    Ik vraag me snel af waarvoor: dat het woensdag is? Dat de wintertijd in is gegaan? Dat Trump niet aan de macht had moeten komen?

    “Eh, waarvoor?” antwoord ik voorzichtig. 

    “Nou, jouw kind is vier jaar ouder dan mijn kind. En ik wist dus niet dat dit zou gebeuren als kinderen alleen boven spelen!”

    Prompt volgde er een foto:


    “Aha, je hebt ze alleen boven laten spelen!” stuur ik terug, nadat ik een beetje tot bedaren ben gekomen van het lachen.

    “Ja! Ik dacht ik kan wel even buurten met die moeder beneden!”

    Oh, die onschuld. 

    “En kijk!” 


    “En er ligt een halve zandbak in het bed van onder hun schoenen! FML!”

    “Oké, listen up.” stuurde ik terug. “Drie basis regels bij speel afspraakjes: 1. Schoenen uit beneden aan de trap, 2. Kwartier voor einde speeltijd samen opruimen en 3. Kostbare spullen vooraf weg zetten.” 

    “Oké, Thanks. Maar eh, kun je geen handboek maken ter voorkoming van toekomstige rampen?”

    “Dat zou ik kunnen doen, maar dit is toch veel leuker?” 

    Ze heeft me daarna niet meer terug geappt. Vast omdat ze bezig is met opruimen. 

    De waarheid over moeder zijn 👩‍👧👩‍👦

    Het moederschap is natuurlijk een en al glorie, liefde en halleluja momenten. Een onuitputtelijke bron van prachtige liefdevolle en waardevolle momenten waarop je als moeder nog jaren kunt teren. Absoluut. 

    Behalve soms. Soms sta je gewoon heel even, ietwat hallucinerend over een film genaamd Thelma and Louise, met een trekkend oog te wachten tot de tijd van de dag komt die de poorten opent naar Netflix: Bedtijd.

    Een beetje zoals je tijdens de bevalling tussen de weeën door ligt bij te komen, wetend dat er zometeen weer een pijn scheut komt waar je van gaat jammeren om genade. 

    Soms heb je van die dagen dat niks goed loopt, niks goed gaat, alles aanbrandt inclusief jij zelf. Dat je kind een en al verwijt lijkt richting jou, want jij wou niet even een klei kasteel maken, terwijl jij ondertussen je uiterste best deed om allerlei dingen te regelen tussendoor, die ook belangrijk waren. Zoals helpen met huiswerk en voeding. 

    De ene “wee” na de andere wordt op je afgevuurd; je probeert alle ballen (verantwoordelijkheden) in de lucht te houden terwijl je het gevoel hebt het allemaal eigenlijk voor niks te doen, want niemand (NIEMAND!)  ziet immers in hoe veel moeite je doet. Gedwee en lichtelijk apathisch ga je maar mee op de golven van de dag, tolereer je de drama en probeer je de moeilijkste momenten weg te puffen. 

    Maar net als bij die bevalling komt er ook een einde aan die dag. Bedtijd is gearriveerd. Netflix roept vanuit de woonkamer: kom maar! Ik wil je! Ik verlos je! Ik ben je ontsnapping!

    Uitgeput en leeg en moe en met een trekkend oog en hunkerend naar televisie en bank en dekentje, breng je je kind naar bed. We hebben de dag overleefd, denk je. Wat een bevalling. En dan kijkt je kind opeens naar je, met die lieve oogjes, en krijg je een opmerking zoals “jij kan echt goed dingen maken hè mama.” Of “ik vond het leukste vandaag toen we gingen koken samen”. Of “ik vond het zo grappig toen je per ongeluk viel.”.

    En dan zie je je kind weer, zoals net na de bevalling. Warm, lief, en nog zo heerlijk zonder flauw benul van volwassen problemen of verantwoordelijkheden. 

    Dus knuffel je Het Kind, en dan nog eens, gewoon omdat het kan. En omdat je van Het Kind en De Knuffels van Het Kind meer houdt dan van Netflix. Netflix wacht maar even.

    #metoo: het abnormale normaal: ik grijp mannen ook niet bij hun kruis?


    “Ik kan toch helemaal geen blog schrijven over de #metoo beweging,” zei ik tegen mijn vriendin. “Ik ben nooit verkracht of aangerand. Alleen wel eens vaker ongewenst betast. Het kroeg werk; je kent het wel, je kont grijpen of je borsten. Of dat ze ongemakkelijk en veel te dichtbij je komen staan.”

    “Maar dat is toch eigenlijk ook al te erg voor woorden, dat we het normaal zijn gaan vinden dat we in de kroeg betast worden of bij onze private parts gegrepen worden?” antwoordde ze. En toen werd het heel stil in mijn auto. Verrek. Dat is inderdaad helemaal niet normaal! 

    Ik heb nog nooit maar dan ook nooit een kerel ongevraagd bij zijn geslachtsdelen gegrepen. Sterker nog, ik moet er niet aan denken. 

    Mijn gedachten gingen verder terug in de tijd. Borsten gegrepen in cafés. Kont geknepen in het langslopen. De jongen die in het café het dames toilet binnen kwam rennen en me zonder aankondiging of toestemming vol op mijn mond kuste en zijn tong in mijn mond stak, omdat hij een weddenschap met zijn vrienden om dat te doen. 

    De collega van tig jaar terug die toen ik mijn haar had geverfd, verlekkerd vroeg of dat het enige haar was dat ik geverfd had. De collega die zijn bed taferelen en overwinningen tot in detail opnoemde terwijl ik aan gaf dat niet te willen weten. 

    Het is eigenlijk wel erg, wat we normaal zijn gaan vinden. Wat we oogluikend toestaan omdat ons verteld werd dat we ons niet moesten aanstellen. 

    Goed voorbeeld voor de jongens en meisjes. Het is oké om een meisje bij haar borsten of kont te grijpen. De grens van het toelaatbare vervaagt. Het verkeerde voorbeeld wordt ongemerkt gegeven. Ik heb me voorgenomen om, wanneer het weer gebeurt, het niet meer af te doen met “ach, dat gebeurt in de kroeg nu eenmaal.” Ik doe het bij anderen ook niet, het heeft met respect en persoonlijke grenzen te maken. En wie me dan een bitch of aansteller vindt als ik van me af bijt, zal me eigenlijk worst wezen. Het vergoelijken en gedogen is juist een van de redenen dat sommige mannen dit denken te kunnen maken. 

    De obstakels van de Sterke Vrouw!

    Je zou denken dat het in deze moderne tijd oké is om een sterke vrouw te zijn. Dat gezegd hebbende, is dat in de praktijk vaak absoluut niet waar. Glazen plafonds, dates die zich bedreigd voelen door je emotionele of financiële onafhankelijkheid, mensen die niet gewend zijn dat een vrouw ook het woord nee in haar vocabulaire kan hebben, et cetera.

    Als je er als vrouw lief en schattig uitziet, maar dat niet bent, raken mensen nog wel eens in de war.
    als je nee zegt

    Als je voor de zoveelste keer moet uitleggen dat je geen man nodig hebt om te overleven in deze wereld, is dat wel eens vermoeiend.als je niet meer kunt

    Als mensen zeggen “lach eens!” of “kijk eens niet zo serieus!” terwijl jij gewoon geconcentreerd bent en je eigen resting bitch face omarmd hebt. als je serieus kijkt

    Als mensen je een bitch noemen, alleen maar omdat je net zo assertief bent als een man, terwijl het bij een man als teken van daadkracht wordt gezien. assertief

    Als je je eigen innerlijke Bazin geaccepteerd hebt. baas vrouw

    Soms is het wel frustrerend, om als sterke onafhankelijke vrouw te leven in een wereld die er van uit gaat dat je dat niet kunt of wilt. being a woman sucks

    Zeker als mensen ook je zwarte humor niet begrijpen en niet snappen dat je met je vriendinnen op stap gaat, NIET om schattig uit te zien of om versierd te worden maar gewoon om ongegeneerd lol te maken met je vriendinnen. crazy

    Als mannen zeggen “goh, jij bent wel mondig hè, voor een blond vrouwtje?”eyeroll

    Als je een SQUAD hebt met gelijkgestemde vriendinnen en je bent er trots op: groep

    Dat je PMS hebt en iemand begrijpt het niet:niet je dag

    Als je je goed genoeg in je vel voelt om je eigen rolmodel te zijn:rolmodel

    Dat mensen er van uit gaan dat jij wel even de koffie maakt of afwast, terwijl niemand dit vraagt aan de mannen in het gezelschap:sarcastisch

    Dat je jezelf weer even moet herinneren aan wie je bent:sterke vrouw

    Als je er schattig uitziet maar wel vloekt als een bootwerker:vloeken mag ook al niet

    Even lachen: Dit is het moederschap in 12 stappen!

    Ja, roze wolken. En ja, het is het waard. Maar in de opsomming hieronder zullen toch veel moeders zich herkennen, hoe dol ze ook zijn op hun eigen persoonlijke vermenigvuldiging(en).

    1. Wanneer andere moeders je vertellen dat hún kind al lang kan lopen, als die van jou nog roerloos op een teen zit te sabbelen, zonder enige ambitie zich voort te bewegen. 

    act like caring

    2. Als je net een baby hebt gekregen en er achter komt dat slaap de komende jaren niet bestaat. 

    annoying

    3. Als je baby al weken krampjes heeft en niet. stopt. met. huilen. 

    breakdown moeder

    4. Als je wanhopig probeert de coole moeder te zijn en daar in faalt.

    coole moeder

    5. Als je alle zicht op je eigen gedrag bent kwijtgeraakt doordat je toch ietsiepietsie veel te veel van je eigen hoop en dromen op je kind hebt geprojecteerd: 

    crazy pageant mom

    6. Als je kinderen al niet meer toe zijn aan dutjes overdag, maar jij er wel nog steeds aan toe bent.

    nap time

    7. Als je nog niet weet dat je een gênante bemoeizuchtige moeder aan het worden bent:

    ongemakkelijkevragen

    8. Als je probeert je kind op te voeden, maar dit niet lukt:

    proberen op te voeden

    9. Als mensen zonder kinderen klagen dat ze moe zijn:

    really eyeroll

    10. Als je moeder gênant doet of gaat huilen van trots in het openbaar, en je ter plekke beseft dat je zelf ook zo aan het worden bent:

    stop met huilen

    11. Als je er achter komt dat je met al je goedbedoelde liefde, aandacht en energie een tot het bot verwend duivelskind hebt gecreëerd: 

    verwend kind

    12. Als je de dag bent doorgekomen met school, sportclubs, gesprekken, huiswerk, zweetgympen, wasmachines, koken en opruimen en iemand vraagt of je een fijne vrije dag had:

    breakdown

     

     

     

    Alleen wonen: Alleen betekent niet altijd eenzaam!

    pexels-photo-154161Alleen wonen. Het klinkt zo treurig, een beetje eenzaam zelfs. Je krijgt misschien spontaan beelden van een zielig hoopje mens dat in de woonkamer ligt te slapen in het schijnsel van de televisie, die op testbeeld staat. Want een mens is toch niet gemaakt om alleen te zijn?

    Nou, dat valt nogal reuze mee, heb ik gemerkt. Sterker nog: Alleen wonen is eigenlijk best wel een aanrader! Ik durf zelfs te zeggen: Iedereen zou het minstens een keer in zijn leven geprobeerd moeten hebben.

    Alleen wonen heeft namelijk best veel voordelen. Je kunt op televisie kijken wat je wilt, muziek draaien die je mooi vindt, je kunt komen en gaan hoe het je uitkomt, je hoeft niet te overleggen of vriendinnen van je op bezoek kunnen komen en je kookt precies waar je zin in hebt.

    In bed is het trouwens ook heerlijk. Je hebt alle ruimte, dus kun je diagonaal en / of ondersteboven in je bed gaan liggen met een zak Dorito’s in de aanslag en een jankfilm op de buis, zonder dat iemand daar ook maar iets van vindt. En als jij het noodzakelijk vindt om voor de driehonderdachtste keer Dirty Dancing of When Harry met Sally te kijken, nou, dan doe je dat toch lekker?

    Natuurlijk zijn er ook mindere momenten. Als je ziek bent bijvoorbeeld, is het niet zo leuk. Of als je thuis komt en je hebt iets heel bijzonders meegemaakt, en je moet dat dan vol enthousiasme aan je cavia vertellen, gewoon, omdat er niemand anders is.

    pexels-photo-269063Of als het kerstmis is, en je heb jezelf per ongeluk vastgedraaid in de kerstverlichting en je komt er niet meer uit. Of als het überhaupt kerstmis is en je moet in je eentje naar dingen waar mensen dan – met licht gekanteld gezicht – vragen of je nog steeds alleen bent. Maar goed, afgezien van die momenten is alleen wonen echt zo slecht nog niet.

    Alleen zijn betekent lang niet altijd dat je ook eenzaam bent; dat is waar mensen zich wel eens in vergissen. Ik woon alleen, maar ik voel me maar zeer zelden eenzaam. Ik heb een dochter, een hond die altijd blij is om me te zien, lieve buren, vriendinnen die komen buurten, familie en vrienden. Eenzaam? Verre van!

    Gisteren bedacht ik me: Er zijn misschien zelfs wel talloze mensen die dan wel samen op de bank zitten, maar zich vele malen eenzamer voelen dan ik. 

     

     

    Loslaten is ook liefhebben

    Een van de moeilijkste onderdelen van het ouderschap is loslaten. Hoe graag je je kind ook ten alle tijden wil beschermen en bewaken, om er een gelukkige volwassene van te maken op den duur moet je je kind vrijheid geven. Zelfs – nee, vooral! – om zelf fouten te maken. Want van zelf gemaakte fouten leer je nu eenmaal het meest.

    Ik vind het nogal wat, dat loslaten. Ja hoor, ga maar naar die speeltuin, drie straten verderop. Kijk je wel uit met oversteken? Het liefst zou ik er als een ninja-moeder achteraan sluipen, om het hoekje kijken of ze het goed doet. Maar dat doe ik niet (ahum, oké, dat doe ik niet meer); ik geef haar het vertrouwen. Dat vergt soms heel wat hartkloppingen en innerlijk conflict, maar daar mag zij geen last van hebben.

    Uiteindelijk hoop je maar, dat je kind uiteindelijk goed voorbereid is op de gevaren in de wereld, zonder dat je het al te bang hebt gemaakt.
    “Ik heb geleerd over Anne Frank,” zei dochter laatst peinzend aan het avondeten. “Anne Frank… dat was een meisje… zij woonde in de oorlog. Maar ik kreeg er een nachtmerrie van en toen heb ik papa gevraagd of wij ook oorlog hebben. Maar papa zei van niet, dus toen kon ik weer slapen. En nu wil ik het er niet meer over hebben want ik ben bang voor oorlog.”

    downloadfile-23.jpegDaar is dat moment dan opeens. Je kind heeft het niet meer over K3, maar over de tweede wereldoorlog. Haar begrip van de wereld groeit; daarmee ook het besef dat de wereld niet altijd en niet overal een veilige plek is. En ik wou zo graag dat dat wel zo was.

    Kort daarna kwam er overigens een uitgebreide beschrijving van waarom Alvin van de Chipmunks zo leuk is. Opgelucht haalde ik adem. Ze is voorlopig ook nog even kind.

     

    Arme Pietertje: Intolerantie voor onopgevoede kinderen (en vooral hun ouders)

    Lieve ouders. Het maakt me niet uit. Het maakt me echt niet uit of je kind Tommy Hilfiger kleding draagt, of Gaastra. Het maakt me niet uit of je kind knap is of een cool kapsel heeft. Kinderen zijn immers kinderen, en het maakt geen bal uit of ze de nieuwste mode dragen of een leuke jeans van de Zeeman.


    Wat mij wél uitmaakt, is of je je kind opvoedt. Want dat heeft invloed op mijn kind, als het zich luid gillend en stompend een weg baant door de binnenspeeltuin, ondertussen onschuldige voorbijgangertjes neer maaiend. Het maakt me wel uit, als jouw kind de rest van de kinderen terroriseert. Want daar hebben andere kinderen last van. Waaronder de mijne. 

    Ik weet het; kinderen testen je geduld als ouder. Kinderen kijken hoe ver ze kunnen gaan. Dat doen kinderen nou eenmaal. En ja, door te spelen leren ze voor zichzelf op komen, et cetera. 

    Wat ik kwalijk vind, is als je niet eens op kijkt van je tablet, omdat “ons Pietertje dat niet zou doen”. Of als je de schuld geeft aan Pietertjes koemelk intolerantie. De rest van de kinderen hebben last van Pietertje intolerantie, maar dat lijkt je niet te deren, van achter je krant en je laptop of je tablet of je telefoon. De speeltuin is geen magische plek waar je als ouder heerlijk achterover kunt leuken om te verdwijnen in je eigen wereld; ook daar moet je je kind in de gaten houden. 

    Er zijn steeds meer Pietertjes, want er zijn steeds meer ouders die de oogkleppen op hebben als het hun eigen kind betreft. En oh wee als Pietertje brullend de verkeerde neer maait, en een mooi iets genaamd het fenomeen “boontje komt om zijn loontje” tegen komt; dan zijn de ouders vaak opeens in alle staten. Tja, dan had je misschien eens iets meer tijd in Pietertjes gedrag moeten steken, in plaats van in je tablet. Pietertjes voeden zichzelf helaas niet op; dat doen onze kinderen ook niet. Pietertjes hebben geen behoefte aan een joviale beste vriend als ouder:  ze hebben behoefte aan duidelijkheid, consequenties en (liefdevol) ouderlijk gezag. 

    Het trieste van alles is; als ouders die oogkleppen ophouden, worden die Pietertjes hele sneue volwassenen. Die telkens terug zullen blijven rennen naar hun ouders als iemand terug mept. Die niet leren sorry zeggen, die niet leren wat empathie is, en al helemaal niet leren dat je mensen met respect moet behandelen. Zielig hoor, die Pietertje. 

    Voeten in het zand

    Wanneer ben je gelukkig? Is geluk eigenlijk wel te vangen? Zijn er mensen die elke dag gelukkig zijn?
    Ik denk dat geluk meer schuilt in momenten. Misschien ben je wel gelukkiger dan je denkt, alleen zie je het soms pas als je achterom kijkt op een moment dat je het niet voelt. Dan denk je, ah, toen was ik gelukkig. 
    Het is net als met gezond zijn; vaak merk je pas hoe gezond je was op het moment dat je ziek wordt. Verdomme, denk je dan, waarom stond ik er niet bij stil hoe gezond ik was toen ik nergens last van had? Nou, precies daarom. Je had nergens last van, dus stond je er ook niet bij stil.

    Zo gaat het vaak ook met vriendschappen en relaties, vrees ik. De neiging om zaken vanzelfsprekend te gaan vinden is menselijk, maar ook gevaarlijk. Vanzelfsprekend vinden moet niet omslaan in voor lief nemen. Want als je denkt dat je niets meer hoeft te doen voor je vriendschappen of relaties, dan juist loop je het risico ze kwijt te raken.

    Een van de plekken waar ik al van kinds af aan altijd direct geluk voel, is het strand. Mijn voeten in het zand, door het water lopen, het geluid van de golven, los rennende honden die zich duidelijk net zo voelen als ik; vrij, kalm en gelukkig. Dus ga ik zodra ik de kans krijg naar de zee. Het maakt me niet uit waar. Ik kan uren naar de zee kijken. Dat kost geen enkele moeite. Mijn hoofd wordt er stil van; mijn hart blij. Terwijl ik daar laatst zat, met mijn voeten in het zand, dacht ik er over na hoe raar wij mensen eigenlijk zijn. Gezondheid wordt pas gewaardeerd bij ziekte, de waarheid wordt pas gewaardeerd bij leugens, mensen worden te vaak pas gewaardeerd als ze weg vallen.

    Alles wat recht voor je neus staat lijkt er niet toe te doen, want we lijken altijd wel onderweg naar het volgende doel, de volgende aankoop, het volgende succes. Terwijl dat allemaal zo onbeduidend is. Als je later ooit op je sterfbed ligt en terug kijkt, zie je geen bezittingen, geen spullen. Dan zie je die mensen waar je van houdt. Dan hebben al die voorwaarden, eisen en controle drang totaal geen nut meer, want dat doet er immers niet meer toe.

    Ik hoop dat ik tegen die tijd vaak genoeg op het strand heb gezeten, met mijn voeten in het zand.

    Pompidom, ladieda, pompi-OEH EEN KITTEN! HIER KITTY!

    Je hebt van die mensen, die kunnen over straat lopen en dan denken “Pompidom, oh, daar loopt een kat.”. Die mensen lopen dan ook gewoon door, en die kat ook.

    Dat kan ik dus gewoon niet hè.

    Ik loop over straat en denk “Pompidom, ladiedaaa, pompi-OEH EEN KITTEN!!! HIER KITTY KITTY KITTY KITTY KITTY KITTY!!! HIER KITTYYYYYYYYYY!!! Zou ze alleen zijn? Zou ze geen adoptiegezin hebben? Zou ze zwerven? Is ze wel een ze? Zal ik haar adopteren? OEH, dan wordt Kitty van mij! Van mij alleen! Geluk! Liefde! Hartjes! Ohw, crap, ze draagt een bandje. En ze ziet er eigenlijk ook veel te goed verzorgd uit voor een zwerfkat. Nou, dan ga ik maar voor korte termijn geluk. Even door de hurken, en kijken of ze komt kroelen. Krrrrrrrroeeeeellll… kom maar Kitty! Kitty! Kitty! Kít-ty! Kom hier! Prrr, prrr, prr!! Ah, kijk, daar is ze toch… ach wat lief! Ik krijg een kopje! Zie je wel, Kitty en ik zijn bestemd voor elkaar! Ahh…. AAAHHHH ik ging naar de bus! En die vertrekt over twee minuten! Maar, maar, maar Kitty dan! Wat moet van haar worden als ik haar verlaat? Ohh… het moet echt… nou, dan loop ik maar. Nou, dag, Kitty. Ik ga. Kijk maar, hier ga ik. Doei Kitty! Oh, je gaat gewoon nonchalant je poot likken. Nou, dan valt het wel weer mee met die wederzijdse lief- ohhh, ze komt me achterna! Kitty, nee! Ik moet de bus halen Kitty! Je kunt niet met me mee… het spijt me Kitty! Ik kom binnenkort weer hier langs lopen en als je er dan verwaarloosd uitziet neem ik je mee! Daggggggggg! Ksssst! Ksssst!”

    Overigens heb ik dit soort stuiptrekkingen niet alleen bij katten hoor. Ook bij honden. Oh, en hamsters, maar alleen echte gangster hamsters kom je op straat tegen.

     

     

    Vaders die zeggen dat ze “oppassen” op de kinderen

    “Vanavond pas ik op de kids, kan moedertje er ook eens uit.”
    Als u iets hoort hier na, dan is het mijn lunch die zich een weg terug naar boven baant. In de verte hoor je wellicht nog een triljoen feministen die zich omdraaien in hun graf.

    man-person-cute-young

    Vaders die zeggen dat ze “oppassen” op hun eigen vlees en bloed; er is zo veel mis mee, dat je er bijna hysterisch van in lachen zou uitbarsten. Je past niet op je eigen kinderen, je hebt ze zelf gemaakt en bent er net zo verantwoordelijk voor als ‘moedertje’.

    Sowieso vind ik dat alle vrouwen die zichzelf ‘moedertje’ laten noemen verplicht alleen een week op vakantie zouden moeten gaan inclusief heel veel avonden in een club met tequilla shots. Net zo lang totdat ze zich nooit meer, door wie dan ook, ‘moedertje’ laten noemen zonder dat te beantwoorden met de gepaste nekslag of een welgemikt knietje.

    Oppasvaders, oppassen is niet de bedoeling. Als jullie dat werkelijk denken, hadden jullie beter thuis kunnen blijven wonen bij jullie eigen moeders, in plaats van een gezin te stichten.
    Echte vaders passen niet op, die voeden op. Daar zit een wezenlijk verschil. Echte vaders begrijpen dat.

    Vraag NOOIT aan een vrouw of ze zwanger is!

    Nee, het is nooit, ik herhaal NOOIT een goed idee om aan een vrouw te vragen of ze zwanger is. Voor diegenen die zich afvragen waarom: Luister. Als een vrouw inderdaad zwanger is, is er een reden dat ze het jou nog niet heeft verteld. Misschien heeft ze eerder wel al eens een miskraam gehad en is ze bang om het te vertellen, of wil ze gewoon wat langer wachten. Hoe dan ook; je hebt er niets mee te maken en als ze het wil delen, dan doet ze dat vanzelf wel.

    Als een vrouw niet zwanger is, dan heb je grote kans dat je haar zojuist enorm beledigd hebt met je ongevraagde bemoeienis. Ja, zo werkt dat bij veel vrouwen. Daarbij zijn er vrouwen die na de bevalling nog een tijdje (in mijn geval, bijna acht jaar, maar daar hoeven we het niet over te hebben, haha) nodig hebben om weer even back in shape te komen. Hoe dan ook: be-moei-je-er-niet-mee!

    man-couple-people-woman

    Ik heb de beruchte vraag zelf gelukkig nog nooit gekregen, maar ik ken slankere vrouwen in mijn omgeving die ‘m wel kregen, bijvoorbeeld doordat ze een wat holle rug hebben, een paar kilo’s aangekomen waren na de kerst, of omdat ze toevallig een opgeblazen dag hadden. Naast het feit dat je er al buitenstaander niets mee te maken hebt, kun je met deze bemoeizuchtige en ongepaste vraag ook nog eens een heel gênant moment creëren voor jezelf, met een rotgevoel voor de dame in kwestie aan wie je de vraag stelt. Enige manier om dit te voorkomen: Gewoon. Nooit. Vragen! 

    Lesbisch: Ik zie er niet zo uit, maar ik ben het wel.

    “Maar je ziet er helemaal niet lesbisch uit!”

    Als ik een euro kreeg voor elke keer dat ik die zin te horen kreeg, was ik nu rijk.

    Ik schrijf niet vaak over mijn geaardheid. Ik ben ook pas heel laat uit de kast gekomen, zoals ze dat zo mooi zeggen. Beter laat dan nooit, zeg ik altijd maar. Want ja: ook in 2017 leven nog heel veel mensen in de kast; misschien wel een van je beste vrienden of familieleden. Waarom ze dat doen is meestal heel persoonlijk. 


    Ookal willen we nog zo graag geloven dat Nederland super tolerant is; helaas is dat nog niet zo. Kijk maar naar de verdrietige voorbeelden van mishandelingen in ons eigen land. Hetero’s hoeven zich niet af te vragen of ze hand in hand kunnen lopen zonder toegetakeld te worden met een betonschaar. Homo’s, transgenders en lesbiennes helaas wel. Nog steeds.

    Dus ga ik er eens wat vaker over schrijven. Want wie angst laat winnen is nooit helemaal vrij. 

    Ik zie er dan misschien niet lesbisch uit, ik ben het wel. Dat is vooral in kroegen wel eens jammer, want ik trek zogezegd het verkeerde publiek aan. Domme opmerkingen ook, zoals “Oh, je bent lesbisch? Maar dat krijg ik er wel uit hoor, whahaha!”. 

    Een bijkomstigheid van laat uit de kast komen is trouwens dat je omgeving er ook aan moet wennen. Ik heb daar alle begrip voor. Ik begrijp dat mensen er vragen over hebben, of aan moeten wennen. Zolang het in een open dialoog kan ben ik bereid heel veel vragen te beantwoorden. 

    Dus nee, mijn lange lokken en mijn rokjes zijn niet stereotype lesbisch. Maar ik weiger me te schamen voor wie ik ben en waar ik van houd. En dat blijf ik doen, net zolang totdat ieder homoseksueel koppel veilig hand in hand over straat kan lopen. 

    Hoe om te gaan met de gevaarlijke dagen die PMS heten

    Diep van binnen wordt haar ziel binnen een paar uur tijd aardedonker. Haar zachtaardige karakter zet het op een hollen om plaats te maken voor deze andere kant van haar, die zich eens per maand bruut opdringt.
    Het fluiten van de vogels verstomt, de hond laat zichzelf maar even uit; zelfs de melkboer rijdt vrijwillig een blokje extra om. Donkere wolken pakken zich samen boven haar huis, waar de mensen die met haar samen wonen op hun tenen proberen te ontsnappen. U raadt het al, het is  die tijd van de maand.
    Ze heeft PMS, en wie slim is, laat haar vooral met rust.

    Ah, PMS. Wat is het toch een verschijnsel. Ik blijf me er over verbazen. Zodra de hormonen vrij spel hebben verander ik – en met mij velen – van een vrolijke, doorgaans lieve vrouw in een lijpe versie van mezelf, met een strikt zero tolerance beleid, minder inlevingsvermogen dan een stoeptegel, met instortingen en explosiegevaar.

    angry womanWie toch probeert me iets te vragen krijgt geen normaal antwoord, hooguit een sissend zoek het je zélf eens even lekker uit of een WAA-ROM MOET IEDEREEN MIJ ALTIJD ALLES VRAGEN!?.
    Als je minder geluk hebt terwijl je per ongeluk de fout maakte een vraag te stellen, zet je dan schrap voor een stroom verwijten, inclusief dingen die je zelfs nog voor de eeuwwisseling fout hebt gedaan. Gewoon, omdat ik me die dan opeens herinner, en ze je opeens ook weer enorm kwalijk neem. Omdat het kan.

    Ik hoorde tijdens een training eens dat ik als vrouw mijn innerlijke bitch wat meer zou mogen koesteren. “Dan heeft u mijn innerlijke bitch net gemist, vorige week was ze er nog.” zei ik.

    Als ik iemand een tip zou mogen geven, hoe met mij om te gaan tijdens die dagen, dan zou ik als eerste zeggen: Hoe? Nou, gewoon, niet. Maar kun je er nu echt niet omheen, voer me dan chocolade (het mag vanaf gepaste afstand toegeschoven worden, onder de badkamerdeur door mag ook), vermijd oogcontact, geef waar mogelijk voorzichtige aaitjes, vertel me dat ik lief ben. Geef me vooral en boven alles chocolade. Als het kan, laat me dan in foetushouding in de bank opkrullen met Knuffelrock muziek op repeat, zodat ik kan zwelgen. Het zijn de hormonen, heus. Ik kan er niets aan doen.

    En daarna, als de hormonen weer gekalmeerd zijn en de lucht is geklaard, is er opeens niets meer aan de hand. De vogels fluiten weer voorzichtig een lied, de hond kwispelt weer, het grootste deel van het servies is nog heel. Het enige waaraan je nog merkt dat de PMS-orkaan zojuist hier gewoed heeft, is een leeg pak melk chocolade vlokken en een geplunderde koekjeskast.

    WAARSCHUWING: denk GOED na voordat je een fidget spinner koopt!

    fidget-spinner-redOpeens verschenen ze o-ver-al: De fidget spinners. Een klein stukje concentratieverhogend speelgoed (alhoewel ik u kan vertellen dat mijn dochter niet geconcentreerd met haar boek bezig kan zijn terwijl ze één spinner op haar voorhoofd balanceert en de ander op haar schoen), dat opeens in ieder huishouden te vinden is.


    “Wat een onzin is dat nu weer.” dacht ik. Totdat de buurtvriendjes van mijn dochter een korte maar effectieve demonstratie gaven, met totaal niet onopvallende hints van mijn dochter er bij.

    Nou, vooruit. Eentje kan geen kwaad. Dacht ik. Dus ik kocht nietsvermoedend zo’n ding voor zes euro. Maar lieve ouders: PAS OP. Denk goed na voordat je zo’n ding in huis haalt. Er schuilt namelijk wel degelijk gevaar in die kleine rond draaiende dingen!!
    Zoals dat ik al twee avonden niet toe ben gekomen aan de afwas, bijvoorbeeld, omdat ik tijdens het Netflixen totaal afgeleid werd door het fidget spinnen. Vooral het balanceren op mijn duim gaat steeds beter. Op mijn dikke teen lukt helaas nog steeds niet.
    Ik geef het eerlijk toe: ik speel met de fidget spinner als Dochter slaapt. En het is ook nog leuk ook. Behalve als je hem per ongeluk volop draaiend tegen je wang houdt, bij wijze van experiment. Dat is minder leuk. 

    Het wordt dan wel concentratiebevorderend genoemd, maar ik heb een stapel afwas, een niet gedweilde keuken en een al ruim twee dagen stof vangende vloer die u anders zullen vertellen. 

    Snoozers Unite!

    Er zijn twee soorten mensen in deze wereld;
    1) mensen die snoozen en
    2) mensen die de mensen die snoozen dood willen maken 

    De definitie van snoozen is: langzaam wakker worden, de wekker met tussenpozen laten afgaan. Ik doe dat dus. En vaak. Als ik mijn wekker zet voor een doordeweekse werkdag, dan gaat dat zo:

    06.35 uur – Melissa Etheridge met Come to my Window
    06.40 uur – Een ringtone met een of ander hels kabaal
    06.45 uur – Melissa Etheridge met Come to my Window
    06.50 uur – Best I ever had van Gavin DeGraw
    06.55 uur – Nog eens Best I ever had van Gavin DeGraw
    07.00 uur – Melissa brult nog één keer
    07.05 uur – Gavin DeGraw haalt ook nog eens goed hard uit

    En die wekkers, die staan ieder op ‘herhalen’, wat betekent dat iedere afzonderlijke wekker nog eens tien keer om de vijf minuten herhaald wordt. Uiteindelijk is het dus een soort herrie mix van helse ringtones, Gavin en Melissa.

    Ik weet dat het raar is. En zonde van mijn slaap, want ik kan natuurlijk ook om zeven uur opstaan en dan heb ik dat hele halve uur gewonnen. Maar zo werkt het dus niet. Mijn hersens hebben even nodig om op gang te komen.
    Ik vind het dan ook heerlijk om nog even (om precies te zijn vijfendertig seconden) terug in mijn bed te springen en mezelf als een rolmops op te rollen in de dekens totdat de volgende wekker gaat.

    “Ik hou heel veel van je, maar als jouw wekkers gaan dan wil ik je altijd een beetje killen.” zei een goede vriendin van me, nadat ik bij haar was blijven slapen na een avond doorzakken in de stad.
    “En dan kijk ik naar je,” zei ze, “..en dan lig je zó vredig te slapen, met dat godvergeten klotekabaal in je oor toeterend, en dan draai je je gewoon nog eens om.”
    “Maar! Maar! Vroeger was ik nog erger. Als puber versliep ik me regelmatig. Nu ik het zo zeg, ik werd vroeger altijd pas echt wakker als mijn vader heeeeeeeel hard riep dat het nu echt afgelopen moest zijn met de flauwekul en dat ik NU uit mijn bed moest komen. Omdat ik het de eerste tien keer niet gehoord had toen men me wakker riep. Ja, ik denk dat de gewoonte toen ontstaan is in mijn hersenen: Geen aanhoudend hard kabaal? Geen nood om wakker te worden!” 
    “Gelukkig ben je verder wel heel lief.” verzuchtte de vriendin, hoofdschuddend.
    Daar had ze gelijk in.
    Als ik eenmaal wakker ben althans.

    Kettingbrief-liefdûh

    Ik bedacht me iets gisteren. Als alle dreigementen in de zogeheten digitale kettingbrieven die ik ooit gekregen heb zouden zijn uitgekomen, omdat ik er geen gehoor aan gaf of niet binnen zeven uur iets naar zevenentwintig vriendinnen terug stuurde, dan had ik inmiddels al dertig keer zeven jaar ongeluk gehad, wisten mijn vriendinnen niet dat ik ze zo ook een goede moeder vind en was er al tweeduizend-driehonderdachtenveertig keer iets WERKELIJK AFSCHUWELIJK VERSCHRIKKELIJKS gebeurd.

    Daarnaast zou ik pak-em-beet vijfenveertig jaar slechte seks hebben, twaalf beschermengelen niet op mijn schouder hebben zitten en zou ik definitief naar de hel zijn gegaan wegens het niet typen van AMEN onder de meest afschuwelijke foto’s van gemartelde dieren en zieke kinderen, wat schijnbaar automatisch betekent dat ik geen hart heb. Of ziel.

    Oh, en by the way, als ik per ongeluk op een rare status reageer, wil dat niet zeggen dat ik MOET meedoen met een of ander slecht bedacht spel, verzonnen door iemand die duidelijk tijd te veel had en moe werd van met zijn eigen tenen spelen.

    Maar goed, misschien vergis ik me en zit ik er morgen vanuit de brandende hel om te balen. Dat kan natuurlijk ook.
    Ik waag het er op.

    Hufterboete

    Ik word er zo moe van soms. Al die verwachtingen die we maar van onszelf hebben. Of je nu moeder bent, of vader, of niet moeder, of niet vader, of jong volwassene, of oud volwassene; zodra je boven de achttien bent moet je opeens van alles. En waarom? Je wordt geboren, er overkomen je allerlei dingen en dan ga je de pijp uit. Dus wat maakt het eigenlijk allemaal uit, toch?

    Soms zou ik zo graag eens ontsnappen van al die verplichtingen. Zou ik eens mijn GFT-bak op woensdag aan straat willen zetten, gewoon, uit protest. Of zou ik stiekem eens wat papier in mijn plastic recycle zak willen doen, om rebels te zijn. Oké, misschien is het overdreven om je rekeningen niet te gaan betalen omdat je daarmee veel geld bespaart. Maar soms wil ik stiekem eens wel vertrouwen op de recentelijk ingenomen shots tequila, bij de afweging of ik wel of niet de dansvloer op moet gaan – met mijn bassie en adriaan moves. En soms wil ik in mijn brave burger stationwagon met woezel en pip zonnescherm snoeihard Eminem rapnummers mee luisteren én ‘rappen’… (of zoals mijn dochter zegt: “Mama stop eens met zo snel praten, ja. Ik hoor het liedje niet.”).

    Laatst viel er opeens een boete oo mijn deurmat, voor het eerst in mijn achttienjarige carrière als weggebruiker. Ik was diep verontwaardigd dat ik een boete van €140,- kreeg voor ‘niet zo veel mogelijk rechts rijden op de snelweg’. Wel, verdomme nog aan toe, ik krijg in achttien jaar tijd nooit een boete, en dan nu een voor zoiets debiels als onnodig links rijden? Ik vroeg eens rond, want ik vond het natuurlijk ook een kul reden voor een boete. 

    Toen werd me verteld dat ik een heuse Hufter boete had gekregen. Een Hufter Boete? Schijnbaar is onnodig lang links rijden op de snelweg een Hufter Actie en één van de grootste ergernissen van medeweggebruikers.
    “Maar iedereen rechts reed zo langzaam de hele tijd!” riep ik verontwaardigd.
    “Echt? De hele weg van Amsterdam naar huis?”
    Ik wilde antwoord geven, maar hield mijn mond toen ik besefte dat ik gewoon een Heuse Hufter Boete had gekregen.

    Goh, zei mijn brein tegen me, ik wist niet dat je het nog in je had. Het was dan wel volkomen onbewust huftergedrag, want ik had geen idee dat ik fout zat, maar toch.
    Eigenlijk voelde ik me zelfs een beetje trots. Eindelijk! Ik, een braaf belasting betalend, rekeningen voor de termijn betalend, hard werkende braaf moedertje had een ware Hufter Boete gekregen. Wat betekent dat ik rijd als een Hufter, wat betekent dat ik toch best nog op het randje leef. Dat was eigenlijk alles wat ik even nodig had om te weten.

    Uiteraard heb ik de Hufter Boete wel meteen betaald, want de termijn verstreek al over drie weken; ik ga natuurlijk niet over het randje.

     

    Als je zevenjarige dochter opeens met Snapchat in de weer gaat.. 🍋🍋🍋

    Vaak heeft mijn dochter hele goede ideeën, voor een zevenjarige. Alleen soms, soms wou ik dat ik niet altijd zo snel ja zei op haar lightbulb momenten. 

    “Mama, kom, we gaan snapchatten. Dan kom jij in beeld en druk ik op foto!” Het klonk zo onschuldig.

    Totdat ik in de camera lachte en mijn hoofd zag veranderen in een gigantische, lachende citroen. 


    Ik moest er om lachen, dat wel. Snel drukte ze op de camera knop. En opeens was er dan een lachende citroen moeder met een “mijn plannetje is gelukt”-lachende zevenjarige op de achtergrond. 

    Ach, ik ben dan ook weer niet zo zuur dat ik dat niet kan waarderen.