Categorie archief: Geen categorie

Waarom mannen vrouwen niet begrijpen

Chrisje.info

bron foto: hln.be bron foto: hln.be

Sorry dames, maar ik snap wel een beetje waarom mannen vrouwen niet begrijpen. We zijn zo tegenstrijdig, vaak.
We willen geëmancipeerd zijn, werken, ons eigen geld verdienen, ons mannetje staan.
Maar als een man ook een geëmancipeerde, vrouwelijke bijdrage aan de restaurantrekening verwacht, kijken we hem vanonder onze geëpileerde wenkbrauwen hoogst beledigd aan. Dan knipperen we een paar keer verbaasd met onze Maybelline wimpers en trekken met de portemonnee ook een zuur mondje.
We willen serieus genomen worden, gerespecteerd en voor vol aangezien worden. Alle dagen van het jaar, liefst. Maar twee dagen in de maand, meestal rond dezelfde tijd, zijn we labiel, huilerig, zitten we met snottebellen op de bank te blèren als een driejarige, roepen we dat het hele leven K is, en zoeken we ruzie om ruzie te kunnen maken. Compleet met verwijten als “Zie je wel, je hóudt niet eens van me, anders…

View original post 1.248 woorden meer

Advertenties

Liever een gebroken been: Wat niemand zegt over depressies en burnout

Bijna vier op de tien Nederlanders heeft wel eens psychische problemen (gehad). Bijna vier op de tien, dat is bijna 40 procent. U leest het goed, bijna de helft van de Nederlanders. Laat u dat even doordringen? 

Zeventien procent van de Nederlanders heeft een depressie. Er wordt gesteld dat veel mensen niet naar de huisarts (durven te) gaan uit schaamte. Er rust dus anno 2015 nog steeds een taboe op depressie, angst en burn out. Terwijl het dus zo velen van ons overkomt. Als er zo veel mensen met psychische klachten zijn, waarom zijn zo veel mensen dan zo bang om toe te geven dat ze een psychisch probleem hebben? Waarom wacht men vaak tot de nood echt te hoog is, met de stap naar de huisarts? En: waarom wordt een depressie, angsten of een burn-out gezien als persoonlijk falen, terwijl het zo veel mensen overkomt?

foto door:  TwinFlame Photography
foto door: TwinFlame Photography

Liever een gebroken been
Allereerst denk ik dat je beter een gebroken been kunt hebben dan een depressie (of welke andere psychische aandoening dan ook). Als je been gebroken is, zit het in het gips, en dat kan iedereen duidelijk zien. Mensen houden vanzelf rekening met je, want ze kunnen niet om het gips en de krukken heen. Iedereen weet wat het is, het is niet ‘eng’ of ‘te persoonlijk’, dus zijn ze ook niet bang om je te vragen wat er is gebeurd en hoe je daar nu aan komt, dat gebroken been. Bij een depressie, wat net zo goed een officiële ziekte is, durven mensen dat opeens een stuk minder goed te vragen. Er wordt zelden gevraagd hoe je aan je depressie komt. Mensen lopen op hun tenen om je heen en gedragen zich soms uiterst ongemakkelijk. Ze zien het ook niet aan je, je ziet er immers “gewoon” uit als jezelf; misschien wat bleker of vermoeider, maar verder zien ze niets aan je.

Bij een gebroken been zullen er ook geen mensen zijn die tegen je zeggen: “Bekijk het leven positief, joh!” of “Ga toch eens met vakantie! Dat doet je goed!” Iedereen weet immers dat een gebroken been een bepaalde hersteltijd heeft, waar je verder niet echt veel invloed op hebt. Je botbreuk zal er niet sneller van helen. Maar je depressie ook niet.

Bekijk het leven van de positieve kant…. en meer desastreuze adviezen
Een depressie is een serieuze aandoening, geen blauwe maandag. Het is ook geen winterdipje en al zeker geen baaldag. Een depressie is een donkere sluier die over je leven heen gegooid lijkt te worden, waardoor je steeds minder in staat bent met de dag te leven of zaken positief te benaderen. Je weet nog wel dat je ooit een optimistisch mens was, maar je bent volledig kwijt hoe dat ook al weer moest. En al die goedbedoelde maar desastreuze adviezen als “Ga eens op yoga!” helpen daar zeker niet aan mee. Sterker nog: het werkt averechts. Het geeft iemand die ziek is het gevoel dat hij er niet genoeg aan doet om beter te worden, terwijl hij of zij op dat moment misschien amper de energie voor een wekelijkse therapie sessie kan opbrengen. En op vakantie gaan met een depressie is zeker mogelijk, (dat is het ook met een gebroken been), maar dan zit je daar: in de zon, op je lounge bedje, nog steeds depressief te wezen.

Veel onbegrip
Er heerst veel onbegrip rondom psychische aandoeningen. Mensen weten zich er geen raad mee, of zijn bang dat ze ‘aangestoken’ c.q. meegesleurd worden. Sommige mensen kunnen zich oprecht niet inleven in hoe het is om depressief te zijn. Als je dat zelf nog nooit hebt meegemaakt, ís het ook best lastig om te begrijpen.

Maar je kunt het allicht proberen. En als je het niet begrijpt, kun je er naar vragen. Je kunt uitleggen dat je het niet begrijpt. Vragen naar de gedachten en gevoelens van degene met een depressie (of burn-out, of angsten, etc.). Je kunt aangeven dat je niet goed weet wat je moet zeggen, als je merkt dat je zoekt naar troostende woorden en alleen maar cliché’s kunt bedenken.

Iemand met een depressie krijgt zijn dag heus wel om, ook zonder vooroordelen.
Vaak is iemand met een depressie of andere psychische klachten namelijk gewoon al heel dankbaar voor een luisterend oor, dankbaar als je niet veroordeelt, blij met jouw poging tot begrip. Er ligt al genoeg druk op mensen om beter te worden, in de eerste plaats vanuit hen zelf. Maar net als het gebroken been, kan een psychische aandoening veel tijd kosten om te herstellen. Als iemand te snel weer allerlei dingen van zichzelf gaat vergen, is de kans op terugval groot. Als je beseft dat mensen met een burn-out of depressie soms al de grootste problemen hebben om zich te douchen, aan te kleden en te beginnen met hun dag, dan oordeel je misschien niet meer zo snel.

“Maar wat doe je dan eigenlijk, de hele dag maar thuis?” is een veel gestelde, maar helaas ook zeer veroordelende vraag.

Iemand die in een depressie of burn-out zit, heeft vaak last van concentratieproblemen, geheugenproblemen, slaapproblemen, ernstige vermoeidheid, angst- of paniekaanvallen, ernstige neerslachtigheid, besluiteloosheid en black-outs. Geloof me, daar krijg je je dag wel mee om.

Het taboe ligt bij ons zelf
Als bijna de helft van de Nederlanders wel eens psychische problemen heeft (gehad), is er altijd wel iemand in je buurt, of treft het jou zelf misschien zelfs eens. Misschien ligt het taboe niet bij de huisartsen, de gezondheidszorg en ook niet bij de psycholoog, maar moeten we het meer zoeken bij de directe omgeving van de zieke persoon én in hem of haar zelf. Want zolang we ons er voor blijven schamen, er voor weg blijven lopen of elkaar indirect verwijtende adviezen blijven geven, zeggen we eigenlijk met zijn allen: Een depressie kan niet, je moet je er voor schamen en zorgen dat je er zo snel mogelijk van af komt, anders vinden we er niets meer aan.
Door een andere houding richting de mensen met psychische klachten in je omgeving, kun je voor hen misschien net dat verschil maken, net dat lichtpuntje zijn op hun dag. Wie weet, misschien ben jij er zelf ooit ook erg blij mee als een ander dat voor jou doet. Want dat is dan wél net als met een gebroken been: je weet nooit wanneer het jou een keer overkomt.

WIN ACTIE: Prachtige Juuuls Armband

Alsof die mooie DKNY ring nog niet genoeg was….

….mogen we bij 10.000 likes op de Facebook pagina van Chrisje nog 170111_143414085712365_2187192_oeen prachtige prijs weg geven: Deze beeldige armband van het merk Juuuls!

Meer sieraden zijn overigens te bewonderen en te bestellen via deze link

Win deze mooie LeJu ring bij 10.000 likes op de facebook pagina Chrisje!
Win deze mooie LeJu ring bij 10.000 likes op de facebook pagina Chrisje!

Vervelende Vragen: over het wel of niet krijgen van (meer) kinderen

Kinderen. Je wilt ze, of niet. Sommige mensen vinden kinderen leuk, maar alleen als er een eindtijd aan de speelmiddag verbonden is en ze weer netjes opgehaald worden door hun ouders. Sommige mensen willen een heel elftal aan kinderen. Prima. Sommige mensen willen geen kinderen. Ook prima. Sommige mensen vinden hun gezin compleet met één kind. Nogmaals: prima.

Althans, dat zou je denken. Toch valt het me op dat sommige mensen, waar het voortplanting betreft, een opdringerige mening er op na houden. Waar het al dan niet krijgen van kinderen, of van méér kinderen, een zeer persoonlijke en intieme aangelegenheid is, die soms zelfs ronduit gevoelig ligt, weerhoudt dat omstanders (en soms zelfs volstrekt vreemden!) er niet van om ongepaste vragen te stellen.
De rijst is nog net niet uit je trouwschoenen verdwenen, of er komt vaak al een lollige, aangeschoten oom of tante met dubbele tong vragen wanneer er nageslacht komt. Niet eens OF, nee, wannéér. Want sommige mensen gaan er vanzelfsprekend van uit dat je je überhaupt wilt én kunt voortplanten.
De vragen, opmerkingen en oordelen die je je schijnbaar moet laten welgevallen, zijn niet van de lucht. Sommige opmerkingen zijn zelfs ronduit beledigend te noemen. Alsof je niet mee telt, wanneer je er voor kiest om geen nageslacht te maken. Of, erger nog, je je zou moeten verantwoorden waarom het niet lukt, als dat zo is.

Na de geboorte van ons kind was de eerste maanden nog alles rustig. Maar zo rond de eerste verjaardag begonnen de vragen te komen. ‘En, wanneer komt nummertje twee?’ ‘Wanneer komt er een brusje?’ (Overigens vind ik persoonlijk het woord “brusje” een afschuwelijk woord, maar dat terzijde.). Ik heb er vroeger nooit over nagedacht hoe veel kinderen ik later wilde krijgen. Ook toen ik zwanger was, dacht ik: ‘We zien wel’. Allereerst moest het nog maar eens lukken allemaal. En dan zouden we wel weer verder zien. Nu heb ik goede redenen om niet weer zwanger te willen raken, waar ik hier geen uitleg over ga geven. Maar de vragen die je krijgt over het wegblijven van de schijnbaar automatisch verwachte nummer twee zijn niet van de lucht.
Sommige mensen vinden het zelfs zielig voor ons kind. Van sommige opmerkingen word ik woest, want als er één kind niet verwend is is het ons kind: hartstikke sociaal (met dank aan veel contact met neefjes, kinderen op het kinderdagverblijf, vriendjes en vriendinnetjes), lief en vrolijk, speelt graag met andere kinderen, maar kan ook echt genieten van de rust die er thuis is. Gewoon een gelukkig kind.
Raar, dat sommige mensen daar schijnbaar moeite mee hebben: wij hebben er geen enkel probleem mee. Alsof het hebben van broers of zussen een garantie is dat je niet eenzaam wordt als volwassene. Ik heb zelf een goede band met mijn broer, maar ik ken genoeg mensen die hun broer of zus niet eens meer (willen) zien of spreken. En natuurlijk heeft het voordelen om met broertjes of zusjes op te groeien, maar het heeft ook nadelen. Onderzoeken wijzen overigens ook uit dat het helemaal niet slecht is, of erg, of zielig, om enig kind te zijn. Overal is dus wel iets voor te zeggen.

Dan is er nog de uitspraak, ‘Eén is geen.’ Echt. Zonder met hun ogen te knipperen noemen ze mijn kind indirect geen kind. ‘Maar als je twee kinderen hebt, en er dan eentje dood gaat, dan heb je er tenminste nog één!’ zo werd mij uitgelegd. Pardon? Alsof je wereld niet vergaat wanneer je meer kinderen hebt, als een van je kinderen komt te overlijden. Lijkt me dat je wereld dan sowieso instort, of je nu een, twee of tien kinderen hebt.

Overigens krijgen mensen die geen kinderen willen, het ook vaak zwaar te verduren. “Maar straks heb je spijt hoor.”, “Hoezo, geen kinderen?” of “Als je de juiste tegen komt, krijg je vanzelf rammelende eierstokken!”. Pardon? Waarom MOET iedereen per se kinderen krijgen? Tel je niet mee als je kinderloos bent? Wat is dat nu weer voor onzin?
Mensen die een meer dan gemiddeld aantal kinderen hebben, krijgen te horen dat het ze allemaal veel te lastig lijkt, zo veel nageslacht. En hoe ga je dat betalen? En wat een gedoe zeg, zo veel kinderen in een auto.

En de aller, aller, aller ergste opmerkingen zijn de opmerkingen die gemaakt worden tegen mensen die geen kinderen kunnen krijgen, ook al willen ze ze nog zo graag. “Je moet gewoon niet te veel bezig zijn er mee. Dan word je wel zwanger.” Of: “Het is vast de stress waardoor je niet zwanger raakt. Doe maar eens wat rustiger aan!” Of: “Mijn nicht ging een week lang elke avond met haar benen in de lucht liggen met een brandende kaars op haar voeten, en hopsakee! Zwanger!”
Tenenkrommend. Alsof je er iets aan kunt doen. Alsof je het zelf schuld zou zijn, zelfs. Aan dat soort quasi goed bedoelde adviezen, met daarin kwetsende insinuaties verwerkt, hebben mensen niets. Medeleven en oprechte interesse tonen, daar voelt iedereen zich een stuk beter bij. Geen zinloos geneuzel over alternatieve methoden, en al helemaal geen aanpraten van een onterecht schuldgevoel.

Sommige m

ensen gaan er blindelings en onterecht van uit, dat je je überhaupt wilt én kunt voortplanten

.

Ik vind dat mensen helemaal zelf moeten weten of ze wel of niet (en indien wel, hoe veel) aan kinderen willen beginnen. Daar hebben buitenstaanders nu eenmaal niets mee te maken. Iedereen maakt zijn eigen keuzes, gebaseerd op voor hem / haar zwaarwegende redenen. En wat ‘de mensen’ daar van vinden? Dat moeten ze maar naar de politie brengen.

Mannen communicatie versus vrouwen communicatie

Mijn echtgenoot kaart sinds een aantal jaren met vrienden. Dat doen ze iedere week op een vaste avond. Mijn man zit er sinds een paar jaar bij, maar de groep bestaat al ruim vijftien jaar. Het enige dat vast staat aan het hele gebeuren, is de vaste dag in de week. Die verandert nooit. Verder zijn er geen afspraken. Op de vaste Kaart Dag wordt pas na etenstijd gecommuniceerd over details. Het wordt elke week bij iemand anders gehouden. Ze beslissen pas op de laatste minuut waar het plaats zal vinden. Als iemand van de groep niet kan (het is best een grote groep), dan zegt die dat gewoon via de groepsapp. “Ik kan niet.” zegt zo’n man dan. “Oké.” zeggen de andere mannen dan, en daarmee is de kous af.

Hoe anders is dat bij (de meeste) vrouwen. Allereerst zou ik er persoonlijk helemaal gek van worden dat ik nooit van te voren zou weten waar het plaats vindt. Is het bij die? Of bij die? Bij mij? Moet ik poetsen en nog snel even van alles op het oog opruimen? Moet ik het toilet nog even snel in de chloor zetten? Heb ik voldoende drinken in huis? Komen ze nou wel of niet hier vanavond? Helemaal opgefokt zou ik er van raken.
Maar de mannen, die hebben daar geen last van. De eerste keer dat de kaart avond bij ons thuis gehouden werd, rende ik nerveus door de woonkamer. “Het is hier een rommel!” zuchtte ik. “Hoezo, dat valt toch wel mee?” zei mijn man. “En bovendien, hou maar op met opruimen hoor. We zijn mannen. Wij letten daar niet op.”
Terwijl ik in de diepvries op zoek ging naar snacks om in de frituurpan te gooien, zei mijn man dat een zak chips in een kom ruim voldoende zou zijn. En die zak chips had hij al gevonden, in de keuken.

Vrouwen zijn over het algemeen toch anders, althans, niet allemaal, maar veel in mijn omgeving wel, ikzelf inclusief. Met mijn vriendinnen heb ik maandelijks een vriendinnen avond. En dat gaat, tja, toch echt heel anders. Allereerst plannen we ruim op tijd, want anders kan niemand. Kinderen, sport lessen, noem maar op. Het is al een heel karwei om één datum per maand te vinden. Als een van ons niet kan, dan leggen we uit waarom, zonder dat dat gevraagd wordt. Maar als we dan vertellen dat Kind ziek is, dan geven we uitingen van medeleven, vragen we door,  bieden we aan om de datum te verplaatsen, noem maar op. Wij zouden nooit zeggen “ik kan niet.” zonder uitleg, en de rest zou daar nooit genoegen mee nemen. Daarbij zorgen we dat ons huis er toonbaar uit ziet voor bezoek, en neemt meestal iedere vrouw uit zichzelf iets lekkers mee, een baksel of in mijn geval (wegens gebrek aan bak talent) iets wat ik gekocht heb dat door iemand anders gebakken is en in een winkel gelegd. De mannen zouden er om lachen. Wij vinden het de normaalste zaak van de wereld.

De meeste mannen die ik ken, vinden het ook wel prima als ze elkaar eens vijf maanden niet zien, toevallig. Bij ons, de vrouwen, is dat ondenkbaar. Dan moet er op zijn minst een wereldoorlog zijn uitgebroken, of er is iets anders aan de hand. Want anders zou je nooit zo lang niets van je laten horen. Dat is gewoon absoluut ondenkbaar en niet mogelijk! We hebben regelmatig contact nodig. En nee, dat hoeft heus niet elke week, maar toch wel minstens eens per maand! Anders klopt er iets niet.
Maar voor de meeste mannen die ik ken, klopt dat prima. Die komen elkaar dan weer op een verjaardag tegen, slaan elkaar eens op de schouder en zeggen “Lang geleden! Leuk.” en drinken samen een biertje.

Ach, zolang we het allemaal maar gezellig hebben. Met of zonder uitleg. En dat hebben we.

Scheidende koppels: denk om uw kinderen!

Scheiden. Een gevoelig onderwerp. Hoe moeilijk het is als je ouders uit elkaar gaan, hangt voor een groot deel ook samen met hoe je ouders dat doen. Doen ze dat met respect naar elkaar toe, communiceren ze eerlijk met hun kinderen zonder de andere ouder door het slijk te halen? Stellen ze het belang van de kinderen voorop, ondanks de verdrietige omstandigheden die een scheiding met zich mee brengt? Is er ruimte voor de emoties, de vragen – ja, ook de pijnlijke! – en de gedachten van het kind?

Er is al zo veel over geschreven, gescheiden ouders. Iedereen heeft er een mening over. Moeten mensen dan maar eeuwig bij elkaar blijven voor de kinderen? Ook al is dat huwelijk een schijnvertoning? Nee. Natuurlijk niet. Sterker nog: een slecht huwelijk is ook geen gezonde omgeving voor een kind.
Een scheiding gaat voor ouders gepaard met veel verdriet, pijn, vaak ook woede. Emoties die soms de overhand kunnen nemen.

Maar wat ouders vaak niet volledig lijken te beseffen, is dat hun pijn in het niet valt bij de pijn van hun kinderen.

Zeker als de scheiding gepaard gaat met modder gooien over en weer, het bewust of onbewust inzetten van kinderen in het gevecht, of het uitstorten van volwassen problemen over een kind dat altijd loyaal wil zijn – aan beide ouders. Kinderen zijn vaak de dupe. Ze vragen er niet om, ze weten zich er geen raad mee en ze worden maar geacht overal in mee te gaan. Het verbaal neerhalen van de andere ouder in het bijzijn van het kind is gewoonweg karaktermoord. Je houdt als kind van niemand méér dan van je ouders.
Goede begeleiding is nodig, zeker bij vechtscheidingen. Het is van immens groot belang voor de veilige ontwikkeling van een kind. Ik schreef er ooit een gedicht over. Het zijn maar vier regels, maar ze zeggen eigenlijk genoeg.

Alsof ze me in tweeën scheuren
Aan elke kant staat er één
Ik blijf maar in het midden staan
Al is het helemaal alleen

.

Vuurwerk? Let op je uurwerk!

image

Vuurwerk
Leuk vind ik het, op oudejaarsavond. Een nieuw jaar, een nieuw begin, vuurwerk hoort daar net zo zeer bij als oliebollen en een glas champagne. Mooi om naar te kijken ook, vuurwerk, althans voor mij wel vanaf een veilige afstand dan. Minder leuk als mensen het al dagen van te voren beginnen af te steken, zeker niet als je (jonge) kinderen er wakker van worden, of als je nietsvermoedend met je hond aan het wandelen bent. Waar is het eigenlijk ook goed voor, om daar al zo vroeg mee te beginnen?

Nieuwjaarsvoornemen nodig? Word zoals een hond of kat.

Zodra ik (15 jaar geleden alweer) op mezelf ging wonen, amper negentien was ik, kocht ik een kat. Kaya heette ze, mijn eerste huisdier. Kaya klom langs mijn broek omhoog, stal complete, onschuldige en nietsvermoedende biefstukken van het aanrecht en ving vogels ter grootte van een ooievaar als het zo uitkwam. Street smart was ze. Ze miauwde niet, ze schreeuwde. Toen ze de eerste keer binnen kwam lopen in de woonkamer, keek ze goedkeurend naar het behang. Mooi, een hele brede, grote krabpaal, zag ik haar denken.

De eerste hond kwam een paar jaar, en een paar katten later. Spike de buldog. De eerste keer dat mijn moeder hem zag, sprak zij de legendarische woorden: “Wat is de voorkant?”. Dat was ook moeilijk te zien. Hij was net een worst op pootjes. Spike was relaxt, lief, eigenwijs, koppig en best een beetje veel lui.
Ging ik met hem wandelen, besloot hij halverwege dat hij geen zin meer had. Stond ik daar, met een plat liggend beest dat geen spier meer verroerde. Hij deed rustig een dutje midden in het bos. Want weet je wel hoe lekker mos ligt?
Als we ‘s avonds op de bank lagen liet hij sluipmoordenaars. Zo noemde ik zijn scheten; u mag zelf invullen waarom. Als je dan vooraf toch heel zacht “pfffffffrrrt” hoorde, was je misschien nog net op tijd om op de vlucht te slaan. Die lucht!! Als je dan naar adem zat te snakken keek hij je aan met een blik die zowel trots als onverschilligheid verried.

Nu, tien jaar later, is Spike er helaas al lang niet meer. Hij werd niet oud. Ik huilde als een klein kind toen hij ging. Hij was mijn gerimpelde maatje. Hij herinnerde me er dagelijks aan dat het leven niet ingewikkeld hoeft te zijn. Hij remde me letterlijk af.

Nu heb ik weer een hond, maar dit keer een pittiger type. Het type IK-BEN-ZO-BLIJ-OM-JE-TE-ZIEN-OOKAL-BEN-JE-MAAR-VIJF-MINUTEN-WEG-GEWEEST-DAT-IK-HEEL-HOOG-SPRING-EN-NIEMAND-KAN-ME-STOPPEN!

Honden en katten. Je kunt er van denken wat je wilt. Ze worden soms weg gedaan om niks, aan bomen vast gebonden als mensen op vakantie willen. Terwijl ze zo veel beter verdienen. Ze verdienen veel meer respect. We kunnen een voorbeeld aan ze nemen. Ze accepteren je altijd zoals je bent. Ze zijn altijd blij om je te zien. Ze leven in het nu. Ze halen nooit oude koeien uit de sloot. Ze spelen, slapen, zijn intuïtief en helemaal zichzelf. Ze trekken zich absoluut niks aan van wat andere katten of honden van hen vinden, en ze zijn content met wat eten, drinken, een warm mandje en wat lekkers op zijn tijd. Welk mens ken jij die daar nog genoeg aan heeft?

Dus als je nog voornemens zocht voor 2015: word wat meer zoals een hond of een kat.

10 dingen die nooit meer hetzelfde zullen zijn door social media

Met de komst van social media zijn veel zaken een stuk makkelijker geworden. Daar zijn we het allemaal wel over eens. Met één druk op de telefoon kun je je vrienden laten zien waar je bent, met wie, wat je aan hebt en wat er op je bord ligt. Heel mooi, allemaal.
Toch is er ook een keerzijde van social media. En nee, dan heb ik het nu nog niet eens over al die foto’s van mishandelde dieren die ongefilterd binnen komen en blijven plakken op je netvlies, of de foto’s van open hart operaties die tijdens je boterham met pindakaas momentje langs komen. Ik heb het over simpele dingen, waar je vroeger mee weg kon komen. En nu niet meer. Dankzij sociale media.
Alle positieve kanten ten spijt, kleven er ook wel wat nadelen aan het moderne tijdperk. Hieronder tien dingen die nooit meer hetzelfde zullen zijn.

1. One-night-stand

Stel, je bent vrijgezel. En stel, je komt iemand tegen met uitgaan. Met een halve fles rosé achter je kiezen leek hij of zij heel leuk. Door de harde muziek heen leek hij of zij grappig. Maar dat kon ook komen door de alcohol.
Als dit je zou zijn overkomen in de jaren negentig bijvoorbeeld, zou je deze persoon daarna weken lang kunnen mijden, maanden lang indien nodig.
In 2014 word je ’s ochtends wakker en heeft je one night stand je al een vriendschapsverzoek voor facebook, een volgverzoek voor Twitter en twintig vindikleuks op je profielfoto’s los gelaten.

2. Brulbaby

Stel, je was niet zo’n leuke baby. Je was huilbaby, en deed waar je goed in was. Huilen. De hele dag door. Waar andere mensen als baby lief en koddig en rozig waren, was jij nog maanden kwaad dat je geboren werd, zeg maar. Als dit de jaren negentig waren, zou er niets aan de hand zijn. Je krijsende foto’s zouden veilig bij je moeder achterin een kast staan, opgeborgen in een baby-album. Niemand zou weten dat jij ooit zo’n ongelukkige baby was.
Maar als je niet zo lang geleden geboren bent, heb je een vet probleem. Je klasgenoten hoeven je moeder maar op te zoeken op google, et voilà: daar hebben ze opeens toegang tot 352 foto’s van Mini-Jij. Mini-Jij, krijsend met een teen in je mond, Mini-Jij, boos brullend, want volle spuitluier, Mini-Jij in je nakie in bad (ik zou overigens iedereen afraden om dat soort foto’s online te zetten; er zijn te veel zieke geesten!), noem maar op.  Mini-Jij met je wanhopige moeder er naast in een poging een selfie te maken met jou, zonder dat je een keel opzet. Wat niet lukt. Je vrienden zullen er van smullen!

3. Relatie missertje

Stel, je had een relatie in de jaren negentig. En die partner van je, die bleek maar een lamzak te zijn met een moedercomplex. Na een jaar samenwonen gaf je er de brui aan. Een handjevol mensen om je heen wisten van je sores af, de rest kwam er pas weken, maanden, soms zelfs niet achter. Heerlijk rustig kon je wennen aan je nieuwe levensstijl, en kon je kiezen wie je het wel of niet vertelde.
Maar als je in 2014 leeft, en je maakt het uit, dan verandert je partner diezelfde nacht nog in een boze bui zijn of haar relatiestatus, en word je ’s ochtends wakker met tig berichten over het hoe, waarom, ach gut, het was toch zo’n leuke, en vul zelf maar verder in.

4. Zwanger

Als je vroeger zwanger was, kon je je heerlijk terug trekken in de veiligheid van je eigen huis. Als je tonnetjerond werd kon je lekker rond rollen door je huis, met een zak chips aan je gezicht getaped, zonder dat iemand op je tijdlijn vroeg of je zeker wist dat je geen tweeling ging krijgen. Af en toe belde eens iemand, op die vaste telefoon met een DRAAD, waar je naar toe moest lopen. En dan kon je altijd nog zelf kiezen of je op nam of niet, met een zure bom in je mond.
Als je in 2014 zwanger bent, krijg je tegen het einde van de negenmaandenrit dagelijkse berichtjes met de vraag of je al geworpen hebt. Als je daar niet snel genoeg op reageert (omdat je bijvoorbeeld gewoon even in je diepvries zit om je voorraad ijsjes op te eten, ik noem maar wat), dan bazuint iedereen al onterecht rond op internet dat je misschien wel al weeën hebt.

5. Bevallen

Als je vroeger van een kind beviel, belde je eerst wat dichtstbijzijnde figuren, en die kwamen dan langs. De rest kwam pas als ze het geboortekaartje in de bus kregen.
Als je in 2014 bevalt van een kind, mag je hopen dat de gordijnen van de verloskamer dicht zijn, want zo niet, dan staat het al op Facebook voordat jij je eerste plas na de bevalling hebt kunnen doen. En zelfs al blijven de gordijnen dicht, dan nog kan het zo zijn, of het je bevalt of niet, dat je man nietsvermoedend naar zijn kaartvrienden whatsapt dat hij niet kan komen kaarten, want “Vrouw bevalt momenteel.”, waarop die mannen dat aan hun vrouwen vertellen, die alvast felicitaties op je tijdslijn zetten, waardoor jouw nieuws de dag er na al lang geen nieuws meer is.

6. Huwelijksaanzoek

Als je vroeger iemand ten huwelijk wilde vragen, kon je je op een knie laten vallen, en was dat romantisch. Want je viel op je knie.
Als je in 2014 iemand ten huwelijk wil vragen, moet je al heel wat meer uit de kast trekken; je moet bijvoorbeeld dansend ten tonele verschijnen tijdens een van haar lessen. Of zingend in de bioscoop de film verstoren. Of met een doornige roos in je bloedende bek koprollend over haar auto springen, met een filmende vriend er bij, want op Facebook staan zo veel romantische aanzoeken, dat de wanna-bruid echt geen genoeg meer neemt met een kniel-actie.

7. Familie Ontkenning

Vroeger kon je heel goed doen alsof familie toch geen familie was. Je kon net doen alsof je die oom die al drie keer onder invloed was aangehouden, niet tot jouw stamboom behoorde. Of je kon net doen alsof die vervelende nicht geen nicht van je was. Gewoonweg door ze niet te noemen.
Tegenwoordig kan die Nicht aangeven dat ze je Nicht is. En als je dat niet goedkeurt op je facebook pagina, kan diezelfde Nicht jou berichtjes gaan sturen, zoals “Hé, Nichtje, hier je Nichtje, accepteer je even mijn familieverzoek? KUS van je NICHTJE.”

8. Leeftijdsontkenning

Als je vroeger als vrouw zijnde wat ijdel was, en liever je echte leeftijd niet deelde, dan kon dat. Misschien ging er wel eens een wenkbrauw omhoog als je je leeftijd loog, maar dat was het dan ook. De enige die je geboortejaar kenden, waren je ouders, broers of zussen en dat was het dan wel zo’n beetje. Tegenwoordig kan iedereen op je profiel zien hoe oud je bent. Of krijgen ze op je verjaardag een berichtje dat je vijf jaar ouder bent geworden dan je pretendeert. En als je dat zorgvuldig afgeschermd hebt, is er altijd wel een vage kennis van vroeger die op je tijdlijn brult dat 40 het nieuwe 20 is.

9. Vreselijk dronken

Als je vroeger een keer nét iets te diep in het glaasje keek, kon je dat ongegeneerd aan je voorbij laten gaan. Meer dan de hoofdpijn de dag er na zou je er niet aan over houden. Hooguit zou je achtervolgd worden door een paar sterke verhalen.
Als je tegenwoordig een keer té dronken wordt, is er een grote kans dat je beschonken toestand de dag er na voor de hele wereld te zien is via foto’s van vrienden, die het dan weer lollig vonden om je te taggen, waardoor jouw “oh-my-gosh-ik-ben-hilarisch-dronken” foto’s die op dat moment heel lollig leken, zichtbaar worden voor iedereen .Dus ook de mensen waar je dat niet mee wil delen. Enige voordeel; eventuele blackouts kunnen weer ingevuld worden aan de hand van de foto’s en filmpjes waarop je met je onderbroek op je hoofd luidkeels gierend van de lach aan de ventilator van het café bungelt.

En ten slotte:

10. Ruzie

Als je vroeger dikke herrie had gemaakt met een vriendin, dan kon je dat vrijwel onopgemerkt doen. Je maakte ruzie, en praatte het uit, of niet.
Tegenwoordig word je de dag er na wakker met -1 vriend op facebook, -1 volger op Twitter en een paar snerende, misschien zelfs haatdragende berichten op je tijdlijn.
Waar woede vroeger nog de tijd kreeg om te zakken, wordt deze nu direct vereeuwigd op het wonder dat internet heet.

Social media: leuker kunnen we het niet maken. Socialer ook niet.