Bodem-5

Ik weet niet precies wat me zo tot Pascal ging aantrekken. In eerste instantie vond ik hem vooral glad en vervelend. Mijn intuïtie vertelde me al van begin af aan dat ik ver weg bij hem moest blijven, maar toch kreeg hij dag voor dag meer grip op me. Als een magneet die steeds sterker werkte.

De manier waarop hij iedere dag weer gedag kwam zeggen bijvoorbeeld, vond ik in het begin aanstellerig en overdreven. Maar na verloop van tijd begon ik te denken; hoe veel andere accountmanagers zien ons eigenlijk überhaupt staan? Hoe veel andere collega’s tonen oprechte interesse in ons?

In een bedrijf waar vooral haantjes werkten, werden wij als assistentes vaak vergeten, of er werden (al dan niet seksistische) grapjes over ons gemaakt. Het werd niet zo gezegd, maar je merkte wel duidelijk dat ze zich verheven voelden boven ons. Wij waren immers maar de assistentes die vooral bestonden om te ondersteunen en te zwijgen tijdens het notuleren, of zoals een accountmanager die ik het liefst wilde villen ooit zei, “Stil zijn hoor, als de grote mensen praten.”.

Als assistentes hadden wij natuurlijk vaak heel goed door wat er allemaal speelde. Sommige collega’s behandelden ons wel nog menselijk of als een gelijkwaardig collega, maar van veel van hen was het al heel wat als ze onthielden hoe we heetten. Ik nam het ze niet echt kwalijk: zo gaat dat nu eenmaal vaak.

Maar toch, er was iets in Pascal, waardoor ik dacht: hij ziet ons wel. Hij komt wel regelmatig vragen hoe het met ons gaat. Hij blijft vragen hoe het met mij gaat, terwijl ik hem de eerste weken iedere dag weg stuurde.

Interesse in mij als persoon was sowieso altijd al een verrassing, van wie dan ook overigens. Ik ben het van kinds af aan gewend geraakt om onzichtbaar te zijn.

Ik val nu eenmaal niet op, men heeft niet al te hoge verwachtingen van me. Mensen zijn vaak verbaasd als ik eens iets zeg.

“Goh, ik wist helemaal niet dat jij zo slim was!” riep iemand eens per ongeluk. Om het daarna snel te corrigeren met “Ik bedoel, ik dacht natuurlijk niet dat je dom was of zo…”.

Ja, ik ben het gewend dat mensen me niet zien, waardoor ze ook niet zien wat er allemaal in mij omgaat.

Dat is misschien maar goed ook.

Mijn enige vriendin op het werk, Maria, zei op een dag iets wat me in het verkeerde keelgat schoot. Normaliter was Maria helemaal niet van de sterke uitspraken of heftige uitlatingen: ze was een rustige, lieve vrouw waar ik altijd mee mocht praten. Maar dit keer was ze fel; ik schrok er van. Het was op een dinsdag, Pascal had net zijn ronde gemaakt door ons kantoor. Maria zat altijd aan het bureau achter mij. Pascal bleef meestal weg bij Maria: zij mocht hem niet, dat was al direct duidelijk toen hij bij ons kantoor kwam werken.

Toen hij me voor de zoveelste keer mee uitvroeg, en ik dit keer niet direct met nee antwoordde maar zei dat ik er over na zou denken, hoorde ik haar een paar minuten nadat hij weg liep opeens heel hard vloeken.

Ik draaide me geschrokken om: Maria vloekte normaliter nooit. “Klote nietapparaat.” zei ze, en toen ik daar nerveus om lachte, zei ze: “Anna, je weet dat ik niet iemand ben die zich bemoeit met andermans privézaken. Maar kijk uit met die Pascal. Ik ken dat soort mannen, ze zijn gevaarlijk.”

Ik voelde een verontwaardiging op komen vanuit mijn tenen en zei zacht: “Hij ziet ons tenminste staan, Maria, de rest weet niet eens hoe we heten.”

Maria liep rood aan en sloeg nog eens op haar nietmachine. “Ik ken dit soort mannen, Anna. Het lijkt heel goedbedoeld, maar hij ziet je net zo lang staan, totdat hij je heeft.”

Ik voelde me helemaal niet prettig bij haar toon, het klonk dreigend. Dus draaide ik me om en maakte ik mijn verslag af. Ik voelde me er heel naar bij: Had ik eindelijk eens iemand die oprechte interesse toonde in mij, leek mijn enige vriendin op het werk het mij te misgunnen.

Die avond verscheen Pascal voor het eerst aan mijn deur. Ik dacht nog, zie je wel, Maria heeft het mis. Hij toont oprecht interesse, anders had hij zeker niet al die moeite gedaan om mijn huisadres te ontfutselen, bij Helma van personeelszaken.

Nu weet ik dat Maria gelijk had. Het was zo´n lieve vrouw, haar waarschuwing was terecht.

Kon ik het haar nog maar vertellen.

Advertenties

Columnist | Spreker | Spreuker | Interviewer

%d bloggers liken dit: