Bodem – 2

Op de avond die vooraf ging aan de avond dat mijn lichaam lag te verdrinken in het koude water, baande zich een herinnering uit mijn jeugd een weg naar het oppervlakte terwijl ik in bed lag. Ik lag op mijn rug naar het plafond te staren met een fikse hoofdpijn. Ik liet de herinnering terug komen, misschien omdat ik te moe was om er tegen te vechten.

Ik heb niet veel herinneringen van mijn jeugd. Een van de weinige herinneringen die ik heb, is de herinnering die zich nu afspeelde voor mijn ogen: die van de oude schommel op het veld in de buurt van ons huis. Ik zat er elke dag op. Het was een van mijn favoriete dagelijkse bezigheden. Ik vond het gevoel van schommelen fijn, ik maakte mijn benen altijd extra lang om zo hard mogelijk te gaan. De houten balk er boven kraakte bij iedere zwaai. Dat kraken vond ik een geruststellend geluid; ik dacht dan aan alle keren dat de schommel gezwaaid had, doordat er kinderen op zaten zoals ik. Dan bedacht ik hoe het hout met elke zwaai een beetje doorzakte, maar een fractie van een millimeter. Het doorzakken van de balk zou met zo’n minimale bewegingen gaan dat je het met het blote oog niet zag gebeuren. Je zou het niet zien gebeuren totdat die dikke balk op een dag simpelweg zou doorbreken, ogenschijnlijk net zo makkelijk als een takje tussen je vingers.

Ik vroeg me vaak af wanneer de dag zou komen dat de balk definitief zou zwichten. Wanneer die laatste zwaai zou komen, waarna de balk het zou begeven en het hele ding in een klap in elkaar zou storten. Ik vroeg me af welk kind er op zou zitten als dat gebeurde; soms fantaseerde ik dat het kind dat mij zo pestte op school er op zou zitten, maar vaker fantaseerde ik dat ik het zelf zou zijn. Dan zag ik mezelf, vrolijk schommelend, totdat er een hard, krakend geluid over het veld zou klinken, gevolgd door een doffe klap. Hoe een buurvrouw die net haar Fifi hondje zou uitlaten – want zo’n hondjes horen Fifi te heten – hard zou gillen bij mijn aanblik. Hoe de andere buren, bruut verstoord tijdens het lezen van hun ochtendkrant en dus wat geïrriteerd – maar toch nieuwsgierig genoeg – naar buiten zouden komen en me zouden zien liggen, hoe de ambulance zou worden gebeld en dat ik dan zou eindigen als een verhaal, het meisje dat maar acht jaar werd omdat ze haar nek brak toen ze van de schommel vloog, omdat niemand had gezien dat de balk verrot was. De buren zouden zich schuldig voelen om hun onoplettendheid – het had hun kind immers ook kunnen overkomen! – en zouden in allerijl een zondebok zoeken. Waarschijnlijk zou de schuld dan via de buurtvereniging richting de gemeente worden geschoven. Ja, wellicht zou zelfs de burgemeester zich er over uitspreken en natuurlijk zou er snel een nieuwe speeltuin worden gemaakt. De buren zouden er “Schánde!” van spreken dat die schommel niet al lang vervangen was, zouden elkaar aantikken en vragen “Jij hebt het zeker ook nooit gezien hè?” want dan hadden ze een reden om zichzelf weer in slaap te sussen (van al die keren dat ze wel gezien hadden dat die balk rot was en ze er niets mee hadden gedaan of het simpelweg weer waren vergeten, of in het beste geval omdat ze zich schuldig voelden dat ze het echt niet hadden opgemerkt).

De hele godvergeten ingeslapen buurt zou opeens in rep en roer zijn, verwilderd om zich heen kijkend en uiteindelijk zou met de komst van een nieuwe speeltuin – als een magische pleister op de wond – de schommel en de herinnering naar de achtergrond verdrongen worden. Dan zou iedereen weer rustig kunnen slapen. De enige die het niet zou kunnen vergeten was Fifi, die telkens heel hard ging blaffen als haar baasje met haar langs de plek van de schommel liep, dus ging de buurvrouw maar een andere vaste route met Fifi lopen.

De oude schommel zou vervangen zijn door het tegenovergestelde van wat er eerst was, namelijk een splinternieuwe speeltuin met alle toeters en bellen, waar heel veel kinderen wél veilig in zouden spelen. Opeens zouden er ook bankjes staan waar ouders konden zitten om toezicht te houden. Dankzij het meisje van de schommel, die haar nek brak omdat niemand op haar of de schommel had gelet.

Terwijl de balk boven me kraakte hoopte ik vaak stiekem dat het zou gebeuren. Ergens wenste ik dat die verdomde balk maar gewoon zou knappen, en dan maar meteen als ik op het hoogste punt schommelde. Want als het mis zou gaan, zouden de mensen om me heen eindelijk weten wie ik was, zouden ze me zien.

Ik piekerde me suf op die schommel en de balk kraakte door, door al die kinderen die voor mij gingen. Ik wilde altijd alleen maar heel graag bij hen horen. Als ik zo zat te fantaseren werd ik dan eerst heel blij en daarna direct heel verdrietig, omdat ik me schuldig voelde juist door die gedachten en wist dat ik helemaal niet was zoals die andere kinderen, en dat ook nooit zou worden. Ik schaamde me dan diep voor wat ik gefantaseerd had en stapte van de schommel af, gaf er dan soms een harde trap tegen voordat ik naar huis liep.

Misschien herinner ik me weinig van wat er vroeger gebeurde vanwege dit soort herinneringen die me een naar gevoel bezorgen, dacht ik, terwijl ik in bed lag met dat oude onheilspellende paniekgevoel dat zich om mijn borst klemde. Of misschien herinner ik me weinig van vroeger, simpelweg omdat er weinig te herinneren valt.

Waarschijnlijk komt het gewoon omdat ik niet zo’n bijzondere jeugd heb gehad, suste ik mezelf, terwijl ik op mijn zij ging liggen om het beklemmende gevoel op mijn borst te doen afnemen. Laat de slaap nu maar komen. Ik was al dagen moe en onrustig en mijn hoofd barstte van de hoofdpijn. Ik voelde me alsof er iets heel naars ging gebeuren, dat had ik van kinds af aan al af en toe. Laat ik maar gewoon goed luisteren naar mijn lijf en rust nemen, want mijn hersens voelden ondertussen aan alsof ze uit mijn hoofd wilden ontsnappen. Ik draaide me nog een keer om en viel in een diepe slaap vol dromen, die ik me ook al nooit kan herinneren, de dag er na.

Ik sliep zo vast dat ik niet eens had gehoord dat Pascal die avond naast me in bed kroop. Normaliter werd ik dan altijd even wakker, maar hij verzekerde me dat hij naast me was komen liggen. Ik had zo vast geslapen door mijn hoofdpijn dat ik hem niet eens had gehoord, zei hij. Ik moest echt eens meer rust nemen.

Advertenties

Redacteur

%d bloggers liken dit: