De Coronacultuur Paradox: afstand voor nabijheid

Voor mijn studie organisatiepsychologie aan de open universiteit verdiepte ik me de afgelopen weken in teams en organisatieculturen. Een van de dingen die ik leerde is dat een cultuur, als deze er eenmaal is binnen een groep mensen (in de breedste zin), moeilijk te veranderen is. Moeilijk, maar niet onmogelijk. Een aantal invloeden die een cultuur wél kunnen veranderen zijn onder andere een dramatische crisis en een verandering in leiderschap.

En die dramatische crisis, die hebben we nu leren kennen onder de naam corona. Een crisis die onze samenleving onherroepelijk hard raakt op uiteenlopende gebieden, van volksgezondheid tot economische ontwikkeling, van maatschappelijk tot sociaal.

Ik vraag me af wat de coronacrisis doet met de cultuur van ons land. Dat er verdeeldheid leeft onder ons en waarom, bracht Arjen Lubach vorige week op humoristische wijze ter sprake in Zondag met Lubach. Mocht u de Fabeltjesfuik gemist hebben, kunt u deze hier terugkijken. Ook al moest ik hard lachen om met name de gezichtsuitdrukkingen en uitingen van de Arjen Lubach: er bleef ook een heel naar gevoel achter.

Wat gebeurt er met ons? Wat gaat deze verdeeldheid doen met Nederland?

Los gezien van mijn persoonlijke mening, vraag ik me af wat de corona crisis gaat doen met de cultuur in Nederland. Wat verandert er? Nederlanders zijn normaal gesproken best een bezig volk: vaak met haast en onderweg. Naar feestjes, vergaderingen, verjaardagen, festivals, concerten, bijeenkomsten, vrijmibo’s: we borrelen graag en zien elkaar het liefst live. We slaan elkaar graag eens op de schouder, kussen elkaar bij ontmoetingen en knuffelen er meestal lustig op los, een aantal mensen uitgezonderd.

Als je nu op straat en in de winkels om je heen kijkt, is de sfeer veranderd. Menselijk gedrag is nog maar half, of laat ik zeggen op zijn minst moeilijker te interpreteren door de mondmaskers. Dit is overigens niet alleen moeilijk voor mensen met bijvoorbeeld autisme of slechthorendheid: Ik merkte aan mezelf laatst dat ik letterlijk probeerde te oefenen met ooglachen, zoals ik het lachen met mijn ogen noem. Dat ik veel harder dan normaal ging praten, omdat mijn gesprekspartner me niet verstond door mijn mondkapje heen.

Ik merkte aan mezelf dat ik probeerde te oefenen met ooglachen, zoals ik het lachen met mijn ogen noem.

We gaan niet meer voor een praatje naar de supermarkt, want dan voelen we ons gejaagd of worden we door anderen naar buiten gekeken. We desinfecteren onszelf, onze kar en maken dat we zo snel mogelijk weer weg komen uit die winkel. Begrijpelijk? Ja. Zeker. Verstandig? Absoluut! Maar… wat doet dit op lange termijn met onze sociale contacten? Welke impact heeft het op de volkseenzaamheid? Op ons gevoel van saamhorigheid? Op onze psychische gezondheid?

Ik kan hier overigens geen volledig neutraal oordeel over vormen, omdat ik door persoonlijke omstandigheden al moeite had met sociale interacties voordat de crisis uitbrak. Voor mij is het dus heel moeilijk te beoordelen wat dit doet met mensen die geen last hebben van sociale angsten. Maar wat ik wel weet, is dat zelfs ík nu de bijeenkomsten begin te missen. Ook al stond ik op bijeenkomsten met zwetende oksels te bidden dat het maar snel voorbij mocht zijn. En dat ik dit begin te missen zegt – juist komend van mij – best veel.

Ik maak me zorgen om ons. Mensen missen de nabijheid. Mensen missen elkaar. Alle afspraken worden gepland onder voorbehoud, want ‘we wachten nog even wat ze zeggen op de persconferentie’.
Een terrasje pikken zit er voorlopig niet meer in. Even bijpraten kan alleen nog wandelend in de natuur. Misschien komt er wel weer een volledige lockdown, als dat nodig blijkt te zijn. Daar heb ik alle begrip voor en zal ik ook aan meewerken zolang het nodig is.

Wat ik me afvraag is wat de steeds langduriger fysieke afstand doet of gaat doen met de mentale afstand tussen mensen. Met de betrokkenheid onder collega’s en vrienden, onder familieleden. Hoe lang kun je via video de band net zo goed houden als live?
Wat doet het met de kinderen, die nu al angstiger blijken te zijn?
Hoe veel mensen ontwikkelen nu smetvrees?
Hoe veel mensen – meer dan normaal – raken in een depressie?
Hoe veel mensen krijgen een burn-out, mede door een gebrek aan sociale steun vanuit collega´s en leidinggevende, omdat deze bepaalde signalen van dreigend verzuim simpelweg niet kunnen herkennen door de fysieke afstand?
Wat doet het met mensen met dwanggedachten?

Waar ik in ieder geval wel van overtuigd ben, is dat we hoe dan ook de afstand nodig hebben op korte termijn – voor nabijheid op hopelijk niet al te lange termijn.

Ik hoop alleen dat we tegen die tijd niet vervreemd zijn geraakt van elkaar.

Het is een beetje met ons zoals met kleine kinderen: als we nu blijft zeuren, dreinen en ongehoorzaam blijven, mogen we straks helemaal niks meer en worden we voor de rest van het jaar terug naar onze kamer gestuurd, om na te denken over onze acties. En te lang alleen zijn met je gedachten is sowieso voor niemand aan te raden.

Chrisje

Freelance tekstschrijver, www.chrisje.info

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.