Dit is waarom je een eindbaas bent als je geboren bent voor 1990!

Als je geboren bent vóór 1990, ben je per definitie een eindbaas. Waarom? Nou, daar zijn een heel aantal goede redenen voor te noemen.

Allereerst heb je je jeugd waarschijnlijk grotendeels doorgebracht zonder mobiele telefoons, tablets, laptops, of überhaupt een computer.
Als je wilde afspreken met een vriendje of vriendinnetje moest je een pleuris eind rijden op je (niet elektrische!) fiets naar dat huis, om er daar vaak achter te komen dat dat kind helemaal niet thuis was, of erger nog, toch niet daar woonde. Oh, en je moeder kon de juf nooit appen, e-mailen of Facebooken.

Verdwaald
Ze kon ook niet via een GPS app bijhouden waar je fietste, dus als je verdwaalde was je de pineut en kwam echt totaal niemand je redden. Als je thuiskwam met een kapotte knie na een valpartij, vroegen je ouders meestal eerst of er niets aan de fiets was. Want dat was duur – en toen kon nog geen fiets op afbetaling online besteld worden. Je fiets en jij werden gewoon weer aan elkaar gelapt. Er was nog geen vallen-en-stoten-gel, dus als je zo lomp was geweest om te vallen kreeg je hooguit een natte lap en een pleister er op.

Muziek
Als je je favoriete muziek wilde beluisteren, moest je geluk hebben met een cassetterecorder en een goed gevoel voor timing, want zodra jouw liedje op de radio was drukte je op record en als het liedje afgelopen was op stop. Als je onderweg naar school muziek wilde luisteren had je geen i-pod of coole oortjes; je had een walkman met schuimrubber oordoppen die na een poosje van ellende afbrokkelden. Als je pech had bleef het bandje hangen en was je al je favoriete muziek kwijt, zonder back-up. Als je een liedje opnieuw wilde beluisteren, moest je óf heel geduldig lang op rewind drukken en hopen dat je op het goede moment op play drukte, of het hele bandje afluisteren en weer opnieuw starten. Een back-up had je overigens nergens van: als je iets kwijt was, was je het kwijt. Als je te laat was kon je niet even naar huis appen; het enige wat je kon doen was door trappen en hopen dat je nog binnen gelaten zou worden zonder preek.

Televisie
Qua televisie kijken was het aanbod een stuk schaarser dan nu. Je kon kijken naar meneer de Uil, Vrienden voor het Leven en het journaal. Als je geluk had mocht je soms wel eens MTV kijken, maar als de teksten te schunnig werden, zetten je ouders de televisie gewoon uit.
Je had geen Netflix, Videoland of YouTube. Als je een uitzending gemist had, kon je hem nooit meer terug kijken, tenzij je het toevallig op een videoband had opgenomen. En als je vervelende zusje dan per ongeluk Sesamstraat had opgenomen over die video-opname, kreeg je het nooit meer terug te zien.

Telefoonsnoer
Er was maar één telefoon in huis en dat was een vaste telefoon met een snoer. Privacy? Wasda? Je kon alleen bellen, meestal midden in de woonkamer. Praten met vrienden gebeurde dus meestal in codetaal of per postduif. Als er iemand belde, kon je niet zien wie het was. Verwachtte je een belangrijk telefoontje, dan moest je dicht bij de telefoon op de uitkijk gaan liggen en hopen dat jij als eerste bij de telefoon was. Was je te laat bij de telefoon? Dan kon je niet terug zien wie er gebeld had.



Chillen met vrienden?
Over vrienden gesproken: Op zondag kon je niet lekker chillen met je vrienden op TikTok of Facetimen, want dan ging je meestal met je ouders naar je opa en oma, die overigens absoluut geen speelgoed voor je hadden klaarliggen. Je vervelen werd gezien als leerzaam, dus ging je naar buiten met je neefjes en nichtjes om de buurt te terroriseren. Werd je hard van – en snel, als je betrapt werd.

Speeltuin
In die tijd had je alleen buitenspeeltuinen. Binnenspeeltuinen waren er niet. Je kon geen gehoorbeschadiging oplopen tussen de gillende kinderen of gezellig bacillen uitwisselen in de ballenbak van Ballorig want dat bestond nog niet. De enige speeltuin die er was, was een buitenspeeltuin, als je geluk had. Daar lagen trouwens geen rubberen tegels op de grond onder een speeltoestel; als je viel, viel je hard. Als het regende, moest je je maar gewoon niet aanstellen. Als het warm was, verbrandde je je kont en benen aan de ijzeren glijbaan. Ook daarvoor had je moeder geen zalf.

Pesten
Je werd alleen offline gepest, want online pesten bestond nog niet. Nadelig was wel, dat je je gehele basisschoolperiode meestal met dezelfde groep kinderen doorbracht. Als men jou het mikpunt van pesterijen had gemaakt, bleef je dat ook een aantal jaren. Er waren geen anti-pesten protocollen of projecten.

Vloggen, slijm en boeken
Je had geen YouTube vlog kanaal en het enige slijm dat je mocht maken was smurvensnot. Als je je verveelde ging je gewoon buiten stoepranden. Als je boeken wilde lezen, moest je naar een echte bibliotheek fietsen, want e-books bestonden nog niet. Bol.com bestond ook nog niet. Als je lichtelijk vergeetachtig was en de boeken het jaar daarna pas terug bracht, kreeg je een boete waar je een half jaar kinderarbeid voor moest verrichten.

Communicatie
Als je wilde communiceren met je vrienden kon je niet met elkaar appen. Je kon elkaar een brief schrijven en hopen dat niemand die envelop zou openen. In de klas gaf je elkaar kleine briefjes door. Of je kalkte de ander zijn agenda vol met onzin.

Cijferkaarten
Er waren nog geen school-apps waar ouders in konden zien of je op school was geweest die dag en welke cijfers je haalde. Op de middelbare school had je cijferkaarten, waarop je je eigen voortgang mocht noteren. Hier op schreef je alle cijfers voor proefwerken. Als je een beetje handig was kon je die gunstig aanpassen voor het thuisfront. Moest je wel er voor zorgen dat je alsnog over ging naar de volgende groep, anders had je heel wat uit te leggen thuis. Als je spijbelde, kwam daar meestal niemand achter. Tenzij je er je hobby van maakte.

Schoolboeken
Op school werd nul digitaal gewerkt. Je kreeg dan ook driehonderd schoolboeken die je meestal mee moest slepen in een rugzak. Als je aan het eind van je schooltijd geen versleten ruggenwervels had, had je iets niet goed gedaan.

Weekenden
In het weekend naar een betaalde speeltuin, een dagje uit, naar een pretpark of familiepark? Weekendjes weg? Ben je wel helemaal lekker? In het weekend was je meestal gewoon thuis. Wat je daar moest doen? Dat mocht je zelf uitzoeken. Als je je te luidruchtig verveelde kreeg je klusjes toegeschoven, dus verveelde je je zachtjes.

Gamen
Er waren geen apps en games. Als je geluk had, had je Mario Brothers en eventueel een GameBoy. Of je kon kleiduiven kapot schieten op de televisie. Als je dat allemaal ook niet had, was de enige game in huis vaak Monopoly of Mens Erger je Niet.

Hunger games
De enige hunger games die er waren vroeger, had je als je gezeurd had over het eten. Dan kreeg je namelijk niet zestien alternatieven aangeboden door je ouders; als je niet at wat de pot schafte, dan ging je maar met honger naar bed.

Kuiven en matjes
Als je een meisje was had je vaak een met gel in elkaar gemetselde kuif die met winkracht 7 nog fier rechtop bleef staan. Als je een jongen was had je vaak een matje. Voor beiden schaam je je nog tot lang na 2020. Toen was dat helemaal het einde.

De lijst kan nog veel langer worden, maar de strekking is wel duidelijk lijkt me zo. Wie voor 1990 geboren is, is sowieso een eindbaas. Als je nog onderwerpen toe wil voegen: wees welkom! Laat ze in een reactie achter, hier, op Facebook of op Instagram.

Liefs,

Chrisje

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.