Rosan kreeg een aanval tijdens het hardlopen: “Zonder mijn redders had ik waarschijnlijk uren op het koude asfalt gelegen.”

Zoals jullie waarschijnlijk weten kreeg ik op 24 januari (2020) een psychogene niet-epileptische aanval tijdens het hardlopen. Deze gebeurtenis was ontzettend beangstigend en het heeft heel veel met me gedaan. Daarom heb ik er deze tekst over geschreven om mijn ervaring hiervan duidelijk te maken voor (vooral) mezelf en anderen.

Elk einde is de afsprong naar een nieuw begin. Steeds kom ik het weer tegen. De ene keer voelt het als een zijden laken die op me neerdaalt, de andere keer stort het op me als een allesvernietigende bom.

Ditmaal was het een kernbom en deze vernietigde bijna mijn lichaam. De grote rode knop om die kernwapens af te vuren bevond zich in mijn brein en zat er slechts voor de allergrootste noodsituatie. Die noodsituatie vond plaats op 24 januari. De dag waarop ik weer een einde tegenkwam en zelfs de dood in de ogen leek te staren. Het mentale werd een met het fysieke.
Ik had plannen. Veel plannen. Veel te veel plannen. Na een intensieve week op mijn opleiding waar ik me al niet helemaal mezelf voelde, zou ik van vrijdag tot en met zondag ook nog een weekend gaan werken. Voor ik hier in de middag naartoe zou gaan moest ik wel nog even mijn huiswerk maken, reflecteren, bellen over therapie, hardlopen en paardrijden. Niks moest natuurlijk, maar eigenlijk moest het allemaal wel.

Had ik het kunnen zien aankomen? Achteraf gezien wel, maar in alle eerlijkheid had ik dit nooit verwacht…

Daar liep ik dan door de polder. Muziek in mijn oren. Mijn benen die mijn lichaam voortdragen. De ‘runner’s high’ die me altijd weer tot rust kan brengen. Toch denk ik dat er ditmaal geen rust was. Want ik moest dit doen. Het hoorde bij de planning dus het moest uitgevoerd worden. Zo veranderde de ontspanning in overspanning.
Het is nu vooral een waas. Korte flitsen van de gebeurtenis komen soms terug. Een blauwe lucht; boomtoppen; een intense kou; pijn in mijn hoofd; het dichtklappen van een autodeur en iemand die over me heen buigt. “Het komt allemaal goed…” Een zin die bevestigt dat het echt niet goed gaat. Het zijn woorden die door me heen galmen, maar waarvan ik niet zeker weet of ik ze daadwerkelijk heb gehoord.

Een ambulance. Pijn. Zwart licht. Niets… Ben ik dood? Kalmte…
Had het hier beter kunnen eindigen? Gewoon stoppen. Hier. Klaar. Punt. Geen nieuw begin meer. Niet meer te hoeven vrezen voor het leven. Geen verdriet omdat ik zelf het leven heb verlaten, maar omdat het me is ontnomen. Je kunt immers beter stoppen op je hoogtepunt.

Het ging toch zo goed?
Ja, het ging zo goed. Alles leek me te lukken. Ik leek opeens de hele wereld aan te kunnen. Na jaren nergens meer energie voor te hebben, mijn zin kwijt te zijn geweest en slechts te hebben bestaan vanuit een onoverbrugbare zinloosheid. Nu ging het eindelijk goed! Is dat niet het beste moment om de pijp uit te gaan? Een hartstilstand met een definitief einde. Misschien komt er een voorzichtig kopje in de plaatselijke krant en een klein afscheid voor de paar mensen die het wat doet. Daarna kan ik gewoon weer vergeten worden. Zoals het hoort. Zo moet het zijn. Vind ik ook eindelijk mijn ‘nooit meer slapen’.

Wakker. Ik ben wakker. Waar ben ik?
Mijn moeder; ze staat voor me. Ze zegt dingen. “Ziekenhuis… Gevallen… Onderzoeken…” Ik hoor het half. Weet niet meer wat ik eigenlijk aan het doen was of wat ik aan het doen ben. De situatie dringt niet tot me door. Alles suist. Mijn hoofd bonkt. Mijn hart bonkt. Sneller en sneller. Ik adem. Ik adem. Ik stop. Waar is mijn adem!?
Ik verstijf en ik verkramp. Weet me niet goed te beseffen waarom. Ik ben er, maar ik ben er niet. Beelden en geluiden schieten door mijn hoofd: blauwe lucht; een man; een dichtklappende autodeur; boomtoppen; ambulance; ziekenhuis; een man; boomtoppen; een dichtklappende autodeur; ambulance…  De ruimte om me heen siddert en beeft waarna het zich vult met mensen in witte jassen. Ik word vastgepakt. Zacht en hard tegelijk. Ze grijpen en graaien. Ik probeer mijn adem te vinden, maar deze lijkt niet meer te bestaan.

Ik leef… maar ga ik nu toch dood?
Dood, dood, dood, was ik maar dood.
Nee! Ik wil niet dood.
Ga ik dood?

Iemand houdt een zak voor mijn mond. Het voelt alsof ik stik. Ik krijg geen adem! Mijn lichaam lijkt kapot te scheuren door alle verkrampingen. Alsof mijn spieren hun uiterste best doen om al mijn botten te breken.

Ze proberen een soort puf in mijn mond te stoppen, maar het lukt niet omdat mijn mond en kaken volledig verstijfd zijn. Ze spuiten iets in mijn neus, maar het lijkt niet veel te helpen. Ik voel een naald in mijn linker pols en er wordt een onbekende vloeistof mijn lichaam ingespoten terwijl iemand mijn arm in bedwang houdt. Iemand plakt een soort grote sticker op mijn borst die met kabels aan een groot apparaat verbonden is. Reanimatie!?

Ik ga dood.
Ik ga dood.
IK GA DOOD.

Dan stopt alles… Ik weet niet meer hoe, maar het stopt. Was het de onbekende vloeistof? Was het de spray in mijn neus? Was het iets dat ik zelf deed? Is dit nu een nieuw begin?
Ik krijg een masker op om me extra zuurstof te geven. Blijkbaar vroeg ik daarna aan mijn moeder of ze daar een foto van kon maken. Een foto die later in de krant te zien zou zijn. Ik kan me niet herinneren dat deze is genomen, maar blijkbaar is dat een soort primaire behoefte van me. Achteraf gezien niet een heel logisch reflex. Ik ben officieel onderdeel van de moderne mens.

Conclusie van de innerlijke kernbom: een psychogene niet-epileptische aanval. Gelukkig. Het was maar mijn brein. Het zit slechts tussen mijn oren. Een gedachte waar ik me even aan vastklamp, maar welke ik al snel loslaat.

De noodklokken zijn gaan luiden en de grote rode knop is ingedrukt. Ja, ik heb het overleefd. Ik heb het geluk gehad dat ik ben gevonden en dat mensen me konden helpen toen ik dat zelf niet meer kon.

Een dankbaarheid omsluit mijn hart. Want ik wil helemaal niet dood, ik wil leven. Dat is iets wat ik nu zeker weet. Ik besluit dat ik deze mensen wil vinden om ze te kunnen bedanken en zodat ze de situatie positief kunnen afsluiten. Dit kan ik het beste via een Facebookpost doen. Een post die later ietwat escaleert nadat het bijna 7000 keer is gedeeld. Maar goed, het bracht me wel wat ik wilde.

Er komt de volgende dag in het ziekenhuis nog een gesprek met een crisisteam, maar zoals altijd weet mijn rationele brein als snel de overhand te nemen en analyseert hij de boel feilloos. Ik mag naar huis. Toch moet ik beloven dat ik wat ga veranderen en dat ik hulp zoek.

Het ging toch zo goed? Eigenlijk wil ik niet veranderen… Toch weet ik dat ik naar mezelf moet luisteren. Al die anderen dingen die ‘moeten’ zijn daaraan onderhevig. Dit is het enige dat echt ‘moet’. Ik wil zoveel liever zijn voor mijn brein en lichaam. Ik wil liever zijn voor mezelf.

Zelfs als iets misschien goed voelt, hoeft het niet per se goed te zijn. Het is als de energie die je voelt als je koffie of energydrank hebt gedronken. Eventjes lijkt het je goed te doen. Toch is dit slechts valse energie. Een illusie van verkwikking die na overmaat verandert in een inzinking.

In dit geval ben ik mijn eigen koffie, mijn drugs, mijn eigen verslaving. Want door alles te doen wat goed voelt en mezelf hiertoe te gaan verplichten, ren ik juist mezelf voorbij. Ben ik slechts aan het doen zonder te beleven. Alsof ik alles wil inhalen wat me vroeger nooit is gelukt.

Ik kan het nu toch allemaal? Ik wil alles tegelijk en liever gisteren dan vandaag. Dat lukt me en dat lukt me goed. Tot ik het niet meer kan. Tot ik instort.

Ik kan het zo goed verwoorden. Ik kan het zo goed uitleggen. Toch stap ik onbewust in diezelfde valkuil. Ook ik ben helaas niet bestemd tegen de zwaartekracht.

Als alles dan lijkt te vallen, sta ik op. Dat zou ik normaal doen… Wat doe ik nu? Ik blijf nog even zitten. Ik kijk om me heen en onderzoek waar ik in terechtgekomen ben. We moeten doorgaan, maar ik doe het zittend. Ditmaal leg ik eerst een stevige fundering zodat het nieuwe einde langer wegblijft.

Geef me even.
Heel even.
Ik leer straks weer hoe te staan.
Ik kan altijd nog leren lopen.
Moet even bijkomen.
Dromen…
Over morgen.
Vandaag blijf ik zitten.
Niks moet.
Het komt goed.
Dit heb ik nodig.
Niet overbodig,
Tijd te geven,
Tijd te gunnen,
Voor een nieuw begin.

Rosan van der Zee

Volg Rosan hier op Facebook

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.