Bodem – Hoofdstuk 9

Toen ik thuis kwam, gaf ik mijn laatste contant geld aan de taxichauffeur. “Goodnight.” mompelde ik, maar hij zei niet veel terug; daar had ik niet genoeg fooi voor gegeven.

Terwijl ik wankelend het pad naar de voordeur op liep, reed hij met piepende banden de straat uit. “Klojo,”  zei ik, terwijl ik de huissleutel in het sleutelgat probeerde te steken. Ik deed mijn uiterste best om me te concentreren. “Slappe zak,” schold ik tegen mezelf, terwijl de sleutel maar niet in het verdomde gat ging. Anna’s stem doemde op in mijn gedrogeerde hoofd: “Als je de sleutel er niet in krijgt, heb je te veel gedronken.” Daar kan ze zich nu niet meer druk om maken.

Eindelijk lukte het. Ik gooide de voordeur te hard achter me dicht en had daar direct spijt van: het was waarschijnlijk verstandig om nu niet al te veel opvallende geluiden te maken.
Ik schopte mijn schoenen uit in de gang, gooide mijn jas in een hoek naast de kapstok en liep de woonkamer binnen.
Het zag er opeens anders uit. Op de tafel lag nog een lippenstift van Anna. Ik raapte hem op en speelde er mee in mijn hand. Die lippenstift was haar favoriet. Dat soort dingen had ik geleerd van Anna; bij de vrouwen vóór haar had ik me daar nooit voor geïnteresseerd. Ze hadden me heus wel eens iets over hun vrouwenzaken verteld, maar ik luisterde nooit. Anna had hem een keer op mijn mond gedaan toen we dronken waren en ze nog niet bang voor me was. Nu heb je ook vollere lippen. Ze kwam niet meer bij. Haar schaterlach vond ik toen nog zo aanstekelijk dat ik soms niet eens boos kon worden.

Ik keek naar de lippenstift terwijl alles eromheen begon te tollen. Ik trok het dopje er af en draaide de lippenstift naar buiten. Toen voelde ik een vlaag van misselijkheid op komen en liep ik de keuken in, waar ik de hele wasbak onder kotste. De lippenstift viel op de parketvloer.
Het overgeven hielp; ik voelde me iets beter. Terwijl ik naar de woonkamer terug wilde lopen, stapte ik met mijn voet op de lippenstift en gleed ik haast uit over dat rotding. Ik raapte het op en smeet het ding in de prullenbak. Ik liep terug naar de woonkamer en liet mezelf op de bank vallen. De televisie zette ik op Discovery Channel.

Ik voelde mijn telefoon trillen. Ik had twee berichten: een van die scharrel die ik tegen het paaltje aan gooide. Ik was haar alweer vergeten. Zij mij blijkbaar nog niet: “Wat bezielde jou, idioot? Ik kon naar de eerste hulp! Wacht jij maar!”.
Het tweede bericht was van de moeder van Anna: “Dag Pascal, is Anna bij jou? We kregen een nogal vreemd bericht van haar en hebben haar sindsdien niet meer kunnen bereiken. Alles in orde?”
Ik voelde mijn maag weer samentrekken. Die klote ouders ook altijd.
Ik stuurde terug: “Alles in orde.” Ik moest het drie keer opnieuw typen, zo scheel keek ik. Ik stond op en liep richting de keuken. Dit keer haalde ik de wasbak niet.
Ik moest zorgen dat ik snel in mijn bed kwam: ik zou morgen een hoop op te ruimen en uit te leggen hebben. En in deze toestand zou me dat niet lukken.

Alle reeds gepubliceerde hoofdstukken van Bodem kun je hier lezen. 

Advertenties

One thought on “Bodem – Hoofdstuk 9”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s