Bodem – Hoofdstuk 1

Als je in het water gegooid wordt, maar je kunt al zwemmen, dan is dat doorgaans niet erg. Je hebt immers al leren zwemmen; je weet welke bewegingen je armen en benen moeten maken om vooruit te komen. Je weet wanneer je naar lucht moet happen en hoe lang je onder water kunt blijven zwemmen.

Kortom: op het moment dat je lichaam het water raakt, weet je lichaam automatisch al wat het moet doen om niet te verdrinken. Omdat je het geleerd hebt, net als lopen en fietsen.

Ik werd op die mistige winteravond in het water gegooid, maar ik kon niet zwemmen. Dat wist hij ook. Ik dacht: dit wordt mijn dood, als niemand me redt. Dat wist ik zodra ik er in gegooid werd. Paniek sloot zich om mijn hart, mijn hoofd vulde zich met angst. Terwijl ik ongecontroleerd naar lucht hapte, sloegen mijn armen en benen wild om me heen. Instinctief deed ik alleen datgene wat niet hielp. Roepen om hulp – het enige dat wellicht nog wat nut had gehad – lukte me niet.

Het gekke is dat de gedachte aan de dood me op dat moment niet eens zo bezig hield. Er was in mijn hoofd alleen ruimte voor de verwarring en het ongeloof, dat uitgerekend hij dit gedaan had.

 

Alle reeds gepubliceerde hoofdstukken van Bodem kun je hier lezen. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s